Kunstuur

24 sep 2026 · 132 keer gelezen · 0 keer geliket

Ze keek naar het visgraatmotief dat in het parket verweven zat. Ze volgde het patroon en liet zich naar de zware deur leiden. Ze sloot haar ogen, liet de geluiden van de ruimte over zich heen spoelen. Zo drong hij langzaam bij haar binnen. Zijn voetstappen klonken gedecideerd, zelfs lichtjes gejaagd. Opwinding echode in zijn kielzog door de gang. Met een trage zwaai opende ze de deur. Zoals altijd verwelkomde ze haar vaste bezoeker met de warmte die ze voor hem had opgespaard. Ze gloeide als een laatste zomerdag in de herfst, waarop elke kleur nog één keer in haar warmste tint te zien was. 

Het warme eikenhout van het parket vormde een vreemdsoortige harmonie met de bijna klinische witte muren van de kunstgalerij. De werken varieerden in grootte en kleur. Ze zorgden zo voor een fragiel evenwicht in de kamer. Doorheen de ruimte klonk enkel hun ademhaling. Ze hoorde het zachte schuiven van zijn kleding wanneer hij zich iets naar voren boog om een kus op haar wang te drukken. Hij was klaar om de rondleiding voort te zetten. Haar hakken tikten speels op het houten parket. Ze leidde hem steeds verder naar binnen. 

Ze liepen voorbij de werken die ze in de weken ervoor hadden besproken. Haar uitleg volgde een vast stramien. Telkens begon ze met een naam. De nacht waarin het was ontstaan. Sommige schetsen toonden een lichaam dat ze zich na jaren nog precies herinnerde. Ze streek met haar vingertoppen over littekens, kleine onvolmaaktheden die haar intens aantrokken en een liefdevolle genegenheid in haar opriepen. De kleine imperfecties maakten haar alleen maar vastberadener in haar toewijding. Het was haar gave, had ze gezegd. Om de weeffouten van het lichaam met tedere vingers te beroeren, tot ze even verdwenen. 

Terwijl haar woorden klonken keek hij gebiologeerd naar de andere mannen. Haar stem zakte soms, alsof wat ze hem toonde niet gemaakt was voor het daglicht. Ze vertelde over mannen die ze nooit echt had kunnen vatten, en daarom zo lang had begeerd. Ze vertelde, en ze kreeg het onbestemde gevoel dat haar herinneringen niet langer alleen van haar waren. Naarmate het ritme van hun voetstappen samenviel, viel ook zijn schroom weg. Wanneer hij wegkeek en hun blikken daarna elkaar terugvonden raakten ze elkaar nog dieper aan. Op die momenten werd de ruimte kleiner, werd ze zich bewust van haar handen en de warmte in haar gezicht. 

Ze gingen verder, ze weidde uit over het zoete gevaar van haar geheimen, over de opwinding die kon ontluiken wanneer iets niet mocht bestaan. Zonder franjes gaf ze toelichting bij de werken die haar sensuele drift verbeeldden. Over beproefde technieken en gewaagde experimenten. Hij luisterde zonder enig ongemak, alsof het donkerste werk een ereplaats verdiende in haar collectie. 

Telkens wanneer ze iets nieuws onthulde, trok er een lichte spanning door haar lichaam. Dan rechtte ze haar rug, sloeg ze haar blik naar beneden en pas toen de laatste klank van haar woorden verdween keek ze hem recht in de ogen. Soms wist ze niet meer wat haar het meest blootgaf: het verhaal dat ze vertelde, of de manier waarop ze hem aankeek terwijl ze het vertelde.

Ze naderden de deur van haar atelier. Begeleid door etherische stemmen dreven ze naar dat kloppende hart van haar privégalerij. Monteverdi. Madrigali guerrieri e amorosi. Altri cante d’Amor. Laat de anderen maar over de liefde zingen. Liefde en oorlog. Ze stapte binnen, hij volgde. 

In het midden stond een doek waarop de eerste lijnen uitgetekend lagen. Haar mond, haar lippen met hun zachte welvingen. Vingers die reikten naar haar albasten lichaam. Ze liet haar hand in de zijne glijden. Op de tast las ze zijn littekens. Zijn hand trilde, ze had hem nog nooit zo aangeraakt. Ze registreerde zijn angsten, zijn pijn. Ze ontleedde zijn drift en dissecteerde de weg naar zijn ultieme genot. Ze liet zijn hand los, liep naar het doek en bleef even staan. Plots draaide ze zich om. ‘Deze keer kan ik het niet alleen’, fluisterde ze. Ze nam het stuk houtskool en gaf het aan hem. Hij antwoordde met een aarzelende blik. 

Hij stapte naar voren. Een dunne, onzekere lijn verscheen. Ze observeerde de beweging van zijn hand. Er was iets onherroepelijks aan zijn eerste spoor. Hij viel stil. Ze kwam naast hem staan, hun schouders raakten elkaar bijna. Ze rook de warmte van zijn huid, en hoorde hoe zijn adem stokte toen ze haar hand over de zijne legde. Ze leidde zijn vingers een fractie verder. Toen ze zich terugtrok, bleef hij staan. Hij zocht haar blik. De lijnen waren vers en toonden de plek waar hun handen elkaar hadden geraakt. Geen van beiden bewoog. Het laatste licht gleed langs de witte muren. In de schemering die volgde, bleef het doek op hen wachten.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

24 sep 2026 · 132 keer gelezen · 0 keer geliket