het is die
oliebollenkop
die kleuterhaan
met maïskrop
het is dat
beest met kale kam
die konthaarstroper
straks op vette dinsdag
dan pak ik hem
ik sleur hem door ijle lucht
ik vlecht een vuurkorf
met zijn blauwe pezen
houd hem nu goed vast
die eikelmuil
zeul hem mee
zet hem op zijn plaats
ja op die scheve troon
voor holle geesten
ik brand een teken
heilig kruis
hier op zijn roze eikel
steek hem nu maar in dat
vlaamse leeuwenhol
die katjes zijn zo mak
als crème brûlée en
gisteren was het
ik zoog de koetjes lekker leeg
danken wil ik eerst
dat geil boerinnetje
ze karnde schone boter
ik leg het gele spul
straks op de schedel van die sul
ik smeer het open
met een linke hand
ik zal zijn kaken daarna plooien
mul en hooi diep in zijn
tronie persen
mooi zo
koning leopold
flauwe schrik
van alle lome vogels
terwijl je daar nu zit
twee walvistranen bloedt
peuter ik het snot nog uit mijn neus
ik adem door een kogelvrije long
zing een liedje over geuzen
daag de wespen uit
het steekspel wil ik
graag verliezen
azen ga ik op een adder
die zich daarna in uw
aarsgat boort
de republiek begot
die kwam er niet
het volk is dom en dwaas
het wroet veel liever voort
in modderland
het kan zich niet verweren
door een spraakgebrek
dat in hun luizen leeft
ach gij kroonkonijn
met keutelkop
slurp nog wat
aan oude wijn
ik wacht intussen wel
op boudewijn
nog zo'n idioot
die zich
wijzer waant
dan land en volk
ons samen met zijn spaanse
kloosternon de les wil spellen
over leven
over dood
Roeland Wittebolle schreef een ode aan Jean-Pierre Van Rossem en zijn woorden vinden een plek in de reeks 'Hormonoloog'
