Lezen

FRE

Fre doet dees shit al te lang. Fre is van niks of niets bang. Fre haalt een kilo energie uit een gram. Hij beweert dat hij uit het niets zomaar kwam. Zonder te zeggen van wie hij afstamt. Alles voelt koud niets heeft er warm. Hij is ongevaarlijk hij is geen harm. In de storm bepaalt hij de norm. Hij is in mescal veelal de worm. Bezopen op de bodem van de mescal spuwt zijn haat kotst hij zijn gal. Hij verlegt grenzen hij maakt de wensen van de bevolking van alle mensen. In het verleden bracht hij velen van het heden aan het gieren en het grollen aan het schateren enkel bij het aanhoren van de gebeden van zij die zich schamen en dat beamen. Fre waadt zich door ondiepe wateren en kent de namen, zij zullen beamen van zij die zich weg steken in vuile kreken en vervuilde beken. Daar zitten ze te wachten en zich te weken in de drek wachtend op een zwak slachtoffer met deprimerend en mensontrende trek. Het kwijl staat hen op de lippen ook maar bij het gedacht van een dode entitieit eens hard te wippen. Ik heb veel contact met dat soort dat volledig welwillend is gestoord. Maar volgens hen is het zo dat het hoort. Het is gewoon anders verwoord ze balanceren aan de andere kant van de koord. Stoort zich aan niemand of niemand want ze zijn van nature gestoord. Ik weet het klinkt smerig en van de pot gerukt maar ze houden voet bij stuk want dat is de basis van hun geluk. Het is niet verkeerd, wat wel wordt beweerd maar tis maar hoe je het draait of hoe je het keert. Fre moet hier weg zo heeft hij gezegd want er wordt hem te veel in zijn weg gelegd. Fre speelt liever de baas nimmer de knecht is liever slecht slechter dan slecht. Wat hij ook doet wat hij ook zegt tis bijna nooit door theses ondergelegd. In de regen in de drop altijd een koord dan weer een strop dat rond zijn keel bengelend hangt een keer naar links dan weer naar rechts altijd oprecht dan averechts. Nooit meer de koning in het openbare zal hij ze vinden zijn echte ware. Fre zit veelvuldig te staren kan zelden zijn koelte bewaren. Fre heeft gelukkig nog al zijn haren en die die uitvallen probeert hij te bewaren. Alarmerend de situatie omkerend langs de rotonde schurend en snerpend. De realiteit steeds maar verwerpen ook al ist maar om zijn onvrede ergens te uiten. Blijft Fre maar steeds op onbegrip stuiten. Fre is voorspelbaar, Fre is vervangbaar steeds weer hoogmoedig en vaak stoutmoedig. Schopt altijd keet in eigen roedel. Vernielt weer zijn huurhuis en zijn inboedel. Fre wilt een hond maar zeker geen poedel. Hij wou een flapoor heeft hij gekregen zonder de verantwoordelijkheid in acht te nemen. Je zou hem toch die 4voeter afnemen tot hij zichzelf weet te hernemen. Fre is apathisch kan om niks wenen. Zijn er emoties neemt hij de benen. Laat hem toch niks van jouw bezit lenen. Fre bouwt zijn huis uit kiezelstenen en alst er op aankomt is hij verdwenen. Je kunt niets aanvangen door zijn dwangmatige psychotisch verlangen om andere mensen de kast op te jagen want dat is Fre zijn gebaar van behagen. Hoe kan een mens zich zo toch hard verlagen en zich aan zulk menig schandaal met ware toedracht bedachtzaam te wagen. Mythes, parabels en oud vergeten, grimmige sages vormen de basis van zijn doen en laten. Fre is spoorloos wederom tragisch soms nog eens soms nog amper hilarisch maar dat zijn slecht fases die vroeger in vlagen in veelvoud op kwamen dagen. Vroeger hoorde je mij zelden amper zagen en klagen. Nu is de spitsvondige Fre nog maar een blamage een zielig hommage aan hoe snel iemand zijn kan dan weer een trage. Fre dacht van zichzelf een rage te zijn nu is hij dat mannetje vol pijn en piepklein. Maar Fre kan zijn zeker zijn oude zelf weer zijn als hij verstek laat van al dat venijn. Fre drinkt nog wel wijn maar enkel voor het toonbeeld van kennis en klasse het ophouden van eeuwige schijn. Hij loopt op en naast de lijn maar Fre weet zich weg te houden van de marge want daar in wonen is niet echt meer dan een karikatuur een farce. Zijn face is weer klaar zijn stem niet meer hees. Fre zijn blik was lang verdwaasd en zijn animo was steeds onrustig en constant gehaast omdat oude dode mensen en kleine meisjes lijkwit aan de veranda buitenkant binnen keken aan de wand die ik zag gluren in mijn ooghoek en in mijn ziel binnenkeken zonder hun ongenoegen weg te steken. Egocentrische vuile zak, zijn schrijfsels die zijn wak, tis ordinair en platte lak maar het deert me niet, ik heb er lak aan. Het is mijn bestaan, mijn gedachten, mijn grootheidswaan. Ik ben en zwarte zwaan met veel witte plekken en begin maar amaal mijn….af te lekken 

Frederick Carpenter
0 0

Damp

Ik weet niet meer hoe ik me vroeger voelde. Weet wel dat ik het nooit slecht bedoelde. Maar tot overmaat van ramp spendeer ik mijn tijd beneveld en in damp. Ik kamp met zware mentale problemen die me een toekomstvisie ontnemen. Doortastend godslasterig twijfel ik aan alles wat op mijn pad komt. Mijn maag gromt en maakt protest. Ik mag eten niet vergeten. Hoe het kind ook mag gaan heten, wel Joost mag het weten. Dood wordt duidelijker door bloeddoorlopen ogen gezien. Mijn denken en haar impact lijkt miniem. Ik voel mezelf niet meer intiem noch naar anderen noch naar mezelf. Ik ben een eeuwenoud gotisch gewelf dat kraakt en puft onder zijn gewicht. Er is enkel duisternis geen licht. Mijn gezicht is een façade, mijn levensloop een escapade. De soundtrack van mijn leven is een treurige ballade op de achtergrond waar tijd weer eens stil stond. In de lift van het leven lijkt ook zij er de brui aan te geven. Ik sta vast op min één. Ondergronds, binnensmonds, op de tast op de dool die zich als een last diep vanbinnen weer verschool. Eenzaam zijn, mijn venijn schrijf ik woorden voor de gein. I write in shadows, think in shades. Without colours without grades. Reeds bezopen in de morgen even leven zonder zorgen. Denkend aan hoe alles had kunnen zijn doe ik best meer water bij de wijn. Digitale media als een sepia filter op mijn retina. Iedereen lijkt zo blij, vervaardigd uit dezelfde klei. Als tien koeien in een wei, geen individu maar enkel wij. Zo onpersoonlijk en zo lelijk alles en iedereen zo gelijk. Maar ikzelf geef ook geen blijk iets heel anders te kunnen zijn. De discrepantie tussen leven en geleefd worden kent zijn hoogtepunt. Het is een alomvattende entiteit met een zee aan tijd of zo lijkt het toch. Met dat in gedachten ben ik onderhevig aant minachten van de werkelijke krachten die van ons leven een beleven maakt waar ik vaak weer aan verzaak. Nimmer is het ook mijn taak om tot ieder zijn vermaak de clown weer uit te hangen en tekort doen aan mijn verdomde eigen verlangen. Ik schuif aan bij het buffet van middelmaat in een sfeer van walging en haat waar ik weer de draad verloor en wederom totaal ontspoor.  Deze rijmwedstrijd heeft weinig waarde en inhoud maar weerhoudt me van te niksen en wat toxisch materiaal te fiksen. Listig kan ik worden als het draait om het verzorgen van mijn eigenheid en lichaam maar ik ben niet meer bekwaam omdat ik jaren niet meer functioneer werkzaam ben en de leegte in mijn leven wordt gevoederd door mezelf.  Keer de situatie om zegt men luidop van de regen in de drop. Wel ik krijg er krop van in mijn keel omdat ik me zo hard verveel.  Bliksem en onweer maken me kalm en sereen, weten doe ik van wanten innerlijk ben ik van steen. Van geen kanten weet ik me te gedragen evenmin andere mensen te behagen. Mijn leven zit vol manische vlagen en hoogtes en laagtes. Net zoals bij iedereen waarschijnlijk maar ik geef kennelijk geen blijk als het om emoties gaat en in ondiepe paadjes waad. Raad maar eens waar ik me in verdiep en hoe mijn leven weer verliep.  Zonder manieren zie je me de decadentie vieren en veelvuldig luidkeels tieren en gieren. Veel lawaai op de decibel schaal. Veel kabaal in mijn levensverhaal. Ik spreek een eigen taal die niemand verstaat maar dat is hoe mijn levensloop gaat. Ik weet me geen raad hoe ik in het gareel moet lopen evenmin hoe ik aannemelijkheid kan kopen.  Miserie, dysenterie, euforisch, identiek, fanatiek, ludiek, excentriek, retoriek zijn wat mij als eigenschappen toegeschreven worden. Ik smul uit porseleinen borden vol rijstpap of een kant en klare hap. Op zijn systeem op zijn kap. Van de tegel naar de trap en niemand ook maar niemand die het snapt.  Tot ik jou tegenkwam was ik een giftige vliegenzwam. Nu voel ik me teder en wat warmer totaal niet meer zo hard als marmer. Karma is me niet gelegen, mijn leven is geen zegen. Veel cultuur heb ik niet meegekregen. Alles heb ik zelf gesmeden ik weet amper hoe ik heet maak veel herrie schop veel keet. Zonder inbreng in mijn toekomst is mijn impact heel beperkt word ik in mijn eenzaamheid versterkt. Ik weet begot niet hoe het werkt. Wil weg van te wonen onder de koepel en de kerk. Op mijn grafzerk mag er staan hoe het fout is gegaan. Leven doe ik in de waan, laten leven niet bestaan. Laat me zijn laat me begaan...

Frederick Carpenter
0 0

Sterrenstof

Enigszins ben ik de hoofdrolspeler in mijn eigen drama anderzijds mis ik de teksten om in te studeren. Het kan snel verkeren in de wet van het leven, overgegeven aan maatschappelijk streven en het beste van jezelf te geven.  De mierenest in ons bestaan is niet meer dan conditionering. Negen tot vijf en de dag zit erop om…dan weer uitgeblust thuis te komen en genieten van de paar uurtjes vrijheid die de klok voorbij hollen. En hup het is weer acht uur s'morgens. Opstaan, douchen en terug naar het bedrijf om steeds hetzelfde te doen. Het geeft geen voldoening, geen soelaas. De uren glijden voorbij in een waas.  Het is lang geleden dat ik de handen nog eens uit mijn mouwen heb gestoken Ik mis een doel in mijn leven, ik wil er weer zingeving aan geven.  Maar de medische arts heeft me psychisch afgekeurd. Echt waar gebeurd! Tergend traag gaan de wijzers van de klok en het werk schiet niet op terwijl ik volop presteer ben ik veeleer een machine die routine in het vaandel draagt. De dag is bijna weer beëindigd. Uitkijkend naar het weekend maar tis pas dinsdag. Maar ik ben van het gedacht alles mag dus ik ga mijn brein verwennen. Efkes een out of realiteit moment, op vakantie in mijn hoofd. Zo heb ik het mezelf beloofd. Thuis komen, pasta opwarmen, whisky als apéro, eentje, twee, drie. Eventjes mijn werk vergeten en sink into oblivion. Het mooiste moment van heel de dag.  Ik heb het verdiend. Ik bel een vriend om een diepe conversatie te voeren over het leven en de zin ervan en waar onze plek is in dit groot reuze bordspel. Ik kwel me met doemgedachten en geloof niet in hogere machten.  Ik moet positiever beginnen te denken en illusoire ideeën achterwege laten. Meer aandacht schenken aan mijn echte eigen maten.   Ik ga mijn lijden wat verzachten met Eddie Izzard op de achtergrond. Ik begin stilletjes aan wat te lachen. Geniet van dit moment en hou dit gevoel deze emotie aan tot ze bij jou is ingeprent. Weten waar je bent en een realiteit die ik kan voelen en aanraken. Me thuis voelen. Mijn animo doen bekoelen als ik weer de manische toer ben op aan het gaan. Maar die bom van energie geeft me ergens synergie en verbondenheid met het uur op dit moment. Wat wij kennen onder het mom van tijd.  Wie heeft er de zandloper in gang gezet en omgedraaid in een neerwaartse spiraal. We zijn feitelijk iedere dag aan het sterven. Terwijl we bonuspunten verwerven door de sociale & financiële ladder op te klimmen en er eigenlijk op status en allure niks bij winnen.  Maak het je naar je zin, en als je geluk hebt vind je ergens wat intiem bemin binnen heel deze larie en onzin. Doe wat cultuur op, verdiep je in binnaurale beats. Feest alsof het je laatste dag is geweest. Lees een boek godvoordomme, probeer je talenten te unlocken en je geld doen rollen want het is een maatschappelijke gecreëerde onrechtmatige constructie die zo hol is as een leeg glas vol. Kom eens hoorndol bij de intrinsieke domheid van de bekrompen mens. Spreek luidop en duidelijk. Stel je op in het openbaar schreeuw het van je af en maak een wens. Vervul je noden, fuck die tien geboden! Schop tegen schenen, Vertrappel de tenen. Begin van opluchting en catharsis eens lekker een potje te janken te wenen. Heb je geen geld ga dan lenen. Als de schuldeisers komen neem je de benen. Het is hier louter maar een spelletje Monopoly. Het vergif in onze maatschappij, greed hebzucht en ontucht. Van kinderen moet je blijven. Luister naar wat hen bezighoudt en wat laat ze koud. Het zijn de keizers en kiezers van de toekomst die bepalen wat op je oude dag je toekomt. Heb je luxe en affectie een goede babbel een connectie. Of ben je zeker dat je voor je oude dag simpelweg omkomt en kruipend en slenterend gedoemd bent en verwond.  Niemand die je uitvaart heeft vermaard of bezig is met het tekenen van jouw necronomicon, het Boek Des Doods, die betaalt voor de Styx die je afvaart in kaart brengt en je bestaan hier even verlengt en twee geldstukken op je oogleden legt en al fluisterend tegen je zegt : “Dit is het einde van de rit” WE ARE ALL JUST STARDUST IN CASE YOU FORGOT...

Frederick Carpenter
0 0

Allerheiligen met vertraging

Joe Dassin begint te zingen en mijn lijf verkrampt onder de spanning. De dikke smeer mist kleurt alles grijs en dekt mijn courage toe. Ik deed er goed aan om Allerheiligen te laten passeren, maar toch voelt het als verraad om niet tijdig langs te komen. Het bloementapijt van zij die zich wel aan de sociale conventie hielden biedt troost. Zowel mijn innerlijke cynicus, als de mistige smurrie leggen de duimen voor de schoonheid van begraafplaats Hoog Kortrijk. Dit is mijn heimat, mijn aardrijkskundige schoonheidsbeeld. De stiekem gewilde emotionele expressie is straks hopelijk op de afspraak. Met mij gaat het niet altijd even goed en een welgemikte emo-uitbarsting opent misschien een blikje catharsis. Dan mag het hier wel niet te druk zijn, maar vandaag zit de eenzaamheid-bekijks-ratio gelukkig goed. Een beetje volk dat ook aan laat-Allerheiligen doet, bevordert de dramafactor en verhoogt de kansen op een potje veilig, publiek snotteren. ‘Et si tu n’existais pas. Dis-moi pour qui j’existerais?’. Net als acht jaar geleden in de Sint-Janskerk grijpt de zin de essentie van je bestaan. Je bestond voor de ander. Decennialang ten dienste van, al lang voordat er van ons sprake was. Na de vroege dood van je moeder woog de last van je familie op je hoogintelligente schouders. Meteen zwaar genoeg om een torenhoog academisch potentieel te doen inzakken. Je intellect ontwikkelde zich koppig zijwaarts naar vernuftige scenario-ontwikkelingscapaciteiten, die elke situatie konden omtoveren tot een angstbron. De uitzondering op de regel dat familietrekken een generatie overslaan. In de paplepels liefde zat een angstig bijsmaakje, dat de zoetheid niet verdoezelde maar voor papa en ik zwaar blijft wegen. Als kuiken piepte ik zorgeloos in jouw nest waar ik voor eeuwig wilde blijven. Nergens was het zo goed als onder jouw vleugels. Bedolven onder verwennerij was de kust altijd veilig. Enkel met flashbacks en mentale graafwerken kan ik ook jouw zwaarte oproepen. En dan komt er altijd spijt. Spijt dat ik niet sterk genoeg was om de bubbel der onschuld te poppen en naast je te komen zitten als je alleen weende in de keuken. Je zou het ongetwijfeld toch niet toegelaten hebben. Zorgen voor, was de taal van de liefde, en in jouw keuken kwam alles heet op tafel. Meestal met bruine saus en zelfgedraaide kroketten, die we met je iconische plastic patat-in-worstjesdraaimachien samen duwden. Het knersend geluid van je elektrisch mes dat het bord raakt nadat je door het gehaktbrood sneed, is mijn audiologisch equivalent van een liefdesverklaring. Ik kreeg van jou de liefde voor alles dat ‘Goe!’ en ‘Lekkre’ is. Dat is bijna zo smakelijk als je hutsepot of gestoofde wortels, of rare puddingskes als dessert. Je was een oerkracht. Vanuit de schaduw van je huwelijk had je alles gesnopen. Je hoefde de cocon niet te verlaten om de wereld te begrijpen. Ondertussen op het kerkhof blijven de grote emoties uit en borrelt ontgoocheling en frustratie. Ik zie haar toch graag? Ik tuur in de verte, richting de Aalbeekse velden om hopelijk aan boord van de HMS Joe Dassin richting vervoering te varen. Maar zoals het krokettenmachien blokkeert als je er teveel puree doorperst, ben ik aan het forceren. Ik laat los en rust mijn handen op de koude grafsteen.    Onze familie week altijd af van de norm en ook op de laatste rustplaats blijven we trouw anders doen. Meme’s blok graniet is de enige met een inkeping waar papa, plantjes heeft ingeplant. Geen conformerende, kleurrijke ruikers maar een ogenschijnlijk banale bodembedekker. Ongetwijfeld met een diepere betekenis en symbool voor de gedeelde plantenliefde tussen papa en meme. De grootste match tussen mijn grootouders was tussen mijn meme en de ‘Dujardin’-familienaam. Gaandeweg kom ik los en neemt mijn bewustzijn een hemelwaartse helikoptervlucht. Ik zweef over mijn jeugd en denk aan haar huwelijk, dat in de laatste, verduisterende dagen toch liefdevol bleek, toen pepe zich door de dreiging van verlies ontpopte tot je rots in de branding en als een trouwe hond zes jaar naast je bed zat in het rusthuis. Hij maakte mee hoe die rottrombose langzaam je karakter uitholde en je steeds explicieter de rekening voor al zijn stoten vereffende. Toch bleef hij met legendarisch optimisme, goesting en gusto boete doen. Tot het einde. Op vijf mei 2016 stonden drie generaties Dujardin in kamer 208 van RVT De Korenbloem rond een leeg ziekenbed. Ze verloren hun meme en moedre na een te lang uitgerekte achteruitgang. Hier zag ik voor het eerst mijn vader, zijn vader omhelzen, misschien voor de eerste keer ooit. Een eenrichtingsverkeerknuffel, want pepe was te verdoofd. Ik twijfelde of dat soort intimiteit tout court tot zijn mogelijkheden behoort. De hemel ontdoet zich ondertussen van smurrie en de zon mengt zich in het debat. De meteorologische plotwending doet mijn interne cynicus nog even roeren, maar het gebeurt toch. Ik breek. Het is altijd een opluchting dat ik het fysiek nog kan.

GinDin
0 0

Moeder, moeder

Wat ik je zo graag wil zeggen schrijf ik vandaag op. Niet dat je dit ooit zal lezen, nee. Te pijnlijk, te intiem, te kwetsbaar. Misschien lees je het ooit vanuit een andere dimensie, wanneer je dit leven verlaten hebt. Nu kan het nog niet. Je zou het niet begrijpen. Je zou beledigd zijn omdat je het niet beseft. Je ziet jezelf nog steeds als de vrouw die je altijd was; scherp, intelligent en doortastend. Gelukkig maar. De laatste tijd ben je steeds vaker afwezig, terwijl je toch gewoon hier bent. Je zit in je zetel, belt je mensen, leest berichten op je telefoon en zit uren voor je computer. Jouw wereld. Jouw wereld waar ik steeds minder deel van uitmaak. Wat voor jou altijd al nummer één was, is nu obsessief het belangrijkste; je geloof, je religie en de mensen die daarbij horen.  Vroeger was je met mij bezig; Of ik honger had of een pijntje. Of ik al thee gedronken had en me wel goed in m’n vel voelde. Alles draait nu steeds meer rond jou. Je ziet me minder, hoewel ik meer dan ooit in je buurt ben. Je hoort me niet of luistert niet, hoewel ik alle moeite doe om duidelijk te spreken. We eten samen, toch eet je alleen. We kijken samen tv, toch kijk je alleen. We drinken samen koffie en jij staart in het niets. Je slaapt, eet, leest en bent in jouw wereld druk.  Zomaar uit het niets, ben je er weer. Dan ben je terug mijn oude vertrouwde mama. Voor even. Ik mis je. Ik mis je aandacht. Ik mis je bezorgdheid. Ik mis onze gesprekken. Ik mis je terwijl je er nog bent. Elke ochtend is er dat spannend moment. Dat moment om te zien of je nog ademt. Opluchting.  Telkens weer. Je weet dit niet. Je eet stoïcijns je ontbijt, je luistert naar het nieuws, leest je bijbel met grote letters online, en kijkt naar die schim die door het huis beweegt. Die schim die altijd een wakend oog heeft om te zien of je alles hebt, of je warm en comfortabel ingeduffeld zit, zin in koffie of andere wensen hebt. Op een dag zal je adem stoppen. Je bent kwetsbaar en sterk tegelijk. 94 jaar. Niemand weet wanneer of hoe. Ik zal je opnieuw missen. Nog meer missen… Ons tweede en laatste afscheid.

Heidi Schoefs
50 0

Uitgeverij Ka-Ching!

Je pleegt al eens een gedicht of stukje proza. Je bent op schrijfcursus gegaan. Je stuurt werk naar literaire tijdschriften en zag, wie weet, al iets geplaatst: dat was een goeie dag. Tussendoor werk je aan een bundel of roman. Maar jezelf schrijver noemen? Dat durf je niet. Niet als iemand het hoort.Een schrijver ligt in de handel, liefst met meerdere boeken. Eéntje, dat geen mens of blinde hond heeft gelezen? Sorry, een minimum aan succes is vereist. Bekendheid. Tot dan ben je hooguit ‘amateur’. En dus jagen wij allen op uitgevers — een soort, op uitsterven na dood. De verkoop slinkt, jaarbudgetten krimpen. Uitgaven worden schaars, tegelijk groeit de stapel manuscripten. Antwoord klinkt ongeveer zo: Helaas past uw werk niet bij ons. Maar laat u door deze afwijzing vooral niet ontmoedigen: andere uitgevers hanteren mogelijk andere criteria. De betaaluitgeverij dan maar, laatste strohalm van miskend talent? Dat leek me altijd al de kortste weg naar de afgrond: geen uitgever die je daarna nog serieus neemt. Of is het toch ook een piep, piepklein achterpoortje dat iemands liefdesbaby — droom verder — naar boekhandels of boekenbeurs zou kunnen leiden?Afijn: met tegenzin ga ik op verkenning. Dan toch. Laat ik het met een sollicitatie vergelijken. Voor fietsenverkoper, lukraak gekozen. Jij (ik dus) naar die winkel. Je kijkt je ogen uit en denkt: deze job is iets voor mij. Tot de kat op de koord en de condities op het bagagerekje komen. Dus over het loon zijn we het eens? Dan is er enkel nog de kwestie van het … uhm … riskmanagement. Het is wel de bedoeling dat jij vanaf nu de nieuwe fietsen gaat betalen.Pardon?!Jáááá, maar aan inkoopprijs, hoor. En dat geld krijg je gewoon terug, telkens je een fiets verkoopt.Maar … maar … dat is toch een smak geld?Je zou een campagne kunnen starten. Zie je dat zitten, crowdfunding? Ouders, buren, vrienden?Oei … zo rond gaan schooien, dat ligt niet in mijn karakter. Ik wil niemand lastigvallen, al zeker niet voor geld.Oké, dan toch maar uit eigen zak betalen? Een leninkje? Je verdient het wel terug hoor!(Verbouwereerde stilte.)Ook niet? Oei. Maar … als je zelf al niet in je kwaliteiten gelooft, waarom zouden wij dat dan doen? En daar, met die zin, werd ik schaakmat gezet. Ik voelde me … aangerand. Moest even onder de douche. Maar kijk: het is een verdienmodel dat duidelijk werkt voor die uitgever — en misschien werkt het ook wel voor jou. Ikzelf? Ik probeer het toch nog een keer bij een echte uitgeverij.

Marc Terreur
39 2

Krijscontrole

Dat hij zich suf zocht, piepte hij. Naar een oorzaak. Een aanleiding.Maartens stem klonk dunnetjes, alsof de lucht zich vanonder een puinhoop naar boven moest wurmen (wat ook wel een beetje zo was).Hoezo, writer’s block? Er was niets speciaals gebeurd — geen ingrijpende gebeurtenis — en hij zwoor ook nog altijd bij zijn vaste schrijfrituelen. Die wierpen al jaren vruchten af.Nu, dáár raakte ik even afgeleid. Dat hij zwoer en zwoor door elkaar haalde, bedacht ik, waardoor ik onbedoeld een etterbuil aan zijn fruitboom zag hangen. Dat je dan beter zweerde kon gebruiken: altijd juist. Maar ach, bracht ik mezelf terug bij de les, in spreektaal heb je nu eenmaal geen grammaticacontrole. En toen, toen moest ik weer aan Facebook denken — waarom, dat komt zo meteen.Eerst Maarten. Ik had uren met hem mee kunnen jammeren, maar ik had die dag nog wel wat anders te doen.‘Maarten. Punt één? Laat je niet gek maken door het lege blad. Schrijven en néérschrijven zijn heel verschillende dingen. Je kan stranden op een eiland en een boek schrijven in je hoofd. Of tweehonderd gedichten. Opschrijven kan ook later nog.’Die bedenkelijke frons van hem besloot ik te negeren.‘Twee, verveling. De kern van je probleem. Zoals je net zei: niets speciaals gebeurd. Dus stop met willen schrijven en trek eropuit. Maanden, een jaar als het moet. Als je genoeg gezien hebt, komen de zinnen wel terug. Tenslotte, drie: routines overboord! Dat is schrijven met cruisecontrol — de hele weg geeuw geeuw en op het eind ligt de lezer in slaap.’En zo stuurde ik Maarten de straat op. Maar Facebook dus. Laatst was daar een gedicht gepost. Het stond stevig op zijn poten en had het potentieel om te ontroeren. Toch kon ik er geen duimpje voor opsteken of hartje laten kloppen. Niet met een spelfout en een dikke dt-kemel erin. Ik liep net niet rood aan.Hallo, auteur-in-spe? Je bent niet onfeilbaar. Je maakt tikfouten. De spelling van een woord, kijk eens aan, kan anders zijn dan je al levenslang dacht. Dus neem jezelf niet te ernstig, maar het schrijven by all means wel. Snoei routine weg, maar behoud één automatisme: tekstnazicht. Ja, die vervelende zigzagjes en dubbele onderlijningen. Zet die stoorzenders aan. Niet dat zíj de bal nooit misslaan, maar dan porren ze je tenminste richting woordenboek en taalwebsite. En je houdt het niet voor mogelijk: daar leer je soms iets bij. Of doe het anders voor ons, je lezers. Want voorlopig, hou me tegen, hebben wij nog geen toets voor krijscontrole.

Marc Terreur
36 0

EEN WOLLEN WERKELIJKHEID

Vanmorgen besloot ik de radio aan te zetten uit nostalgie. Aan de ontbijttafel in mijn ouderlijk huis op ‘t Zuid pleegde mijn vader dat elke ochtend te doen. Met een slaapkop kwam ik toen beneden, ik had net genoeg energie om een portie Smacks of Rice Crispies en melk in mijn kom te gieten. Ik ben nooit een ochtendmens geweest. Ook wanneer we de auto in kropen, stond StuBru te draaien. De stemmen van Jan Hautekiet en Tomas De Soete vormden een zachte bedding waarop ik wakker kon worden, zeker in de winter. Terwijl mijn vader de aangevroren ruiten afkrabde, zaten wij met drie op de achterbank. Het was ijskoud in de paarse Ford Mondeo Clipper, maar met de radio aan was het iets warmer, alsof de presentatoren die eindeloos doorgingen over files in Stroombeek, Jette en Vilvoorde ook aanwezig waren en met hun radiostem de auto verwarmden. Nostalgie is soms echter een venijnige vriend. Het is nooit zoals je je herinnert. In plaats van warmte surfte er iets heel anders op de radiogolven: verdriet, slecht nieuws, stress, oorlog. Zoals elke ochtend warmde ik havermout op voor vrouw en kind (mijn zoon eet liever boterhammen) en wachtte op het verhoopte gevoel van troost van weleer. Maar het ging alleen maar over ingestorte gebouwen en doden in Gaza, de spanningen tussen Noord-Korea en hun zuiderburen, hoe Amerika knuppels blijft gooien in het Chinese hoenderhok, de mobilisatie van Rusland en de verliezen van Oekraïne. Zelfs de verkeersinformatie werd snel en amechtig afgehaspeld, met een irritant muziekje eronder. Toen al die gruwel gepasseerd was – ik had op verschillende momenten de radio bijna het zwijgen opgelegd – volgde er een soort nieuws special. Eindelijk, dacht ik, misschien een positievere noot. De hap hete havermout bleef echter steken in mijn keelgat toen ik de schoten hoorde galmen die vorig jaar werden afgevuurd in Brussel, tijdens de wedstrijd tussen Zweden en België. De special was een ‘herdenking’. Is het echt nodig om die schoten te laten horen? Bij een herdenking denk ik eerder aan een moment van stilte of eerbied. Het is pure paniekzaaierij. Mijn kinderen hadden het uiteraard ook gehoord. ‘Was dat een echt geweer papa?’ Ik herinner me dat ik als kind ook nieuws hoorde over oorlog in Joegoslavië en Kosovo, maar het werd altijd met respect behandeld. Ook al speelde het zich af in de achtertuin van Europa, de nadruk lag op de sereniteit van het nieuws. Er was een zekere afstand, bijna een geborgenheid. Natuurlijk voelde ik als kleine jongen dat het een serieuze situatie was en dat er mensen vochten en sneuvelden, maar nooit werd het zo plastisch als nu in onze strot geramd. Zijn je kinderjaren echt gehuld in een wolk van onschuld? Of is alles scherper, harder en sneller geworden – en dat in een wereld van woke.

Lennart Vanstaen
17 3

FIETSEN MET WOEDE

Uit pure frustratie trap je tegen het kleine rekje dat je voor een habbekrats kocht in de Action – een winkel waar je normaal niets koopt maar die de specifieke producten die je nodig had tijdens de eerste weken van de verbouwing als enige in voorraad bleek te hebben. Het ding rolt enkele meters verder en verliest onderweg een wieltje. Je frustratie is daarmee niet verdwenen, integendeel, nu maak je je druk over de povere kwaliteit van de producten van voorgenoemde winkel. Je bent eigenlijk niet iemand die tegen dingen aantrapt. Ook die gedachte maakt je woedend. Wanneer je dochter zo huilt, voel je je machteloos. Je was zelf geen kei in rekenen op school, maar je herinnert je niet dat het je zo boos en droevig maakte. Je wilt het aan haar uitleggen, maar de hysterie maakt dat onmogelijk. Dan probeer je haar te troosten, maar gillend duwt ze je van zich af. Al haar kracht gebruikt ze ervoor, alsof het laatste wat ze wil haar vader is. Het zijn echte tranen. Terwijl je je aftocht blaast, maak je het gevoel van afwijzing telkens groter. Elke trede van de trap naar beneden is een afgang. Tot het verdriet zich in woede omzet. En je weet niet wat je daarmee moet. Je weet nooit wat je met woede moet. Als zij je bezoekt, en dat gebeurt niet zo vaak, schud je haar meestal snel van je af. Woede glijdt van je af als een zijden jas. Soms vier je haar bot op je Xbox of luister je naar droevige muziek, tot je beseft dat de woede vermomd verdriet was. Nu is daar geen tijd en ruimte voor, dus moet je de ongebluste woede wel meedragen. Zij wordt ontegensprekelijk je compagnon de route op weg naar je werk. Je schiet je jas aan, nadat je twijfelt tussen een lichte regenjas en een warmere winterjas. De niet gekozen jas hang je normaal keurig terug aan de kapstok, nu gooi je hem zo hard mogelijk op de grond. De handeling heeft niet het verhoopte bevredigend effect, want een jas kan maar zo hard neerkomen. Bij het buitengaan kust de herfstzon je gezicht. Een kortstondige gelukzaligheid. Maar je merkt dat je de voordeur hard dicht gooit, iets waar je zelf vaak commentaar op geeft wanneer anderen dat doen. Vaak ontvalt je dan de retorische vraag moet die deur soms kapot? maar nu denk je: dat ze maar kapot gaat. Even blijf je staan en je kijkt achterom. Je kijkt je voordeur aan met een verontschuldigende blik, maar de kwaadheid draait zich meteen om in je binnenste en knabbelt aan je maag, terwijl je haar tevergeefs probeert uit te zuchten. Onderweg neemt ze allerlei vormen aan, alsof je de woede over jezelf hebt uitgeroepen. Alsof je ‘sla me neer, Heer!’ hebt gebruld. Een man op een brommer rijdt je bijna van de baan, terwijl de wind vervaarlijk tegen de zijkant van de logge bakfiets blaast. Het universum wil je omverkegelen, maar je houdt de controle. Als vanouds hou je je adem in wanneer je in de richting van Park Spoor Noord door het kleine tunneltje fietst, waar duiven en zatlappen een deal hebben gesloten over wie waar zijn gevoeg doet. Een graatmagere man met ingevallen wangen en zwarte tanden probeert zijn miserie in je ogen te kijken, maar je ontwijkt zijn blik. Een duif mikt haar witte klodder op je hoofd, maar mist op een haar na. Witte spetters op het dak van de regenkap van de fiets. Je komt aan bij je werk en merkt dat je boosheid vervaagd is. Je bent licht buiten adem en je hart klopt, niet van de inspanning – je rijdt tegenwoordig elektrisch als een bejaarde – maar van de adrenaline. Ergens mag je de Heer dankbaar zijn dat je ongehavend en onbesmeurd bent aangekomen. Je beseft dat je onderweg telkens geluk hebt gehad. Geluk, in zijn meest meetbare, zichtbare vorm.

Lennart Vanstaen
15 0

Pepe en zijn kleinzoon

Zijn gewrichten kraken en kneuren bij elke beweging om van het zonlicht te proeven. Het is donderdagmiddag en in de fraaie rusthuistuin zit de herfst nog in de wachtzaal. Nu is hij een drieënnegentigjarige beuk maar ooit was hij kwiek en onkwetsbaar. Altijd werken, zwoegen en ploegen. Een eeuwige anekdotefabriek die onversneden hard heeft geleefd, zonder virtueel of artificieel. De kolenschoppen in de aarde, rond de spade of rond het geribbeld glas.  Nu vangt hij uiltjes naast zijn kleinzoon. Hij is moe, niet van activiteit maar van zijn CV en een knoert van een rusthuismaaltijd. De stilte biedt ruimte voor dankbaarheid en verlangen naar vroeger. Toen een fietsroute uitkiezen een levensvraag leek en na school meteen opgehaald worden omdat hij het WK in Frankrijk wilde zien, een groot probleem. Herinnert hij zich die keer dat ik hem in alle vroegte voerde om op de foto te mogen met de spelers van Essevee Waregem? Of beseft hij dat we als zeventienjarigen onironisch uitkeken om met hem op vrijdag de bierindustrie te steunen in café ‘t Salonske op de Grote Markt?  Plots schrikt hij op en laat hij een uiltje ontsnappen om zijn verontwaardiging te uiten over mijn keuze voor spuitwater. Sommige dingen veranderen niet. Water is voor de cliënten. Zo is dat bij oudgedienden van de Waterleiding. Er wordt verder niet gesproken. Anders doen we toch toertjes rond dezelfde gesprekken. Mijn slabakkende carrière, de onveiligheid van mijn woonst in Brussel, waarom mijn vriendin niet mee is of hoe ze heet, vetes met verpleegster of het verdere afglijden van den Essevee: Stuk voor stuk dienen ze ter geruststelling en afleiding. Allemaal doen ze af van de diepe onuitgesproken band tussen pepe en zijn kleinzoon.  Misschien zou het beter hier stoppen. Dat uiltjes vangen een voltijdse betrekking wordt en hij zijn vast contract straks laat ingaan. Ik wil hem niet weg maar ik ben bang voor de achteruitgang. Als levensgenieter opgesloten zitten in een opgebruikt lijf is een triest lot en dat besef hangt in de lucht. Het stoel- en bedgekluister doet af van de warme herinneringen van hoe pepe echt is.  Maar net als het gemoed richting melancholie schuift, ontdoet hij zich van zijn slaap en maken we connectie. Gewoon even lachen en laten weten dat het goed is. We wisselen een paar woorden en een achterkleinzoonvermelding doet zijn belegen staarders fonkelen. Straks kan die kleine wandelen en heeft de beuk een nieuwe tak om levensvreugde aan op te hangen.  We zien elkaar volgende week opnieuw. Hopelijk blijf je niet te lang meer, maar vooral goed.   

GinDin
10 0

Als blaadjes gaan vallen

Maandag 23 september 2024 De herfst is begonnen en brengt weer een zalig seizoen van opschudden, loslaten en wegspoelen met zich mee. Ik ben een ware fan van de herfst. De prachtige kleuren die langzaam in elkaar overvloeien, de frisse druppels aan neuzen na een flinke wandeling, aardse geuren met beloftes tot meer en vruchten die wij in de navolging van de zomer nog mogen ontvangen, verwarmen mijn hart. Toen ik vanochtend een struinwandeling aan het maken was om wat kastanjes te zoeken voor onze creativiteitshoek, maakte ik ook even contact met mijn levensboom. De boodschap had echt niet duidelijker kunnen zijn. ‘Kom. Begin vandaag nog je nieuwe verhaal en maak de stappen zo klein als mogelijk. Enkel dan zul je slagen.’ Nu zit ik hier aan onze stamtafel te typen. Braaf volgend wat de Kastanjeboom mij heeft verteld. Wetend dat je wijsheden vanuit de natuur nooit de wind in terug moet slaan. Vandaag is blijkbaar dé dag. Gisteren was ik er nog niet klaar voor. Morgen is niet het moment. Enkel nu kan ik aanwezig zijn in de stroming van letters naar woorden die op een wonderbaarlijke manier zinnen produceren. Mijn zinnen. Mijn verhaal. Nu dus. Vandaag ben ik 41 jaar, 10 maanden en 10 dagen oud. Ik ben 5 jaar en 1 maand en 10 dagen getrouwd met een lieve, zorgzame en humoristische man. Samen delen wij een dochter van 5 jaar. Al verkondigd ze nu al dat ze echt binnenkort 6 is. Dat duurt nog 3 maanden en 7 dagen. Dan gaat ze groente eten, haar billen zelf afvegen en zelfstandig naar bed. Dat heeft ze in de zomervakantie plechtig belooft. Haar broertje is nu 3 jaar, 7 maanden en 21 dagen oud. Hij volgt graag zijn eigen wil, geeft eindeloos veel kusjes en daagt ons iedere dag opnieuw uit om een consequente ouder te zijn en hem vooral los te laten. Bijzonder tegenstrijdig moet ik eerlijk bekennen. Met een man kwam ook een kat. Die kat zit in de begin fase van dementie, waardoor we regelmatig ons afvragen: ‘Hoe dan?!’  Dat ‘Hoe dan?!’ vragen wij ons trouwens wel vaker af. Het lijkt een beetje ons lijfspreuk te worden in dit chaotische huishouden. Verwondering ligt dagelijks om een hoekje te schuilen en vertelt ons de ‘Zo dus!’ Al vergeten wij af en toe om dat hoekje te kijken en blijven wij een verwondering hangen. Best een interessante plek om te zijn trouwens. Wij wonen in een eengezinswoning waar wij meer huur voor moeten ophoesten dan wij als hypotheek zouden krijgen. Een thuis kunnen wij niet kopen, krom liggen voor alles wat ‘net niet is’ schijnt tegenwoordig heel normaal te zijn in deze maatschappij. Dit huis staat in een stad waar ik eigenlijk niet zou willen wonen, enkel is er tegenwoordig weinig keus betreft de woningmarkt. Dus proberen wij iedere dag weer dankbaar te zijn voor deze plek, die na vijf jaar nog steeds niet aanvoelt als een thuis.  Houd nog even vol met lezen. De laatste paar feiten stromen nu door mijn computer heen, zodat je helemaal op de hoogte bent van het startpunt van mijn nieuwe verhaal.  Mijn gezondheid is niet de beste van de wereld. Nu hoeft dat ook niet. Fitter zou wel mogen. Een paar pondjes minder ook. Die rollen op mijn buik worden wel erg groot en mijn conditie is ver te zoeken.  Hoewel ik op goede dagen van mening ben dat het leven je niet meer geeft dan je kunt dragen, kan ik dat motto op andere dagen ook keihard de deur uitschoppen. Het leven geeft mij namelijk best wel veel. Eens kijken hoe ik dit zo gemakkelijk als mogelijk kan opschrijven… Ik bevind mij momenteel in de herstelfase van burn-out nummer 3. Al begin ik langzaam vraagtekens te zetten bij deze diagnose. Ik zit ook in de pre-overgang, heb dagelijks veel pijn met vage labels en in raptempo komt er steeds meer bij. Die vage labels voelen voor mij overig niet alsof ik voortdurend in de mist loop. Al krijgt brain fog op de meest onwenselijke momenten de microfoon en lijkt mijn zelf op de achtergrond te verdwijnen. Het is allemaal diepgaand uitgeplozen, verklaarbaar en tegelijk nog een grote mysterie. Net als de overgang. Gek dat zoiets fundamenteels zo weinig kennis met zich uitdraagt. Dus mag ik het doen met vage labels, medicatie en ‘het komt vast wel weer goed.’ Hoewel ik mijn gezondheid echt wil verbeteren, zitten hier een heleboel “moeten” in waardoor de opstandige puber in mij geen zin heeft. Mijzelf houden aan een speciaal dieet - waarbij alle levensvreugde volle zaken eruit zijn geschrapt, aldus mijn opstandige puber. Dagelijks bewegen; het liefst wandelen, fietsen, yoga, oefeningen vanuit de fysiotherapie, cardio- & krachttraining. Magnesium voetbadjes, massage van het lichaam, leuke dingen doen die mijn innerlijke rijkdom voeden, ontspanning, medicatie en supplementen innemen, mensen en situaties die mij energie kosten naast mij neer leggen, iedere activiteit afwegen wat het waard is zodat ik mijn grenzen bewaart, mindfulness, meditatie, werken aan mijn triggers ten aanzien van chronische stress, zo min mogelijk schermtijd en een gezonde slaap hygiëne wat inhoudt dat je iedere dag op dezelfde tijd naar bed gaat en zonder onderbrekingen weer opstaat. Het liefst met open raam en zonder telefoon in de slaapkamer. Kijk, het is niet dat ik het niet probeer. Maar je snapt toch wel dat het goed bedoelde gezondheidsadvies met twee kleine kinderen, een huishouden en de man met kat onmogelijk is.  Voordat je denkt: ‘Zou ze dit al geprobeerd hebben?’ houd ik je nu even tegen. Ja, ik heb zowat alles al geprobeerd om mijn levenskwaliteit te verbeteren. Ik ga al jaren drie stappen vooruit en met periodes weer twee grote stappen terug. Heel vermoeiend. Al blijkt deze methode in mijn levenslijn te liggen en kan ik er niks aan doen. Dit is mijn leven. Mijn verhaal en het leven laat mij net zolang leren totdat ik de les door heb. Een opstandige puber heeft hier geen geduld voor. Mijn gezonde volwassenen is dit jojo-effect al een poosje beu.  Dus begin ik vandaag mijn nieuwe verhaal. Met hele kleine haalbare stapjes, om zo tot echte verandering te komen en onderweg mijn levenslessen te incasseren. Verandering begint toch echt bij jezelf…    

Koffieleut
4 1

Brief aan God

God, De zomer is bijna voorbij. Ooit schreef ik dat de herfst een tweede lente is, maar dan mooier: een gouden seizoen waarin de bomen zich tooien in oranje en roodbruine kruinen alvorens hun bladeren te verliezen. Vandaag zou ik het anders formuleren: De herfst is een lente die achterwaarts hinkend het graf in loopt. Als katholieke jongen behoor ik daar hoopvol over te wezen. Na Dood komt Opstanding en katholieken zouden zichzelf niet zijn als ze geen resem feestdagen hadden om ons daaraan te herinneren. 1 november: Herdenking van de heiligen en martelaren van het Geloof. 2 november: Wereldwijde bidmarathon voor de zielen in het vagevuur. En op 25 december, wanneer de gouden boomkruinen al lang liggen te rotten, gedenken we de komst van Uw Zoon Jezus Christus, de Messias waarin elke christen opnieuw geboren wordt. Ja, daar kijken we met z’n allen enorm naar uit. Alleen jammer dat er in aanloop naar die Wedergeboorte zoveel dood en ellende te betreuren valt. In afwachting van het Heil waar we al twee millennia naar uitkijken, zoeken we naar tekenen van Uw goedertierenheid en smeren we zalfjes om de Dood op afstand te houden. Tevergeefs, zo blijkt. Mijn neus loopt, er kleeft snot aan mijn huig, mijn oren suizen, ik kreeg antibacteriële zalf voor de ontsteking aan mijn linkerooglid en twee weken geleden is de hond gestorven. Ze was net geen acht jaar – een vrolijk, meelevend knuffeldier op het toppunt van haar bestaan. De vraag waarom het U behaagt om het onschuldigste aller schepselen in lethargie te storten, te verblinden, in verwarring achter te laten en vervolgens waanzinnig te maken omwille van een tumor in haar hersenen, is ongetwijfeld deel van Uw Mysterie en dus uw integriteit – die ik nimmer wil aantasten. Tenslotte zijn we beschaafde mensen in dit land. Toch begint een mens zich vragen te stellen. Men zegt dat U de God van de Gerechtigheid bent. Men zegt ook dat het onrecht van de wereld niets te maken heeft met Uw wil, maar met de wil der mensen. Zelfs tumoren, epidemieën of meteorieten die onverhoeds op een miljoenenstad vallen, stellen Uw rechtvaardigheid niet ter discussie. Daarvan zegt men dat het simpelweg Dom Toeval of Dikke Pech is. Ook zegt men dat er geen grashalm kan knakken buiten Uw Wil om. Men zegt zoveel. Bijvoorbeeld dat Uw Wil zich aan iedereen op een andere wijze openbaart: aan de joden door de Wet en de Profeten, aan de christenen door de komst van Uw Zoon Jezus Christus en aan de heidenen door de stem van het geweten. Is het misschien mijn heidens bloed dat spreekt, wanneer ik zin heb om met mijn hooivork naar de hemelpoorten te trekken om op de deuren te bonken en U ter verantwoording te roepen? Misschien is het grootste mysterie niet gelegen in Uw rechtvaardigheid, maar wel in het gegeven dat schepselen zoals ik genoegdoening eisen. We willen het leed verzachten, de deugd belonen en de misdaad straffen in de wetenschap dat we in dit leven geen rechtvaardiging vinden en van dat andere leven geen teken krijgen. Onlangs hoorde ik een theoloog zeggen dat christenen geen kennis delen, maar een mysterie. Geloof is geen overtuiging, maar een vertrouwen. Is het mijn heidens geweten dat opspeelt wanneer ik me stilletjes afvraag of je kan vertrouwen in iets waaraan je twijfelt? Van een afstand bekeken zijn we spilzuchtige biochemische fabriekjes van aan elkaar geklodderde cellen, woonachtig op een gecompliceerde zandkorrel in een uithoek van het grote niets. Maar als we terug in onszelf kruipen, in ons vel dat schuurt en trekt, in onze organen die smeken om voedsel en seks, in ons brein dat smacht naar liefde en in onze rol als medespeler in een groot menselijk drama, dan transformeren we in hopeloze kruisvaarders. Ik ben een mens met grootse plannen. Ik timmer aan een carrière, let op mijn voeding, blijf fysiek actief en geef geld aan goede doelen. Ik zie de weg door het bos, draag het beste kompas en de stevigste schoenen. Maar wat ben ik daarmee als mijn voeten wegzakken in het moeras? Nog even en de zomer is gedaan. Alles is gezegd, alles is beleefd. We zijn lege hulzen die wachten op de vuilkar, maar we kaarten nog wat na terwijl Dylan op de achtergrond neuzelt: Knock-knock-knockin’ on Heaven’s Door. Nog even en het is weer zover. Jaren geleden, rond deze tijd, beroofde een vriend zich van het leven. Dit jaar is de hond gestorven. Mijn neus loopt, mijn ooglid is ontstoken en er kleeft snot aan mijn huig. Ik voel m’n voeten wegzakken in het moeras. Gelukkig heb ik mijn kompas meegebracht. Mazzel, God. Amen. Pieter Van der Schoot

Pieter Van der Schoot
53 1

Manisch durven zijn

Je kan last hebben van bepaalde stoornissen als schrijver, zoals er zijn: manisch depressief, bipolair, dyslectisch, ADD, ASS noem maar op. Veel voorkomend bij schrijvers. Of niet? Tja, niet altijd. Net als elke andere mens heb je nu eenmaal te kampen met problemen en moeilijke momenten. En ja soms zitten er achter op de zetel van de racewagen een aantal jeugdtrauma’s, een of andere (leer)stoornis en een etiquette die een therapeut ooit op je kleefde toen je het even allemaal niet meer zag zitten.  Ondanks dat is schrijven voor mij ook manisch durven zijn.  Want het is net zoals met kunst maken: het op een geoorloofde manier in een psychose komen en je ding doen. Een manie in een wereld die je zelf creëert en waarin je helemaal jezelf kan zijn. Net zoals bij een carnavalist, waarbij je als hardwerkende burger even kan ontsnappen aan alle ellende en opgedrongen commerce van wat je moet eten, drinken en zien om je goed te voelen. En net op die momenten wanneer je aan je eigen praalwagen mag werken, dan doe je dat met volle overgave. Dat stukje heb ik mezelf toegeëigend in het schrijven, in mijn geflipte wereld die minder gek is dan de wereld daarbuiten, omdat ik het orde en zin kan geven en woorden als gedachten kan weven in personages die voor mij uitzoeken wat echt belangrijk is, omdat het anders te moeilijk is om uit te leggen. Ik wil wel praten en open communiceren, maar al te vaak blokkeert die deur en blijkt dat er niet geluisterd wordt, of ligt wat je zegt te gevoelig.  Dan keer ik introspectief naar binnen, zoekt die angsten op, zoek de uitgang in het schrijven, van wat ik zie en tonen kan. Massa’s schreef ik zo al, ongepubliceerd. De echte kunstenaar is natuurlijk die mens, die dat kan zonder omwegen en zich daarin kwetsbaar durft tonen. Zo ver ben ik nog niet.  Ik zoek en wonder me heel wat af. Wie ben ik in deze wereld? Hoe vergeet ik, zonder vergeten te worden? Hoe laat ik het verlangen los, om verlangend te zijn? Net als Ingmar Bergman zoek ik me een weg door dit leven heen, om te kunnen blijven staan. Na het bestaan. Dus, als schrijver helpt een kleine psychose op tijd en stond, een geforceerde flow met als gevolg een relatiecrisis. Niet makkelijk voor je naasten, maar het is niet anders.  Schrijven is een gelukkig gebrek waar je bij momenten diepongelukkig mag zijn en andere momenten euforisch. Het is die kleine gekte achter zelf opgezochte gesloten muren, omdat het de enige manier is voor je om te overleven. Het is een dans die je voortdurend oplaadt, van snel, naar traag en zo ritmisch doorheen je leven beweegt, je valt en je staat op, je doet een schaarbeweging en een lift, alles om die ander te entertainen terwijl je jezelf uitput. Want je wil verder geraken, verder dan de dag dat je jezelf verloor en niet meer terugvond. Die dag wil je niet opnieuw meemaken, je wil er wel nog over schrijven, maar met afstand.  Je creëert je eigen labyrint en zet de deur open voor de ander, in de hoop dat die jou vindt en zelf ook helder en duidelijk de uitweg ziet, een mooie uitweg die je uiteindelijk zelf – al schrijvend – ook vindt, waarna je in een nieuw verhaal terecht komt. Of hetzelfde verhaal, maar anders, want ja hoeveel verhalen zijn er al wel niet geschreven? Veel, erg veel, en toch verschillend. Schrijven is manisch, en ook zoveel meer dan dat cliché. Het is hard werken op vrije momenten en geloven dat het kan, dat je echt iets te vertellen hebt en je jezelf in het diepst van je zijn vinden kan, in de hoop dat de ander het begrijpt en je die ander kan meenemen, in een avontuur op weg naar zichzelf.  Zo is het en zou het moeten zijn, voor mij althans, en voor jou?  

Bart Vermeer
71 2

AFSPIEGELINGEN

Toen ik hem zijn vergeten drinkbus aanreikte door de tralies van de ijzeren poort van de atletiekpiste, waar het laatste sportkampje van de zomervakantie uit de startblokken was geschoten, zag ik mezelf in drievoud. De poort was reeds gesloten. Onhandig voor vaders die de drinkbus van hun zoon komen brengen, maar wel veilig. De meeste kinderen van tegenwoordig zijn naast ongeleide projectielen ook vrijpostige mini-volwassenen met een sterkere eigen mening dan die van de gemiddelde HLN-commentator. Er durft er wel eens eentje ontsnappen. Omdat ik niet binnen kan, schal ik de naam van mijn zoon over de sportvelden, waar de dauwdruppels zich nog verstoppen voor de talloze sportschoentjes. Met armwieken en wat ostentatief op en neer springen lukt het me om de aandacht te vangen van een van de begeleiders, nadat ze me waarschijnlijk verwarde met een jogger die op een bizarre plek zijn stretchoefeningen kwam uitvoeren. ‘Mijn zoon was dit vergeten’, zeg ik. Zij en ik weten dat ik bedoel dat ik dat vergeten ben. Maar we verstaan elkaar. Ik overhandig haar de fles en zij geeft hem meteen aan mijn zoon, die er gelijk uit drinkt, om te controleren of zijn vader hem wel heeft gevuld. Dat bleek zo te zijn. Voordat ik huiswaarts keer, blijf ik even staan. Ik zie drie versies van mezelf. Zo gebeurde het wel eens dat ik als negenjarige jongen dingen vergat, zowel thuis als op school of op sportkamp. In de ogen van het zwarte meisje zag ik mezelf op vijftienjarige leeftijd als begeleider van jongere kinderen. Dezelfde vreemde cocktail van een aarzelend voorkomen en korte, vranke woorden. Zoals zij droeg ik toen de boodschap uit: wereld, help mij! en wereld, laat me met rust!Ten slotte zag ik mezelf als mijn eigen vader, die in mijn herinnering altijd blij was dat hij ons ergens kon afzetten. Wellicht moet hij ook deze knagende dualiteit in zijn binnenste hebben gevoeld, want hoewel ik graag even kinderloos ben, mis ik ze al.

Lennart Vanstaen
46 3

Don't Believe The Hype: ter verdediging van Herman Brusselmans

Herman Brusselmans verdedigen is nooit bon ton geweest. Wie het in een kamer vol literaire snobs opneemt voor de bekende Gentse schrijver, wordt met evenveel begrip onthaald als een sollicitant die tijdens een gesprek in een kinderdagverblijf terloops vermeldt dat hij een jaar in de cel heeft gezeten voor zedenfeiten met minderjarigen. Toch voel ik me vandaag verplicht om Brusselmans te verdedigen: tegen Unia, tegen de afwijzing van zijn collega-columnisten en tegen elke criticaster die in Brusselmans (ten onrechte) een antisemiet ziet. Even samenvatten voor wie het gemist heef: Begin augustus sprak Brusselmans in zijn wekelijke Humo-column zijn afschuw uit over de actualiteit in het Midden-Oosten. Daarbij weerde hij de typisch Brusselmansiaanse hyperbolen, beeldspraak en schuttingtaal niet. Die column wekte zoveel controverse op dat Humo de column offline haalde, Arnon Grunberg zijn samenwerking met Humo heeft stopgezet en Unia en een viertal Joodse organisaties een klacht indienden wegens aanzetten tot rassenhaat en geweld. Het oeuvre van Brusselmans kreeg in de loop der jaren veel kwalificaties: platvloers, oppervlakkig, repetitief, clichématig, … Maar hoezeer je ook kan discussiëren over de kwaliteit van zijn werk, het adjectief ‘antisemitisch’ kan je er met de beste wil van de wereld niet op kleven. Stream of consciousnessDe heisa draait eigenlijk niet om de column. Het gaat om één uit de context gelicht zinnetje. In dat zinnetje identificeert Brusselmans zich met een Palestijn die slachtoffer is van het geweld in de Gaza-strook en daarbij een antisemitische wraakfantasie ontwikkelt: "Ik zie een beeld van een huilend en schreeuwend Palestijns jongetje dat helemaal buiten zinnen om z'n onder het puin liggende moeder roept, en ik beeld me in dat dat jongetje m'n eigen zoontje Roman is, en de moeder m'n eigen vriendin Lena, en ik word zo woedend dat ik iedere Jood die ik tegenkom een puntig mes los door de keel wil rammen." Dat het beeld van een razende man die een Jood de keel oversnijdt walging oproept valt te begrijpen, maar wie - zoals Unia of een viertal Joodse organisaties - een klacht wil indienen mag dat nooit lichtzinnig doen. ‘Walging’ oproepen is immers geen misdaad, aanzetten tot racisme wel. Wat Brusselmans doet is wat veel schrijvers van zijn generatie hebben gedaan en wat je vroeger overigens ook vaak zag in hiphop, metal, punk en alt-rock: haat en geweld bespreekbaar maken door er zo dicht bij te staan dat je er zelf bij betrokken lijkt. Brusselmans neemt in zijn column de positie in van een Palestijn die zijn vrouw verliest, de tranen van zijn zoontje ziet en vaststelt dat ook hij vatbaar is voor wraakfantasieën. Is dat verlangen naar wraak choquerend? Ongetwijfeld. Heeft het een antisemitische lading? Absoluut. Maar zet het ook aan tot antisemitisme? Welnee. Unia had zichzelf veel moeite kunnen besparen door ook de rest van de column te lezen. Daar lezen we immers expliciet de volgende waarschuwing: "Je moet er natuurlijk altijd bij denken: niet iedere Jood is een moorddadige rotzak, en om die gedachte vorm te geven maak ik me een voorstelling van een bejaarde Joodse man die door m'n eigen straat schuifelt, gekleed in een afgewassen hemd, een nepkatoenen broek en oude sandalen, en ik heb medelijden met hem en krijg bijna tranen in de ogen." De column is een stream of consciousness: Een man wordt overweldigd door nieuws uit het Midden-Oosten, barst uit in woede en laat zich enkele seconden meeslepen door wraakfantasieën om vervolgens met het schaamrood op de wangen vast te stellen dat ook hij te ver is gegaan. Het is de weerslag van het soort duistere gedachten waar veel mensen die het niet meer ziet zitten wel eens mee te maken krijgt. Ken je klassiekersVoor Arnon Grunberg was de halfslachtige manier waarop Humo afstand nam van de column een reden om de samenwerking met het weekblad stop te zetten. Moordfantasieën – van welke aard ook – hebben volgens hem geen plaats in een magazine. Wel hoopt hij dat Brusselmans wordt vrijgesproken. Een schrijver mag zo'n dingen schrijven, maar dat wil niet zeggen dat een hoofdredactie zijn columns moet publiceren. "Sommige mensen nemen Brusselmans serieus", meent de auteur, "en zouden op ideeën gebracht kunnen worden." Wellicht overschat Grunberg de populariteit die Humo geniet binnen de gelederen van neonazi’s en religieuze fundamentalisten. Wie anders dan zulke randdebielen zou in zo’n column immers een oproep tot geweld lezen? De redenering van Grunberg doet een beetje denken aan de morele hysterie uit de jaren '80 en '90 toen in de VS controverse ontstond over hiphopartiesten als N.W.A. en Public Enemy of vermeende satanistische boodschappen in heavy metal. "Het zou mensen op ideeën kunnen brengen" was samen met "Denk aan de kinderen!" ongeveer het meest gebruikte argument om deze muzikanten het zwijgen op te leggen. Uiteraard kan je jezelf afvragen of Brusselmans per se het extreme beeld van een moordaanslag moest gebruiken. Langs de andere kant hoort dat nu eenmaal bij de literaire traditie waaruit hij voorkomt. American Psycho van Bret Easton Ellis staat bol van grafische moordscènes, Charles Bukowski schrijft openlijk over verkrachting en huiselijk geweld, de Gangreen-cyclus van Jef Geeraerts is een langgerekte nachtmerrie van koloniaal geweld, rassenhaat en misogynie. Stel dat we de gedachtegang van Grunberg even doortrekken. Moeten uitgeverijen dan ook ophouden met het publiceren van de oeuvres van Ellis, Bukowski en Geeraerts? En wat met de klassieker par excellence, de Bijbel, waarin niemand minder dan God zelve de vijanden van Israël bestraft met ziektes, hongersnood en genocide? Toegegeven, literaire klassiekers en religieuze boeken kan je in verdediging nemen door te wijzen op de historische en literaire context. Maar als context er wel toe doet bij de klassiekers, waarom dan niet bij hedendaagse auteurs? TaboesHet antwoord op die laatste vraagt is: uit schaamte. Een column als die van Brusselmans confronteert ons met vuiligheid die we liever onder de mat vegen. In een beschaafde samenleving is geen plaats voor antisemitisme en racisme. En wat als het toch bestaat? Niet enkel bij de rechts-radicalen waar we eigenlijk op neerkijken, maar ook – op een onbewaakt moment – in onszelf? Dan verbloemen we de werkelijkheid. Opgroeien is immers ook je vuile kantjes onderdrukken. Je laagste instincten onderdrukken werkt meestal prima en is doorgaans ook beter dan ze ongefilterd uitspreken. Een werknemer die een manager uitscheldt voor een incompetente zak met evenveel empathie als een vat zwavelzuur is doorgaans nefast voor de werksfeer. Wat je niet bespreekbaar kan maken in de dagelijkse omgang, heeft echter wel zijn plaats in de gestileerde, gefictionaliseerde context van de kunst. Dat geldt zeker wanneer de laagst instincten van mensen voortkomen uit verziekte verhoudingen tussen bevolkingsgroepen en naties. Wraak en vernederingMet een beetje gevoel voor overdrijving kan je de geschiedenis van conflicten beschrijven als een lange ketting van vernedering en wraak. De Frans-Pruisische Oorlog (1870-1871) leidde tot zeven decennia Frans wantrouwen tegenover alles wat Duits is, de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog bracht de opkomst van de nazi’s met zich, het einde van de Tweede Wereldoorlog leidde tot de etnische zuivering van miljoenen Duitsers uit de voormalige oostelijke provincies van het Reich, enzovoort, enzoverder. Alle vrome oproepen ten spijt is de actuele mens niet beter of slechter dan de historische mens. Wanneer een conflict losbarst ontstaan exact dezelfde patronen. Ketenen van vernedering en wraak zie je vandaag in Oekraïne, Rusland, Soedan, Myanmar, Palestina, Israël, Iran, Nagorno-Karabach, Congo, ... Maar je ziet ze ook dichter bij huis: in gezinnen waar huiselijk geweld een familietraditie is, in religieuze sektes, in verpauperde Britse steden waar extreemrechtse betogers in de clinch gaan met ordediensten en antifascistische tegenbetogers, ... Waar anders dan in kunst kan je de woede en onmacht om zoveel onrecht beter bespreken? Waar anders kan je zo treffend de gedachtegang verkennen van een ziel in nood? Rapporten van mensenrechtenorganisaties? Sociologische studies? Laten we eerlijk zijn, geen hond leest ze. Net daarom is het zo belangrijk om Herman Brusselmans te verdedigen. Zeker nu. Zelfs al vind je 99% van wat hij schrijft bladvulsel dat zelfs jouw hond beter kan verwoorden. Met een mogelijke veroordeling van Herman Brusselmans staat immers meer op het spel dan de carrière van een schrijver, het is een gevaar voor iedereen die op eigenzinnige wijze de schaduwzijde van mensen ter sprake wil brengen. De krampachtige poging om elke normoverschrijding uit de weg te gaan leidt tot een steriele samenleving waarin geen mensen, maar atomen leven. Atomen die zich terugtrekken uit de wereld, bang om iemand te kwetsen of om het voorwerp te zijn van juridische vervolging of een trial by media. Niemand verwoordt die angst beter dan Brusselmans zelf. In de column die Humo een week na de heisa publiceerde, schreef hij het volgende: “Je kunt je opwinden, je gekwetst voelen, doordrongen zijn van woede, ten prooi vallen aan wanhoop, en je kunt dat maar beter ondergaan binnen de vier muren van je eigen biotoop en er, behalve je geliefden, niemand mee lastigvallen, want als je dat wel doet, zul je verpulverd worden door hoon, verslagen worden door onbegrip, en in een hoek worden geduwd waarin je nooit hebt thuisgehoord.” Brusselmans heeft de boodschap begrepen, waarna hij zich in de rest van de column – oh ironie – schuldig maakt aan alle platvloersheid, clichés en oppervlakkigheid die zijn critici hem altijd hebben verweten. Hij lult over het weer, over iced latte, over ‘schijten achter een struik’ en het woordje ‘kaka’. “Laten we ons daarmee bezighouden", besluit de schrijver, pijnlijk bewust van de ironie van de siutatie, "terwijl we ons verder en verder verwijderen van de loop van de wereld.” Meer heb ik daar niet aan toe te voegen.  Pieter Van der Schoot Deze tekst verscheen eerder op mijn blog Observaties uit het ondermaanse.

Pieter Van der Schoot
514 3

De dodelijke minachting

  Vincent van Gogh die vermoord wordt door een geprivilegieerd zoontje.   Een kleinburger die na ettelijke veroordelingen zomaar een jong gezin te pletter rijdt.  Een bruine man die vermoord wordt door een  geprivilegieerde bende. De bruin die veroordeeld wordt omdat hij een joint opsteekt, terwijl om de hoek een witte, wit hangt te schuiven.   De onaantastbaarheid  waar mee ze door het leven gaan.   Een dodelijke .   Een onaantastbaarheid die iedere geloofwaardigheid vernietigd.  De dodelijke minachting voor de andere in moeilijheden.  ************************************************************************* foto VERF ed  TOGETHER     https://www.2dehands.be/q/verf+ed+rooie+flikkers+amsterdam%3a+montaigue+de+quercy%2c+frankrijk/   +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++ foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++   Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
11 0