Terwijl men dacht dat hij in zijn isoleercel haiku's schreef voor een naive geest, Japanse kerselaars beschreef.
Roze kleuren die de lente preuts bederven.
Wie speelt graag Master Mind op 'goed gevoel'.
Doch, Meneer de Inspecteur, de anderen zijn doorgaans dom.
Zelfs een struisvogel maakt zich snel uit de voeten bij de geur van vreemd verraad.
Ik zei het nog.
Geef hem geen toegang tot het internet, geen telefoon. Hij verspreidt een waan van onschuld om daarna een wrede tijd te wreken.
Om het verleden 'goed te maken' op een manier zo scheef, dat iedereen die Pisa en die toren zag, hem uitlacht om zijn schele ogen.
Ik zag het. Ik ken Ignace.
Ik herinner mij zijn vodkakennis en karikaturen van een mierendrol.
Meneer de Inspecteur, hij vraagt naar mijn laatste notities.
'Zoek de stront in vodkakennis', zou hij zeggen Herman Brusselmans.
Aan de Alleslezer.
Hij is een meester. In platvoerse proza.
Zijn kop komt niet op mijn tv.
Niet die van Herman Brusselmans, noch die struise vogel.
Alles is afgesteld, zoals Ignace dat koos.
De decoder. De langegolfantenne richting Moskou.
De Inspecteur, hij geeft ze terug, mijn notities, staart me in de ogen.
Allicht in een poging om te lezen of Ignace nog ergens in mijn schedel woont.
uit de reeks 'Ignace Somers'
