Lezen

brief, 14 december 2013

Mijn liefste T. Ik moest weer aan jou denken vandaag, na een gesprek met een collega van me. Even een extra detail vermelden: een collega van me, op mijn nieuwe job. Ja hoor, het is me weer gelukt de werkloosheid tussen twee contracten te ontlopen! Het ging zelfs heel vlotjes. Ik zag de vacature in de krant: een standaardbriefje van mijn kant, een telefoontje van hun kant en na één enkel gesprek kon ik een paar dagen later aan de slag. Het werk valt best mee: wat administratie, wat baliewerk. Niets wat ik niet aankan, dus. Het kantoor ligt niet al te ver buiten de stad en er is er een bus die net voor de deur stopt. Heel handig met dit weer. De collega’s zijn heel aangenaam en houden net als ik van een goede babbel.  Enkel jammer dat het weer maar een vervangingscontract is, het zoveelste. Naar wat ik hoor is de kerel die ik vervang best – en ik citeer – “een goede pee”. Hopen dat hij langer ziek blijft, zou niet mooi zijn van me. Maar als ik heel eerlijk ben… Ach kom, terug naar mijn verhaal. Jan, mijn onofficiële mentor, zei me vandaag dat ik “een aardig potje kan doorbomen”. Eerst was ik wat slechtgezind omdat ik dacht dat hij “dwarsbomen” bedoelde. En dat terwijl ik de afgelopen week heel hard mijn best had gedaan om alle kneepjes van het nieuwe vak te leren! Hij legde gelukkig snel uit wat hij wel bedoelde. Al is het misschien even onflatterend voor mij. Blijkbaar had ik hem het verhaal van een lastige klant en de bijhorende reacties van mijn vroegere collega’s al een keertje verteld. En had ik het de tweede keer nog een beetje opgeblazen. Hij vond het best grappig. “Doorbomen”. Het visuele beeld is gewoonweg prachtig: woorden zaaien als bomen. Verdwalen in je eigen woorden. En dan nog maar meer boompjes planten in de hoop op zijn minst een coherent bos te creëren voor andere wandelaars.  De meeste mensen zouden het “zagen” noemen en dat impliceert bizar genoeg net het vellen van bomen. Heerlijk toch, zo’n onlogische kronkels in onze spreektaal! We konden er vroeger uren over doorbomen. Het amazonewoud werd vele malen opgebouwd en neergemaaid tussen ons tweetjes.    Ik mis die avonden. Groet, T. 

Ainsley W.
0 0

Algehele ontregeling

Ik noem me fotograaf. Ik plaats me liefst aan de andere kant van de realiteit, aan de zijde waar het er niet toe doet of je lacht of huilt, of je gevormd of misvormd bent, waar ik tegen de hete, bezwete buitenkant van het leven van een ander kan leunen zonder dat van mij te moeten verantwoorden. Ik knipper er met mijn ogen en neem beslissingen door iets wat nauwelijks meer is dan een vingerkramp – vereeuwiging in een reflex. Een pose waarin ik mijn andere zintuigen geheel kan afsluiten. Het kan me niet schelen of het geluid ondraaglijk is, of het er stinkt naar de riolen van hun geschiedenis - of je moet overgeven als je aan hun slijmerige bestaan likt. Hoe het eruitziet, daar gaat het om, daar komt Inspiratie vandaan. Ik probeer er zin uit zinloze levens te onttrekken, uit een wereld die is gevuld met haast, met mensen die te veel en te snel eten en drinken, het vet dat van hun kin loopt, die te hard lachen en te veel wenen, die ruzie krijgen om niets; emotie zonder motie, gevoel zonder te voelen. Mensen met een onbevredigbaar verlangen in hun ogen. Ze wachten op een g(G)od die nooit zal komen. Ze lachen en gaan door met vreten en kijken – om zich heen, naar het oppervlakkige, alsof ze zoeken naar dat deel van hen dat hen één zal maken, dat hen volledig tot leven kan wekken. Ze roepen en tieren op elkaar; vaders op moeders op kinderen op honden. De hele weg naar hier en ginder en de hele weg terug. Vanaf de dag dat ze het koortsig inwendige van hun moeders verlaten begint het blèren en het willen, het materialisme en de drang naar meer en doel en streven. En dan staan ze daar, en lachen hun leugen voor mijn flitsende leugendetector. En flits, nauwelijks meer dan een knipoog! Opnieuw een verzinsel, een lachend gezin dat onmiddellijk na het vastleggen van deze wittandige en pas gestreken onwaarheid, weer vervalt in schelden en zeiken. Mannen en vrouwen die, hun wenkbrauwen fronsend, temidden van wat zij noemen ‘gezin’ aan hun hoofd krabben, waarna de algehele toestand van ontregeling enkel maar toeneemt – dingen lopen uit de pas. Maar ik heb hun leugen vastgelegd en dra ontwikkel ik het tot werkelijkheid, in mijn zwarte kamer ontstaat lichtheid van het gezin. Alweer een leugen aan de muur, ik geef hun het ritme van hun pas terug. Begrijp me niet verkeerd, mijn vak mag niet lichtelijk worden geschat. Elke foto die wordt genomen, is een morele beslissing die in een fractie van een seconde moet worden gemaakt. Tussen momenten van verheven kunstenaar en laaghartige smeerlap heb ik me een bestaan aangemeten. Zet ik mijn focus op de pure schoonheid van een vrouwenlach en op de afzichtelijke blik van een man die ziet hoe ik de schoonheid van zijn vrouw bezoedel met mijn blik. Met mijn toverkunsten vervorm ik het vluchtige vierdimensionale tot het vlakke tijdsloze, geef ik karakter aan hen die te veel onderwijs genoten en niet meer kunnen dromen. Maar de zwarte kamer in mijn hoofd geraakt vol. Ik knipper nog wel met mijn ogen, maar de beelden raken er niet meer bij. Mijn geest is verzadigd door dit menselijk gedrag. Het was me overkomen dat ze me tijdens mijn dwalingen doorzagen waarna ze riepen dat zoiets lelijks – waarmee ze mij bedoelden - nooit tot een mooi resultaat kon leiden, dat ik mogelijks een spiegel was die hun pracht niet ongeschonden zou reflecteren, maar zou omvormen naar iets afgrijselijks.  Daarom leg ik me nu toe op het vastleggen van dieren. Ik geloof dat de dieren geen berechtingsysteem hebben. Dat ik hen mag bekijken zolang ik maar wil, dat ik mijn hoofd mag vullen met plaatjes zonder dat één van hen me een spiegel zal voorhouden. Het dieren-kijken is iets waar ik een buitengewone gave voor heb die ik moeilijk kan omschrijven. Misschien kom ik nog het dichtst in de buurt wanneer ik stel dat ik me onzichtbaar kan maken. Of zelfs beter, dat ik mezelf klein kan maken. Hoewel ik nietig van stuk ben, bedoel ik het klein-worden niet lichamelijk maar psychisch. Ik speel gewoon mijn eigen onbeduidendheid en krimp ineen tot het negeerbare – klein worden om groots te zijn. Maar dit vermogen om mezelf te minimaliseren, is slechts één van mijn verborgen identiteiten, de meest zichtbare van mijn lagen der vermommingen. Mijn nederig gedrag overtuigt de jagende kat dat ik zijn tanden niet waard ben. De grazende geit overreed ik dat zij het vluchten beter uitstelt tot er echt gevaar is, en de spiedende muis fluister ik toe dat hij alert moet zijn voor het klapwieken van een uil eerder dan voor het ritselen van mijn voetsporen. Ik breng hen tot het inzicht dat ik niet goed genoeg ben voor hun opmerkzaamheid. Misschien werkt het omdat ik rechtschapen ben, op mijn rug bungelt geen geweer en mijn hoofd wordt niet overschaduwd door een net. Ik draag belevenissen met me mee, herinneringen van spottende gezichten en andere minachtende gedaanten. Emoties waaruit ik kan putten als ik mezelf in mijn geringe, dierlijke waarde wil verliezen. Door deze aanleg kan ik doorlopen tot vlak voor hun hol of poel of nest; tot vlak aan het verhoog van hun toneelstuk; daar waar de beestacteurs voorstelling geven met een kundigheid die geen door-de-wolven-gevoede-Mowgli noch een tarzan-Weismuller, en zeker geen Fly-Goldblum vaardig zijn. Ik kan hun realiteit binnendansen en slowen tussen parende konijnen, walsen met jagende vossen en ik tango er met een stervende beer – ik kan doordringen tot in het bepalende moment van hun bestaan, enkel om die foto te nemen. Ik overreed hen woordeloos. Deze gave van het onstoffelijk worden, heeft me op vele momenten het leven gered. Als de mensen me zeiden niet over de weide te lopen want de wind: ‘Mijn God, mijn God, denk toch aan de wind!’ zat niet goed, dartelde ik zonder me te besprenkelen met geconcentreerde muskus of versterkt luipaardferomoon, dadelijk tussen het gebrul en gegrauw van hongerige wezens. Als de mensen me zeiden dat hol niet te betreden, want de uitwerpselen: ‘Mijn God, mijn God, denk toch aan de uitwerpselen.’ zijn nog vers, wierp ik me subiet op handen en voeten en stak zonder handschoen of helm mijn hele lijf in dat hol. Ik werd er onweerstaanbaar naar toe getrokken. Wilde een breedbeeld van de wereld maken zoals deze is wanneer iemand de huid er vanaf zou stropen. Meer dan naakt, voorbij kwetsbaar. Rood gekleurd, grootgetand. Ik kick nu eenmaal op gevaar en neem elke dag een overdosis. Ik wil weten dat het kwaad bestaat en welke vorm het zich heeft aangemeten. Ik wil het herkennen als ik het op straat tegenkom, het over me voelen heenkomen – zijn werking begrijpen door het te ervaren.

Ben
0 0

In de gloria

Het was weer zo’n ochtend. Jeweetwel, zo’n ochtend dat je doodmoe bent tegen het moment dat je de voordeur achter je in het slot slaat om naar het werk te vertrekken. ‘Hup Hup, uit je bed. Komaan.’ ‘Nee mama, mijn ogen zijn nog moe.’ ‘Komaan. Opstaan.’ ‘Maar de nacht was zo kort.’ ‘Allez kom, uit je bed.’ Wat later dolen spookjes met dichtgeknepen ogen rond in het huis. Kleren worden morrend aangetrokken. Er wordt gewankeld bij het aanmeten van kousenbroeken. Getwijfeld over bijpassende truien. Nog wat later zit de kroost aan de ontbijttafel. Balanceren tussen thee uitschenken, lunchpakketten maken, gezonde tussendoortjes in de boekentassen stoppen, planningen overlopen. Manlief slurpt koffie en knikt niet luisterend. ‘Allez, eet ne keer voort.’ ‘Ik wil niet naar school.’ ‘Had jij geen zwemmen vandaag?’ ‘Ik heb toets delen vandaag. Aiai, dat gaat niet lukken.’ Paniek. Gehuil. ‘Rustig. Rustig. Dat zal wel lukken.’ ‘Dat zal helemaal niet lukken, mama, jij begrijpt er niks van!’ ‘Allez kom, we gaan er nu niets meer aan veranderen alleszins. Thee opdrinken en naar boven om te poetsen.’ ‘Maar mama.’ ‘Kom, naar boven en poetsen.’ Terwijl ze gaan poetsen een heerlijke minuut grijpen. Neerzijgen aan tafel, havermout eten en de krant scannen. ‘Allez kom, haast u een beetje, papa staat al buiten te wachten om jullie naar school te brengen.’ ‘Ja maar, ik weet niet wat ik eerst aan moet doen.’ ‘Allez, meiske toe, dat weet je toch: trui, jas, fluovest, muts, helm, handschoenen.’ ‘Ja maar je begrijp het niet, he, ik kan dat stofje van die handschoenen echt niet verdragen, mama, ik word er gek van.’ ‘Niets aan te doen, je kan niet zonder handschoenen in de kou. Allez, ik help je om ze aan te trekken.’ ‘Mijn staart is niet goed gemaakt, zo gaat dat niet met mijn muts.’ ‘Ge meent het niet, he.’ ‘Zo gaat het ECHT niet, mama.’ ‘Grrr, allez kom, ik maak ‘m snel opnieuw.’ Deur toe. Zucht. Koffie binnengieten. Een artikel in de krant lezen. Poetsen. Rugzak laden. Alles aantrekken. En weg. Onderweg betrap ik mijzelf op het neurieën van een medley van twee nummers.   ‘Is dit nou laaaaater, is dit nou laaaater.. als ik groot ben..’  ‘Is dit alles, oehoehoehoe, is dit alles, is dit alles wat er is. Ooooh, is dit alles. Ahahahaha, is dit alles, is dit alles wat er is.’ Oh nee, ik was die toch niet luidop aan het zingen zeker. Schaamrood. Ik trek mijn kop in mijn kraag. De lucht is koud maar deugddoend. Ik adem ‘m diep in mijn longen. Met gezwinde benen fiets ik een paar drukke straten door. Dan rij ik langs het water.  De bleke winterzon in de verte. De bomen met hun kunstige naakte kruinen. De ochtend doet zijn wonderlijke gloordingen. ‘Ja ja,’ mompel ik,’ ‘t is goed zulle. Ja, ik heb het gezien. Het is een prachtige ochtend. Begrepen. Copy that.’

Eva Maria De Groote
0 0

Brief, 6 december 2013

6 december 2013   Mijn liefste T., Sinterklaas vandaag. Geen cadeautjes voor mij helaas, tenzij je de extra mandarijntjes in de fruitmand op het werk mag meetellen. Bittere troost jammer genoeg, gezien de laatste dagen van mijn contract ingaan. In 2014 ben ik weer werkloos na mijn zoveelste tijdelijke contract.    Ik had je raad moeten opvolgen en ICT moeten bijstuderen! Ach ja. Misschien een goed voornemen? Dat hoort wel bij een nieuw jaar. Een nieuw jaar en een nieuwe reeks sollicitatiegesprekken in mijn agenda. Nieuwe rondjes vragen zoals: waar zie je jezelf over 5 jaar? Of mijn lievelingsvraag: wat zijn je beste/slechtste karaktereigenschappen? Alsof iemand daar ooit eerlijk op antwoordt! Tja, ik werk eigenlijk niet graag met mensen samen. Of:  Liever lui dan moe!  Ik zou nooit meer aan een job geraken, als ik niet met de glimlach verhaaltjes uit mijn duim kon zuigen over wat voor een geweldige werknemer ik wel niet  ben.   Ik hoor je het al zo zeggen: wat zie je het weer somber in, jij pessimist! En ik antwoord je zoals altijd: niet pessimist, realist. Ik ken mijn gebreken en ik weet waar ik moet op letten als ik weer voor de zoveelste keer opnieuw begin. Natuurlijk maak ik dan weer een andere fout en wordt mijn lijstje weer wat langer.    Misschien ben ik toch een pessimist. Gelukkig ken je me en mijn buien al, anders zou ik misschien deze brief moeten verscheuren.  Als we dan toch bezig zijn over mijn gebreken: het spijt me dat ik vorige maand niet op bezoek kwam. Ik wou komen… maar je weet dat ik het zo niet op mensenmassa’s heb. En je moeder, ze heeft liever niet dat ik kom. Ze heeft het me nog niet vergeven, denk ik. Dat is niet erg hoor, ik neem het haar niet kwalijk. Ik heb het mezelf ook nog niet vergeven. Ik zag haar chrysanten gisteren, mooie gele. Ze heeft goede smaak, je moeder. Ik weet nooit wat ik moet meebrengen en sta meestal maar wat te draaien in de bloemenwinkel tot een van de meisjes me komt helpen. Nog eentje voor op mijn lijstje van gebreken. Of misschien steel ik wat van je optimisme en zet ik het op mijn lijstje goede voornemens. Tot volgend jaar met zelfgekozen bloemen. Ik mis je.

Ainsley W.
0 0

Tijdloos

Het was alweer een hele tijd geleden dat we nog samen gekomen waren. Een hele resem verworvenheden, vanzelfsprekendheden dienden teruggedraaid te worden. Omdat ze verkeerd bleken. Omdat ze in alle eerlijkheid een klucht van een idee waren geweest. Omdat we te zat waren. Te ver heen in de olie. Te diep in het glas. Tussen opgedroogde druiven. Rozijnen noemt men dat. En als je lang genoeg in de spiegel kijkt. Je gezicht. Onherkenbaar. In de schaduw van zijn plooien. Vind je dat niet raar? Dat wij spreken over oceanen. Over melkwegen als het moet. Dat wij zien doorheen muren. En lichtsnelheden. Vermorzeld. Zonder een spatje puin. En dat we ondertussen wegkwijnen in onze eigen duisternis. Vind je dat niet raar? Je zou het raar moeten vinden. Als je nadenken zou. Zonder vooroordelen. Zonder premisse. Hypotheseloos. Als een vrij mens. We nemen er het lijstje bij. Te schrappen: Democratie. Emancipatie van de vrouw. Geld. Religie. Tijd. Als we daar nu eens mee zouden beginnen? Dat lijkt me haalbaar vóór de pauze. Koffie schrappen we vooralsnog niet. Thee? Dat blijft een twijfelgeval. Koekjes? Niet meer van deze tijd. Tijd? Nog verkrijgbaar tot de noen. Goed. Democratie, dus. Wat doen we in de plaats? Of schrappen we het gewoon? Niemand zal het merken. De mensen hebben nooit echt iets in de pap te brokken gehad. We behouden de formaliteiten nog één, twee, drie decennia. Gommen elk jaar wat weg. Tegen 2050 weet niemand nog dat het ooit anders was. En tussen haakjes: Het evolutionair verdwijnen van de noodzaak tot herinnering loopt gesmeerd. Geen kat die het merkt. Hersenen passen zich aan. Google eyes. Externe geheugenunits. Gigabits & bytes. Vol manipuleerbare informatie. Beheers het verleden. Bepaal de toekomst. Het heden is een illusie. Next. Emancipatie van de vrouw. We kijken elkaar aan. Plooien onze lippen simultaan. Breder en breder. Gelijk een ondergaande zon aan de einder. Barsten ten slotte in schaterlachen uit. Storm op zee. Vuurwerk. We scheuren van de rollercoaster. We beloofden voldoening en vrijheid. Verschaften stress, rilatinekoters, E-nummers en grote betonnen kooien. Gomden reeds aan tijd. Want voor wat hoort wat. Je kunt niet alles hebben. Weg ermee? Ja, alstublieft, voor hun eigen goed. Schrappen die handel! Moet er wat in de plaats komen? Tijd. Tot aan de noen. Daarna bekijken we dat wel weer. Tijd dus. Nog heel even. Next. Geld. Opnieuw kruisen onze blikken. Doch, onze lippen golven zich niet. De zee is bedaard. Van ongeloof gaan liggen. Op een bedje van zichzelf. Had je ooit kunnen denken dat ze het zouden omarmen? Een sprookje dat opgeraakt. Als je niet meeheult. Als je niet weet wat men denkt te weten. Als je niet kunt wat iedereen kan. Als je het niet verder vertelt. Versnipperd in kleine anekdotes. Zonder enige moraal. Moraal! Dat ze ook dat zouden slikken. Een goed en een slecht. Een hemel en een hel. Wat een brug! Religie! Het lachen is ons vergaan. We schrappen zwijgzaam. De stilte dreunt over tafel. De klok tikt. En tikt. En tikt. En niks verandert. We draaien rond. In een ellips. Rond onszelf. Gewichtloos. We slurpen de laatste seconden tijd naar binnen. Nooit smaakten ze zo vol en zoet en als een zuchtje wind. We knikken. Het is tijd om haar te schrappen. Het is tijd voor iets anders. Het is tijd voor tijdloosheid. Niemand zal het merken. Er restte ons immers weinig. Geen haan die er naar kraaien zal.  

Evy
0 1

Ik ben God deel 1

                                                                     IK   BEN GOD                                                                toneelspel door Anton Segers                                              Dramatis personae       (in volgorde van opkomst)   God                                       als een doorsnee dame van middelbare leeftijd   Ene                                        een handelende gevoelsmens   Coach Ene                           diens denker, een verstandsmens   Andere                                  andere handelende gevoelsmens   Coach Andere                     diens denker, andere verstandsmens   Vrouw                                  een vrouw               Decor     Een boksring, open aan de voorkant, met een grote gong. Aan elke kant een zitplaats voor de coach.           Eerste bedrijf   (God komt spectaculair op, geïntroduceerd met de gepaste effecten - vanuit de lucht, met rookontwikkeling en bombastische muziek, enz. - in de verrassende gedaante van een doorsnee dame van middelbare leeftijd, ze knikt iedereen glimlachend toe)                           GOD Ik ben God. Dag, mensen. U bent verrast? U had niet verwacht dat ik er zo zou uitzien? En toch, de mens is geschapen naar Gods evenbeeld... U vraagt zich af: waarom speelt God toneel? Ik kon niet anders. De schrijver schrijft: “God komt spectaculair op”. Dat kan je toch niet aan toneelmensen overlaten... Ik vroeg mij af: waarom schrijft die schrijver dat? Volgens hem: (blasé) “om dit stuk te transponeren naar een metafysisch niveau”… Volgens mij: hij dacht dat het een origineel begin was. Iets dat de aandacht trekt. Een titel die verkoopt. Wat wil je, alles is al eens gedaan, het wordt moeilijk voor een schrijver om nog op te vallen. Waarom leent God zich daartoe? Ach, God is mededogen… Makkelijk is het niet. De wereld, dat ging in 7 dagen. Theater vraagt iets meer tijd. Je gelooft nooit wat voor tekst ik moet zeggen. Hoe ging ‘t weer? (neemt brochure, bladert) Mijn geheugen is niet meer wat ‘t een paar eeuwen geleden was. Ah, hier. Zet je schrap, ‘t is zware kost. (leest)Ik ben God. Ik schiep… (terzijde) ‘schiep’?! … ik schiep het dier, ik schiep de mens. Het verschil? Het dier is één, de mens valt in lichaam en geest uiteen. Hij splitst zich uit in iemand die doet en iemand die denkt. Daarom wordt in dit stuk de pro.. de proto.. progato... nist… … (terzijde) tja, God heeft geen toneel geleerd… ..letterlijk uitgesplitst in twee protoga.. togo.. nisten… … ( geërgerd terzijde) dàt hebben ze nu wel door. De mens bekijkt zichzelf in wat hij doet en grijpt in waar nodig, om zich te verbeteren. Hij heerst als een God over zijn eigen leven. En heeft God… (terzijde) mij dus … niet meer nodig. Of toch wel...? (klapt brochure dicht) Tot zover deze lezing. De mens heeft mij niet meer nodig. Ik ben benieuwd... (ze verdwijnt op identieke wijze als ze gekomen is, de muziek maakt plaats voor supportersgejuich, uit de ene hoek komt de Ene op, een zich opwarmend bokser, op de rug van zijn badjas staat ENE, gevolgd door zijn coach – op zijn trainerspak staat COACH ENE, ze lijken een beetje op elkaar; uit de andere hoek komt de Andere op met coach, op hun rug staat ANDERE / COACH ANDERE. God weer op - zonder effecten – in een zwart-wit gestreepte scheidsrechterspak)                             GOD (beschaamd) Prachtig kostuum... (leest met tegenzin af)God presenteert: het kampioenschap Vechten Voor Idealen, een strijd voor Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid… (terzijde) hoe komt hij erop?... In de categorie Vrijheid: een gevecht tussen aan mijn rechterhand, in de witte broek: de kampioen van de schrijver, hoofdrol in dit toneelstuk: de Ene...! (terzijde) de goeie!... ( Ene groet het publiek met veel show) Aan mijn linkerhand, in de zwarte broek: de Andere...! (terzijde) de slechte!... (Andere groet het publiek, de boksers gaan naar hun hoek, de trainers coachen bij hun boksers)                           ENE Ik ga winnen. Zet de champagne maar klaar. Dat zal hier rap gedaan zijn.                           COACH ENE Pas toch maar op.                           ENE Wie gaat er mij tegenhouden? Hij daar?                           COACH ENE Kalm. Gebruik je verstand.                         ENE Vrijheid, wat is daar nu moeilijk aan? Als ik iets niet wil, zeg ik nee. Gewoon nee.   (een enigszins droeve Vrouw in badpak loopt rond met een bord waarop “Ronde 1” staat; God scheidsrechtert, doet de twee kemphanen mekaar een hand geven, slaat op de gong, plots worden de boksers hartelijke vrienden, God volgt de scène van dichtbij)                           ENE Eindelijk! Zomer!                           ANDERE We hebben het gehaald! Zijn we weg?                           ENE Yes! Ik wil de ideale vakantie! Waar gaan we naartoe?                           ANDERE Maakt me niks uit. Als we maar weg zijn. (neemt folders ter hand) Keuze genoeg.                             ENE Ik pak intussen al in. (hij maakt zijn koffer)                           ANDERE (leest folder) ‘Leven als God in Frankrijk: la Côte d’Azur!’                           ENE Nee! Drie weken strand, dan kom ik totaal afgestompt terug.                           ANDERE Laat vallen. (neemt andere folder) ’De Caraïben! De Dominicaanse Republiek!’                           ENE Ideaal? Nee, geen bananenrepubliek. Ik heb een geweten, zie je.                           ANDERE Laat vallen. (neemt andere folder) ‘La bella Italia! Ideaal!’                           ENE Als er geen Italianen woonden. Ik haat macho’s.                           ANDERE Laat vallen. ‘Thailand, het mysterieuze, exotische paradijs!’                           ENE Paradijs voor pedofielen.                           ANDERE Laat vallen. ‘Het o zo gastvrije Turkije!’                           ENE Niet zo gastvrij voor de Koerden, en de Armeniërs.                           ANDERE Laat vallen. ‘De 1000 meren van Finland!’                           ENE ‘t Noorden? Ik kom nu al 1000 uren zon tekort.                           ANDERE (raakt geërgerd)Laat vallen.‘Eviva Espana! Costa del Sol!’                           ENE Wat? Daar gaat iedereen naartoe. Daar kom ik mijn buurvrouw tegen!                           ANDERE Laat vallen. ‘De nieuwe wereld: the United States of America!’                           ENE Nieuw? Dat zie ik elke dag op T.V. (klapt zijn ingepakte koffer dicht) Ik wil iets anders, iets speciaals, ik wil een ontdekking!                           ANDERE Wil je een ontdekking? Weet je wat? Ga eens alleen! Egotripper! ( kwaad af)                           ENE ‘Egotripper’? ( erachteraan) Hé wacht! Ik wil best naar de Peloponnesus, de Dordogne, Portugal, Zuid-Afrika, Praag, Canada, Australië… (valt stil) dat is ideaal... (zijn koffer valt open, alles valt eruit, hij duikt om het op te vangen, valt zelf)                           GOD (slaat op de gong) Winnaar van de eerste ronde: de zwarte hoek!   (Andere groet zegevierend het publiek, laat zich door Coach Andere feliciteren)                           ENE Hoe? Wat gebeurt er? Ik heb toch nee gezegd!                           GOD Ja, maar hij ook.                           ENE Hij doet wat hij wil. Wat kan ik daar aan doen?                           GOD Een goeie vraag. Denk eens na. Je hebt een coach, gebruik hem.   (Vrouw loopt rond met bord “2”; Coaches duwen boksers op krukjes, peppen ze op)                           COACH ENE Twee seconden nadenken. Nieuwe taktiek. Minder ‘boef! baf! ’                           ENE Minder ‘boef! baf! ’                           COACH ENE We laten hem komen, we gaan mee.                           ENE We gaan mee.                           COACH ENE En pas als hij je vertrouwt, dàn...                           ENE ‘Boef! baf! ’                           COACH ENE Nee, diplomatisch, geduldig. De vrijheid wordt tactisch gewonnen.                            ENE Diplomatisch, geduldig. (God slaat op de gong, boksers komen op mekaar af) Wat een mooi kunstwerk hebt u hier, meneer.                         ANDERE Ja?                           ENE Als ik zo een schilderij zie, besef ik wat schoonheid waard is...                           ANDERE Hier zit méér dan 30 jaar hard werk in, jongen, in dit huis.                           ENE (bewonderend) Alsjeblief...                           ANDERE En, jongen, wie weet wordt dat allemaal ooit van jou.                           ENE Dank u...                           ANDERE Mijn dochter krijg je nu al, voor de rest zal je hard moeten werken.                           ENE Och meneer, weet u, ik en materieel bezit..                           ANDERE Je bent diplomatisch, dat waardeer ik… Besef jij dat: er zit muziek in WC-buizen.                           ENE Wablief?                           ANDERE Ik dank alles aan WC-buizen. Wie hard wil werken baant snel zijn weg in WC-buizen. Stel je jezelf voor na 30 jaar in WC-buizen - waar je dan zit!                           ENE (wordt er niet goed van) Alsjeblief...                           COACH ENE Laat je niet inpakken.                           GOD (fluit) Stilte in de witte hoek!                           ANDERE 8 jaar in afvoerpijpen, 13 jaar in rioleringen, 10 in beerputten. Wat een toekomst.                           ENE (idem) Dank u...                           COACH ENE Doe iets. Je raakt ingesloten.                           GOD (fluit streng) Laatste verwittiging!                           ENE Het is niet dat ik daar op neerkijk, maar eigenlijk liggen mijn ambities elders.                           ANDERE Meer in labowerk? Proeven op de urinebestendigheid van WC-buizen, ..microscopisch uitwerpselonderzoek, het verrottingsproces….                           ENE Dat is allemaal machtig interessant, maar mijn passie ligt in..                           ANDERE Schimmelinfecties, ik wist het! Geen probleem, je krijgt de job die je wil.                           ENE Dank u, maar ik wil liever helemaal..                           ANDERE ..helemaal onderaan beginnen en je langzaam opwerken in WC-buizen. Je bent geduldig. Dat waardeer ik.                           COACH ENE Aanvallen! ‘Boef! baf! ’                           GOD (fluit snerpend) Strafpunt voor de witte hoek! (Coach Andere juicht meer en meer)                           ANDERE Echt de ideale schoonzoon. Diplomatisch en geduldig!                           ENE Dank u, maar ik vrees dat ik u moet teleurstellen..                           ANDERE Alleen artiesten of wereldverbeteraars, die kunnen mij teleurstellen.                           ENE Nu u het zegt, het is vervelend, maar ik ben toevallig wel..                           ANDERE Die schoften blijven met hun fikken van mijn dochter af!                           ENE (incasseert, wankelt) Ah…veralgemeent u misschien niet een klein beetje..                           ANDERE Mijn dochter verdient het beste, een goed leven, volgens aloude traditie.                           ENE Maar ik hou van uw dochter, meneer..                           ANDERE Vroeg opstaan, WC-buizen, half zes aan tafel, WC-buizen, vroeg gaan slapen, WC-buizen, kinderen kweken, WC-buizen, zondag familiebezoek, WC-buizen, én...als uiteindelijke beloning, het toppunt van het jaar: 14 dagen aan de Costa del Sol!                           ENE Wat?Daar gaat iedereen naartoe, daar kom ik mijn buurvrouw tegen!                           ANDERE Ja, gezellig hè! (klopt hem lachend op de rug) ’Boef!’ (Ene valt neer) ‘Baf!’ (Andere lacht) Jij bent gebuisd!                           ENE ‘Gebuisd’?!                           GOD (slaat op de gong) Winnaar van de tweede ronde: de zwarte hoek!   (de hoek van de Andere zegeviert uitbundig)                           COACH ENE Wij protesteren! De situatie was anders. De tegenstrever was anders.                           GOD Dat is het leven: altijd anders.                           COACH ENE Dat is niet eerlijk. Als dat zo zit, spelen wij ook niet meer eerlijk!                           ENE (krabbelt recht) Ons hebben ze niet meer!   (Vrouw loopt rond met bord “3”; Coaches zetten boksers op krukjes, lappen ze op)                           COACH ENE Derde en laatste ronde. Vanaf nu is alles toegelaten.                           ENE Alles!                           COACH ENE Het enige dat telt is dat we hem volop raken.                         ENE ‘Boef! baf! ’                           COACH ENE Nee, onder de gordel!                         ENE Onder de gordel!                           COACH ENE Maak hem af! Vrij of dood!                           ENE Ik vrij! Hij dood!   (God slaat op de gong: de boksers drinken op een receptie, zien mekaar plots)                           ANDERE (zeer blij) Nee! Zeg dat het niet waar is!                           ENE (zeer geërgerd) Ja alsjeblief, zeg dat het niet waar is.                           ANDERE Dat ik jou hier tegen het lijf moet lopen!                           ENE Ik dacht net hetzelfde.                           ANDERE Mijn allerbeste vriend! Ik droom!                           ENE Een nachtmerrie overdag.                           ANDERE Veel te lang geleden!                           ENE Niet lang genoeg, lang niet lang genoeg.   (Andere lacht maar zuur; God telt hem uit (telt luidop af op haar vingers): “Eén..”)                          ENE Oeieoei, wat ben jij ouder geworden! Dat gaat snel bij jou... (God: “..Twee..”)                           ANDERE (lacht zuur) Boh, een paar jaar maar.                           ENE Niet dat je er ooit deugdelijk hebt uitgezien, maar het is nog een pak erger geworden,                         je houdt het niet voor mogelijk. (God: “..Drie..”) Wat heb jij al die jaren gedaan?                           ANDERE Boh, een mens doet wat hij kan...                         ENE Dat is dan niet veel... (God: “..vier..”)                           ANDERE En wat heb jij al die jaren gedaan?                            ENE Geprobeerd je te ontlopen. Tevergeefs. (God: “..vijf..” - Andere incasseert steeds) En? Nog getrouwd geraakt?                           ANDERE Boh… Dat euh…is niet gelukt. Helaas.                           ENE Wat een verrassing! Hoe kan dat? Met zo’n sex-appeal. (God: “..zes..”; Coach Ene juicht, maar Ene zelf walgt meer en meer) En die kleren. Heel trendy. Echt in de mode - in de prehistorie, bedoel ik. (God: “..zeven..”) Hoe ben jij op dit feestje binnengeraakt? Vermomd als kamerplant? (Andere wankelt; God: ”..acht...”; Ene maakt hem met tegenzin af)En je stinkt nog even erg uit je bek als toen. Een hele opluchting. Er zijn nog vaste waarden in ‘t leven. (God: “..negen..”) Zeg, moet hier niemand zijn padvindersdaad verrichten voor vandaag? Kan niemand mij verlossen van deze trieste treurwilg, deze wandelende dooie tak? (Andere zakt in mekaar op de grond)                           GOD Tien! (slaat op gong en heft de arm van ene omhoog) En de winnaar is, door knock-out in de derde ronde, in de witte hoek: de Ene!                           ENE (lusteloos) Joepie... Wat ben ik blij...                           COACH ENE (omarmt Ene juichend) We winnen! Vrijheid! Je bent vrij! Een winnaar!                           ENE Een zak. Ik ben een zak. (hij druipt af, Coach Ene er paf achteraan; Andere wordt door Coach Andere afgedragen)                           GOD Mensen. Nooit tevreden.                         VROUW Pardon mevrouw, ik heb horen zeggen - ik maak me misschien totaal belachelijk...                           GOD Vraag maar.                           VROUW Bent U echt God?                           GOD (lachend) Zie ik er uit als God?                           VROUW (lacht mee) Nee.                           GOD Ik bèn God.                           VROUW Godver... excuseer, ik bedoel 'Halleluja! - En ik sta zomaar met u te praten...                                                 GOD Zoals te verwachten en te voorzien was.                          VROUW  God, hoe wist u dat?                         GOD Simpel: de anderen hebben tijd nodig om van kostuum te veranderen, en wie beter dan God om de gaatjes te vullen. Meneer heeft even geen inspiratie.                           VROUW Meneer? Wie?                           GOD ‘t Is altijd zo geweest: God als lapmiddel, als vangnet. Ben ik niet meer waard dan dat?                           VROUW Natuurlijk mevrouw, euh...God.                           GOD De mensen hebben lef. Ze verknoeien zelf hun leven en dan zeggen ze: “Waarom laat God dat allemaal toe? Dat kàn niet. God bestaat niet.” Dat zal wel. Als God niet bestond, bestonden zij niet eens.                           VROUW Heel goed gezegd. U moet zich zo niet laten doen.                           GOD (almaar kwader) Tot ze mij eens écht nodig hebben. Dàn besta ik weer wel.                           VROUW Geef ze er maar eens goed van langs, God.                           GOD Als dat zo zit, krijgen ze van mij rap een aardbeving of twee rond hun oren. Of een meteoortje...dat slaat altijd in. Ha! Wacht maar. Ze zijn nog niet af van God.   (gejuich, de boksers komen weer op, op de ceremoniële manier, maar nu in andere kleuren)                           GOD God presenteert: blablabla...in de categorie Gelijkheid...een gevecht...ratata… aan mijn rechterhand, in de rode broek, de kampioen van de schrijver: de Ene! En aan mijn linkerhand, in de blauwe broek: de Andere!   (ze groeten het publiek; trainers peppen hun boksers op - enkel Ene en Coach Ene hoorbaar)                           COACH ENE Tweede gevecht. Wat ga je doen?                           ENE (nog even lusteloos) Vechten, zeker?                           COACH ENE Vechten! Waarvoor?                            ENE Omdat jij het zegt. (krijgt een mep van zijn coach, meteen)Voor Gelijkheid.                           COACH ENE Voor Gelijkheid! En waartegen? Tegen…?                           ENE Tegen mijn zin. ( krijgt weer een mep, meteen) Onderdrukking. Tegen Onderdrukking. Nu heb ik het.                           COACH ENE Dat is mijn jongen, zo wil ik het horen. Pak hem! (Vrouw passeert met bord “1”, God slaat op de gong, Ene springt recht)                           ANDERE (blijft zitten, net als Vrouw af wil gaan) Schat!                           VROUW Pardon?                           ANDERE Weet je dat jij dat heel goed doet?                           VROUW Wat?                           ANDERE Je hebt het of je hebt het niet, en jij schat, jij hebt het: klasse.                           VROUW (straalt) Néé!? Jàà? Dank u wel, meneer de Andere.                           ANDERE Andy, zeg maar Andy.                         ENE Zeg, wat gebeurt er hier?                           GOD Hier wordt gevochten, wat anders?                           ANDERE Schat? Ik moet vechten, en ik heb nog geen massage gehad.                           VROUW O.                         MAN Wees eens een schat, schat.                           VROUW O natuurlijk Andy. (ze masseert zijn rug)                           ENE Scheidsrechter! Wanneer begint hij nu?                           GOD Wanneer begin jij nu? De eerste ronde is halverwege, je staat flink achter.                           ENE Hè? Hoe?                           GOD Trek je ogen eens open.                           ANDERE Zalig. Jij kan meer dan je denkt. Ik zal eens een goed woordje voor je doen. Hogerop.                          VROUW Wow! Bedankt, Andy.                           COACH ENE Vooruit, doe iets!                           ANDERE Nu mijn benen. Wees eens een schat, schat. (ze doet het)                           ENE Meneer, dat meisje is uw slaafje niet.                           ANDERE Jaloers? (tegen haar) Je bent echt een schat.                           ENE Gelijkheid van de seksen: nog nooit van gehoord?                           ANDERE Gelijkheid? Kennen wij heel goed, hé schat? Jij zorgt voor mij, dan zorg ik jou... Maar om een goed woordje te kunnen doen, moet ik je beter leren kennen. Schat. Wat zou jij ervan zeggen... (fluistert grijnzend in haar oor)                           COACH ENE Hij pakt haar. Niet laten gebeuren. Pak hem verdomme!                           ENE U hebt geen enkele respect voor deze vrouw. Ik verbied u..                           ANDERE Ken jij haar? (tegen haar) Ken jij hem?                           VROUW Nee.                         ANDERE Waar bemoei jij je mee?                           ENE ‘t Gaat om 't principe. Ik kom in opstand als ik een macho een vrouw zie misbruiken.                           ANDERE Wat ga je eraan doen? Op mijn gezicht slaan? -Doe rustig voort, schat.                           ENE Fysiek geweld is beneden mijn waardigheid.                           ANDERE Je bedoelt, boven je vaardigheid...? (tegen vrouw) Schat, je doet me goed. Ik voorspel je een grote toekomst.                           ENE Dit is echt het laagste van het laagste.                           ANDERE (kreunt van genoegen)Ja, nog lager... Ja, daar...                           ENE (zet zich in bokshouding) Ik daag u uit. Een gevecht. Van man tot man. Nu.                           ANDERE Ben je gek, dit is veel lekkerder. Vecht maar op je eentje. Hmm schat... (Coach Andere juicht, de Ene staat paf, laat zijn armen zakken)                           GOD (slaat op de gong) Winnaar van de eerste ronde: de blauwe hoek! (Andere groet zegevierend het publiek, laat zich door Coach Andere feliciteren en verzorgen)                           ENE Maar dat is niet eerlijk! Hij wil niet vechten!                           COACH ENE (trekt hem neer, coacht) Zo kan je hem nooit verslaan.                           ENE Twee seconden nadenken?                           COACH ENE (ziet hoe Vrouw met bordje “2”passeert)Nieuwe tactiek. Negeer hèm. Gebruik hààr.                           ENE Hè? Hoe?                           COACH ENE Zij kan hem makkelijker raken dan jij.                           ENE Ze kan hem toch niet neerslaan.                           COACH ENE Als je de tiran niet kan overwinnen, breng dan de slaven tot opstand. Werk op haar in. (God slaat op de gong)                         ENE (net als Vrouw af wil) Juffrouw!                           VROUW Pardon? Wilt u ook een massage?                           ENE Nee, ik wil alleen maar zeggen dat u meer waard bent dan wat mannen u laten doen.                           VROUW  Ah, u wil ook een goed woordje voor mij doen, hogerop?                         ENE Nee, ik help u niet. U zal voor uzelf moeten zorgen.                           VROUW O. Oei.                         ENE Uzelf verdedigen. In opstand komen. Tegen mannen die u misbruiken, zoals hij daar. Zie je dat niet, hij wil iets van u.                           VROUW Nee!                           ENE Als u hem gelooft, wordt u uiteindelijk niets anders dan zijn hoertje.                           VROUW Hoertje?                           ENE  De waarheid kwetst, ik ben eerlijk.                         ANDERE Hij, eerlijk?                           ENE Ik wil niets van u. Hij wel. Dat zijn de feiten.                           ANDERE Dit is een wedstrijd, hij wil winnen. Dàt zijn de feiten.                           ENE U moet er iets aan doen. U moét vechten.                           ANDERE Dat zal wel. Als jij tegen mij vecht, dan wint hij. Hij wil dat jij voor hem wint.                           VROUW Is dat waar?                           ENE Als u tegen hem vecht dan win ik, ja, maar als ik win wint ù ook. Als hij wint, dan wint u niet, want hij vecht tégen u, maar ik niet. Ik vecht voor u. Dat is het verschil. Begrijpt u?                           VROUW Ik begrijp het: alle mannen willen iets van me.                           ENE Maar nee!                           ANDERE Maar ja. En ik kom er tenminste voor uit. Dàt is het verschil. Bij mij weet je het.                           ENE Wat ik wil, is voor uw bestwil! Ik wil gewoon dat u...                           ANDERE ...dat jij de klappen krijgt in zijn plaats. Dàt wil hij. Zie je het?                           VROUW Ik zie het.                           ENE Wilt u dan heel uw leven ongelukkig blijven? Dat is dom!                           VROUW Ik wil niet vechten voor u. Waar moeit u zich mee? ‘t Ging best voor u ertussen kwam. Niemand kafferde mij uit. Nu ben ik een hoertje, dom. Laat me gerust! (loopt snikkend af, duwt Ene opzij, hij valt neer)                           GOD (slaat op de gong)Winnaar van de tweede ronde: de blauwe hoek!   (de Anderen vieren feest - Ene ligt er verwezen bij)                           COACH ENE Je moet tegen hem vechten, niet tegen haar!                           ANDERE (grinnikt) Ik moet zeggen: je hebt haar echt voor je gewonnen.                           GOD Laat mijn meisje gerust. Straks kan God nog zelf met dat bord rondgaan.                           COACH ENE Ik weet het even niet meer. Nieuwe tactiek…euh…                           ENE Ik wil toch niet meer vechten.                           COACH ENE Daarnet lag je ook achter. Je kan nog winnen.                           ENE Ik wil niet meer winnen, denk ik.                           COACH ENE Jij doet - ik denk.                           ENE Heb je haar niet zien wenen? Heb jij geen gevoel?                           COACH ENE Gevoel? Ik dènk.                           ENE Dus jij denkt - ik doe?                           COACH ENE  Dat is het.                         ENE Ik doe… ik doe... mijn handschoenen uit. (en gaat achter de Vrouw aan)                           ANDERE Aha. Hij geeft op?                         COACH ENE Zie jij een witte handdoek? Hij komt terug. (en gaat achter Ene aan)                           GOD Hij heeft nog 15 seconden. (en loopt dan maar zelf met het bordje “3” rond)   (Vrouw betraand op -Ene achter haar aan, Coach Ene achter hém aan)                           VROUW Het spijt me. (neemt het bordje van God over, doet haar ronde)                           ENE Het spijt mij. Je had gelijk. Om hem te raken, wou ik u raken.                         VROUW Mannen zeggen zoveel. Ga maar lekker vechten. Het is tijd.                         ENE Ik kan niet meer. Ik heb zo te zien niet het karakter dat nodig is om te winnen.                           ANDERE Pathetisch.                         VROUW Wat zit daar achter? Wat wilt u nu weer van mij?                           ENE (tracht zijn handschoenen los te krijgen) Hulp. Ik krijg mijn handschoenen niet uit.                           VROUW U stopt? Echt?                           COACH ENE Maar nee.                           ENE Maar ja.                           ANDERE God, mag ik mij dan ook gaan omkleden?                           GOD Zie jij een witte handdoek? Vechten!                           ANDERE Tegen wie?                           VROUW U stopt...voor mij?                           COACH ENE Ik zeg nee.                           ENE Ik zeg ja. Op één voorwaarde. Als u dan een ietsje minder ongelukkig bent. Ik kan daar niet goed tegen. Als dat zou kunnen heb ik genoeg gewonnen.                           VROUW Maar dàt is lief...                           ANDERE Is die komedie nu nog niet gedaan?                           VROUW Dit is geen komedie. Opgeven bewijst dat je gevoelens hebt, wat meer is dan ik tot nog toe van jou gezien heb.                           ANDERE Wat krijgen we nu?                         VROUW (doet handschoenen van Ene uit) U hebt gewonnen. Ik ben een ietsje minder ongelukkig.                           ENE Dan voel ik mij ook een ietsje minder ongelukkig. Dank je.                           ANDERE Ik moet kotsen.                           ENE Een vrouw als u die een man nodig heeft om zich goed te voelen, om te weten wat ze waard is. ’t Zou niet mogen. (hij wil afgaan)                           VROUW (houdt hem tegen) Ga zo niet weg.                           ANDERE Laten gaan, schat. Je bent beter af met mij.                           VROUW Ja? Jij zou nooit gestopt zijn voor mij. In geen honderd jaar.                           ANDERE Waarom zou ik stoppen? Ik ben gewonnen.                           VROUW Ja? Mij ben je verloren. (tegen Ene) Ik stop ook. Ik hoef dit niet te doen. Ik ga iets doen dat ik echt graag doe.                           ANDERE Aha, ik heb zo een idee wat dat kan zijn... (hij wil haar omarmen)                                 VROUW Wees eens een schat, schat? (duwt hem van zich af, hij valt neer, Staat op en gaat kwaad af, Coach Andere gooit witte handdoek en volgt)                                 GOD (slaat op gong) En de winnaar is, door opgave, in de rode hoek: de Ene! (heft zijn arm hoog)                           COACH ENE (omhelst juichend zijn bokser) Wij winnen! Yes! Gelijkheid!                                 ENE Ben je gek? Ik kàn niet winnen. Ik heb al lang opgegeven.                           COACH ENE Maar ik niet!                           GOD Zoiets kan alleen in toneel: de goeie wint altijd.                           COACH ENE Geniale nieuwe tactiek! Ik wist dat niet: jij kan denken!                           ENE Als dat waar is, heb ik jou niet meer nodig. Je bent ontslagen.                           COACH ENE Wat…?! Dat is zo typisch. Als een man verliefd is, schakelt hij meteen zijn verstand uit.                           ENE Ik ben niet verliefd.                           COACH ENE Typisch, hij wéét niet eens dat hij verliefd is. De vrouw regeert, de driften dicteren.                           VROUW Hé! Ho!                           ENE Uit mijn ogen, mislukte trainer. Vanaf nu wordt er over mijn leven niet meer nagedacht. Dat brengt alleen maar ellende, dat is nu wel bewezen.                           COACH ENE Ik ben al weg. Ik ga iets drinken. Met zo’n eigenwijs ventje kan ik niet werken.                           ENE Je bent niet meer nodig. Vanaf nu ga ik alleen op het gevoel af.                           COACH ENE Altijd dat verdomde gevoel. Ik verwittig je, zonder je verstand zal je niet ver raken.                          ENE Ik wil nergens raken. Hier wordt niet meer gevochten, gewonnen of verloren.                           GOD (gaat met Coach de zaal in)Oef, dan kan ik eindelijk die scène af. Dat stomme pak uitdoen.                           COACH ENE (in deur zaaluitgang) Zie je nu!. Zonder God zal je niet ver geraken. (gaat kwaad af)                         GOD (in deur zaaluitgang) Ach, wie weet... Ik ben benieuwd... Pauze. Tot seffens. (gaat glimlachend af - donkerslag - eventuele pauze)

Hazelof
0 0