We liepen samen naar huis.
Hoeveel keer?
Ontelbaar.
Wij, twee handen op één buik.
Verbonden door een veelzeggende stilte.
Wij, twee kinderen schipperend over de golven van adolescentie.
Zoveel keer ontelbare momenten misschien.
Wij, uitgegomd door de koers van het leven.
Samen wachtend op een nieuwe misschien.