Ik hoorde twee meisjes praten, zo mooi, zo vloeiend, zo klankvol en beeldrijk, dat ik het gesprek wel kon volgen maar tevens besefte het zelf nooit op die manier gezegd te krijgen. Ze spraken hun moedertaal, Engels.
Niet het Engels van de Europese vergadering waar in elke tussenkomst een deeltje verloren gaat omdat de spreker het juiste woord niet vindt, dan wel omdat het woord niet op de bedoelde manier aankomt bij de toehoorder die een heel ander taalregister bedient. Niet het Engels waarvan je na een dag vergaderen enkel flarden overhoudt. Ook niet het Engels dat een jonge generatie onder elkaar lijkt te spreken om de deugd in het midden te laten: geen Nederlands, maar ook geen Frans.
Dit was een gesprek dat enkel in de originele versie zo mooi gevoerd kon worden, en het was prachtig. Streuvels zou er misschien van gaan weiogen, wat betekent: de tranen in de ogen krijgen. Niet te verwarren met pierogen, wat loeren uit halfgesloten ogen is.
