Hete adem in mijn nek.
Zweem van gras.
Ik heb de fabel nooit geloofd:
dat een koe
een haas kan vangen.
Het leven talmt niet
en stuurt wat het vindt,
desnoods een koe.
Vangt ze geen haas,
dan blaast ze hem vooruit.
Een lik.
Een bries.
Een richting.
En ik duw mee.
Voortaan.
Elke keer.
