tot die hamster
zacht en ros gepluimd
des nachts toch
in je eikel bijt
tot die eenhoorn
weer die geit bemint
het zaad toeslaat en DNA
dan lelijk twijfelt
tussen één en twee
daar ligt zowaar een
eeuwigheid dit kind
is veel te koud, Mevrouw
leg het in de avondzon
zodat het voelt
hoe toekomst ondergaat
steek het in een tupperware
wanneer de zondvloed komt
en men het land vergeet
waar tijd geboren is
staat nu een scheve beuk
met droge stem
hij spreekt nog wel
tegen de pijn die knaagt
de hamster weet waarom
het is kastanjebloed
dat in de bolster schuilt
terwijl de man zijn kruis betast
alsnog is alles pluis
zo tussen eb en vloed
is het nog stil
hier in het schone bos
het mes is mals
wacht op wat maneschijn
tot straks dat briesje waait
tot er een raaf weer
angsten kraait de hellehond
aan Moeders baby ruikt
want het is week
met mos
begroeid
uit de reeks 'Duivelsverzen'