Was ik een strandvlag,
ik koos geen kleur.
Te wispelturig.
Soms waai ik rood.
Mijn zee ramt,
kolkt koppig,
grijpt je bij de enkel
en smijt je het strand terug op.
Soms word ik geelrood.
Ook vlaggen wapperen S.O.S.
Af en toe wiebelt mijn stroom,
net als mijn humeur.
Gele vlag.
Zwemmen mag,
op eigen risico.
Meestal zwaai ik groen.
Mijn zee een tropisch bad,
een oermoeder die je baart,
klotsend het strand op wiegt.
Geen redders nodig.
Je drijft vanzelf weer boven.
Tot ik de vlag
met het vraagteken hijs:
het kind in mij gevonden,
drijfnat en stralend.
Geen vlag die dat dekt.
