Wij, die gezien willen worden, worden dan uiteindelijk ook gezien,
maar het is in de nasleep, de nauwe randzone erbuiten dat het schouwspel zich afspeelt.
We moesten zeggenschap nemen over het keren van het tij en
het is in die verstandhouding dat we dan ook reageren.
Er is niets veranderd.
Het werd zichtbaar.
Het werd zichtbaar dat er niets veranderde.
En zo ben je aanbeland bij het weerzien van een oude kameraad die net als jou, nog loopt te ijsberen in niemandsland.
Wij hebben wat vreugde is.
Wij hebben wat voortkomt uit vreugde.
Maar wij hebben weinig aanleiding om aanstalten te maken.
Maar er gebeurt te weinig in die toestand.
Wij, pijn, zien onszelf niet al te graag.
Liever, slepen we verder onszelf de tijd in en ook altijd weer uit.
Hier is de tijd blijven stilstaan en vernielen we ruimte.
Het is simpel: zij die willen blijven zijn, blijven zijn.
Zij die willen kunnen ontsnappen, zijn niet lang meer, en net dat is afhankelijkheid.
Wij werden door de toestand verpletterd.
Die verplettering levert ons gelukkig ook wat op:
meer toestand.
Na x aantal jaar ben je 'volwassen' en wordt er geopperd dat wij niet gezien werden,
maar niets is minder waar:
wij die gezien wilden worden, werden dan ook gezien.
In het oog van de toeschouwer is alles heerlijk melancholisch.
Voor ons is het verpletterende besef dat we ouder worden een egoboost.
Wanneer speelt de overgang zich af?
Van jong naar oud, van slecht naar op z'n minst beter.
Van afscheid tot weerzien.
Toen we elkaar tegen het lijf liepen, versnelde de tijd en werd de ruimte ertussen zichtbaar.
Was dat geluk hebben.
We werden gezien en dat was al waar het hem om te doen was.
Tussen ochtendgloren en avondval heb je tijd.
Tussen ruimte en persoon heb je tijd.
Tussen mij en jou zat er veel tijd, zichzelf in slaap te wiegen,
en wie had gedacht dat ik je zou treffen op de slechtst mogelijke moment?
Wij zagen elkaar, deden niet meer dan iets optimistisch,
alsof we elkaar daar verwacht hadden.
Dit is de overgang naar het andere tijdperk.
Dit is leven in opperste glorie: afzien.
