Nu er zo veel doden zijn. Onder de strijders. Onder de voorruitvliegen.
Ook onder de zoden en onder de bomen liggen noten stil te drogen.
Het komt door die vlammenzee. Door die golven. Door die wolven.
Water en vuur. Alles en iedereen. Het komt terug.
Christus als een brandweerman. De oerknal wordt een vuurwerkfeest.
Heb geen angst. Vecht voort. Loop over dit koord. Vermijd de val.
Wacht er iets gespannen. Op geluk en beterschap.
Verzamelde gevallen. Getallen die zich niet gewonnen geven.
Het lot. Onvermijdelijke zonsopgang en lottoballetjes. Ze stuiteren verblind.
En dit alles. Terwijl hij daar zit. Het is een kikker met een roze parasol.
Twijfel op een zwembadrand. Larven of toch maar magere muggen.
Straks. Dan komt die bange vlucht. Wees jezelf. Wees geduldig.
Weet alvast dat vele satellieten observeren.
In het rapport aan de systemen staat de boel beschreven.
Echt. Er zijn geen zwarte vlekken meer en vlinders van de onschuld wachten zelden op de eerste sneeuw.
Leef nu. Word blij. Kruip niet diep. Volg de mol niet langer. Staar niet in de blik van regenwormen
Gelukkig wordt het alziend oog nu dichtgeknepen.
Tranen worden schoon bewaard. Tot die rooklucht is verdreven.
De einder plooit gerust. Het ochtendgloren en het licht. Zij keren altijd weder.
Die strijders evenzeer en achter die heuvelrug broedt de phoenix op een koppig ei.
Het geel. Het groen. Het beukenland. De kikvors op een modderpad.
Het komt terug. Gelijk een hik die zich herhaalt omdat het kriebelt in de keel van elke toekomst.
En. Er was eens. Dit sprookje. Die veel te korte zonsverduistering.
Hij wrijft zich in de stoppels. Het is de baard van onze milde brandweerman.
Ja. Het gaat weer zo verduiveld snel.
Van levend naar de dood. Van geboorte tot opnieuw kreupele hoop.
Er was eens. Een voorruitvliegje. Een snelweg door die vlammenzee. Een noodopvang voor wandelende takken.
Er was die kans om te verdwalen in dat bos met wolven die het huilen zouden leren van de maan.
Zij joegen niet meer op dat mensenkind met dolle sproeten. Het mochten daar drijven in die rubberband.
Straks begint die barbecue. Proef die kikkerbillen. Koteletten van een edel schaap.
Schelpen zijn er vol met parels voor een vrouwenhals.
Schenk maar in. Tot slot.
Twee vingers schuim. Die Mort Dubite.
Nu die rooklucht is verdwenen.
Komt dan toch die sneeuw.
Zullen vlinders zich verwarmen.
Aan de adem van vervlogen tijd.
uit de reeks 'Waanhoop'