Elke wekker opnieuw, vroeger dan het vroeg van gisteren. Het aansnijden van de dag, met een bot mes.
De ochtend spoort richting de zee. Geen golf gezien. Al droom ik nog zo hard.
De hoogbouw perst me door straten, die ik niet wil bewandelen. De lucht grauwt om zich heen, alle blauw is bewolkt.
Ik heb geen idee. Oostende spoelt aan, verzand in deze dag. Alles voelt aan als aankomende hoofdpijn. De avond rolt me terug naar huis. Achterwaarts het bed in, hopend op een zachtere wekker.
