Lezen

Niets zo zoet als zonde

Ergens in het Oosten, daar waar ’s werelds vier meest gracieuze rivieren in de grond ontsprongen en zich rondom het land van goud kronkelden, bevond zich het aards paradijs. De afgebakende speeltuin van God, waarin Hij zijn mooiste scheppingen verzamelde en ze uit trots en zelfvoldaanheid omringde met alles wat zoet en zacht was.Zijn ware pronkstuk was ongetwijfeld het wezen dat hij Adam had genoemd. Het liep op twee gespierde poten en droeg daarmee een lijf rond dat uit dooraderd marmer leek gehouwen, zoveel massieve kracht leek er vanaf te vonken. Met zijn armen, handen en kneukels kon hij eender wat versleuren, verscheuren en verslaan. Hoewel dat natuurlijk niet hoefde in dit land van peis, vree en overvloed, toch vervulden Adams spierbundels zelfs zijn meester van een zeker ontzag. Onder zijn krullende gouden lokken, waar God maar wat graag de zon door liet wiegen, bevonden zich de diepst blauwe ogen, de fijnst gebeitelde neus en de subtielste lippen ooit door de Schepper geknutseld. Tussen zijn benen tenslotte had God nog een vlezige tentakel gehangen. Waarvoor wist hij nog niet precies, maar zonder leek er wat te ontbreken.Toen hij zijn Adam voor het eerst in het Hof zag ronddwalen, en de verwondering voor alles wat hem omringde zag in zijn gelaat, overviel God een gevoel van ontroering. Hij was nagenoeg perfect. Hoe kon het ook anders, dacht Hij; een zelfportret met zoveel toewijding gemaakt kon niet anders dan beroeren. Maar hoe meer hij naar zijn evenbeeld keek, hoe meer hij dacht Adam wat verschuldigd te zijn. Iets waardoor hij zich minder eenzaam zou voelen, misschien?Wanneer Adam die avond eindelijk de slaap had kunnen vatten nadat het duister over de paradijselijke tuin was gevallen, ging God aan het werk in zijn hemels atelier. Hij bouwde tot de ochtend aan een nieuw model. Voluptueuzer, minder krachtig en niet erg snel, maar complexer qua bezieling, opdat het Adam tot het einde der tijden zou kunnen intrigeren. Hij heette haar Eva, liet haar samen met de ochtendnevel tot de aarde zakken en beval haar Adam te wekken. Eva deed wat haar meester haar had gezegd en wekte Adam met een kus op zijn slaap. Hij opende zijn ogen en na enkele tellen het nieuwe wezen dat zoveel op hem leek te hebben geobserveerd, verscheen om zijn mond een speelse glimlach. Onmiddellijk nam Adam haar bij de pols en leidde haar rond in het door de ochtendzon roodverlichte paradijs waar zij samen de eeuwigheid zouden gaan doorbrengen. God zag dit alles, en bij het gadeslaan van de lach om Adams mond, sloeg zijn ontroering abrupt om in afgunst. Adam leek geen oog meer voor Hem te hebben. Was hij dan vergeten wie hem uit niets anders dan stof had gecreëerd en hem het leven had ingefluisterd? Hoe langer hij naar de twee keek, die nu al elkaars hand vasthielden, hoe wanhopiger Hij werd. Er moest iets gebeuren en daarom wendde God zich tot een slang, en kneedde zijn ingehouden woede in haar glibberig lijf. Wanneer later die dag Adam voldaan lag te slapen op het mos, kwam de slang tot bij de naïeve Eva gekronkeld en zei haar dat ze een appel van de boom der kennis moest proberen, want zoiets zoets had ze vast nog nooit geproefd. Eva plukte de vrucht, en nam een stevige beet. Een straaltje goudkleurig sap liep langs haar mondhoek tot in haar hals. Eerst leek het hemels, doch wanneer ze haar rijkelijke hap had doorgeslikt, overviel haar een gevoel dat haar tot dan toe vreemd was geweest. Ze greep naar de welvingen op haar bovenlichaam en haar andere hand hield ze voor haar schoot. Schaamte. Nog voor ze goed en wel besefte wat er gebeurd was, kreunden de wolken boven haar. Een aanhoudende schaterlach trilde door de lucht. Paniekerig richtte ze haar blik ten hemel en zag in een oogwenk het lachende, doch met tranen bezaaide gezicht van God. Door het gouden sap der kennis dat nu haar hele lijf was binnengesijpeld, vertelde haar geest in heldere bewoordingen waarom God haar had willen straffen. Ze doorzag zijn jaloezie.Eva twijfelde niet. Ze raapte de appel van de grond en rende ermee naar de plaats waar Adam lag te dutten. Ze perste de vrucht boven zijn mond uit en het sap en vruchtvlees gleden zo zijn keel binnen. God had het allemaal haarscherp zien gebeuren, maar was te verlamd van verbazing om tijdig te kunnen ingrijpen. Adam werd wakker. Ook hij leek zich onmiddellijk te gaan schamen wanneer hij zich opnieuw gewaar werd van het ding dat tussen zijn benen bengelde en bedekte het met beide handpalmen. God schreeuwde van woede en frustratie. Het mooiste wat hij ooit had gemaakt was bevuild geweest met kennis. Hoe kon een inferieur wezen hem zo vernederen? Hij weende onophoudelijk. Drie dagen lang. En al die tijd stonden Adam en Eva zwijgend tegen elkaar geschurkt in de gietende regen. Uiteindelijk beval hij al zijn engelen hun wapens te trekken en de twee uit zijn paradijs te verdrijven. Als opgejaagd wild werden de eerste mensen tot de rand van Eden gedreven en vlak vooraleer de poort achter hun rug werd toegeslaan krijste God hen met hese stem nog na dat zij voortaan niet meer het eeuwige leven zouden kennen en dat zij altijd enorme pijnen zou moeten doorstaan bij de geboorte van hun nakomelingen. En na de zondeval? Wel, de mens sloeg zich door de millennia heen en God bleef immer een verbitterd man.

Jins Von Stroheim
0 1

De wereld door de ogen van een missomaan

Vanwege Bert Panda, Ik ben zelf missomaan geweest, Iemand die een biezondere bewondering heeft voor missen , een verslaving voor missen, fotomodellen en missverkiezigen; Missen en fotomodellen zijn beroemde mensen boven de gewone mensen, superieur, enz;  Tevens was (is) deze periode het zeker ook een fantastische beleving niet alleen van meisjes maar ook van decors, choreografieën, en dictie-voordrachten, alles tesamen een zeer sfeervolle beleving. Deze beleving deed me echt de ogen openen, steeds verslavingwekkend , een missverkiezing kan, kon, nooit lang genoeg duren voor een missomaan;  Juist zoals een zéér groot vuur nooit lang genoeg kan branden voor een pyromaan.    De wereld door de ogen van een missomaan, moet inderdaad als boek nog verder geschreven worden; Toch heb ik reeds een echt script neergeschreven en ook afgegeven aan uitgeverijen, die natuurlijk een volledig script willen. Het omvat een boek waarin ik mijn minderwaardigheid voor vooral wiskunde-intelligentie-deficiëntie en andere minderwaardigheden catapulteer in de adoratie voor missen. Mogelijk heeft dit iets te maken met mijn minderwaardigheidscomplex in het falen voor wiskunde integralen terwijl vader hoogleraar wiskunde is;  Maar door sterke persoonlijke problemen, is het boek-schrijven gestaakt; nog. Het boek bevat zeker mijn adoratie voor die meerderwaardige meisjes die zoals ik ze beleef onschendbaar zijn, altijd perfect zijn en niet ziek kunnen worden, over een miss waar ook niets slecht over te vertellen valt door mij,  GODDELIJK. Mijn sexuele gevoelens stijgen naarmate de beroemdheid van een miss, de beroemdheid van een fotomodel of een wereldberoemde vrouw. Dit wordt zeker uitvoerig beschreven. Ook de bewondering voor missmakers vb Ignace Crombé waarvan ik eigenlijk schrik heb van adoratie, bewondering.  Ik heb het echte script hier niet bij me ;  Maar deze tekst kan nog bewerkt of toegevoegd worden met allerlei scriptie-gegevens.  Verdere contactgegevens  Bert Panda-Procter   Postbus 1.006  B 3000 Leuven-Philipssite  België    Tel België  0471/69.99.24  Tel Nederland buitenland exterior countries    0032/471/69.99.24  e-mail   bertpanda@hotmail.com      

bertpanda
356 0

Valentijn

Enkele jaren geleden luidde ik met warme kreten de maand van de liefde in. In mijn dichtbundel komen en gaan, met als centrale thema liefde, gaf ik mezelf bijna letterlijk bloot. Ondertussen zit ik hier met warme gevoelens voor mijn kersverse zoon.  Steeds een stapje voor, altijd berekend en toch misschien opnieuw té snel willen zijn. Vrouw als ik ben, kweekte ik de “ik wil meer” microbe en een zelf-opbouwend verwachtingspatroon. Stoom kwam uit alle gaatjes en ik kon geen kant meer uit. In de economie daalt de vraag, behoeftes worden niet meer ‘bevredigend’ bevredigd. Laat dit vooral een reden zijn om gewoon onszelf en dus ‘anders’ te zijn. Om dingen te laten zijn wat ze zijn. Om te groeien naar daar waar we moeten zijn. Ondertussen zit ik hier met warme gevoelens voor mijn kersverse zoon. Het is Valentijn, de dag die ik niet vier, de dag waarop ik er vandaag aan herinnerd word dat er voortaan officieel twee mannen in mijn leven zijn. Nood breekt wet en bij deze dwingt het mij dit brandend gevoel met u te delen. IK WIL niets ‘MEER’ en toch wil ik - gelijk - ook alles op een rijtje. Hoewel mijn gevoel niet te blussen is, temper ik mijn passie. Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar jou, hopend op een glimlach, een schaterlach, een kus, een scheet, een drolletje, een boertje. Mijn mannen hebben veel gemeen maar zijn dat laatste niet. Geen nood dus om te veranderen, om daar iets aan te veranderen, laisser faire, laisser passer. Een ‘femme de ménage’ een ménage à tois. Zo lang we maar gelukkig zijn! Voor mij geen nieuwe Valentijn meer!  

Lezzl
0 0

Zwarte pieten, zwarte schapen

Er wordt in Nederland veel gezwartepiet, de laatste weken vooral in letterlijke zin. Ons sinterklaasfeest met de Zwarte Pieten is onderwerp van discussie en dat gaat gepaard met heftige emoties. Velen vinden dat je niet aan ‘ons’ feest mag komen en dat de Zwarte Pieten er nou eenmaal bij horen. Anderen vinden dat je de gevoelens van degenen die zich geraakt voelen door ‘Zwarte Piet’ als ‘knecht’ van Sinterklaas op zijn minst serieus moet nemen. Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten zijn een Nederlandse traditie; het feest wordt alleen in ons land gevierd, met cadeautjes, kinderen die in sinterklaas ‘geloven’, het maken van gedichten en alles wat er bij hoort. In gezinnen, op scholen en zelfs in sommige bedrijven wordt er iets aan Sinterklaas gedaan. Die traditie mogen we op zich koesteren. Dat hoeft niet in te houden, dat je altijd alles precies bij het oude houdt, je kunt ook dingen aanpassen. Ik vind het namelijk verstandig om rekening te houden met mensen die aanstoot nemen aan ‘Zwarte Piet’ en hen niet af te schilderen als ‘zeurpieten’. De zwartepietenhype waait natuurlijk wel weer over, maar achter dit gedoe gaat het toch om iets wezenlijks. Veel mensen die uit Suriname en de Nederlandse Antillen afkomstig zijn hebben voorouders die ooit in plantages als slaaf werkten. Zij waren als het ware het bezit van hun ‘meesters’. Ook na het afschaffen van de slavernij was er nog steeds sprake van ongelijke en ongelijkwaardige verhoudingen, in Suriname en elders. In het zuiden van de Verenigde Staten werden nog in de jaren zestig van de vorige eeuw zwarte kinderen en volwassenen openlijk gediscrimineerd. De Apartheid in Zuid Afrika duurde tot eind jaren tachtig. Discriminatie en apartheid zijn gebaseerd op een moreel misverstand, namelijk het idee dat er ‘superieure’ en derhalve ook ‘ minderwaardige’ mensen zouden bestaan. Het idee van superioriteit kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld etnische herkomst, op geloof of ideologie en zelfs op uiterlijk. Dit gaat gepaard met wij- zij denken; wij staan aan de ‘goede’ kant, zij aan de ‘slechte’. Hen mag je dus ook anders en slechter behandelen dan jezelf behandeld wilt worden. Discriminatie kan heel klein beginnen, in de schoolklas of op de werkplek. Een kind of een volwassene hoort er minder bij en mag worden gepest. Je speelt niet met hem of je groet hem of haar niet, je laat hem links liggen. Als iemand eenmaal een zwart schaap is, dan ontstaat er in de groep die het schaap aan zijn lot overlaat een merkwaardig verschijnsel, namelijk dat het isolement zichzelf versterkt. Voor de andere schapen is de omgang met het zwarte schaap nu besmet en is het lastig om je nek uit te steken en hardop te zeggen, ‘waar zijn we eigenlijk mee bezig?’ Het zwarte schaap gaat zijn weg maar voelt wel verdriet om de afwijzing en het onbegrip. Voor pesten en discriminatie is er namelijk geen redelijke grond. Discriminatie op basis van geloof, sekse, seksuele geaardheid, leeftijd, handicap of huidskleur is daarom principieel verwerpelijk. Het pesten van anderen kan voor mensen wel een functie vervullen. Je kunt je onmacht en boosheid op een andere persoon of een andere groep richten. Je kunt het object van het pestgedrag openlijk minachten en dat binnen de groep rechtvaardigen. De slachtoffers van het pestgedrag kunnen zich daar nauwelijks tegen verweren, ze deugen immers toch niet. De verstoting kan ernstige gevolgen hebben, zoals depressiviteit en in extreme gevallen zelfs zelfdoding. Het zwarte schaap worstelt immers altijd met de vraag of hij er ook zelf om gevraagd heeft. Het is voor de gezondheid van mensen en voor gezonde maatschappelijke verhoudingen goed om pesten en discriminatie te onderkennen en tegen te gaan. Mensen die anderen pesten zullen dat niet gauw erkennen en het steeds proberen te verbergen. Het is voor hen te bedreigend om echt in de eigen spiegel te kijken. Pesten kan uitgroeien tot discriminatie als het anders en slechter behandelen van mensen maatschappelijk wordt geaccepteerd. De meeste politieke partijen en politici in Nederland willen dat zeker niet. Toch vond de Nationale Ombudsman het nodig een signaal te geven over discriminatie in Nederland. Dat signaal moeten we niet wegwuiven maar serieus nemen. Ook in ons land vinden er achter de façade soms minder fraaie dingen plaats. Het grootste risico is een cultuur van angst en een klimaat van onveiligheid waardoor mensen zich niet gewaardeerd en gerespecteerd voelen. Vooral in instellingen of gesloten gemeenschappen is dit risico aanwezig, maar ook in gezinnen en werksituaties kan het geen kwaad om waakzaam te zijn. Zeg neen tegen pesten! Zeg neen tegen discriminatie. Zeg ja tegen waardigheid en menselijkheid! Durf elkaar in de ogen te kijken en kijk niet weg! Laten we er een leuk sinterklaasfeest van maken!

José van Rosmalen
0 0

Le bonheur

Een schichtige oorworm sprint weg onder een afgestorven blad en zoekt dekking voor de voeten van horden wandelaars. Krakende takken, kinderkreten in de verte, de zoete geur van vergankelijkheid. Door de kalende kruinen straalt beneveld licht. Rubberlaarzen, maat 43 soppen aarzelend door een vette modderplas. Een eenzame kraai krast om gezelschap. Er hangt herfst in de lucht.   Aan de rand van het bos staat een petieterig pannenkoekenhuisje met een terras in een gouden gloed, Le Bonheur , waar bergen pannenkoeken en ijs en kannen koffie en thee worden aangehold. Opgetutte dames en heren in rijlaarzen en donsjasjes, met of zonder kroost, wachten ongedurig op een plaatsje in de laatste zon. O wee hij die zijn vork durft neer te leggen of zijn lege koffiekop durft terug te zetten: het is het startschot van een race naar de vrijkomende tafeltjes. Een wachtend stel ruziet over wat het beste plekje is. Een luxeprobleem dat echter snel opgelost wordt door de veroveringsdrang van een bejaarde dame in tweed mantelpak. Wanneer ze zonder scrupules haar welvarende derrière laat zakken in het krappe rotanzeteltje, moet het koppel genoegen nemen met het tafeltje naast een jolig gezin. De man bijt zijn vrouw toe dat het haar schuld is. Zij zwijgt nederig. Hij zwijgt. Ze kijken beide naar alles behalve elkaar. Tot de koffie deluxe wordt geserveerd: twee reuzekoppen met dampende koffie en verwenborden met koekjes, cake, smeuïge chocomousse en een vingerhoed advocaat. Hij kijkt haar vragend aan. Zij weet dat hij liever dit koekje lust en zij liever dat. Met vergevende ogen worden de koekjes geruild. Zo gaat dat met getrouwde stellen. Naast hen een plaatselijke hoos van omgegooide glazen, besmeurde truitjes, zeteltrampoline en onvolgroeid gekrijs. Moeder en vader trachtten tevergeefs hun kroost in bedwang te krijgen. Zwichtend zwaaien ze met de dessertkaart. Als ze niet stil te krijgen zijn met een dozijn vermaningen, dan toch met een volle mond. Wat verder zitten twee vriendinnen, met de zeteltjes gedraaid richting zon, hoofd in de nek, wat bij te bruinen na een reeds overduidelijk teveel aan zonnebank. Hun gemanicuurde handen hangen lui doch elegant over de armleuningen. De Irisch coffees reeds meermaals geledigd en weer bijgevuld. Ze beamen elkaars beklag over hun mannen die op kantoor wonen.   Het is, geheel in ere van het scheppingsverhaal, een vredig zondagnamiddagtafereel dat plots verstoord wordt door geroep en gevloek binnen aan de toog. Het hele terras draait het hoofd, zelfs de bruinende vrouwen die nu met scheefgetrokken mond naar binnen turen. Een vrouw en een jongetje, eerder in vodden dan kleren, ongewassen haar dat weerbarstig rechtop staat, vuile handen en gezicht die met water noch zeep proper te krijgen zijn, benen de tearoom uit. Ze worden achterna gezeten door de bazin die met zwierende armen en rood aangelopen gezicht hen verplicht onmiddellijk de zaak te verlaten. Weliswaar in minder fraaie woorden. Ondertussen verspreidt het nieuws zich over het terras als een onaangename zweetgeur in een kleine ruimte: het jong heeft binnen tegen de toog geplast!   Het gezapig gekakel verandert in een dof gemor terwijl de pannenkoeken en de ijsjes en de koffie en de thee blijven komen. Wat een schande! Dat is toch ongehoord! Geen manieren! Het kind wordt door zijn moeder bij de arm voortgesleurd, weg van het terras. Hij kijkt nog even achterom. Zijn grote, trieste ogen en hongerige mondje staren verlangend naar al het lekkers dat onophoudelijk wordt aangevoerd vanuit de keuken maar waarvan hij alleen maar kan dromen op een lege maag. Hij trekt met zijn vrije hand zijn veel te grote broek op die al tot halverwege zijn billen is gezakt en sloft op zijn gescheurde schoenen zijn moeder achterna.   Eén man op het terras staat verontwaardigd op en gooit gepast geld op tafel: “Als je hier al niet meer tegen de toog mag plassen, ben ik ook weg”.

Lilianne Michel
0 0

De Jongensvogel

Een zware dagHet was een zonnige ochtend in de boerderij terwijl Bram de ruimte bekeek die zijn kamer ging worden. Hij was een magere jongen met blond haar en bruine ogen. Zijn oma, die naar Peru verhuisd was nadat haar dochter het huis had verlaten, zij wel eens dat ze op die van een arend leken. Af en toe vroeg Bram zich af of ze niet gelijk had. Zijn moeder was er van overtuigd dat hij het hier wel naar zijn zin zou hebben. De rede van hun vertrek uit hun vorige huis was nogal raar. Bram kon namelijk met vogels praten en had hen een pestkop laten belagen. De vogels waren zo tekeer gegaan dat de jongen met grote kleerscheuren gillend was weggerend. Wat was Bram blij geweest toen de directrice besliste dat ze niets met een abnormale jongen op haar school kon doen. Ze was een blonde vrouw die enorm dik en oud was. Haar gezicht leek wel op dat van een bulldog. En toch vond hij dat het de schuld van John was geweest die zijn vader uitschold die onlangs nog gestorven was. John was een jongen met een supergoede conditie en dus ook veel succes kende bij de meisjes van zijn klas. John was 1 jaar ouder dan de 13-jarige Bram. Dat was waarom hij John zo laf vond, hij kon namelijk niemand van zijn eigen leeftijd aan. Bram en zijn moeder gingen naar buiten om de verhuizers te helpen met de verhuisdozen uit te pakken. Zijn moeder was een lange Nederlandse met blond haar en blauwe ogen. Ze had roze, bolle wangen en haar haar was kort voor een vrouw. Zijn vader had hij wel gekend maar hij herinnerde hem zich niet meer. Om hem terug even voor de geest te halen had hij wel een foto op zijn kamer. Zijn vader was een Congolees die voor Bram’s geboorte al 10 jaar in België woonde samen met zijn vader, moeder en zus. Toen ze klaar waren gingen Bram en zijn moeder naar binnen om koffie te drinken terwijl ze wachten op de volgende lading dozen. Morgen was het maandag en zou hij voor het eerst naar zijn nieuwe school moeten. Bram hoopte dat hij er fijne kinderen ging ontmoeten. Nadat hij zijn kopje had leeggedronken zij hij even de omgeving te verkennen. Hij liep langs de achterdeur naar buiten en zag direct de vijver waar zijn moeder het zo vaak over had gehad. Sloeber, dat was hun hond, kwam vanachter het tuinhuis achter hem aangehold. Het was een Berner Sennen puppy. Hij smeekte Bram om met hem te spelen. Hij besloot dat te doen tot zijn moeder hem plots kwam roepen omdat de volgende lading dozen was gearriveerd. Hij had de wagen niet eens horen aankomen. Terwijl hij de eerste doos nam die zijn moeder hem aangaf, hoorde hij plots een krassende stem: Ik weet het niet hoor, we moeten hem goed in de gaten houden. Bram schrok hevig en trok daarbij een raar gezicht. Zijn moeder had het kennelijk gezien want ze vroeg wat er met hem scheelde. Hij zij dat alles goed was terwijl hij dat zelfs niet eens geloofde. Gelukkig nam zijn moeder daar genoegen mee. Na het avondeten ging hij direct naar zijn kamer. Het voorval van die middag liet hem maar niet los. Hij zat al uren te piekeren toen plots een kraai op de vensterbank ging zitten van het open raam.

Bert Jamers
0 0

Felidi: hoofdstuk 6

'Hoe kom je aan die wallen?' vroeg Tina geschokt. Maar Lieze antwoordde niet. Ze was te moe. Wat er deze morgen gebeurd was bleef in haar hoofd hangen. Ze had daardoor geen oog dichtgedaan. 'Lieze? Is alles in orde?' vroeg Tina nog een keer. 'Tina, wat ik je deze morgen wilde vertellen...''Lieze, misschien is het beter dat je naar huis gaat. Ik hoor je later nog wel.'Ze voelde zich rot. Alsof ze weken niet geslapen had. Misschien werd ze wel ziek. De winter stond tenslotte bijna voor de deur. 'Je hebt gelijk Tina.' zei ze. Ze voelde een hand op haar schouder. Ze probeerde te glimlachen maar het hielp niet. Ze kreeg haar mondhoeken zelfs niet omhoog. Met haar krukken huppelde ze terug weg. Ze keek nog even om en vertrok. Ze staarde naar het plafond. Haar tranen liepen over haar wangen. Ze snikte maar niemand kon haar horen. Het liefst van al wilde ze een beschermend schouderklopje, een knuffel. Maar stiekem wist ze dat er toch niemand ging komen. Haar benen hingen uit haar bed te bungelen. Alsof het leek dat ze zweefde. Ze sloot haar ogen en probeerde de slaap te vinden. 'Kom je me weer een bezoek brengen?' hoorde ze Tigre zeggen. Weer zag ze de koude, witte kamer. 'Wat doe ik hier?' vroeg ze verbaasd. 'Ik wilde je proficiat wensen met het vinden van je eerste voorwerp.''Tigre, is er een manier om weer normaal te worden?''Waarom vraag je dat? Je hebt een gave Lieze? Je hebt de kracht van genezing. Waarom zou je zoiets speciaal opgeven! Iedereen droomt hiervan.' 'Omdat ik weer normaal wil zijn! Het is ondertussen al donderdag. Ik loop al een week met een gebroken been en vol vragen. Ik weet niet eens serieus wat Felidi is. Want niemand wil het me vertellen! Alstublieft Tigre, help me.''Er is wel een manier. Maar die kun je maar op één manier vinden.''Vertel het me!''Alleen als je alle elementen vind.'Maar Tigre, u hebt de sleutel.''Ik weet het Lieze, maar ik kan je die nu niet geven. Het is nog te gevaarlijk.'Lieze kroop terug recht uit haar bed. Ze wreef met haar handen in haar ogen. Er was iets raar. Iets wat ze niet kon beschrijven. Ze voelde haar voet tintelen. Hij voelde helemaal niet zwaar meer. Tot haar verbazing was haar gips verdwenen. Ze probeerde recht te staan. Maar ze voelde helemaal geen pijn meer. Alsof het opeens met een toverformule betoverd was. Ze bleef verbaasd naar haar been staren. Misschien moest ze eens op bezoek gaan naar Felidi. Gewoon om Thijs op te zoeken. Maar ook om de elementen op haar lijstje te zoeken. Hoe sneller ze die vond hoe sneller ze weer normaal kon zijn. Ze verlangde naar het normaal zijn. Het kwelde haar. Ze stond op en rende naar beneden, trok haar jas van de kapstok en vertrok. Ze sloeg de deur achter zich dicht en voelde hoe de wind in haar gezicht sneed. Voor de eerste keer sinds haar gips kon ze weer fietsen. Felidi lag spijtig genoeg buiten de stad. Dus het was wel een stukje. Ze trapte vol moed voorruit. Met de gedachte dat ze Thijs misschien zou terug kunnen zien. Misschien kon ze uit hem wel wat informatie halen. Het was een soort van appartementsgebouw. Vanaf buiten leek het doodgewoon. Je zou helemaal niet zeggen dat het een geheime organisatie was. Alleen wist ze niet hoe ze binnen moest raken. Misschien moest ze een baksteen induwen zoals in de film. Ze tikte op de rode vierkanten maar geen enkele bewoog. Ze twijfelde of ze eigenlijk nog wel bij het juiste gebouw was. Veel herinnerde ze zich niet meer. Alsof haar geheugen automatisch gewist werd als ze uit Felidi wandelde. 'Wat kom jij hier doen?' hoorde ze iemand zeggen. Ze draaide zich traag om. Alsof ze niet wilde zien wie er achter haar stond. 'Hey Thijs!' zei ze terwijl ze een zuchtte.'Weet je hoe je binnen moet komen?' Vroeg hij.'Nee, eigenlijk niet nee.'Zonder iets te zeggen liep hij naar de muur van het appartementsgebouw. In één van de bakstenen zat een klein luikje. Hij deed het open en een schermpje verscheen. Hij legde zijn hand erop en een kalme vrouwenstem zei dat hij kon binnenwandelen. Automatisch volgde Lieze hem mee de lift in. 'Het spijt me dat ik niets meer laten weten heb. Ik moest wat voorbereidingen maken omdat wij partners worden.''Hoezo partners?''Dat leg ik je later wel uit.''Nee Thijs, ik wil dat je het nu uitlegt. Eerst ontvoer je me, daarna opnieuw en niemand zegt me waarom?'De lift kraakte stevig maar toch voelde ze de stilte tussen haar en Thijs. Zijn blauwe ogen stonden wijd open te kijken naar haar. Alsof hij niet verwacht had dat ze zo uit de hoek zou komen.'Het spijt me. Door al dit gedoe wordt ik een beetje gek.''Omdat jij het bent zal ik het vertellen.''Echt?''Felidi is een organisatie die al honderd jaar bestaat. Elke aantal jaar wordt een uitverkorene geboren. Onze missie is die op te sporen en op te leiden. En niet alleen de uitverkorenen. Kinderen waarvan één van de ouders een lid van Felidi was, zoeken wij ook. Zodat wij ten strijde kunnen trekken tegen Micio. Onze bevelhebbers zijn de macht van zes, ook wel de raad van zes genoemd. Deze zijn onsterfelijk. Net zoals de uitverkorene. Je zult hier dus waarschijnlijk wel uitverkorenen tegenkomen.''Waarom vechten jullie dan tegen Micio?''Er is een boek. De kracht die het bezit is zo groot dat je heel de wereld ermee zou kunnen vernietigen. Wat Micio van plan is, is om het te zoeken en over de wereld te regeren. Wij willen dit tegenhouden maar we hebben geen idee waar het boek is. Het enige wat we weten is dat het in verband staat met onze godin Tigre.'De lift stopte en Thijs wandelde naar buiten. Lieze bleef nog eventjes verbijsterd staan. Ze herinnerde zich weer het rode boek uit de bibliotheek. Ze wist wel dat het een belangrijk boek was. Maar zo belangrijk? Misschien was het niet eens het juiste boek. Anders had Tigre dat toch wel verteld? 'Kom je nog?' vroeg Thijs.'Ja, wat ben je van plan?' vroeg Lieze.'Ik heb een opleiding voor je kunnen regelen. Ik mag de eerste sessie geven. Als je wilt kun je nu al beginnen.'Lieze twijfelde. Het zou haar dichter bij de sleutel en de raad van zes brengen. Maar ze wist dat ze een risico nam. Als ze hier zomaar zou stelen zou dat sowieso nare gevolgen hebben. Maar dan kon ze weer normaal worden en een gewoon leven hebben.'Oké, ik doe mee!'

Lentinaxxx
0 0

alleen

                                                               hiervoor                                                              was je niet                                                                    nu                                                              ben je niet                                                                  meer                                                          dan een belofte                                                             onbewaard                                                                in mijn                                                            verinnering                                                             blijf je                                                           voorgoed                                                              in het                                                          hiervoormaals  

Der Blaustrumpf
15 0