Woordeloze verwijten zoals
"je bent het Noorden kwijt"
beginnen aan me te trekken,
ja, te rijten
verscheuren me,
terwijl ik de pijn
nog steeds verbijt.
Ik zag je in geen tijden
je was verdwenen
achter de horizon.
Had ik maar geweten
dat jouw liefde zich zo goed
camoufleren kon.
En ik die maar mijn best deed
je hart boven me uit te dragen.
Een spandoek of een pamflet,
een aanklacht zonder waarde.
Na een tijd wordt het
oordeel zwaarder
Een mentale kooivechter,
dat ben ik.
Uitgeput en teneergeslagen
gooi ik de handdoek
en beschik.
