Lezen

Zwijgende lippen

Het is alsof niets echt is wat het lijkt. Als je rondom je kijkt, lijkt alles prachtig, wonderbaarlijk en vol vreugde. De wereld is een kunstwerk, waarop iedere druppel verf zijn eigen functie heeft en zorgt voor een harmonieus geheel. Dat gevoel had ik altijd als kind. Toen dacht ik echter ook dat er een oude man bestond die 's nachts door je schoorsteen kroop en pakjes voor je achterliet of dat kinderen door ooievaars werden gebracht. Nu weet ik wel beter. De wereld is hard en dat wordt iedere dag opnieuw duidelijk… Wie had ooit gedacht dat ik hier zou eindigen? In een appartement waar zelf een kabouter een gevoel van claustrofobie zou krijgen. Als je mijn appartement binnenstapt, krijg je het gevoel alsof iemand, die te veel gedronken had, zijn braaksel niet in zijn mond kon houden tot aan de toilette en daarom zich naar hartenlust had uitgeleefd tegen de muren. De muren  die daarbovenop dezelfde kleur hadden als de schimmel op het bord lasagne van vorige maand  dat op de keukentafel stond. Verder stonden de kamers vol met meubels die ik geërfd had van mijn overleden grootvader, hij die heel zijn leven lang gerookt had. Ik heb me altijd afgevraagd hoe mijn grootvader gestorven was, maar het zou mij niet verbazen mocht zijn lijk nog weken lang op de zetel hebben gelegen. Daaraan deed de stank in de woonkamer mij in ieder geval denken. Het was het enige appartement dat ik kon huren zonder te moeten bedelen bij mijn ouders voor geld. Erg zouden ze het niet vinden, maar ik wou hen niet teleurstellen. Mijn zus heeft het nooit ver gebracht in het leven en ze hadden hun laatste hoop op mij gezet. Ik zou de blik in mijn moeders ogen niet kunnen verdragen als ze zou zien in welke erbarmelijke omstandigheden ik leefde. Iedere maand was ik blij en tegelijkertijd teleurgesteld als ik mijn loonbrief van mij baas ontving. Ik had natuurlijk wel iets van geld verdiend, maar lang niet genoeg om het leven te leiden waar ik stiekem op bleef hopen. Het gewone leven van een alleenstaande, slecht betaalde vrouw zou je zo denken, niet? Daar heb je het echter fout. Al twee jaar, twaalf dagen en dertien uur word ik bespioneerd. Je vermoedt waarschijnlijk dat ik een geheim leven heb of nog beter dat ik beroemd ben, maar dat niemand het mag weten. Dan moet ik je echter teleurstellen. Ik word bespioneerd door een man om de hoek die al ruim tien jaar verliefd op mij is. Ik zeg altijd bespioneren omdat dat leuker is om te zeggen, stalken zou echter een betere beschrijving zijn. Nog steeds kan ik niet wennen aan het feit dat iemand echt voor mij gevallen is. Ik zie er uit als een vrouw die nog nooit van een kapper, fitness of slaap heeft gehoord. Ik heb natuurlijk niet gezegd dat het een eer is dat die man voor mij gevallen is, maar dat laat ik even ter zijde. Ik heb nogal een uitgesproken smaak wat mannen betreft. Johannes is zijn naam. Dat vond hij echter te lang om uit te spreken dus iedereen noemt hem Jo. De eerste keer dat ik mijn appartement bezocht zag ik hem. Een lange man met donker bruin haar. Perfect witte, rechte tanden en stralende ogen. Een baard die twee dagen niet geschoren was, maar die wel behoorlijk sexy stond bij zijn perfect gevormde kaaklijn. Je zag dat hij de fitness vaak bezocht door zijn gespierde lijf dat je kon waarnemen door zijn spannende T-shirt. Toen die knappe loodgieter de deur uit stapte, stond ik voor de eerste keer oog in oog met Jo. Een 60-jarige man, hoogstens groot genoeg om met een stoel aan de bovenste plank in keuken te komen. Een witte kleur hadden de paar haren die achter zijn rechter oor stonden en zijn snor had een gelige kleur gekregen door zijn veelvoudig gebruik van sigaretten.  Hij was zonnebankbruin en had het figuur van een zak aardappelen. Het zou een belediging zijn om hem te vergelijken met eender wie op deze planeet. Die jongen vroeger op school die net wat dikker was en die een iets meer uitgesproken lichaamsgeur had,  dat was Jo. Bij het bespioneren had ik me inmiddels neergelegd, maar vorige week vertelde hij iets dat al dagen in mijn hoofd rondspookt. Iets wat ik niet kan vatten. Iets wat ik koste wat kost geheim moest houden omdat het anders voor ons beiden slecht zal aflopen. Ik moest zwijgen. 

S.
0 0

Netnieters nieten, net-nieters niet.

In mijn vrije momenten wint vaak mijn nieuwsgierigheid naar de virtuele activiteit van mijn vrienden. Dan verspil ik tijd om mijn vage dromen creatief te realiseren. Ik walg dan van die zogenaamde inspirerende boodschappen. De ergste hebben een achtergrond en één of andere wazige fotofilter. De nostalgie van vervlogen tijden en de dromerigheid van verloren toekomst in één enkel beeld vervat.   Ze drukken mijn neus op hun zelfverklaarde feiten. Er zijn geen grenzen aan ambitie, dromen, geluk en doelen. Ze geven me een schuldgevoel, want ik haal blijkbaar te weinig uit alle mogelijkheden. Ik weet niet waar de drang vandaan komt om steeds het onderste uit de kan te willen halen. Je eigen grenzen naar geluk steeds te verleggen. De hemel niet als limiet te zien als er zich voetstappen op de maan bevinden.   Het is vreemd hoeveel mensen in mijn omgeving dergelijke onzin delen. Ze spannen een net voor zichzelf en voor mij.  Ik faal volgens hun woorden. Ik struikel steeds voor de limiet en dat elke dag opnieuw.  Ook ik deel motto’s uit.  Mijn vrienden houden ze ook niet vol. … Begin bij jezelf… (zonder achtergrond).   Aan de eindmeet worden de prijzen uitgedeeld. Waar die meet dan precies is? Hier of ginder, maakt eigenlijk niet uit. Wat je concreet hebt bereikt om die prijzen te behalen, maakt nog minder verschil.  Waarom we zelf netten aan elkaar blijven nieten, is me een raadsel. Enkel de fatale grens telt. je hoeft er niets voor te doen, je geraakt er sowieso over.   Ondertussen is de wereld een onbesuisde nietjesmachine. Ze bereikte die status ergens onderweg. Onze knappe breinen of leiders boekten vooruitgang door te bewaren en te bewaken van wat volgens hen belangrijk was. Steeds uitsluiten wat geen norm is en vooral veiligheid inbouwen. Te angstvallig bewaken, blijkt bij elke humanitaire ramp.   Aan de oevers vloeit onze zielsrust weg en aan de landsgrenzen bonkt onbehaaglijk het resultaat. De eeuwenoude, verworven structuur is mislukt. Ergens onderweg vochten we om elke morzel grond. Ondertussen is ook jouw identiteit gelinkt aan een welbepaald gebied vanaf je geboorte. Je erfde nietsvermoedend de negatieve achtergrond van jouw taal, staatsgeschiedenis,cultuur, godsdienst, economie. Ach, het zijn er zoveel. De gemaakte verschillen worden meestal nuttig geacht, maar er zijn grenzen.   Elk verschil kan misbruikt worden om geweld te ontketenen. Oorlog wil niemand, dus start de vlucht naar hen die anders, maar veilig leven. Bij het bereiken van de grensovergang transformeer je tot illegaal. Een gemachtigde niet in het beste geval een vluchtelingenstatuut aan je identiteit. Vanaf dit punt vervalt elk verschil, zou je kunnen denken. Net niet, als vluchteling of immigrant  ontsnap je niet aan een wazige achtergrond vol vooroordelen.   De nietjesmachine is onzin. Elke identiteit is in oorsprong mens. Het is de aarde die telt. Zij draait als blauwe bol  rond wat licht in een pikzwarte ruimte. Zij negeert onze gecreeërde denkbeelden. Moeder natuur draait rond en hoeft er niets voor te doen. Zonder onze grenzen geraakt ze er ook wel.

KLAAS
0 0