Tiempo robado

28 feb 2026 · 79 keer gelezen · 2 keer geliket

Mijn jongste vruchtje woont in Madrid.

Als hij voor een paar dagen in het land is, verschuift alles hier een beetje. Agenda’s worden herschikt. Vrienden sturen berichten. Zijn lief wil hem zien. Zijn oma wil hem voeden.

En dat is goed. Dat is hoe het hoort. Ik vind het oprecht mooi dat zoveel mensen een stukje van hem willen. Dat hij bemind wordt. Dat hij gewild is. Dat hij ergens thuishoort waar ik niet bij ben.

Hij speelt rugby in Madrid. Dat was geen plan. Dat is gewoon gebeurd. Zoals volwassen worden ook gewoon gebeurt. En dus plan ik geen strijd. Ik plan tijd.

“Zeg, sauna?” Zo achteloos mogelijk. Dat is ons ding. Al sinds hij klein was. Eerst privé. Later openbaar. Gelijk de echte. Met vreemde lichamen en houten banken en stilte.

We hebben zo onze ritueeltjes.

We voorspellen de oneliners van het personeel nog voor ze uitgesproken zijn.

Aan de inkom:
“Hebben jullie alles mee?” Wij kijken elkaar aan. Wat is alles? Het is een naaktsauna. Daarna: “Eerst even het bandje scannen.” En bij het buitengaan — altijd met datzelfde floeren stemmetje: “En hebben jullie ervan genoten?”  Genoten? Zover zijn we nog niet.

Binnen hebben we codes: Als hij zacht met zijn voet tegen de mijne tikt: observatie. Als hij “interessant publiek” fluistert: relatie in herstructurering. Als hij plots Spaans begint te spreken — “Madre mía…” — dan weten we: te luid gekwetter, verplaatsen.

In de jacuzzi legt een jonge moeder uit dat Winter al zonder zijwieltjes fietst. “Gewoon losgelaten,” zegt ze.

Losgelaten. Ik kijk naar hem.
Madrid. Rugby. Schouders die breder zijn dan mijn armen ooit konden omvatten. Ik heb hem ook losgelaten. Niet dramatisch. Niet met een speech. Gewoon beetje bij beetje. Eerst zijwieltjes. Dan alleen naar school. Dan naar een andere stad. Dan naar een ander land.

In de sauna zit een koppel dat hun relatie probeert te repareren. Hij zegt: “We moeten beter communiceren.” Zij knikt. Hun knieën raken elkaar niet. Zijn voet tikt tegen de mijne. Wij begrijpen het zonder woorden.

Een man loopt voorbij met “Gunther” geborduurd op zijn badjas.
Ik fluister: “Als ik ooit mijn naam op textiel laat zetten, mag je mij discreet uit het leven begeleiden.” Hij grinnikt. Wij zijn heerlijk spottend samen.

Tijdens de opgieting: “Adem diep in.” Eucalyptus. Steranijs. Hitte die binnenkomt als een herinnering. Hij leunt achterover. Grote handen. Rugby-lijf. Een man.

En toch zie ik het kind dat ooit tegen mij opklom alsof ik een boom was. Dat in mijn buik woonde. Dat dacht dat ik alles wist.

Aan de balie, vier uur later:
“En hebben jullie ervan genoten?” En dan volgt de opsomming. Cheesecake. Tapas. Drankjes. Altijd dat kleine biechtmoment.

Ik glimlach. We hebben niet gewoon genoten. We hebben tijd gepakt, een beetje gestolen. 

Niemand is van iemand.

Niet kinderen.
Niet liefdes.
Niet moeders.

We krijgen elkaar in bruikleen.

En vandaag, tussen eucalyptus en Spaans gefluister, zat hij naast mij.

Niet van mij. Maar even bij mij. Zo een gestolen moment. En dat is meer dan genoeg

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

28 feb 2026 · 79 keer gelezen · 2 keer geliket