Ik verlaat het dorp en de oude bomen
alsof ik hier ooit aarde
ontwortelend ontaarde
Ik beslis te vluchten
van oude bomen en mensen
van oude geel rosse dennen
bezet met de letterzetter
aan de rechterbeukvan de kerk
buren met hun ruwe lang duwende schaduw
En uit de kerk de weduwe
duw weduwe duw
trek met een wandelrek
een schuivend spoor
door een dood paradijs
door het rosse naalden tapijt
naalden in haar herinnering
morfine
de stank van stervend rot
de naalden scherp
zoals graafmachines het vast gekalkt dorp krijsend ontharden
het dorp vol dode dennen
bezet met binnenvetters
bezet met wiezende varkensboeren
in nostalgische weemoed
over de stank van javel
en stortbeton
van toen het hier nog proper was
en dat kind de rotpoot had
dat dorp verlaat ik
dat uitgehold verlaten dorp
onder loodmenie
oranje geel zinder licht
dat de luwe schaduw
van twee stelen taxus zucht
stukjes fossiel van de oudste wezens
in een container voor de kerk
proper afgedankt en opgeruimd
voor minder donker
voor het nieuw inclusief parochiehuis
Ik ben de geest van de man
misschien was ik meer een boom
Ik kan hier niet aarden
met snelkutfiets of wandel rek
voor mijn ontkalkte vrouw
In de schaduw van de kerk rimpelen affiches op eco dennenhout
dat jong politiek boerengeslacht
dat veganistisch glimlacht
voor bomenslacht en aanplant van siergras en onvruchtbare laagstam perelaars
voor het oranje geel zinder licht
nu wordt het proper
nu kunnen we wiezen
nu zijn de bomen ontschorst ontzield en geveld
nu onze wandel rekken
nu slapen zonder te herkennen
Nu kunnen we slapen zonder te herdenken.
Het wordt licht.
(Ik verhuis naar Holland;)