De wereld is gecompliceerd of misschien ook niet.
Het hangt af welke invalshoek je hanteert en hoe je het beziet.
Een verdorven maatschappij die niet leefbaar is op een denkbeeldig eiland.
Rechtvaardigheid en geluk zijn begraven onder het hoopje zand.
Zie je de meesters al lachen van welvaart en fortuin?
Ze zien de mensen graven onder de door hun gemaakte puin.
Ze zeggen santé al kijkend en starend naar elkaar.
Onbespreekbare thema’s als democratie zijn er niet gangbaar.
Twee mannen komen aangelopen om de vrijheid en tolerantie te introduceren.
De zonen van het humanisme, er ontstaat een vriendschap voor het leven.
De ene broeder struikelt, door het lachen ligt iedereen op de grond.
Hijzelf vond het niet erg, ging rechtop staan alsof hij nooit was ingestort.
De tweeën nemen de omgeving waar als scherpzinnige geesten.
Voelen de dominantie en de onmogelijkheid tot verbeelding heersen.
Ze zien het privébezit van het land misbruikt worden, met een toenemende criminaliteit.
Eén godheid wordt er aanschouwt, ook al is er godsdienstverscheidenheid.
Wie ook welke god aanziet, ze stemmen allen overeen.
Dat is wat de broeders duidelijk wouden maken en geen muur bouwen van steen.
De ene broer zei dat hij verlangt naar een heerlijke wereld van harmonie en gelijke kansen voor iedereen.
Hij schreeuwde van het lachen en riep: ik bedoel het niet gemeen.
Rijhuizen, gratis onderwijs, godsdienstvrijheid, wat een droom!
Een vrijheid tot in de eeuwigheid, zonder spanning of schroom.
Voel je de ademende zuurstof je longen bereiken?
Wat is het zalig om de zeldzame schoonheid van de samenleving aan te moeten kijken.
Toen werden ze wakker in een overrompeld samenspel van schijnheiligheid en doodsangst.
Ze namen de confrontatie met de schaduwzijden van hun ideaalwereld in ontvangst.
Een rijk waar de koning zowel de schoenen van de paus beloopt.
Een doel als hervorming en uitbuiting en waar ieder zijn dagelijks voedsel verkoopt.
De toeschouwers blijken al snel iets door te hebben en roepen: dat is toch geen spel!
Waarna ze beseffen dat er geen ontsnappen is aan de brandende hel.
Hij wou verandering en verbetering, de mogelijkheid om de maatschappij bruikbaar te maken.
Maar de Kerk die de samenleving domineert moest wel onmiddellijk braken.
Stappend naar de scène sprak de ene broeder de menigte toe.
“Ik weet niet wat jullie denken, maar ik ben moe.
Moe van de onenigheden en individuen die uitgesloten worden.
Geen godsdienst-gedachtevrijheid op de uithangborden.
Rituelen, heilige plaatsen, inspirerende personen worden misdadig opgenomen.
Onpartijdigheid, welzijn, herverdeling van rijkdom, dat is waar we van dromen.
Ik wil de passie, de gedrevenheid in het ongekende land.
Ik wil vrijheid en brandende liefde voor elkaar, alsook op afstand.
We verlangen het allemaal, al beweren sommigen van niet, uit schrik.
Ja meneer, ook jij wil dat, standvastige lomperik.
Ik vraag geen afschaffingen of de verplichting om te knielen.
Iedereen voor zichzelf, niet bemoeien met andermans zielen.
Voorbijgangers en getuigen, wij allen willen genoegen en heerlijkheid ervaren in het nergensland.
In plaats van als mieren naar de heersers te kruipen en daarna doodgetrapt worden door de plaatselijke dominant."
Net toen hij nog een woord wou uitspreken, glipte hij naar achter en botste met zijn hoofd tegen een steen.
Een plotselinge dood was voor de koningen en keizers een duidelijk fenomeen.
De laatste zin stond geschreven op het briefje, die lag naast het bedorven steen:
We zijn allemaal aangekomen met verschillende schepen, maar vertrekken zullen we met één.