Scheurend interieur

3 jun 2024 · 7 keer gelezen · 0 keer geliket

Na de vernieling. Van het zware winteruur. De schijn blonk in zijn ogen.

Alle minnaressen. Door hem nat geworden. Stonden daar met droge blik.

Dat ik echt los moest laten. Men grijpt een vader niet onnodig. Zomaar naar de keel.

Wisten zij veel. Zijn zaad zat nog te sterven tussen al hun tanden. Vals of niet.

Rode wangen sierden toen zijn zieke kop. Ik was niet slim. Liet hem grifweg verderleven.

Beef nog wat. Ellendeling. Ik sprak enkel met kracht en al zijn hoeren keken.

Moeders mag men niet vergeven. Als zij jaren laten slepen. Zielen laten lijden.

Na de vernieling. Van het interieur. Het scheuren van de wanden.

Het hart dat men vaak tekent met die scherpe punt.

Het zoekt een nacht. Die alle manen stopt te slijpen.

Terwijl een kind verwoed probeert. Verleden ruist.

Alsnog. Zij durft. Een zwarte spin. Ligt op mijn lever braaf te slapen.

 

 

uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

3 jun 2024 · 7 keer gelezen · 0 keer geliket