Lezen

oefeningen

Gebruik korte woorden uit de dagelijkse taal arbeidsongeschiktheidsverzekeringsvoorwaarden > De voorwaarden waaraan je moet voldoen zodat je verzekering tussenkomt als je door een ziekte of ongeval niet meer in staat bent om te werken. armoedebestrijdingcommissie > Een commissie die nadenkt over hoe armoede te bestrijden. gemeentereinigingsroltrommelhuisvuilophaalvrachtwagensysteembegeleidingsdienst > De dienst die de vrachtwagens met een roltrommel die het huisvuil ophalen begeleidt. Schrijf actieve zinnen Het meenemen van een geldig paspoort is verplicht.  U moet een geldig paspoort meenemen. In elke gemeente worden vandaag de dag etnisch...  Etnisch-culturele minderheden komen tegenwoordig in elke gemeente voor. Bijna elke gemeente wil deze diversiteit een plaats geven in zijn beleid en komt hierbij voor uitdagingen te staan. Hoe kan je als gemeente een beleid voor die minderheden uitschrijven?Hoe kan je ze beter bereiken?  De gemeentes vinden het belangrijk dat er meer diversiteitsmanagement in de dienstverlening komt. Ze willen ook effectieve methodieken voor inspraak en participatie ontwikkelen. Daarnaast denken ze na hoe ze  meer en aangepaste info over de werking van de gemeente aan allochtonen kunnen aanbieden. Gebruik vervoegde werkwoorden ipv naamwoordstijl Het inzien van het belang van...  U wil leesbaarder schrijven? Vermijd dan naamwoordstijl en nominalisering. Tangconstructies De verkeersborden...  Op grond reacties van bewoners en andere belanghebbenden over te grote vrachtwagens in een nieuw ingerichte straat plaatste het college van burgemeester en schepenen verkeersborden. Vrachtwagens waarop de straat niet berekend is die nu nog schade veroorzaken, lopen het risico een schadevergoeding te betalen. De door u op 1 oktober...  Op 1 oktober voerde u onderhoudswerken uit aan het fietspad in de Abdijlaan. Ze voldoen niet aan de contractvoorwaarden. Voorzetselsuitdrukkingen  Pas deze tips over vlotte taal voor de lezer om te scoren nu maar eens toe.  Ontkenning  Het is waar ik in de eerste plaats voor kies.  Het bestuur voelt er momenteel niets voor.  We doen er alles aan om te vermijden dat dit nog eens gebeurt. We zijn echter evenmin verantwoordelijk voor de inhoud van de reclameboodschappen.

Mathias Onzia
1 0

Toonaangevend Meetjesland

Het Meetjesland heeft voor iedereen wat te bieden, voor groot en klein, en alle leeftijden daartussen. Wie zich op 21 juni naar deze regio in Oost-Vlaanderen begeeft, kan er zich  uitleven op een dag van vtbKultuur Oost-Vlaanderen. Krulbollen, wandelen, van muziek genieten, fietsen, eten, schapen scheren, kantklossen, … Voor elk wat wils en iedereen is welkom. Drukte gegarandeerd. Bovendien worden temperaturen voorspeld boven de dertig graden. Volzette parkings en bermen langs de weg en vertragingen op het spoor zijn niet uit de lucht gegrepen. Bovendien zullen files op de toegangswegen aan mekaar geregen worden tot een monsterfile. vtbKultuur schakelt luchtballonnen in om je vanuit eender welke Vlaamse stad naar het Meetjesland te brengen.   Algemeen directeur Dirk Lens van vtbKultuur geeft graag toelichting. ‘We willen ons met vtbKultuur op de culturele kaart zetten in Vlaanderen. Origineel uit de hoek komen en alles uit de kast halen is daarbij een must. Het Vlaamse luchtruim zal veelkleurig zijn op 21 juni. Eind juli vindt elk jaar aan ballonmeeting plaats in Eeklo. Die willen we met vtbKultuur een maand vooraf evenaren. Vanuit elke stad en elk zichzelf respecterend dorp zetten we luchtballonnen in, zodat niemand in de file hoeft te staan op 21 juni en van een adembenemend uitzicht kan genieten. We lanceren die dag ook onze eigen vtbKultuur-zeppelin, die in de lucht wordt gelaten met het koningspaar aan boord. Met de zeppelin maken we erna een promotour door Vlaanderen en hopen we iedereen ervan te overtuigen dat wat we geen gebakken lucht verkopen.”   De zeppelin krijgt na de tour een nieuwe, culturele functie. Op 21 juni start een wedstrijd waarbij deelnemers kunnen bepalen welke dat is. vtbKultuur staat garant voor ‘cultuur met een knipoog’ en wil het luchtschip zo op een ludieke manier herbestemmen. vtbKultuur zet de toon en begint daarmee in het Meetjesland!          

Elke Aerts
1 0

Mierenplezier

  Ze zijn eerst met een paar of alleen. Maar na een tijd met velen. Ze lijken op een mierenkolonie; ze zijn sociaal en doen veel samen. Al is er toch steeds iemand die meer het voortouw neemt dan een ander. Een koningin, die zich als leider gedraagt. Maar waarvan iedereen dat aanvaardt. Ze beseffen erg goed dat 1 + 1 niet gewoon 2 is. Maar 3. Of zelfs nog meer. Ze werken voor hetzelfde doel en staan samen zoveel sterker dan apart. Ze beseffen dat ze geen rotsblokken kunnen verzetten waardoor het pad van richting verandert. Maar ze weten wel dat ze door veel kiezelsteentjes in een rivier op een hoop te leggen ook de loop van het water een paar druppels kunnen beïnvloeden.   Op woensdagnamiddag vind je ze in het park om de hoek met een groot pak rijstkoeken om te delen. Op de wekelijkse zondagmarkt lopen ze mekaar tegen het dertigjarige lijf aan het zuiderse kraam met olijven en cava. Op zaterdagvoormiddag doen ze inkopen in de plaatselijke supermarkt en houden ze een praatje tussen de eieren en de bussen melk. En een keer in de maand trekken ze met hun vermoeide kroost naar de lokale nawerkse vrijdagavonddrink. Ze houden al eens een lokaal groetendepot open, verzorgen de buurtvarkens en kippen en organiseren een lokale rommelmarkt. Ze lanceren een hulpkreet op een sociaal medium als hun babysit niet komt opdagen en hebben dezelfde donkerblauwe wallen onder hun ogen omdat hun koters steevast te vroeg wakker worden. Ze investeren tijd in een koffieklets zonder koffie aan de schoolpoort, vangen het kind van een ander op als die vaststaat in de file en nodigen de ouders van de mini-mens die komt spelen uit om te blijven aperitieven.   Ze? Dat zijn ouders met kleine kinderen, die in de stad een dorp creëren, waar het goed toeven is. Waar de school op 300 meter afstand ligt waardoor menig loopfietsende kleuter enthousiast staat de springen aan de voordeur ’s morgens om te vertrekken. Waar het opvangen van andermans kroost niet eens een last is. Waar veel mensen wonen met ouders op ‘de buiten’, waardoor de koorts van het kind allang gezakt is tegen dat ze aan de deur staan om voor het ziek vogeltje in kwestie te zorgen.   Ook ik ben een mierenouder. Ik kwam met mijn eigen kleine mierengezin vier jaar geleden  aan de rand van de grote stad wonen. Ik zag andere mieren op straat zich verenigen, maar hoorde daar niet bij. De schoolpoort opende pas echt de deur naar de mierenkolonie waar ik nu toe behoor.   Ik investeer tijd met andere ouders, koffieklets aan de schoolpoort en fantaseer over een echt koffiebar aan de overkant van de straat, ik ga naar de speeltuin met rijstkoeken voor de kleine mensen en neem een aperitief mee voor de grote, ik vang al eens een kind op. Het loont. Veel. Want anderen doen dat evengoed.   Het leven aan de rand van de stad is goed en zoet. Mierzoet.          

Elke Aerts
1 0

Babel

Een, twee, drie schepjes suiker. Drie schepjes suiker verdwijnen in een borrelend koperen potje. Het koffieschuim sist en ik krijg mijn vierde bakje troost van de dag voorgeschoteld. Het zwarte goedje ziet er klef uit. Een van de vele Turkse doodssteken voor de diabeticus. Als verfrissing komen er enkele felroze blokjes watermeloen aandraven. Beetgaar en nét niet korrelig. Turks fruit lonkt in de verte, visceus en met smaragden pistachenoten erin. Het Ottomaans tapijt onder mij prikt. Rondom mij liggen er kilims opgestapeld, in alle kleurschakeringen en op weg naar alle werelddelen. Daarop, daaronder en daarnaast katten, in alle kleurschakeringen en op weg naar hun volgende leven. Naast me tokkelt een jonge vrouw een tapijt ineen. Ze bespeelt haar wol als een harp. Als teer sijpelt de koffie binnen. Of ik wil weten wat de toekomst brengt? De oude gesluierde dorpsvrouw blijft me aankijken. Ze beloert me. Ze ziet hoe angstvallig ik het kopje koffie wegduw. Vliegensvlug draaien haar met henna getatooëerde vingers het kopje om. Ze begint te graven. Als een welleerde geograaf wijst ze me op de gitzwartste lijn in het kopje. ‘Bosphorus’, prevelt ze, haar gecraquelleerde hand zachtjes nijpend in de mijne. Ik glimlach. Zij niet. Voor ik het weet ontrafelt het koffiedik zich in een stafkaart van Turkije die ik in vogelvlucht observeer. Zoals een ooievaar zweef ik over een landschap van schuurpapier: van puimsteen tot Taurusgebergte tot vulkanisch gesteente. Zoals de Bosphorus meander ik van Oost naar West. Ik stuit op een berg. Ooit een destructieve vulkaan, nu een besneeuwde solitaire bergtop. Errond een pointillistisch lappendeken van meibloesems. Hasan Dağı, de berg genoemd naar mijn vader. Of was het nu omgekeerd? In de verte doemt er een ander rotsvormig uitsteeksel op. Het is het amorfe kasteel van Uchisar. Van ver lijkt het op de toren van Babel, als een vulkaanseruptie ontsproten aan de dorre rotsgrond. Ik sprokkel woorden als brandhout en probeer tevergeefs de vrouw aan te spreken. We blijven in zwijgzaamheid gehuld, af en toe onderbroken door haar kneepjes, wat kattengespin en enkele noten tapijtengetokkel. Ze graaft verder. Als een welleerde biograaf onderzoekt ze de microscopische lijnen in het koffiekopje. De mastodont van de Erkan-stamboom woekert in het wilde weg. Verstikkend als klimop. En dan nog te bedenken dat de buitenechtelijke kinderen er niet eens op staan. De vrouw traceert met haar vinger de verschillende takken, de bloesems die nooit ontsproten, de dorre uitsteeksels die aan de kruin van de boom uitgeblust achterbleven. Radeloos ga ik op zoek naar namen die me bekend in de oren klinken. Ik ga zelfs op zoek naar mezelf. Al snel merk ik dat ik er ergens afgedwarreld ben, als een van de vele ritselende bladeren. De vrouw draait het kopje ritualistisch om. De familie op z’n kop. Nu ik het zo zie lijkt het op de plattegrond van het ondergronds dorp dat ik gisteren bezocht. Met een klamme ademhaling de onderwereld in. Vol gevaarlijke nissen, benauwde tunnels, zwarte gaten en levende grafzerken. De vrouw geeft me een laatste kneepje. Zegt dat ik thuis ben nu. Ze glimlacht. Ik niet. De minaret begint aan zijn derde klaagzang van de dag en ik begeef me naar het witte licht van de steeg. Als de onhandige vreemde in eigen land en in een poging om dankjewel te zeggen bega ik 12 fouten tegen de Turkse grammatica. Als teer blijft de koffie aan mijn ribben plakken.

Tülin Erkan
1 0

De lading, niet het schip

Ik houd van mijn taal, het Nederlands. Geen taal ter wereld zo beeldend. Als ik aan mijn favoriete woord paddestoel denk, denk ik aan een pad op tocht door het bos die de kramp in de benen niet meer kan verkroppen en zich een eerste beste zitgelegenheid zoekt in de vorm van een fungoïde. Een wetenschappelijkere ontstaansgeschiedenis aan de hand van het woordenboek maakt niet veel wijzer. Het Nederlands etymologisch woordenboek heeft qua accuratesse iets van het Belgisch weerbericht. We denken dat het zo en zo is gegaan, maar de werkelijkheid kan wel eens heel anders zijn. Kiest u maar de optie die het beste bij U past, zoekt U het zelf maar uit of kijk eens door het raam. De geschiedenis van het Nederlands is met andere woorden een raadselachtig sprookje.   Ik houd van mijn taal, het Nederlands. Geen taal ter wereld zo democratisch. Het kleinste kind kan zich verstaanbaar maken, geen grammaticale mechanicakennis nodig. Ik herinner me uitspraken van mijn broer als kleuter. Nog nooit over een tafellaken gehoord sprak hij al over een lakentafel. Of het kind van een verre kennis dat een vrouwelijke bouwvakker een vakvrouw noemde. Nederlandse woorden verzinnen, het is makkelijker dan de Billy boekenkast van Ikea bijeensprokkelen.   Vandaag blader ik door het boekje La fabrique des mots van Erik Orsenna. Een hebbedingetje van 140 pagina's, zoals er op de Franse markt wel meer verschijnen. Stationslectuur te koop voor een habbekrats, maar dan met dat ietsje meer dan de doorsnee Harlequin. In het hoofdstukje Où l'on décevra forcément ceux qui espéraient gagner beaucoup d'argent avec les mots vraagt Johann la maîtresse of dat als je een woord uitvindt dat je er dan ook de eigenaar ervan bent.     - Natuurlijk niet, antwoordt de lerares.    - Van wie zijn woorden dan?, vraagt Johann.   - Woorden zijn van iedereen.    - Kan je er dan geen geld mee verdienen, ook niet als ze héél intelligent of grappig zijn en als ze elke dag door miljoenen en miljoenen mensen gebruikt worden?   - Nee, ook dan niet.    - Waarom zou ik dan de moeite doen?    - Voor de trots, de eer. De juf verwoordt het;   Quand tu invite un mot, tu éclaires ce qui était dans le noir. Tu précises ce qui était confus. Tu sépares ce qui était mélangé. Tu fais naître quelque chose qui n'éxistait pas.   Ik kan geen mooiere eer verzinnen.   Laatst in de les InDesign sprak de hippe grafische guru over een ultieme toepassing van het programma. Een lettertype ontwerpen, dat door het programma zelf laten erkennen om zo te kunnen delen in de opbrengst van de licentie van jouw nieuwe font.    Dit moest even bezinken... Geld verdienen met letters te ontwerpen zonder dat ze woorden vormen... Alsof je een Michelinster wint voor het ei en niet voor het omelet... Wat kun je in godsnaam met een rauw ei, wat kan je met letters? qsbmk gobodzba m?!?   Look en feel zijn flauwe begrippen als het over literatuur gaat. Om over de sfeer en gezelligheid van een omelet nog maar te zwijgen.   Ik denk aan schip en lading. Ik denk aan vorm en inhoud. Ik denk aan licentie en eer. Misschien is het wel een eer om elke dag Nederlands te mogen spreken. Zeker is het een eer om in het Nederlands te mogen schrijven, te mogen bricoleren en chipoteren met woorden en zinnen om zo uiteindelijk mijn duistere boodschap het licht te gunnen. Bof ik even dat ik voorlopig voor dat mooie Nederlands nog geen licentiegeld hoef te betalen.

sofievand
2 0

Nowa Huta East Side

In een historisch pand aan de Melkmarkt wordt druk getimmerd. Als ik naar binnen kijk zie ik dat enkel de gevels nog rechtop staan. Enig facadisme is Antwerpen nooit vreemd geweest denk ik bij mezelf en glimlach heimelijk. In het gestripte portiek houdt een drietal mannen, gezeten op omgekeerde mortelemmers, schafttijd. Het witte stof van slijpende collega’s is nauwelijks gaan liggen, maar dat schijnt hen niet te deren. De struiste onder hen weet in 1,5 hap een banaan weg te werken, z’n zwarte box t-shirt spant om z’n borst. Nowa Huta East Side staat erop geschreven in een trots lettertype als was het een deel van de Bronx.   Tram der arbeid In de zomer van 2006 reis ik per trein van Warschau naar Krakau. De rit is lang, het landschap lieflijk, de hemel blauwer dan blauw. We beleven prachtige dagen ik en het Kriskras reisgezelschap. De oude stad Krakau is sprookjesachtig, de mensen vriendelijk en de geschiedenis bloedstollend. Na een bezoek aan de zoveelste locatie uit Schindler’s List heb ik het echter wel gehad met de oorlogsdramatiek. Ik ben benieuwd naar sporen van een recenter verleden, naar hamers en sikkels, naar solidarnosc. Thuis in de bibliotheek had ik me reeds ingelezen. Een quasi door de tand des tijds verorberde reisgids prees een arbeidersstad pal naast Krakau aan. Wie gaat er mee naar Nowa Huta? Ik houd een wervend pleidooi over de droom van Lenin, arbeiderspaleizen en wellicht vergane glorie. Maar de groep zeurt over zere voeten en verkiest een pils op het terras. In mijn jeugdige koppigheid besluit ik het er alleen op te wagen. Ik haal m’n moedigste Duits boven en koop een kaartje voor de tram. Nach Nowa Huta? De jongen van het kleine kiosk steekt vier vingers in de lucht en wijst voor zich uit. Zodoende neem ik tram vier richting het oosten.   Droom van staal Als er een ultiem vervoersmiddel is om je naar Nowa Huta te brengen dan is het de tram. Geheel in de lijn van de sovjetideologie is het stadsdeel prima te bereiken met openbaar vervoer. Langzaam rijden we het oude centrum van Krakau uit en wordt het aantal toeristen op de tram drastisch uitgedund. Na de groene rand te doorkruisen belanden we in een zwaar geritmeerd stratenpatroon. Woontorens uit de jaren ’80 verschijnen als eerste aan de horizon om daarna over te gaan in oudere laagbouw. Deze laagbouw in opvallend slechte staat, maar wordt nog steeds bewoond. Een dikke roetlaag heeft zich aan de gevels gehecht, pleisterwerk brokkelt af. De zorgvuldig ingeplande groenperken zijn in geen jaren onderhouden en naast de megalomane hoofdlaan staan aftandse Lada’s en Volkswagens geparkeerd.   Met Nowa Huta (Nieuwe Staalfabriek) wilde het communistisch regime aan het einde van de jaren ’40 een nieuw gebied voor zware industrie creëren, oftewel een industriële pied à terre in het juist veroverde Polen. Het idee was de ideale sovjetstad te stichten inclusief moderne woonaccommodatie voor de arbeiders, als tegenwicht voor het meer bourgeois karakter van Krakau. Helemaal de stijl van het sociaal realisme werd het een planmatige aangelegenheid, met plantsoenen, winkels, cinema, theater en een oversized standbeeld van Lenin als middelpunt.   De tram zet zijn traject verder. Op het centrale plein kijk ik gek genoeg recht op een kerk. Die werd na de val van het communisme bij wijze van vrijheidsbeeld als eerste gebouwd. Even later passeren we het Theater Ludowy (het Volkstheater) waar Tadeusz Kantor ooit de decors ontwierp en zijn visie over de podiumkunsten bij elkaar schreef in z’n bekende manifesten. Aanvankelijk werd het theater geleid door een overlevende van de holocaust die zijn publiek bij wijze van catharsis de meest verschrikkelijke stukken voorschotelde. Tijdens de communistische dictatuur was het een plaats waar onder het mom van artistieke metaforen enige denkvrijheid mogelijk was.   Dan stopt de bebouwing en duikt de tramlijn het bos in. Boven berkenkruinen triomferen torens van fabrieken waar het Ruhrgebied jaloers op zou zijn. Ik voel me nietig tegenover de kathedralen van de industrie. Aan de laatste halte van de tramlijn stapt een leger arbeiders op. Ze zijn opvallend mager. Zwart stof hangt van in hun gezicht tot onder hun nagels. De sfeer zit er echter goed in, er wordt volop gelachen en gezwansd. Alweer een werkdag die erop zit.   Terug in het hostel staan mijn frisgedouchte medereizigers me al op te wachten. “En?” Ik kan slechts één adjectief verzinnen, orwelliaans.   Ostalgie à gogo Surfend op het internet tracht ik uit te vissen hoe het Nowa Huta de afgelopen 10 jaar is vergaan. Een ware metamorfose. De straten zijn onderhouden, de bloemperkjes ogen vrolijk en sommige gevels zijn opgefrist. Ook aan herbestemming is gedacht. Wat ooit de cinema was, is vandaag een supermarkt.   En er komen toeristen. In ludiek uitgedoste Trabi’s komen ze een ommetje maken. Nowa Huta is hip, op het internet zijn t-shirts te koop. Die vinden gretig aftrek onder een nieuwe generatie. Toch denk ik dat je hier nog steeds niet voor je plezier komt wonen. In Nowa Huta blijft het leven Spartaans en is arbeid het hoogste goed… of toch zolang de fabrieken draaien. Voor zij die dat niet zien zitten is er hoop in het Westen en een t-shirt van de internetshop.   Van droom tot stof Terwijl ik het historisch pand aan de Melkmarkt voorbijloop denk ik aan Antwerps stof op Poolse schouders. Denk ik aan het witte contrast met het zwarte roet tegen de gevels van hun ouderlijk huis in Nowa Huta. En denk ik aan vadertje Lenin die zich in Moskou aan een vernieuwd Rode Plein wellicht omdraait in z’n graf.

sofievand
3 0
Tip

Evolutie en beschaving

Heel vaak had mevrouw Piovanelli, als ze na het eten nog wat met haar man zat te praten, de wens uitgesproken dat, indien een van hen beiden, wat god mocht verhoeden, voortijdig zou komen te overlijden – dat hij dat dan zou zijn. Maar die dag stelde ze vast dat haar geduld minder groot was dan gedacht.   Met de jaren was het haar beginnen dagen dat hij nooit de man zou worden die zij gedacht had te ontmoeten toen ze hem zevenendertig jaar, vier maanden en negentien dagen geleden had uitgekozen. Uiteraard had zij hem steeds in de waan gelaten dat hij het was geweest die haar had gekozen, zoals het zou gelopen zijn mocht hij een echte man zijn geweest. Heel vaak had zij zichzelf al verweten dat haar gretig verlangen naar een man aan haar zijde het toen had gewonnen van haar zelfbeheersing. Het besef dat zij gevallen was voor zijn knappe verschijning was een dame als haar onwaardig en kwelde haar nog meer dan al de onhebbelijke eigenschappen die ze sedertdien bij hem had ontdekt. Dat zij zichzelf in deze situatie had gebracht, was allicht de voornaamste reden geweest waarom zij jarenlang had gemeend dit lot te moeten dragen. Zij had gezworen nooit nog haar gevoelsleven te laten primeren op goed fatsoen, geduld en welgemanierdheid. Zij had geslikt en gezwegen en een uitzonderlijke keer had zij de ogen gesloten voor zijn ongemanierde gewoontes, maar nooit was zij tegen hem uitgevaren.   Zijn volkse aard was zwaar om dragen, maar toch was dat niet haar grootste beproeving gebleken. Het was de leegte in hem, waarvan er met de jaren alleen maar meer leek te zijn gekomen, naarmate zijn struise lijf nog verder was uitgezet. Haar vader zaliger had haar erop attent gemaakt die avond nadat ze hem trots aan haar ouders had voorgesteld. Nadat hij geduldig had geluisterd naar haar enthousiaste verhalen over hun eerste weken samen en haar had verzekerd dat hij niets liever wou dan haar gelukkig zien, had hij voorzichtig gepolst of die jongeman wel genoeg inhoud had. Ze had de vraag destijds niet eens gehoord, maar had ze zich achteraf wel pijnlijk vaak herinnerd. Schoorvoetend had zij moeten erkennen dat haar vaders bezorgdheid volkomen terecht was geweest. Meneer Piovanelli was zwaar van postuur maar licht van geest, dat was de verpletterende waarheid die zij intussen niet langer kon ontkennen.   Mevrouw Piovanelli had zich uitgeput in vergeefse pogingen om zijn interesse te wekken voor de literatuur, de beeldende kunsten of de wetenschappen. Ze had hem meegenomen naar de grote Europese steden en was hem voorgegaan naar gerenommeerde kunsthuizen en musea. Talrijke schouwburgen en galerijen hadden zij bezocht en na haar vaders dood had zij diens bibliotheek met veel zorg laten overbrengen naar hun eigen woning. Het liet hem allemaal koud.   Niets had doen vermoeden dat die dag anders zou verlopen dan alle andere. Zij was vroeg opgestaan en had naar vaste gewoonte de ontbijttafel klaar gezet. Hij was ongeschoren aan tafel verschenen, had zich haastig volgeschrokt zonder haar een woord te gunnen en verborg nu zijn rood gezwollen hoofd achter het lokale dagblad dat hij weldra met zich mee zou nemen als hij luidruchtig zijn gevoeg ging doen. “Ik heb dat boek eindelijk gevonden,” zei ze. Hij zweeg. “Je weet wel, dat boek van Vonnegut.” Hij zweeg. “Van Kurt Vonnegut, over evolutie en beschaving, het speelt zich af op de Galapagos eilanden.” Hij zweeg nog steeds. “Ga-lá-pa-gos.” Ze noemde de lettergrepen luid en traag en liet vervolgens een stilte die hem geen andere kans liet dan te reageren. “Galawat?” vroeg hij verveeld.   Zwijgend stond ze op en liep naar het aanrecht achter hem. Ze nam de grote vleesvork, draaide zich om en plofte die zonder aarzeling diep in zijn hals. Een harde knal weerklonk, gevolgd door een walgelijk geluid als van een lange luide buikwind. Meneer Piovanelli vloog door de kamer als een ballon die wild wordt voortgestuwd door de lucht die ontsnapt langs dat ene gaatje. Ze wachtte geduldig af tot hij, zoals zij had verwacht, helemaal was leeg gelopen en alleen nog zijn omhulsel achterbleef op de koude vloer. Voorzichtig pakte zij de lege zak op en plooide die telkens dubbel tot ook de laatste lucht eruit verdwenen was. Vervolgens ontvouwde ze haar echtgenoot opnieuw tot zijn volle lengte. Het dunne vel paste nu precies tussen de kaken van de oude perforator uit vaders bibliotheek. Zorgzaam en geduldig knipte zij haar man tot kleine rondjes en verzamelde die in een lege bloempot.    

Roel Nijleend
10 0

Dag vriend Morgen........

Heel zachtjes roept hij mij. Hij roept al een tijdje en geeft niet op. Hij roept zo zacht dat je het bijna niet hoort. Hij is zó lief, zó geduldig en dat terwijl hij mij hard nodig heeft. Hij zit daar al een tijdje, rustig en verdekt opgesteld in zijn kuiltje. Hij is het gewend, hij zit daar al jaren heel geduldig. Ik heb hem namelijk al eerder verbannen. Hij is het gewend, hij kan daar overleven. Zo nu en dan hebben we contact, vooral de afgelopen maand. Dat bedenk ik me nu pas, achteraf. Ik communiceer onbewust met hem, ik vergeet hem regelmatig omdat ik niet teveel tijd aan hem wil besteden. Ik was hem bijna vergeten.  Weer roept hij zachtjes, ik hoor hem. De laatste paar dagen hebben we een intens contact. Hij is weer zó begripvol, lief, rustig. Het voelt fijn.   Vanmiddag toen ik probeerde mezelf aan te zetten om echt uit bed te komen, te douchen en mezelf aan te kleden hoorde ik hem weer. Niet zachtjes, maar helder en bewust. Hij heeft mij al zo vaak proberen te lokken naar zijn plekje en ik was al aardig op weg. Totdat ik een discussie met iemand had en zeer duidelijk vasthield aan mijn principes. Het was voor mij een situatie van herkenning, herkenning van hoe ik lang werd gemanipuleerd en hoe ik werd geleefd. Ik bleef standvastig en ontdekte dat ik luisterde naar mijn gevoel. Dat heeft lang geduurd! Ik wist echt niet hoe ik moest 'voelen' in bepaalde situaties. Hoe ik vanuit mijn gevoel een conclusie moest trekken en daarnaar handelen.   Weer riep hij mij, zeer overtuigend. Hij sprak mij liefdevol toe.  'Er is veel gebeurd de afgelopen dagen. Doe maar rustig aan, niets moet. Vandaag niet douchen en aankleden? Geen zin om te koken? Stofzuigen of andere klusjes? Hoeft niet, niets moet! Denk aan jezelf, doe rustig aan,  blijf lekker thuis, blijf lekker in je bed'. Ik nam mezelf voor, omdat het toch een koude, winderige.regenachtige, sombere zondag is, dat het vandaag nog wel mocht. Morgen weer een nieuwe dag. Morgen kom ik in actie. Morgen.... Morgen is morgen. Morgen denk ik al een tijdje, morgen. Welke dag is morgen?   Hij roept weer zachtjes, lief en rustig en zegt, 'neem je tijd, niets verplicht, doe zoals het je uitkomt'. Normaal is dit niets voor mij, ik kan slecht stilzitten, slecht niets doen, ik heb weinig geduld en zorg over het algemeen goed voor mezelf. In eerste instantie vond ik zijn aandacht voor mij erg prettig. Hij probeerde mij mijn rust te laten vinden. Maar wacht even, er is een grens, een grens aangegeven door mijn gevoel en verstand. Ik voelde de grens en werd mij bewust van mijn vriend zijn slechte intenties.   Mijn hele lieve, rustige, fluisterende, begripvolle vriend is niet zoals hij zich voordoet. Hij doet aardig en begripvol, hij wil dat ik dichterbij kom. Hij wil mij een hand geven en mij meenemen zodat hij niet meer eenzaam is. Of hij wil eruit en mij er tegelijkertijd intrekken. Ik had hem een tijd geleden de deur gewezen en uit mijn geheugen gewist. Bijna ben ik voor hem door mijn knieën gegaan. Bijna, want ik herkende hem! Ik probeer hem met al mijn kracht te negeren met oprechte hulp van echte vrienden. Ik ben opgestaan uit bed, lekker fris gedoucht, aangekleed en naar buiten gegaan. Ik kies zelf mijn vrienden en deze vriend wijs ik weer de deur,   Dag 'vriend',   Dag depressie.

Raba Tower
3 0