Evy Gruyaert is nogal ne keer een patéke. Vroeger leerde ze ons lopen. Heel Vlaanderen hing hijgend aan haar stem terwijl zij opgewekt meldde dat we nog één minuut moesten volhouden. Ik heb meermaals gedacht dat mijn linkerlong langs mijn neus naar buiten zou komen, maar Evy bleef kalm. Goed bezig. Niet opgeven. Nog dertig seconden.
Daarna leerde ze ons luisteren. Naar ons hoofd, ons lichaam, onze ademhaling en vermoedelijk ook naar organen waarvan we voordien niet wisten dat ze inspraak hadden.
Tegenwoordig analyseert ze op Instagram of we wel genoeg in verbinding staan met onszelf en de wereld. Ik zag het passeren terwijl ik in de zetel koffie zat te drinken, met één oog op mijn gsm en het andere op een boek dat al drie dagen op dezelfde bladzijde lag.
Ik dacht dat ik wat zat te niksen. Bleek dat ik tegelijk aan het vertragen, ontprikkelen, opladen, mindful lezen en qualitytime met mezelf aan het doen was. Ik was niet lui. Ik zat midden in een traject.
Een mens mag tegenwoordig niet meer gewoon moe zijn. Ge zijt overprikkeld. Ge moogt niet in de zetel liggen, ge moet uw zenuwstelsel reguleren. Ge gaat niet met vakantie, ge gaat herbronnen. En als ge na vier dagen terugkomt zonder iets te hebben losgelaten, geheeld of gemanifesteerd, hebt ge uw verlof eigenlijk verkeerd gedaan.
Mijn laatste vakantie bestond uit zetelhangen, vrienden zien, koffiedrinken en boeken lezen. Vroeger heette dat vakantie. Vandaag is dat een holistisch vierdaags programma rond vertraging, verbinding, verstilling en persoonlijk herstel. Had ik één keer op blote voeten in het gras gestaan, dan mocht ik er vermoedelijk ook een factuur voor maken.
Een halve dag in de zetel liggen is decompressie. Een boek lezen is bewust offline gaan. Koffie drinken is een mindful ritueel en een vriendin zien is qualitytime. Als ge ondertussen over andere mensen praat, is het geen roddelen maar samen emoties verwerken. En als ge na de vierde koffie hartkloppingen krijgt, is dat uw lichaam dat eindelijk iets probeert duidelijk te maken.
Ik woon alleen, dus volgens de huidige terminologie baat ik een permanent me-timecentrum uit. Toch ziet het er minder chic uit dan op Instagram. Er staan geen geurkaarsen naast mijn bad. Ik eet soms een sneetje kaas recht uit de verpakking terwijl de koelkastdeur nog openstaat. Dat voelt niet onmiddellijk als selfcare, maar leg diezelfde kaas op een keramieken bord, strooi er twee walnoten naast en noem het intuïtief eten en ge kunt er zestig euro voor vragen.
Me-time was vroeger trouwens gewoon: “Ik wil vanavond niemand zien.” Uw sociale batterij was niet leeg. Ge kondt gewoon geen volk verdragen. Ge hoefde daar geen infographic over te delen. Ge deed de gordijnen dicht, nam uw telefoon niet op en als iemand de volgende dag vroeg waar ge waart, zei ge: “Thuis.” Dat was een volledig antwoord.
Dan hebt ge nog de mentale detox. Ik lees dat hardnekkig als metalen detox en zie dan iemand met een grote magneet alle paperclips, bh-beugels, winkelkarmuntjes en oude gourmetvorken uit mijn hoofd trekken. Maar een mentale detox betekent blijkbaar dat ge even geen nieuws leest en niet op sociale media zit. Daar moet ge dan wel eerst een foto over plaatsen op sociale media. Meestal twee blote voeten aan een zwembad met daaronder: Even helemaal offline. En vervolgens om de drie minuten kijken hoeveel hartjes uw offline zijn al heeft opgebracht.
Mijn favoriete modewoord blijft verbinden. Op mijn werk hoor ik het zo vaak dat ik voortdurend zin krijg om een verlengkabel te halen. Alles moet verbinden. Een voorstelling mag niet gewoon mooi, ontroerend of plezant zijn. Ze moet mensen samenbrengen, bruggen slaan, dialoog creëren, talent laten groeien en de sociale cohesie duurzaam versterken.
Vroeger ging ge bij iemand langs. Die zette koffie. Geen zorgvuldig geselecteerde boon die met de hand gemalen werd tijdens een ademhalingsoefening. Gewone koffie. Uit een machine, zo èèn met een papieren filter en gemalen koffie. Er kwam een doos koekjes op tafel die al drie regeringen had meegemaakt. Ge praatte over de kinderen, uw werk, uw rug en die ene mens die op het rondpunt zijn pinker niet had gebruikt. Iemand zei: “Allez, nog eentje dan”, en schonk voor de vijfde keer bij. Tegen die tijd was de koffie een beetje bitter geworden. Drie uur later ging ge naar huis. Niemand zei bij het afscheid: “Wat fijn dat wij vandaag zo authentiek hebben mogen verbinden.” Ge zei: “We moeten dat meer doen.”
Ook vakantie is intussen een opdracht met eindtermen geworden. We moeten vertragen, opladen, loslaten en dichter bij onszelf komen. Alsof we onszelf ergens onderweg aan een tankstation hebben achtergelaten. Mensen komen vermoeider terug van hun ontspanning dan ze vertrokken zijn. Ze hebben bij zonsopgang yoga gedaan, lokaal brood gebakken, in een bos gebaad, hun dankbaarheid opgeschreven en tijdens een stiltewandeling ruzie gekregen omdat iemand te luid ademde.
Ik heb dat allemaal niet gedaan. Ik heb in de zetel gelegen. Ik heb koffie gedronken. Ik heb vrienden gezien. Ik heb een boek gelezen, ben na zes bladzijden in slaap gevallen en wakker geworden met de hoek ervan in mijn gezicht. Ik heb niets gemanifesteerd, behalve misschien een zak chips. Ik ben niet dichter bij mijn kern gekomen. Mijn kern lag mee onder het fleecedeken en had kruimels tussen haar borsten.
En daarom stel ik voor dat Evy een nieuw programma maakt: Start to Zetel. We beginnen voorzichtig met tien minuten en bouwen in tien weken tijd op naar een volledige namiddag. Met Evy in onze oren.
“Ontspan uw schouders. Negeer de deurbel. Reik rustig naar de chips. Nog negen minuten blijven liggen. Ge doet dat goed.”
Ik schrijf mij onmiddellijk in.

