Die broedlamp. Hij mag uit.
Binnenin leeft alles flink en dapper. Het zijn kuikentjes vol moed.
Daarenboven. Alle chocolade-eitjes in verdwaalde paasklokken. Ze zijn reeds lang gesmolten.
En Ikaros. Hij viel uit de lucht. Kort na vertrek.
Er is niets ergs gebeurd.
Nog zo'n zinnetje dat graag zou willen woekeren en ja. Oh. Zonnegod. Het is best heet.
Vurige vlinders genieten. Het water vreest volledig te verdwijnen en roze varkentjes. Ze dragen buiten bruine jasjes.
Want de zon. Zij moet misleid worden. De drie biggetjes. Zij moeten al geblakerd lijken.
Voel. Dit zand. Het is onbevreesd. Immers. Glas. Het ontstaat glas zo snel nog niet en zwarte piet. Hij woont gewoon in Afrika.
Historische vergissingen. Ze stapelen zich op. Moet de uil zich zorgen maken?
Zolang gin van tonic houdt.
Zolang tonijn zich redden kan en de konijnen elkaar vinden om in holen aan die zachte vacht te voelen.
Alles is plausibel.
Ook dat een lichaam moedig is om te weerstaan aan liefde onder louche lampjes achter wankele façades.
Niet dat ik over malse huizen mijmer wanneer ik het rode licht trotseer en dat groen. Het heeft een rare schijn.
Het droomt misschien van blauwe algen. Zeeën vol met appelen die zich niet laten opslokken door storm of puur azuur.
Zeemeerminnen eten langzaam. Zelden fruit. Zij stammen ook niet af van Eva.
Of toch. Was zij ontrouw? Heeft zij overspel gepleegd met een dolfijn terwijl de zeepaardjes verlegen zwegen?
De onderwaterkoets kwam aangereden. Heeft Eva naar dat adembenemende adamloze eiland gebracht. Waar zij beviel van vele zeemeerminnen. Ook van één Neptunus.
Dat is lang geleden.
Er was eens.
Toen we nog dromen durfden van dingen die eigenlijk niet mochten gebeuren en de waarheid schaduw zocht.
Zij wilde niet verdampen in de hitte van die waanzin.
En ik hoop het echt. Beste kuikenkweker. Hoeder van dit geelgevlekte dons.
Ik probeer het. Dit moet volstaan als toelichting.
De broedlamp. Hij mag uit.
De eieren. Zij voelen dat.
Zij leven mee met al wat zweet.
uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'