Lezen

Tip

Monoloog van een meisje dat nooit meer spreken zal

Nu scheelt er dus iets met mij. Ik heb geen woorden meer. Ik kan alleen nog denken, voor de rest van mijn leven zal ik niet meer vlot praten of schrijven. Afasie, zeggen de dokters. Alsof een duur woord zoiets beter te begrijpen maakt. Dure woorden of niet, ik begrijp het nog steeds niet. Waarom ik? Als ik ’s nachts wakker word,  vraag ik mij af wat ik in het ziekenhuis doe en heb ik het gevoel daar niet te horen, maar een ogenblik later komt het besef alweer: ik ben gehandicapt, kapot, dus ik moet ‘revalideren’.  Nog zo’n duur woord om te vertellen dat ze alles zullen doen om mij op te lappen, maar dat ze mij niet meer kunnen repareren. Ik heb hier niet om gevraagd, ik wilde helemaal niet aangereden worden. Ik wilde jong zijn, leven, en vooral veel praten, babbelen, tateren, fezelen, fluisteren, mompelen, roddelen, roepen, wat dan ook. Ik wil gewoon normaal zijn. Ik hoef zelfs niet eens meer zo speciaal te zijn, als ik maar niet abnormaal ben. Als ik nu maar geen freak gevonden word. Daar ben ik bang voor, dat mensen mij nu raar gaan vinden omdat ik zo raar praat. Geloof mij, ik vind dat zelf ook niet tof, beste mensen, ik zou zelf ook liever luid en uitgebreid over niks praten, net als jullie allemaal, maar hé, een of andere onnozelaar vond het nodig om zijn auto tegen mij te parkeren, dus nu kunnen mijn hersenen dat niet meer! Leuk, he? Bijzonder, niet? JA, vind het maar allemaal héél erg voor mij, ga daarna maar weer door met jullie kortzichtige leventjes, vergeet mij en mijn praatgebrek maar weer, ik zal jullie blikken ook wel weer vergeten. Ik hoef geen medelijden, maar als je iets niet kan, hoort dat er blijkbaar bij. Tenzij ik natuurlijk gewoon niet meer praat. Dan kan ik ook niet raar klinken. Dan ben ik hooguit een beetje vreemd. Stilletjes, misschien, maar ik zal geen freak zijn. Dan wordt papa er ook niet meer mee geconfronteerd dat er met zijn dochter iets scheelt, dat iemand het enige dat hij nog overheeft sinds mama weg is, beschadigd heeft. Dan heb ik zelf de controle weer.  

Rinke R.
181 1

Waar leggen we het nu

Afronden. We moeten het afronden. “Als het moet, dan moet het”. Wacht even. Ik vraag me af waarom het moet? Want ze zeggen toch evengoed “Alles mag, niets moet?” Wat klinkt het luidst? Wat echoot, wie fluistert, wie voegt werkelijk iets toe aan de stilte, wie zwijgt? Bon, mijn vragen spartelen tegen en tegenspartelen gaat steeds slechts voor even. Uiteindelijk is het altijd voor ieder een kwestie van accepteren. We moeten dus stillekes afronden.   Nog een vraag. Het komt niet voort uit uitstelgedrag, ik wil het echt graag weten: wat is dat dan, afronden? En hoe doe je dat met iets piekerig, iets dat zich niet laat vangen, dat gloeit, dat waait in de wind en danst op muziek. Kneed ik het het best samen? Het prikt een beetje. En prop ik het zo binnen de lijnen van een cirkel? Ik probeer het eens.   Ik geraak stilaan buiten het afgeronde geheel. Als voorbij een hek waaraan ik mijn kleren scheurde. En ik hoor het nog woelen achter mij. Ik wil dat het stilt. Ik wil dat alles zou kunnen stillen. En dan weer na een tijdje zijn eigen geluid aanneemt. Maar vanaf dan ook steeds weer kan stillen. Als iemand wil dat het stilt.   Zo, het zit er in, in de cirkel. Het is er in gepropt en opgeborgen. Zou het daar nu veilig zitten? Daarbinnen blijft het nog bestaan. En woekeren. Dat kan niet de bedoeling zijn. Tenzij het na een tijdje stilt, want iemand wil dat het stilt. Bovendien, waar leggen we het nu. Deze cirkel is slechts schijnbaar rond, er zullen nog vragen komen.   Het zou moeten kunnen doven als een smeulend vuurtje – want het is waar dat het warmte gaf. Neen, want dat het als as uiteen valt, dat wil ik niet. Dat het vervliegt en verdampt, evenmin. Weg is zo... weg. Het zijn geen stappen waarop je kan terugkomen. De theepot 'Himalaya' die we leegdronken, kunnen we er toch ook niet terug uitgieten.   Weet je wat het mag van mij? Het mag zoals een zonsondergang gaan. Mee met de zon onder gaan. En wanneer de zon terug opkomt, zal het er deel van geworden zijn. Want het is waar dat het straalde. En het werpt vanaf nu mee een nieuw licht op de te komen nieuwe dagen.

Jill Marchant
0 0

Een minuut stilte voor zij die zoekend sterven

Hij krijgt geen kieuwen, zal allerlei bewegingen maken die hem dieper naar dat eindeloze gat trekken tot de pracht van een straaltje zon door het wateroppervlak meer heeft van een slepende terminale ziekte. Hij zou tinnitus verkiezen boven de rust en stilte die hem overgiet hij zou zijn longen willen volzuigen, eventueel met teer. Een keer goed inademen, zijn jawoord geven aan zuurstof. Een doosje “Echte zeelucht’ zou hij koesteren zoals dat hoort (in een glazen buffetkast). Hij zou willen branden in de zon en de vuurrode brandvlekken er graag bijnemen. Maar de oppervlakte en de gezegende die hem geduwd heeft lijken verder weg dan ooit wanneer hij beseft dat nadenken over wat hij wilt het zinken niet stopt. Hij is geen held en wil er geen zijn. Hij voelde zich veilig op de saaie vaste grond en weet dat ‘ergens willen komen’ de vervelendste, slopende wil is die er bestaat. Hij is een antiheld die in zijn droog vuistje lacht wanneer hij mensen ziet zoeken naar iets en wanneer ze het gevonden hebben op zoek gaan naar iets nieuws tot ze zoekend sterven. Zo heeft hij beslist dat hij al ergens is. “Anders kom je nergens” weergalmde vanaf het droge zuurstof-bevattende oppervlak waar de duwer stond. Wat was die bodem lelijk. Terwijl hij voelt hoe onbevredigend het is om je longen dorstig met water op te blazen kerft hij met zijn plots-heel-erg-oude rimpelige vingers het zand vol met waarheid voor alle leeghoofdige drenkelingen die ook geloofden dat je geboorte er nog niet voor zorgt dat je ergens bent." De enige manier om te leren zwemmen is in het water springen "… maar niet iedereen wil ook een vis zijn. 

Lot
0 0

Maanziek, fragment 1 uit het boek 'Maanziek'

'Kom op Mathis, dit kan je niet menen! Ben je echt zo'n watje?' Ja, ik ben echt zo'n watje. 'Wil je alsjeblíéft nog één laatste keertje van de wildwaterbaan gaan?' Axel kijkt me smekend aan met zijn zielige puppy-oogjes. Hoewel hij al jarenlang mijn beste vriend is, probeert hij me toch te overhalen om een tweede keer mijn leven te wagen in die gestoorde glijbaan. Niet toegeven nu, Mathis, prent ik mezelf in. Je wilt niet nóg eens doodsangsten uitstaan en jezelf belachelijk maken voor de ogen van al die mensen. Ik kijk omhoog en zie hoe Axel aan de rand van het bubbelbad staat te springen, van het ene been op het andere. Sinds wanneer kan het me iets schelen wat andere mensen denken? 'Binnen een uurtje sluit het zwembad en dan moeten we naar huis', gaat hij verder. 'En vanaf morgen zitten we weer opgesloten in die stomme school. Trouwens, een warm bad kan je thuis ook nemen maar een supersnelle glijbaan zoals de Moonstruck vind je nergens anders!' besluit hij zijn pleidooi. Hij trekt aan de onderkant van zijn lichtblauwe zwemshort en gluurt naar enkele meisjes in bikini die voorbijlopen. 'Dit is geen bad, maar een jacuzzi', wijs ik hem terecht. Axel rolt met zijn ogen en haalt zijn schouders op. Een andere belangrijke reden waarom ik er weinig voor voel om mijn plekje te verlaten, zijn drie knappe meisjes. Ze zitten in de aangrenzende jacuzzi en genieten ongetwijfeld van hun laatste vakantiedag. Vanaf dit punt heb ik een perfect uitzicht op twee van hen, meisjes met lange lichtblonde haren en een lichaam waarmee ze modellenwerk zouden kunnen doen. Echt het type waar Axel op valt, denk ik bij mezelf. Het derde meisje zit een beetje afgezonderd van de rest. Omdat ze met haar rug naar me toe zit kan ik haar gezicht niet zien, maar ik kan me zó voorstellen dat ze de knapste van de drie is. Jij bent veel te verlegen om met een meisje dat je niet kent te praten, brengt mijn brein zichzelf in herinnering. 'Mathis, please?' Ik word uit mijn mijmeringen gerukt en slaak een diepe zucht. Wat mij betreft heeft het warme water van de jacuzzi veel meer overtuigingskracht dan de woorden van Axel. Ik voel hoe duizenden belletjes langs mijn benen omhoogdrijven en ruik de heerlijke lavendelgeur die ze verspreiden. Dan speelt Axel zijn laatste troef uit. 'Ik keek er zó erg naar uit om de Moonstruck te proberen...' Dat is de druppel. De wedstrijd is beslist in het voordeel van de gigantische waterattractie. Je bent veel te aardig. Ik hijs mezelf met tegenzin uit het heerlijk geurende water en ril van de plotselinge kou. Terwijl ik het prikkende chloorwater uit mijn ogen veeg en mijn natte haren fatsoeneer, probeer ik een glimp op te vangen van het meisje met de lichtbruine krullen. Op dat moment krijg ik een krachtige duw die me doet wankelen op mijn benen. Bijna val ik recht op mijn gezicht, maar Axel kan me nog net bij een arm grijpen. 'Hé, niet omvallen', lacht Axel. Ik schud mijn hoofd en probeer te ontdekken wie me zo bruut omver probeerde te stoten. Er is niemand te zien. Vreemd. 'Iemand duwde me', verbeter ik Axel. 'Wie doet nu zoiets?' Het is voor mij soms moeilijk om te begrijpen waarom mensen iets doen. Vaak voel ik me alsof ik helemaal alleen op mijn eigen geïsoleerde eilandje zit. Een halve minuut later staan we aan de ingang van de wildwaterbaan. 'Pff, zo veel volk', zucht Axel. Een rilling loopt over mijn rug. En het is niet van de kou deze keer. Axel heeft gelijk, de wachtrij staat inderdaad bijna helemaal vol. Waarom vinden al die mensen dit zo leuk? vraag ik me af. Wat is er fijn aan een smalle, donkere buis waar je tegen een duizelingwekkende snelheid doorheen vliegt? Een laatste keer kijk ik omhoog, naar de tweehonderddrieënvijftig trappen die we moeten beklimmen vooraleer we de top van de Moonstruck bereiken. Een onheilspellend gevoel maakt zich van mij meester. Doe het niet, probeert het stemmetje in mijn hoofd nog. Ik verman mijzelf, grijp de trapleuning beet en begin aan de beklimming. Wil je meer lezen? Maanziek, fragment 2: http://azertyfactor.be/tekst-lezen/5760/maanziek-fragment-2-uit-het-boek-maanziek Maanziek, fragment 3: http://azertyfactor.be/tekst-lezen/5828/maanziek-fragment-3-uit-het-boek-maanziek Blijf je graag op de hoogte van de avonturen van Mathis? Volg 'Maanziek' dan op Facebook (Maanziekhetboek) en Twitter (Maanziek_boek)

Eva Linden
27 0