Willen we niet allemaal dat ons kind mee is dan?
Geen ouder die het zich nog niet heeft afgevraagd. Zo ook deze mama.
Haar vraag dient dan wel als bevestiging, ik ga alsnog voor een antwoord.
Mee met wie of wat?
Hoewel klein als woord, schept mee grote verwachtingen. Getuige de vele woorden die het gretig annexeren.
Meetellen. Meedoen. Mee-ster zijn.
We staan er niet alleen voor.
Mee is nooit alleen.
Het lijkt zelfs de weg te wijzen.
Mee met de stroom?
Alwaar de dode vissen drijven?
Mee met de zalm?
Die zelf zijn koers bepaalt?
Geen stroomversnelling schuwt?
Tegen het water in, zoet én zout?
Mee gebeurt niet vanzelf.
En vraagt dus arbeid. Het voegt zich dan ook graag vóór werkwoorden.
Het is moeilijk zwemmen zonder nat te worden. Ik besluit ervoor te gaan. En schrap vlees van het menu.
Voortaan kies ik vis. Enkel de roze. Ik beken kleur.
Mee met de tegenstroom.
