"Ik heb geen uiterlijk".
Ik hoor het mezelf stellig zeggen. Mijn tweelingszus lijkt niet verbaasd. Alsof iedereen zonder gezicht door het leven gaat.
"Ik ook niet", besluit ze. "Ook daarin lijken we op elkaar. " Dus we lijken op elkaar maar delen geen uiterlijk.
We zien er namelijk elke dag anders uit. Tenminste, zo lijkt het althans. Het staat allemaal op ons gezicht geschreven. Dat innerlijk van ons.
Open boeken zijn we, of liever gezichten. Geen dag eenzelfde verhaal. En dus telkens een nieuw gezicht.
"Wil jij dan graag een uiterlijk?", vervolg ik, "en zo ja, welk dan precies?"
Ik laat mijn eigen vraag bezinken. Welk innerlijk wil ik graag veruitwendigd zien, in een vaste vorm dan. Zodat die als enige veruiterlijkt wordt.
Kiezen is verliezen. Ik ga voor de hele zooi. Een zacht, stoer, cool, verfijnd, grappig, intelligent en naief uiterlijk.
Mijn zus lijkt tevreden. We delen voortaan een uiterlijk. Ons uiterlijk.
Zoals het een echte tweeling betaamt.
