Lezen

Goeie vriend Het laatste bezoek. 3 a

rene steylaerts I I boudens luc, SERIE Antwerpen kunstenaars 1994-97 *************************************************************** Er was een oplossing. Dacht ik. Mijn geliefde broer bewoonde een huisje midden het platteland. Denk aan grazende koeien. Lappendeken van groeiende en bloeiende velden. Daar konden we naar toe. Dacht ik. Tijdens het nieuwjaarsfeest met mijn geliefde broer was bij mij de mening ontstaan dat mijn geliefde broer zich hield aan nu en dan een joint. Dat was ook het gene mijn goeie vriend een klein beetje rustig hield. Want hij werd wakkerder en wakkerder. We slopen een keer per maand goed bijna onzichtbaar dik ingepakt naar de arts. We verzwegen de cannabis bij de dokter heroïne leek mij het meest dringende op dat moment. Het leek niet alleen te lukken het was realiteit het lukte. De arts zag ook zijn vooruitgang en was reuzen enthousiast toen we haar op de hoogte brachten van ons plan. Onze tocht maar het land van de zacht glooiende groene gras waar koeien de ruimte vullen.Toen we uit het huis van de arts buiten kwamen. Nam ik opeens een schroevendraaier vast liep naar een auto deed alsof ik met de schroevendraaier de deur open brak. Ik opende de deur en gooide zijn deur open en zei "rap instappen." Toen zag ik iets ongelofelijk. Mijn goeie vriend die nog niet twee maand geleden waarschijnlijk bekend stond als de beste auto dief van de lage landen. Weigerde in de auto te stappen. Ik zag voor de eerste keer terug in zijn ogen een vleugeltje angst. Toen lei ik hem uit dat ik de auto had gehuurd en hem ermee wou verrassen. Hij stapte in. Er zijn zo van die momenten die er uit springen want er was niet alleen meer hoop er was ook ver over die hoop de gedachte dat alles goed zou komen dat warme alles verbindende gevoel. We waren al zo ver.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
0 0

Goeie vriend.. Slaapt. 2 a

Graffiti by Matthias Schoenaerts ********************************************************* Des avonds, het was winter, kon mijn goeie vriend naar buiten. Veilig verscholen achter een dikke trui liepen we door de vrieskou des avonds. Er was geen dealer die hem herkende. We waren iedere week op bezoek gegaan naar de vrouwelijke arts. Zo hadden we ontdekt dat we zo zonder problemen door Antwerpen kon treken. Maar het bleef 1 keer per week een maand lang. Hij werd ook wakker. Mijn goeie vriend die in een ander leven misschien een man geweest was met een intensief gelukkig leven. Hij was terug, mijn goeie guitige vriend. Hij was volwassener geworden maar het was de briljante toffe aangename vriend. Er was hoop niet onbelangrijk. We waren al zo ver geraakt. Het was simpel. Een zware heroïneverslaafde is vooral moe. Doordat hij in een beveiligde omgeving. En daar bedoel ik dat ik niet in het leven paste waar hij net afscheid van nam. Zo was hij er zeker van dat hij bij mij niet zou lastig gevallen worden door gasten die hij kende en die hem onherroepelijk de weg van de Heroïne terug zou doen bewandelen. Ik was geen deel van dat leven van hem. Hij wilde er van af. Hij was er in geslaagd door op de eerste plaats ongestoord ergens met een veilig gevoel te slapen. Zonder dat ik hem het 9 tot 5 regime oplegde. Hij sliep een maand lang op de ogenblikken dat hij waker werd at hij wat rekte zich uit en sliep weer een dag verder.Dan was er zijn medicijnen die hem niet alleen van die drang voor heroïne afhielden. Ze zetten hem ook aan tot slapen. Als de drang om achter de heroïne aan te holen wegviel. Dan was de noodzaak eindelijk eens dat lichaam rust te bezorgen groot. Ik liet hem slapen 1 maand lang en iedere week werd hij tijdens onze tocht naar de arts een beetje wakkerder. Iedere week werd hij een beetje meer waker en opeens overviel mij die angst. Daar zaten we twee volwassen mannen in een klein kamertje midden de grootste stad van de lage landen. Omringd door massa's voetgangers waar in verscholen dealers rondliepen.Misschien is de halve stad wel op zoek naar u zei ik wel eens grappend. Hij was verdwenen.Het was niet de angst voor agressie. Het was eerder diezelfde angst van een stamgast van een café die opeens beseft dat hij nooit meer een voet mag zetten on zijn geliefde stamcafé. Want een voet erin betekent onherroepelijk een voet zetten in die sociale groep de café vrienden en zo weer ondergedompeld worden in de roes van de drank.Er was een oplossing.

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
0 0

Mijn goeie vriend. Bij de hulpverlening. heroïne 1 a

poul Cadovius lives with living, design,1950, 60, ********************************************************************* "Het was ijskoud, vlak voor Nieuwjaar, toen ik hem terugzag. Hij zag er vaal uit en zijn huid was grijs, maar hij was vol goede moed. Ik kwam net de De KRAK in de Korte Koepoortstraat uit toen ik hem ontmoette. Ik had wat spulletjes gekocht voor het nieuwjaarsfeestje met mijn broer – een van de beste feestjes die ik in lange tijd had meegemaakt.Toen ik terugkwam in mijn eenkamerwoning, werd er aangebeld. Het was mijn goede vriend; hij vroeg of hij een tijdje kon komen logeren. Dat mocht, op één voorwaarde: geen heroïne. Als hij wilde afkicken, bood ik hem al mijn hulp aan. Hij beloofde het. Maar de dag daarna vertrok hij, om 's avonds weer voor de deur te staan: compleet van de kaart. Ik liet hem staan. Drie dagen lang beantwoordde ik de deurbel niet, terwijl het buiten vroor dat het kraakte. De vierde dag liet ik hem weer binnen. Hij was gebroken en aanvaardde alle hulp.Ik belde een opvangcentrum omdat we beseften dat we dit niet alleen konden. Op dat moment was hij voor honderd procent bereid om te stoppen. Maar ik wist: zodra de drang weer te sterk wordt, ben ik hem kwijt. Bij alle centra werden we echter afgescheept. Een of ander 'genie' in de hulpverlening had besloten dat men pas na veertien dagen recht had op een intakegesprek. Ik vroeg hen wat er zou gebeuren als ik hem bij hen op de stoep zou achterlaten. De hoorn werd erop gegooid. Ik belde dokters en hulpverleners, maar overal kreeg ik hetzelfde antwoord.Ik legde hen mijn dilemma voor. Mijn vriend was niet zomaar weg; hij was de hele buurt aan het bestelen. De GB op de Groenplaats was in die tijd een gewillig slachtoffer; met een eenvoudige schroevendraaier braken ze daar binnen. Ik vroeg de hulpverleners of ze wel besefte wat er zou gebeuren als de nood weer toesloeg. Hij zou binnen een paar uur weer op pad gaan om te stelen en te scoren. 'Laat hem maar stelen,' zeiden sommigen, 'over veertien dagen is hij welkom voor een gesprek.'Ten slotte belde ik de BRT voor het programma Panorama. Zij hadden net een reportage uitgezonden over een wanhopige moeder die nergens hulp vond voor haar dochter. De mensen van de BRT vertelden me dat die vrouw nog steeds nergens terecht kon, maar ze wisten wel een vrouwelijke arts die bereid was te helpen.Ik nam contact op met deze arts. Omdat zij de ernst van de situatie begreep, regelde ze direct een consultatie. Vlak voordat de apotheken sloten, schreef ze een middel voor om de hunkering naar heroïne te temperen. Het werkte. Die avond viel hij in slaap. Hij sliep een etmaal rond, at een beetje en viel weer in slaap. Hij was volkomen uitgeput.Iedere week gingen we een uurtje op consultatie. Eindelijk vond hij rust in een voor hem veilige omgeving. Hij heeft nagenoeg een maand geslapen. Na twee maanden werd hij steeds wakkerder. Mijn eenpersoonskamer was een veilig, knus nest, maar in de straatjes eromheen loerden de dealers. Hij kon niet naar buiten, of hij liep het risico een van hen tegen het lijf te lopen."   

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
10 0

In de arena

Thuis in mijn veilige cocon verwerk ik het leven, de oude en nieuwe indrukken die het naliet, en laad ik weer op voor de volgende ronde in de arena. Met de arena bedoel ik iedere ruimte waar ‘anderen’ zijn. Anderen die mogelijk triggers, uitdagingen en oncontroleerbare waanzin op mijn pad gooien. Of anderen met hun verwachtingen, oordelen, conventies en ongeuite maar voelbare energie. Ik kan die ander natuurlijk niet verantwoordelijk stellen voor mijn gevoelens en ervaringen, zo ver ben ik gelukkig al. Het is echter de alchemie van mijn persoonlijke energieveld met dat van een ander waaruit een mix ontstaat die mij ofwel smaakt, voedt, op de maag ligt of doet kotsen. Rustig gecentreerd in mijn eigen authentieke energie zie ik alles klaarder dan ooit. Daar ontstaan de inzichten, levenslessen en de voornemens. In mijn eigen stille veld heerst er een helderheid die mij onthecht van verhalen en materie. Het gebeurt natuurlijk dat ik de verhalen en materie van de arena in mijn cocon meeneem. Dan is er tijd nodig om alles uit te zuiveren. Ik lijk dubbel zoveel tijd nodig te hebben als wat het conventioneel aangenomen werk- en levensritme predikt. Naast de tijd die ervaringen in de arena innemen, heb ik ook minstens dezelfde hoeveelheid tijd nodig om die ervaringen te verwerken, verteren en plaatsen. Daar zijn de agenda’s in deze wereld niet op voorzien. Na een ervaring in de arena, die ook wel het ‘werkveld’ genoemd kan worden, komt er meteen nog één en nog één en nog één. Als ervaringen routineus verlopen, als in voorspelbaar, dan valt er niet zoveel te verwerken, zou je kunnen denken. Dan kan er dag na dag urenlang in de arena vertoefd worden. Ja misschien wel, maar is dat leuk?  Nee Karolien, maar is dit leven gemaakt om leuk te zijn? Het tegendeel laat zich frequent zien. Het hele routineuze en zogezegd comfortabele westerse systeem is er niet voor ons plezier.  Het is er voor ons eigen bestwil, hoor ik het in raamloze kamers galmen. Kamers zonder het uitzicht op ‘iets anders’. Uitzicht op iets alternatiefs? Nee, op iets oorspronkelijk.  Ik heb gemerkt dat veel mensen die zich gevangen voelen in de ratrace getriggerd raken door het idee van een persoonlijk natuurlijk ritme. Omdat zij geen tijd hebben om dieper in te gaan op de authentieke verlangens die in hun persoonlijke centrum liggen, mogen anderen dat ook niet. Iedereen gelijk voor de wet, zeggen ze. Miserie is er om gedeeld te worden, maar mag niet worden aangekeken of benoemd, laat staan aangepakt. Als iemand zegt dat die kiest voor een rustig leven, dan hoor je het briesen in de stallen van de werkpaarden. Welvaart is werken. Comfort is geluk hebben. Tijd is niet altijd vrij. Vrijheid kost geld. Geld is schaars. Het zijn slechts enkele mantra’s die achter de tralies van het systeem weerklinken. Helaas ook overtuigingen die diep geprogrammeerd zitten in vele afgeleide en vermoeide hoofden.   Ik merk dat de tekst zichzelf weer schrijft, zoals wel vaker gebeurt. Ik was eigenlijk niet van plan om het alweer te hebben over dat kromme systeem dat lichtwezens tot slavernij dwingt, maar over het contrast tussen de helderheid en rust in mijn veilige plek en de verwarrende ruis die daarbuiten lijkt te liggen. En hoe uitdagend het is om de inzichten en lessen die in mijn cocon ontstaan ook daadwerkelijk in de arena te belichamen. De arena is het werk- of oefenveld waarin ik mijn opgedane inzichten en levenslessen kan testen in de praktijk. Zo ben ik onder andere scherp gaan inzien dat eerlijkheid een prominente kernwaarde is in mijn leven. Daarnaar leven betekent mijn waarheid, gevoelens en grenzen durven uitspreken. In de cocon klinkt het meestal simpel, maar in de arena lijk ik alles weer vergeten. Wanneer ik mij middenin een praktische uitdaging bevind, je zou het een test of oefening kunnen noemen, dan nemen voorgeprogrammeerde overlevingsmechanismen het al snel over. Had ik me bijvoorbeeld voorgenomen om te spreken, dan betrap ik mezelf in de arena op pleasen en zwijgen. Of als ik voor de zoveelste keer besloten had om mijn grenzen te respecteren, ongeacht wat anderen doen of vinden, dan zie ik mezelf later toch weer een uitzondering maken. De oefeningen in de arena blijven oneindig komen, dus ik heb ook evenveel kansen om het telkens opnieuw te proberen en het dan ‘beter’ te doen. Authentieker en eerlijker. Naarmate ik steeds beter mezelf kan zijn in de arena, des te complexer en slinkser de uitdagingen worden. Soms denk ik een bepaalde wederkerende uitdaging nu wel onder de knie te hebben. Het hoofdstuk omtrent grensoverschrijdende mannen, bijvoorbeeld. Na ettelijke valkuilen meen ik een sterk afgestelde radar te hebben ontwikkeld voor zulke types. Ze kwamen in alle vormen en maten: van transparant en voorspelbaar, tot sluw en vermomd als iemand met inzicht. Maar toch lijkt dat hoofdstuk maar niet afgerond. Keer op keer moet ik constateren dat ik voorgevoelens en intuïtie in de wind heb geslagen en ben ik boos op mezelf dat ik er niet naar heb gehandeld. En waarom niet? Vaak uit angst. Angst om verkeerd te zijn, angst voor oordeel, angst om te kwetsen, angst om af te schrikken, angst om iets te verliezen, enzovoort. Ik word wel steeds geduldiger met mezelf. Het is niet zo dat ik ‘faal’ als ik mijn voornemens en inzichten niet belichaam in cruciale praktische situaties. Als er achteraf in de veilige cocon voldoende aandacht is voor de gevoelens die voortkomen uit de ervaringen in de arena, dan kan dit de inzichten en levenslessen alleen maar bekrachtigen. Dit hele proces van zelfontwikkeling met praktische oefeningen berust op een evenwicht van mentale contemplatie en het bewust doorvoelen van gevoelens. Met dit tweede heb ik het lang moeilijk gehad, wat zich uitte in ziektesymptomen. Dankzij dat ziekteproces werd me duidelijk hoe belangrijk het is om zowel in als buiten de arena te durven voelen. Harde klappen in de arena hadden ervoor gezorgd dat ik het voelen systematisch uitschakelde en verving door overmatig denken en pleasegedrag. Een ziekmakende strategie om te overleven. Natuurlijk wil ik meer dan overleven. Ik wil écht leven. Mezelf niet beperken. Durven authentiek spreken en handelen zonder bang te zijn voor gevolgen. Het besef dat de veilige cocon veel meer is dan mijn knusse thuis dringt steeds dieper door. Het is geen fysieke plek die onderhevig kan zijn aan destructieve krachten, maar het is een ongenaakbaar centrum in mezelf dat ook in de arena toegankelijk is. Dat centrum terugvinden en betreden, te midden van overweldigende of triggerende indrukken, is een procesmatige uitdaging die ik aanga. Ik heb de tijd om de kunst eigen te maken van het gecentreerd blijven, ongeacht welke vertoning er op mijn pad wordt gegooid. En ik weet nu dat dat ‘gecentreerd blijven’ geen neutraal en gevoelloos standpunt is, maar dat het draait om eerlijk voelen en daarmee in het reine zijn.  Het is tegelijk mijn intentie om de spelen in de arena minder gewichtig op te nemen. Om niet langer verontwaardigd en gefrustreerd te zijn bij wat ik de absurditeit, onwetendheid en waanzin van de wereld noem. Ik wil het waarachtige van de afleiding kunnen onderscheiden. Het authentieke van de overlevingsmechanismen. En handelen vanuit de helderheid van mijn centrum. Karolien DemanFoto door Toni Meert

KarolienDeman
12 1

Leren lezen.

COBRA COPENHAGEN BRUSSEL AMSTERDAM ex x xxxxxx x video verf edHet begon allemaal waar ik toen woonde.Ik woonde niet in een grote stad.Ik woonde niet in een kleine stad.Ik woonde niet in een groot dorp.Ik woonde niet in een klein dorpje.Ik woonde op de grens van twee onooglijke dorpjes.Nu beschouwd ik het als een fantastische plek om als kind te woonen.Buiten tientallen cafés waar de buurt tijdens hun schare vrije tijd elkaar opzochten was er niks. De boerderij waar we als kinderen in het hooi speelden. De straat.Op die plaats zette mijn grootvader, een overlevende van de eerste Wereld oorlog,  mij op zijn knieën.Hij toonde met zijn vinger de tekst boven het stripverhaal in de krant. ZONDER HANDEN ZONDER TANDEN. Het kapoentje. Waarschijnlijk was ik zo nieuwsgierig dat ik alles wat ik vond probeerde te lezen.De non die mij moest leren lezen vond het nogal vervelend want ik kon al lezen.Het ergste was ik werd ver gehouden van boeken.Een van de dingen die ik toen als kind deed: ik las advertenties in de krant en ik schreef ernaar. Ik leerde als ik naar een ambassade van een land schreef ik massaal informatie van die landen toegestuurd kreeg. Zo stond  er op een dag een vertegenwoordiger van bakkerij producten voor de deur en die vroeg aan mijn moeder of ze een bakkerij wou beginnen.Het verschrikking was, ik mocht geen  boeken lezen. Op een dag, toen mijn moeder ontdekte dat  ik een boek lag te lezen, scheurde ze het boek en stak het in brand in ons tuintje. Want op die plaats waar ik woonde was het enige haalbare arbeider worden. Zodanig sjokte ik op 14 jarige leeftijd het fabriek binnen.  Ondertussen heb ik menig bibliotheek uitgelezen. Van Asimof, dunas, de hobits, Don Quichot en vooral het leven van Miguel de Cervantes naar mijn nieuwe ontdekking. In Antwerpen waren er boeken winketjes waar voor enkele franken een vloed aan tweedehandse boek te koop waren. Mijn nieuwe ontdekking Bart Van Loo. Door zijn Napoleon begreep ik eindelijk de Franse revolutie. De Bourgondiërs en stoute schoenen lees ik in een ruk uit. Hij is overal, toevallig deed ik de radio aan en wie hoorde ik den bart. Nu reis ik in zijn MIJN FRANKRIJK. Hem achterna.DANK U BART VOOR ZOVEEL LEES WEELDE. ************************************ De symptomen zijn duidelijk. Zodra je aan een goede Dumas begonnen bent, valt die moeilijk opzij te leggen. Als je dat nillens willens toch moet doen, kijk je de hele tijd uit naar het moment dat je de roman, weer ter hand kunt nemen. Eenmaal opnieuw vertrokken begin je na verloop van tijd halve zinnen over te slaan, en lijkt het nu en dan of je over je ogen struikel. Niet zelden bedek je met je rechterhand de volgende bladzijde om je voor valsspelerij te behoeden. Spreek gerust van acute literaire verliefdheid, vlinders in de buik, buikliteratuur. Een boek verslinden, heet zoiets dan clichématig. Bart Van LooIn Mijn Frankrijk. Over Alexander Dumas

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
11 0