Lezen

Vredepleinwals

De aardkorst onder de toog beeft van al ons heimelijk verlangen   er loopt een breuklijn over haar scherm onze batterijen zijn ook weer  eens pladijzenplat en mijn verfomfaaid geheugen lijkt  er al niet veel beter aan toe   dus lippenstift ze haar nummer op een gebroken bierviltje ik begraaf het  met mijn jongensdromen kilometersdiep in de binnenzak van dit afgewassen jeansjasje als de kostbaarste schat  die dit leven ooit bezat   en voor ze haar sleuteltje  in het verroeste beugelslot stopt vraagt ze nog een keer plagend met haar woeste groene ogen of ik morgen wel nog  zal weten hoe ze heet   als ik dan al  überhaupt nog zal leven dan is het om toch vooral absoluut zeker te weten of ze nog steeds naar rosé,  marlboro lights en eucalyptuskauwgom smaakt   de assenbakken springen  plots tevoorschijn de muziek croont nu  rotsentimenteel want de gordijnen rollen alweer  veel te vroeg de aftiteling van een film waarvan je nooit het einde wou beleven   en het meisje rijdt  neuriënd naar huis toe op haar fietsje met honderd lichtjes zonder remmen   ze is alles wat je morgen in een nieuwe zonsopgang  doet geloven als je voeten ’s nachts  niet meer over de schrale straatstenen willen marcheren   en ze heeft haar wilde bruine krullen  hoogst zorgvuldig voor je vingertoppen  onder een okergeel mutsje verstopt   en ik zweer tegen de cafébaas op het graf van mijn dode moedertje die stiekem eigenlijk nog  compleet en wel springlevend is dat als hij snel nog een laatste glas uitschenkt ik ook eindelijk naar huis zal gaan.

mattietaart
4 0