Onder de boom, met een sigaretje

MCH
11 mrt. 2022 · 25 keer gelezen · 2 keer geliket

Ernst van Dealemaete, schrijver van "Lady Lovelove’s Poolboy" en vele andere succesvolle romantische pockets, spreidde een zeiltje over een steen. Midden op de heide, onder een dikke eik, de enige boom in de omtrek, pauzeerde hij. De thuis gedraaide sigaret stak hij rustig aan. Hij plaatste zijn achterste op het zeiltje en leunde tegen de stam. Door zijn oogharen zag hij de lichtpaarse gloed van duizenden bloemetjes.
   ‘En ja hoor,’ klonk een slank geluidje. ‘Daar hebben we d’r weer een.’ Ernst keek rond. In een automatisch gebaar pakte hij zijn leesbril uit het borstzakje van zijn overhemd. Een klein groen vlaggetje wapperde naast zijn voeten. Hij draaide voorzichtig op zijn knieën en drukte zijn neus zo dicht mogelijk bij het vlaggetje. De leesbril vergrootte het vlaggetje tot een muts. En die muts wiebelde op het hoofd van een knokige kabouter. De kabouter trok aan zijn pijp, nam deze uit zijn mond en prikte in de neus van Ernst.
   ‘Met wie heb ik de eer?’ vroeg Ernst.
   ‘Slabelaar,’ zei de kabouter. ‘Kleuntje Slabelaar.’ Hij snoof de sigarettengeur op. ‘Lijkt wel geroosterde rabarber.’ Hij maakte een duwend gebaar in de lucht. ‘Kan je effe naar achteren? Je staat in mijn Aura.’
   ‘Sorry.’ Ernst duwde zich omhoog. ‘Ik ben Ernst.’
   ‘Je bent ernstig?’ vroeg Kleuntje. ‘Wat scheelt eraan jong?’
   ‘Ik héét Ernst.’
   De kabouter schokte van het lachen. ‘Jullie langnekken hebben maffe namen.’ Hij wees op de eik. ‘Trek in een bakkie flabbers? Vers gezet.’
   Tussen de boomwortels, oplopend tot ongeveer een centimeter of vijftien boven de grond, was een uitsparing. De gladde en felrode rand stak scherp af tegen de ribbelige en grijzig-mossige stam.
   Ernst bukte tot bij de uitsparing en mat met zijn blik of hij zou passen. Zachte muziek zweefde naar buiten: gitaar? pizzicato viool? harp? Duidelijk was het niet, het klonk prachtig.
   ‘Dat wordt krap,’ zei Ernst. 
   Hij was verbaasd. Niet over de kabouter of de klanken uit de boom. Dat was het juist. Hij was verbaasd dat hij daar niet verbaasd over was. Die dubbele-loop gedachte maakte hem duizelig. Of de duizeligheid kwam doordat hij voorovergebogen stond, dat kon ook.
   ‘Wacht even,’ zei de kabouter, hij duwde zich langs de dikke neus van Ernst en verdween in de stam. ‘Kom maar!’ klonk het gedempt.
   Ernst stak zijn hoofd tot aan zijn nek naar binnen. Kleine handjes pakten zijn oren en een soort haak prikte aan de binnenkant van zijn neusgaten.
   ‘Kwa, vloe, bisch!’ riep Kleuntje.
   Ernst werd aan oren en neus de eik ingetrokken en botste tegen een zachte wand. Hij richtte zich op. Ernst zat in een schemerdonkere zaal verlicht door honderden kaarsen. Trommels en fluiten vulden de muziek aan. Het swingde als een tiet. De zachte wand bleek een hangend tapijt met daarop dansende kabouters rond een kampvuur. De zaal was groter dan de boomomtrek. Ook dit verbaasde Ernst niet, wat hem weer verbaasde. Het duizelde. Op meerdere plekken hingen tapijten met kleurige afbeeldingen.
   ‘Mooi?’ vroeg een dun stemmetje. Ernst zag een kaboutervrouwtje met een platte rode muts. ‘In de winter knopen we tapijten, als je er een wilt hebben geef je een gil.’ Ze wenkte en Ernst kroop achter haar aan. ‘Ik ben Maasch, aangenaam kennis te maken. Kleuntje heeft je flabbers beloofd, hoor ik.’
   ‘Lekker,’ zei Ernst die geen idee had wat flabbers zou kunnen zijn, hij had vertrouwen in zijn nieuwe vrienden.
   Maasch riep naar een groepje kabouters: ‘Hebben we een bokkel?’ Ze wees op Ernst. ‘Die langnek wil flabbers, een normaal formaat nups lijkt te klein.’
   Een lachend gepiep steeg op. Twee kabouters keerden een bak, iets kleiner dan de hand van Ernst, een lucht van wasmiddel en stijfsel steeg op uit het dampende wegstromende water. Met een doek poetste een dik kaboutertje met een blauwe jurk de binnenkant van de bak tot deze glom. ‘Flam!’ riep Maasch. ‘Hebben we voldoende?’
   ‘Meer dan genoeg,’ zei het dikke kaboutertje. Ze stak haar duim op en een lange rij kabouters liep langs Ernst naar de bak. De kabouters hadden in elke hand een kan met dampende vloeistof. Deze kannen waren niet groter dan een vingerhoed maar voor de kabouters was het flink sjouwen geblazen. Ernst rook munt, kamille, lavendel en chocolade. Dit aroma kwam niet gemixt bij Ernst binnen, het leek alsof de afzonderlijke geuren als in een carrousel een-voor-een zijn neus bereikten, ronddolden en weer wegzweefden om plaats te maken voor de volgende.
   De bak vulde zich tot de helft en Flam hief haar armen zei: ‘Genoeg, anders hebben we zelf niets.’ Ze wenkte Ernst. ‘Kijk uit met je lompe klauwen, je voorganger beukte dat ding omver.’
   Hij pakte met duim en wijsvinger de bak (beter gezegd het bakje) en nipte aan de drank. Het smaakte zoals het rook en groenblauwe kleuren draaiden om hem heen, even zweefde hij boven een lagune in de tropen. Hij smakte zijn lippen en zei: ‘Wow.’
   ‘“Wow”, zegt ie,’ Flam keek vriendelijk lachend rond. ‘Horen jullie dat? “Wow”.’
   ‘Ik heb het gehoord, Flam,’ zei Kleuntje. ‘Je hebt jezelf overtroffen.’
   Van alle kanten renden kabouters naar Ernst. Hun wapperende mutsen maakte van de ruimte een veelkleurig golvend mozaïek. Ze stopten Ernst vettige grijze brokjes toe. Een handvol van het spul kneedde Ernst tot een bolletje en nam een hap. ‘Wow,’ zei hij weer en hij likte het laatste restje vocht uit de bak. ‘Wow.’
   Kleuntje keek trots naar zijn grote kameraad. ‘Blijf lekker zitten, Ernst,’ zei hij.
   ‘Is hij verdrietig?’ vroeg Miesch.
   ‘Zo heet die knul,’ antwoordde Kleuntje.
   ‘Arm jong,’ zei Miesch. Ze klopte moederlijk op zijn enkel. ‘Neem het er goed van.’ 

Ernst keek rond, het schemerde. De donkerpaarse heide mixte door witte mist. Tijd om naar huis te gaan. Hij schoot de uitgedoofde sigaret weg en stond op.
   Je had zo van die dagen waarbij alles op zijn plaats viel en van die plaatsen waarbij alles klopte.
   Dit was zo’n dag en dit was zo’n plaats.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

MCH
11 mrt. 2022 · 25 keer gelezen · 2 keer geliket