kannengeluk
waarom schaal ik mensen in verdiepingenalsof die ene bewoner uit de kelder komt
en de andere bij me op zolder meeleeft
steeds er iets tussenin hang ik mezelf
niet meer en niet minder dan, denk ik
in mijn woonkamer leef ik gezellig genoeg
lostrek ik me van kelder- en zolderruim
tot die barones voel ik me er verheven
een beetje als proef ik van kannengeluk
iets bovenaards wel, ik kan het nog zien
in kelder en op zolder stockeer ik verleden
mijn dozen staan er op wacht, mijn ruimte
krijgt wie er rondhangt, erin neuzen mag
een gevaar loop ik niet, dozen zette ik weg
bewust verleden voorbij, niet ik ben het nog
en aanklopt me bewoner uit enige verdieping
dan zwaai ik mijn deur steeds open gezwind
omarm ik met gauwte, maar nooit nog die inhoud
weerhoud ik voor menige bord en gevoelige oren
mensen en verdiepingen, die vergeten me nooit