Een dag, die lang voorspelt was. Die al vast lag in de zon van gisteren. Lastig, zacht schommelend op de grijze uren.
Tijdloos eb, vloed van seconden. De blik rommelde, had honger en nam alles tot zich wat het niet mocht.
In de laatste oogopslag van het licht verliet de dag zichzelf al. De achtergebleven trots is half en moe. Niet verrassend.
