Lezen

GOEDE KANTEN

PROLOOG 't was zo'n zielig zicht, medelijden als nagedachte, uren later. z'n hoofd, verkruimeld, verschrompeld, een mix van de twee, en te denken, nog niet zo lang geleden had hij die zware voorhamer niet eens kunnen opheffen, laat staan zwaaien met enige precisie. een mens verandert wel degelijk. WANDEL 'wat scheelt er?' 'ach god, niets, 't is dat ik zo'n hekel heb aan die plastic zakken.' 'hoezo?' 'ach ja, ze stropen altijd zo op, en snijden in je vingers. 't is verdo...' ... ze wandelen langs een muur. daarachter lag een oude lijmfabriek, dooie koeien, stinkend leer, haken en ogen, kleverig spul. nu is't een beschermde woonwijk. getuige de camera's die vantussen de prikkeldraad, waarschijnlijk onder electriciteit staand, alles filmen. of niks, als je daar je onbezorgd leventje leeft. ... ze durft weer, spreken, vragen. 'wil je er niet eentje overnemen?' hij kijkt haar niet eens aan, houdt zijn pas. resoluut. ... auto's razen voorbij. nu en dan een brommertje, zwaar claxonerend. ze wandelen de halve stadsring om, links verkeer, rechts nietszeggende gevels van minderzeggende flatgebouwen. in zo eentje wonen ze. om de zoveel kilometer een rood licht, een tunneltje voor fietsers, bromfietsen en voetgangers, niemand. niemand die hier ooit wandelt. tenzij in een dronken roes op zoek naar thuis, wat dat ook mag betekenen. dat betekent dat ze weet dat hij hier nachten in het duister rondstommelt.  ... de zon is een ijverige gier, wacht niet, doet het vuile werk zelf, stroopt de prooi, dood haar zelf wel. het duizelt haar voor de ogen, maar ze zet door. het is duidelijk dat het vandaag geen zin heeft om vragen te stellen, begrip te verwachten. soms, dan wel. ... ze probeert, al wandelend, een flesje water uit een van de plastic zakken te krijgen. de ondingen zijn zo zwaar, zo onhandig, ze begrijpt al dat zij het is die onhandig is, nog voor de pot aarbeienjam barst op het fietspad. nog voor de klap in haar gezicht, landt. ze vecht de tranen terug. bijt niet op haar tanden, wil niet dat hij haar kaken opeen geklemd ziet. dat nodigt enkel de volgende klap uit.  ... het is niet ver meer. als de realiteit is wat ze is, waarom niet vastklampen aan wat zelfbedrog? iedereen maakt zichzelf wel wat wijs, in meer of mindere mate, maar maakt dat wat uit? maakt de mate van zelfbedrog echt uit, als ze net niet wil overslaan in de richting van opname in een of andere psychiatrische instelling? thuis, en wat dat ook mag betekenen. dat betekent dat ze weet welke uitweg rest. ... ze weet waarom ze aan hem begon. ze weet waarom ze bij hem blijft. niet om z'n zich verbergende goede kanten, die af en toe vertederend opduiken, dat doen ze niet. niet om een verleden dat anders was, dat was het niet. niet om z'n geld, dat heeft hij niet. wraak, dat is het. niet om wat hij haar ontnam, hij ontnam haar maar wat ze hem gaf. niet om wat hij haar of anderen aandeed, niet om wie of wat hij is, niet omdat het iets met hem te maken heeft. wraak. omdat het haar een rol heeft gegeven, een personage om te belichamen, omdat het iemand van haar maakt. en niet niemand. wraak. ... het is de enige manier waarop ze zichzelf begrijpt. en daar is ze hem dankbaar voor. haar onzekere passen, het schichtig rondkijken, de toeters van wagens die haar opschrikken, ze wist wie ze was. wie ze altijd geweest is, als ze zo rond haar keek en nooit kon geloven wat ze zag. nooit de mensen begreep, hun lef. ze wist dat ze bang was, altijd maar bang. .... iemand die slim is, doet daar iets mee, wordt wat, een dokter, of advocaat, of iets met computers. iemand die sterk is, doet daar iets mee, wordt een sporter, of soldaat, of zoals hij. wat wordt iemand met angst? wat doet iemand met angst? wat zijn de keuzes? die zoekt thuis, wat dat ook mag betekenen. EPILOOG in de verte duikt hun appartementsblok op. het is echt niet ver meer. 'heb jij de sleutel', vraagt hij.

IT
0 0

Hoe kan men er zeker van zijn dat alles in orde is?

Op een bepaald onbewaakt moment kwam deze vraag in mij op.Zomaar.En het is een nogal allesomvattende vraag die tevens een beetje angst opwekt.Ik dacht: stel dat ik nu de koning was of de eerste minister en deze vraag kwam in mij op.Zou ik dan ineens bang worden, want het is quasi onmogelijk dat alles in orde is.Of nog erger: stel dat ik de koningin was en ik stel mij plots die vraag.Als koningin kan je toch helemaal niet snel nog vanalles (de computer heeft zojuist het woord vanalles als foute spelling gemarkeerd, maar ik kan toch niet “van alles” schrijven want dat heeft een andere betekenis) wat krom is recht gaan zetten.Als verantwoordelijke koningin zou ik al snel depressief worden door zoveel onmacht.En wellicht is het in de praktijk net zo.Maar wat moet je dan denken van de eerste minister.Dat hij geen verantwoordelijkheidsgevoel heeft?Toch aanvaardt hij (of zij) alle verantwoordelijkheid.Als goede huisvader zou ik het in geen geval aandurven.Ik zou wakker liggen en mij afvragen of de vuilbak van mijn buren niet weggewaaid is als het stormt.En hoe zit het met de auto van hun buren? Zal die morgenvroeg trefzeker starten als ze naar hun werk willen rijden?En zo steeds verder.Want je moet weten dat de eerste minister ook zijn koepeltje houdt over de minister van buitenlandse zaken.Dus is het ook belangrijk om er zeker van te zijn dat Putin in goede mentale gezondheid verkeert. Stel dat hij zich niet goed voelt en rare dingen in ’t hoofd haalt.En zo verder.Neen, ik vind het ondraaglijk.Alleen van verzekeringsmensen kan ik het een beetje begrijpen dat ze er rustig bijlopen.Als er niets misgaat zullen ze nooit een verzekering kunnen verkopen.Maar als alles voortdurend misloopt, werkt het ook niet meer. Dan worden verzekeringen onbetaalbaar.Bijvoorbeeld als het oorlog is. Werken verzekeringen dan nog voor Jan-met-de-pet?Betaalt de verzekering als Jan-met-de-pet zijn pet kapot is?Ik weet dat allemaal niet zo goed en daar wordt ik een beetje bang van.Wat moet ik doen?Is de oorlog al begonnen of nog niet?

van zwam
0 0
Tip

De Vlucht

Suzan liep in haar eentje door Schiphol, in haar trouwjurk. Met woeste schokken trok ze haar koffer achter zich aan. Ze had geweigerd de jurk uit te doen; ze had erin geslapen. En nu ging ze op huwelijksreis. Alleen.   Bij de gate gekomen plofte ze neer op een vrij stoeltje tussen een oude dame en een veertiger met een bierbuikje dat zo bol stond dat het de allure had van een vergevorderde zwangerschap. De man bekeek haar van top tot teen en begon toen in het rond te spieden. Samenzweerderig liet hij zijn mond tot aan haar oor zakken. "Verborgen camera, right?" Suzan wierp hem een sarcastische blik toe. "Inderdaad. Verborgen camera. Snelle jongen ben jij." Hij grijnsde breed, spuugde in zijn handen, en gebruikte het speeksel om zijn weerbarstige haar in model te brengen.   Toch duurde het pas tot ze al een derde van de vlucht naar Bangkok afgelegd hadden voor Suzan doorkreeg dat ze een fout gemaakt had door in haar bruidsjurk in te schepen. Ze moest naar de wc. Van getrouwde vriendinnen had ze gehoord wat voor acrobatische kunsten die aan de dag hadden moeten leggen om in hun bruids-outfit hun blaas te legen –en dat was op restaurant geweest. Zij zou het voor elkaar moeten krijgen in een Airbus. Ze zuchtte, graaide al haar moed en haar onderrokken bij elkaar en sleepte zich door het nauwe gangpad naar de toiletten achteraan in het vliegtuig. Medepassagiers tikten elkaar op de schouder, pookten elkaar wakker, wezen haar heimelijk na. Een stewardess verscheen vanuit het niets voor de deur van de wc-cabine. Prachtige oosterse ogen, het pikzwarte haar strak naar achteren getrokken. De lippen perfect gestift in hetzelfde karmijnrood als haar sjaaltje. "Can I help you, Miss?" vroeg ze bezorgd. Suzan schudde koppig het hoofd. "I´ll be fine." Toen trok ze de deur open, wierp een blik in de sarcofaag die voor wc moest doorgaan, en richtte zich weer tot de stewardess. "If I´m not out in fifteen minutes, break the door open, please. And pull me out." De airhostess knikte ernstig. Suzan trok haar rokken zo hoog ze kon en lanceerde zich achterwaarts de krappe ruimte in. De deur werd langs buiten dichtgeduwd en Susan graaide blindelings langs de vele lagen satijn naar het slot dat ze, eens gevonden, dicht schoof. Overal was er tule en gebroken wit borduursel en kant. Ze voelde zich een meringue in een patisserie- doosje. En toch lukte het haar de jurk tot boven haar middel te stropen, haar minuscule onderbroekje te laten zakken (Huwelijksnacht! Aaaaargh! Niet aan denken!) en te plassen. Toen ze klaar was, maakte ze weer op de tast de deur open en haar jurk explodeerde als witte bloesem het gangpad in. Ze draaide zich nog even het toilet in om haar handen te wassen en grabbelde toen weer haar hele hebben en houden bij elkaar om de terugtocht aan te vatten. De stewardess keek haar opgelucht na.   Zodra Suzan tussen de stoelen verscheen, draaiden de hoofden van al haar medepassagiers zich naar haar om en brak er spontaan applaus uit. En zo schreed ze door het gangpad: vrolijk toegejuicht, glimlachend bewonderd, af en toe bemoedigend op haar arm getikt. Ze kon het niet helpen: op dat moment verliet de Wrok haar, samen met de Woede en de Vernedering. Voor ze het besefte ontspanden haar lippen in een glimlach. Het was dan niet het gangpad van de kerk, haar vader liep niet aan haar zijde en er stond geen toekomstige echtgenoot te wachten ergens ter hoogte van de cockpit waar dan een altaar had moeten staan, maar ze had het gevoel dat er haar al een jaar lang een enorme taart was beloofd die haar op het laatste moment ontzegd was, en dat ze nu tenminste met één vinger van de slagroom had mogen proeven.   Suzan ging weer op haar plaats zitten. Bedachtzaam pakte ze het flesje water dat op de onbezette stoel naast de hare lag, en woog het in haar hand.    Nog tien uur tot Bangkok.  

Kathleen Verbiest
261 6

Doorslecht

Een doordeweekse donderdagnamiddag in een supermarkt van de goedkopere soort. De speciale aanbieding waarvan sprake in de reclamefolder is pas geldig vanaf volgende week. Niks aan de hand. Dan keren we binnen een week wel weer.Toch maar even twee andere prullaria gekocht. Dan richting kassa. Het is weer goed druk. Ik gok op kassa 2. De overige kassa’s slibben ook dicht. Heb ik mij dan alweer vergist? Het gaat geen moer vooruit. Voor mij staat een propvolle kar maar de persoon die erbij hoort is verdwenen. Ik kijk even naar de loopband. Drie dingen heeft de onbekende erop gelegd en is dan in rook opgegaan. Op zoek naar sigaretten misschien? Maar die liggen toch aan de kassa! De halve loopband ligt vol met koekjes, wafels, chocolade, snoepjes en ijs. De vrouw die het kocht staat te wachten om te betalen. Geen wonder dat ze er zo ‚gezond’ uitziet. Snoep nog maar wat méér, denk ik bijna luidop.Plots duikt mister X op. Zelfs bij dit warme weer draagt hij een crèmekleurige sportpantalon met daarop een blauwe trui met witte knopen en daaronder een hagelwit hemd. Opvallend is zijn blauw-met-witte-stippels vlinderdasje. Hij is zo weggelopen uit een of ander herenmodeblad.Het ‚gezonde’ meisje zet even het ‚volgende klant’-bordje achter haar drie aankopen: een mango, een druiventros en een broccoli. Dus toch gezond. De koekjes en aanverwanten behoorden bij een eerdere klant die last had om te betalen. Wat ben ik toch een slecht persoon die onmiddellijk het ergste van zijn medemens denkt!Ondertussen is mister X begonnen om op zijn beurt de loopband vol te laden. Zelfs met dit goedkope assortiment zal zijn rekening seffens flink oplopen. Waarom heeft hij mij niet laten doorlopen? Ik, met mijn twee stuks in mijn handen, moet nu wachten op meneer die de halve winkel heeft leeg gekocht!Nog maar net gaat deze gedachte door mijn terneergeslagen hoofd of ik hoor een vriendelijke mannenstem tegen mij zeggen: ‚Maar meneer, gaat u toch voor. U hebt slechts twee dingen gekocht. Alstublieft’. Mister X wijst met zijn twee armen naar de kassierster. Ik ben even uit mijn lood geslagen en ben net in staat een stil dankjewel uit te spreken. Mijn som is vlug gemaakt en ik dank de kassierster en nogmaals de Heer X. Wat ben ik toch een slecht mens die dadelijk vooroordelen heeft!Op weg naar mijn wagen tover ik een glimlach op mijn gezicht. Toch een vriendelijke man … of zou hij een homo zijn … wat ben ik toch een slecht mens die nooit eens gelooft in de goedheid van een ander. Ik ben slecht. Doorslecht!

Marc M. Aerts
0 0

De Rode Duivels

Ik voel me een kunstenaar, een echte. Erkenning voor het werk blijft echter achterwege en ik ram mijn projecten door de mensen hun strot. Ja, ik ben een kunstenaar, op de bodem van de kunstzinnige hiërarchie. Zonder naam, geen faam en ik beperk me tot sloten koffie en honderden sigaretten. Gerolde sigaretten,  want zonder erkenning kan ik me geen echte permitteren.    Een Kafka of Poe ben ik niet, ten minste nog niet , maar alles is mogelijk met een beetje goede wil van mijn fanbase. Al begrijp ik nog niet heel goed wat die fanbase, of de maatschappij als kunst beschouwt.   In keukens verspreid over heel de wereld worden tekeningen en gedichtjes van kleine koters met liefde en enige zorgvuldigheid tentoon gesteld op de koelkast of het prikbord. Ouders en grootouders aller landen, verenigt u, want er is weer een kleine Picasso herrezen in de kleuterschool.  Pff, nu haat ik mezelf, want ik ben jaloers op een tekening van een zon die hoogstwaarschijnlijk zijn tong uitsteekt en zwarte letters 'M' die vogels moeten voorstellen. Vrienden en familie van het kleine wereldwonder kunnen niet anders als de genialiteit bevestigen en de vijf jarige opdonder wordt een succesvolle toekomst gegarandeerd.   In mijn kast en op mijn laptop staan honderden, zo niet duizenden foto's van mijn eigen klein wereldwonder. Foto's die natuurlijk enkel interessant zijn voor hem, mezelf en heel misschien nog wat naaste familie. Voor de rest maalt er niemand eigenlijk echt om. Had ik de kleine vroeger maar in een ijzeren emmer of gieter gestoken alvorens de foto te nemen, dan was ik beroemd. Al moest dat dan blijkbaar wel gebeuren als het kind sliep, anders telt het niet.    Gedichtjes over een dag op de boerderij krijgen een plaats in het lokaal schoolkrantje, de schrijver wordt thuis allicht gebombardeerd tot de nieuwe Hemingway van onze generatie. Kon ik ook maar schrijven over de boerderij of over de inhoud van een boekentas, moeder zou zo trots op me zijn. Eindelijk mijn verhaal op de koelkast. De hele familie zou mijn gedicht lezen en dan zou er een waar volksfeest losbarsten omdat ik zo fantastisch ben. Misschien krijg ik zelfs een nieuwe fiets of mag ik kiezen wat we vanavond eten. Mexicaans olé!!     De verhaaltjes die ik schrijf komen niet op het prikbord, er zijn geen magneetjes meer om ze op de koelkast te delen en zodoende zit Mexicaans eten er weer niet in vandaag. Honger...     Wat ik doe is niet zo belangrijk, schrijvers zijn sukkelaars en mijn droom moet achter slot en grendel worden opgeborgen. Ik moet aanvaarden dat rottend vlees kunst is. Wat zou ik de mensen graag uitnodigen om mijn vuilzak eens te doorzoeken, mijn plaats in het Guggenheim zou verzekerd zijn. Helaas, zelfs mijn vuil is onbetekenend in deze wereld.   Ik troost me met de gedachte dat ik door de titel van dit stuk toch enkele lezers heb weten te strikken. En dat lieve lezers, dat is kunst!  

Chandra Rowe
6 0