Ze lachen en lopen weg van het schuim
Daar, een ster in het natte zand
minuscule circulaire bewegingen
Op weg naar het begin van iets
Lay your ear to the rail probeert ze
‘Notre petit jeu de bingo, deux euro’ is wat ik hoor
Een kleine jongen was bijna zijn prijs vergeten
Zij vinden mij. En bestellen wat niet mag van mama.
Dagen die ruiken naar grootkeuken en chloor.
Ze wrijft haar rode ogen uit en doet een vuurtoren na.
Onder water vinden we elkaar.
De sauna is enkel voor de witte bandjes, meneer.
Op weg naar huis kom ik de zomer tegen
in mensen aan een plotse ijskar
een verdwaalde wesp
jouw ogen.
