Vader en dochter zwemmen samen in de zee. Ik kijk toe vanop het strand, had lachend gezegd dat ik niet ga toegeven dat we als diersoort mislukt zijn omdat in de zee stappen evolutionair gezien een stap terug is. Het is een geleende grap. Voor de eerste keer in wat wel jaren lijkt, kijk ik toe en lukt het me te genieten. Ik heb nog niet gedacht aan alle mogelijke manieren waarop mijn man en mijn meisje kunnen sterven in die onmetelijke zee. Dat is -mij kennende- evolutionair dan weer een enorme stap voorwaarts. Spijtig alleen dat ik daar een pilletje voor nodig heb. Kunstmatige serotonine. En toch zal het me worst wezen. Ze spelen, ze genieten, ze leven en in mijn nabije toekomst gaan ze niet dood. Voor het eerst. De voorbije jaren hebben mijn hoofd zwaarder beschadigd dan ik lang heb durven toegeven. Sterk zijn is het hoogste goed. Je lijden dragen zonder het te erkennen. Vandaag zie ik wat een lijden het wel geweest is, het steekt af tegen de zonnigheid en de uitgelatenheid van dit zomerse strand. Het leven is niet mals geweest voor mijn gezin. Het is wat het is. Morgen zal ik weer een pilletje nemen, zolang als dat nodig zal zijn. En misschien zal ik morgen weer een dag kunnen afstrepen dat ik niet aan de dood dacht. Ik hoop het echt. Nu is immers het leven. Ik kijk en ik geniet van hoe mijn man en dochter dat in dit moment doen: voluit leven.
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.