De geestesgekwelde kwam achteraf tot de vaststelling dat hij nergens van bevrijd was.
Rust werd hem niet gegund. Integendeel. Het was ginds een drukte van je welste, bovendien best eentonig.
Hij was niet verlost. Hij was zichzelf gebleven maar bevond zich thans in een omgeving die hem nog meer beklemde dan gelijk welke parochiezaal waar om worsten wordt gekaart.
U moogt kiezen waar hij terecht kwam na zijn wanhoopsdaad. Of hij al dan niet nog te biecht ging voor zijn heengaan, laten we schoon in het midden.
Inzicht in de foute levenswijze zou een verschil maken. Veel wordt beweerd. Veel wordt geëerd.
Dit personage was daar niet mee bezig. Vroom gedoe is voor hen die het beter weten. Zij drinken witte thee.
Evenmin ondernam hij bewuste rovers- tochten, niet op verzamelobjecten, niet op onschuld. Aan wanpraktijken heeft hij zich nooit schuldig gemaakt.
Toch liep alles verkeerd. Achteraf evenzeer. Geloof mij. Het is onaangenaam zoals men dat voorstelt.
Uw geest zou U immers overal blijven achtervolgen. Tot in het oneindige. Ook ginds waar een lichaam U ontbreekt.
Hij was daar niet op voorbereid, had geen uitleg klaar voor allen, geen pillen meer die kwellingen wat milderen.
Daar is alles puur en onversneden. Men baadt er in een fel hemels licht of in hitte die je geest ferm zweten doet maar net niet vernietigt.
Denk daarom twee keer na, U gekwelde.
Blijf. Blijf hier. Blijf bij mij. Ik kan ertegen. Ik heb drank genoeg, ook een bijl om geluiden weg te hakken, een doek uit blind katoen.
Ik heb bovendien een wilde tuin met netels die verkeerd gevoel in vingertoppen doen verdwijnen.
Hier groeit bitter loof dat snel, onmiddellijk je tong herkent. Er staan zelfs bloemen die waanzinnig heerlijk ruiken.
uit de reeks 'Waanhoop'