Dood aan alle oliebollen

12 mrt 2025 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

 

Eerst was ik Napoleon, maar dan met drie armen. Ik was veel sterker dan de rest.

Ik durfde alles. Brak de nek van koppige giraffen, groef een graf voor alle dogma's.

Zelfs in het Huis van alle Doden kon men mij niet kraken en de Witte Nachten wisten het.

Ik was zwart genoeg om een raaf met vrees te slaan wanneer ik door zijn hemel vloog.

Bovendien. Daarnaast. Als ik U een pil mag aanbevelen, dan is het wel die rode.

De blauwe is voor slappe romantiek en klef gekwezel over mistige illusies.

Echt. Dat rood deed goed. Ik vocht met alleman.

De blinde was een makkie en de gelovige, die had zichzelf al half vermoord om van dat lijden mee te proeven.

De goedkope fascisten hebben nooit gezien hoe ik ze sloeg en die salonmarxisten hadden nog nooit moeten plooien voor een held zo lekker eenzaam strijdend.

Toch werd de wereld groter dan mezelf, te smerig voor mijn blik. Ik kreeg een klop van molens die mij vonden.

Ik heb mijn lichaam op een dag verkocht aan een vervelend circus. De illusionist mocht ermee doen al wat hij wilde.

Zelf moest ik verder in mijn epos, vond een kermis met een spookkot, een echt monster mocht ik zijn en ware moorden plannen.

Dat hoort een j, bij mij, de vijand van het alledaagse, van de goegemeente met haar plat vertier en vette oliebollen.

 

 

uit de reeks 'Ignace Somers'

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

12 mrt 2025 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket