Ontkenning is de moeder van elk begin, herkenning nauw verwant met de leugen.
Ik had het aan Ignace beloofd. Alles zou ik verbranden.
Het zou verkolen. Al wat daarvoor bestemd was. Hetgeen niet voorzien was voor de oren, ogen van de Poldergeist.
Gewaden van verdwaalde legionairs. Haiku's van een te flauw kaliber. Het heilig bloed en luttelloosheid. Alles mag naar de verdoemenis.
Na het ontbijt. Dan doe ik voort. Met een papierversnipperaar, een hakseltuig, een ware guillotine.
Voor de leugens. Salami ook. Liefst in dunne plakjes voor een dood behang.
Terwijl liedjes vogels zoeken en een scherpe bek te hoge tonen produceert.
Nadat ik mijn pen heb neergelegd, mijn onschuld schoon beschreven is, zegt hij weer iets.
Een aanslag is verijdeld, beweerde de Inspecteur. Er is veel voorkomen.
Mag ik nu gaan?
Zo klinkt mijn vraag. Aan hem. Aan vijverijs dat met mijn voeten is vergroeid.
uit de reeks 'Ignace Somers'
