Niets wordt nog hetzelfde na zijn dood.
Ik zeg het. Ik beken het nu al. Ik heb hem vermoord
Eigenhandig. Zonder koevoet. Één duw volstond.
Toen hij daar liep op die railing, verloor ik niets, geen seconde, enkel iemand bij wie ik soms echt voelde, dit zou een vriend kunnen zijn.
Het wegdek is weer proper. De misdaad bewezen en toch, niets verdwenen uit de gees.
Zou mijn ziel echt ongestraft gebleven zijn?
Moet ik ergens iets voelen? Onderhuids, in de tenen, tussen de wervels van verleden tijd?
Probeer recht te lopen. Het is niet eens een raad aan krabben, wankele paarden op een schaakbord, die het moeten doen met slechts één poot.
uit de reeks 'Ignace Somers'
