Lezen

Lust vs Liefde

Lust heeft me in zijn greep. Gisteren avond zat hij naast me in de zetel, telkens schoof hij dichter en dichter tot hij mijn zoete parfum in zijn herinnering kon opslaan. Ook zijn geur maakte me zwak, een mengeling van Calvin Klein en zijn heerlijke mannengeur. Ik wist niet wat er met me gebeurde want ik had me voorgenomen me niet te laten verleiden door zijn subtiele vraag voor aandacht, en waarschijnlijk een nog groter verlangen naar seks, met mij. Ik weet niet waarom we steeds vervallen in hetzelfde patroon, een patroon dat mijn hart en ziel reeds aan diggelen sloeg, een patroon dat niet vatbaar is voor verandering, laat staan voor verbetering. Ik wou dat ik in zijn hoofd kon kijken zodat ik wist waar zijn verlangens vandaan kwamen en waarom is het dat hij steeds opnieuw bij mij beland? Ik heb zoveel vragen en bijna geen geduld om de antwoorden af te wachten. Het leven is te kort om het met al die oneindige uren wachten te leiden. Ik wil actie en eerlijkheid, ik wil dat hij zijn lust voor mij erkent, dat is belangrijk voor zichzelf, maar ook voor mij want ik tast steeds in het donker, op zoek naar een aanwijzing die me op weg helpt de situatie te baas te kunnen..Als hij in de buurt is zuigt hij alle gezond verstand uit mijn hoofd en vult mijn lichaam met verlangen naar zijn kussen, zijn aanraking, zijn geur, zijn tong die me zachtjes in vervoering brengt, zijn onbeheerste warme gekreun dat hij met zachte kreetjes in mijn oren fluistert. Ik denk dat ik hem liefheb, maar ik ben niet zeker. Mijn hoofd is een warboel van te veel verschillende gevoelens en wensen waardoor ik niet meer weet wat echt is en wat niet. Verbeeld ik mij het gevoel dat hij me wil? Zie ik enkel wat ik wens te zien? Toen hij zijn hoofd in mijn schoot legde kreeg ik de indruk dat hij oprecht opzoek was naar genegendheid en veiligheid en ik denk niet dat hij weet dat ik hem dat kan en wil geven. Mijn gehele lijf wil hem mij aanbieden als een schild dat hem kan  beschermen tegen de pijnen die de buitenwereld steeds in onze richting stuurt. Hij weet niet dat het mijn hart is dat nog steeds trouw is aan zijn wil. Zijn wil is wet en ik kan niets anders doen dan me volledig overgeven aan de spanning en zelfs de boosheid die tussen hem en mij in staat, die ons als het ware onoverkomelijk zal blijven verbinden, hoe oud we ook zijn, waar we ook zijn en zelfs met wie we ook zijn. Hij vertelde me dat hij het de laatste tijd moeilijk had gehad; drugs en drank en feestjes... Hij zei dat hij het niet meer aan kon, het leven.. Als hij zou weten dat ik echt van hem hou, als hij dat echt tot in het diepste van zijn hart zou beseffen zou hij niet meer bij me weg kunnen blijven want wat hij ook zegt of doet.. Hij eindigt steeds in mijn omhelzing... De woede die regelmatig met ons de draak steekt kan niet vermijden dat wel alsnog een vurig verlangen naar elkaar koesteren. Opnieuw kan ik niet begrijpen wat het is dat steeds tussen ons in staat en ervoor zorgt dat we elkaar voor een bepaalde periode grondig gaan haten, langer dan drie maanden heeft dat nog niet geduurd en zo spelen we al bijna drie jaar met elkaars gevoelens, zowel op een positieve als op een negatieve manier. Vele pogingen heb ik reeds ondernomen om uit deze kwelling te ontsnappen, maar zijn (gespeelde?) onbereikbaarheid zorgt ervoor dat ik steeds opnieuw naar zijn aanwezigheid verlang. De voortdurende verwarring in mijn hoofd zorgt voor problemen, ik kan niet anders dan steeds bedenken wat ons naar elkaar toe drijft en nog meer wil ik te weten komen wat er voor zorgt dat we elkaar op de meest pijnlijke manier blijven verwoesten. Ik ben bang dat dit spel nooit zal stoppen, of misschien wel, als een van ons blijvend verwoest is en er geen enkele mogelijkheid nog bestaat deze verwoesting ongedaan te maken, pas dan zal de strijd gestreden zijn. Waarschijnlijk is het ook onoverkomelijk dat ik diegene zal zijn die onherstelbaar gepijnigd word. 30 januari 2014

Cienn
46 0

JAN DE JONGHE BELT ZIJN ARTS

JAN DE JONGHE: Hallo. ASSISTENTE: Met wie spreek ik? DE JONGHE: Met Jan De Jonghe. ASSISTENTE: Jan De Jonghe de loodgieter? DE JONGHE: Wablieft? ASSISTENTE: Wilt u een afspraak maken? DE JONGHE: Ik wil dokter Verdoodt spreken. Het is dringend. ASSISTENTE: Ik verbind u door. (Jan De Jonghe wordt in de wacht gezet en luistert naar I Love the Dead van Alice Cooper.) DOKTER BERT VERDOODT: Dokter Verdoodt. DE JONGHE: Hallo. VERDOODT: Wat de werken in de badkamer betreft, even uitstellen zou ik zeggen. DE JONGHE: Ik ben niet Jan De Jonghe de loodgieter. VERDOODT: Vreemd. Mijn assistente zei dat Jan De Jonghe de loodgieter me wou spreken. Wie bent u? DE JONGHE: Jan De Jonghe de patiënt. VERDOODT: Ah. Hallo Jan. DE JONGHE: Hallo. Ik bel je omdat ik je moet spreken. VERDOODT: Heeft mijn assistente geen afspraak genoteerd? DE JONGHE: Nee. Het is dringend. VERDOODT: Hoe bedoel je? DE JONGHE: Ik wil je, nou ja, nu spreken. VERDOODT: Oh. Ok. Wat is het probleem? DE JONGHE: Ik geloof dat ik wil sterven. VERDOODT: En dit geloof je sterk? DE JONGHE: Nogal ja. VERDOODT: Juist. En je hebt hierover nagedacht? Pro's en contra’s overwogen? DE JONGHE: Ja. Vanochtend. Ik zat op het strand in Oostende... VERDOODT: Oostende. Leuk. Mooi weer? DE JONGHE: Ja, mooi weer. Goed. Ik zat op het strand. Een vrouw smeerde haar benen in met zonnecrème. VERDOODT: Ik luister. DE JONGHE: Op haar benen zaten vlekken en... VERDOODT: Vlekken? DE JONGHE: Littekenweefsel of eczeem, dat kon ik niet goed zien... Ze was lelijk en dik. Ik zag dat ze erg triest was. Ik wou haar zeggen dat het nooit beter zou worden, dat ze er een eind aan moest maken. VERDOODT: Ok. En dat heb je haar gezegd? DE JONGHE: Nee, dat niet. Hoe moet ik dit zeggen? Ik dacht dat we erg oppervlakkig zijn. VERDOODT: Jij en ik? DE JONGHE: Nee. Wij. De mensen. VERDOODT: Juist. De mensen. In het algemeen. En die oppervlakkigheid stoort je? DE JONGHE: Ja, natuurlijk. Enfin, soms. VERDOODT: En wat stoort je nog meer? DE JONGHE: Huh? VERDOODT: Een korte opsomming zou helpen. DE JONGHE: Vergeet wat me stoort. Het probleem is: ik zie overal dood en verval, lijden en pijn. Ik zie dode mensen in de straat. VERDOODT: Zoals die jongen in The Sixth Sense? DE JONGHE: ... VERDOODT: Hallo? Jan? DE JONGHE: Ja, zoals die jongen in The Sixth Sense. VERDOODT: Moet je dan geen medium contacteren? DE JONGHE: Huh? VERDOODT: Een medium. Een persoon met paranormale gaven. DE JONGHE: Juist. Nee. Vergeet wat ik heb gezegd. VERDOODT: Over die vrouw op het strand? DE JONGHE: Nee, over die dode mensen. VERDOODT: Dus je ziet geen dode mensen? DE JONGHE: Niet letterlijk, nee. VERDOODT: Ah. Ok. Wat is dan het probleem? DE JONGHE: Ik wil sterven. VERDOODT: Heb je dat niet al gezegd? DE JONGHE: Inderdaad. Ik vroeg me af, geef je euthanasie? VERDOODT: Euthanasie? Ja, natuurlijk. DE JONGHE: En gaat dat snel? VERDOODT: Paar seconden. DE JONGHE: Ik bedoel de procedure. De afhandeling en goedkeuring van de aanvraag. VERDOODT: Oh. Juist. Nee. Dat duurt langer dan een paar seconden. Administratie. En er zijn ook voorwaarden. Ondraaglijk lijden en zo. Vind je dat je ondraaglijk lijdt? DE JONGHE: Ja. VERDOODT: Ben je ongeneeslijk ziek? DE JONGHE: Huh? VERDOODT: Een slepende ziekte? DE JONGHE: Moet jij zoiets niet weten als huisarts? VERDOODT: Het kon een recente slepende ziekte zijn. DE JONGHE: ... VERDOODT: Hallo? Jan? DE JONGHE: Nee, geen slepende ziekte. Ik ben niet ongeneeslijk ziek. VERDOODT: Juist. Niet ongeneeslijk ziek, wel ondraaglijk lijden. DE JONGHE: Juist. VERDOODT: Goed. Ik kijk na wat ik voor je kan doen. DE JONGHE: Dank je. VERDOODT: Verder nog iets? Hoest? Maagpijn? DE JONGHE: Nee, geen andere klachten. VERDOODT: Goed. Mijn assistente zal je contacteren. Prettige dag nog. DE JONGHE: Ja. Jij ook.  

JAN DE JONGHE
0 2