Lezen

grenzeloos

Dit land is magisch. Niet omwille van de stranden en groene heuvels, niet omwille van de bescheiden maar warme mensen, niet omwille van de heerlijke geur van wilde bloemen, rozemarijn en lavendel, niet omwille van de lucht, die de avondhemel in alle kleuren van de regenboog tooit. Hoewel. Misschien is het precies de lucht die alles anders doet ademen en bewegen en zo de magie doet ontstaan. Op de meest onverwachte momenten, in de meest verdoken hoekjes wacht de magie hier op je. De magie van een ontmoeting die voorbestemd lijkt te zijn. De magie van een plek om te wonen die op het eerste gezicht maar matig voldoet aan de noden, en uiteindelijk de exacte belichaming is van het onbestemde droombeeld van een jarenlange zoektocht. De magie van een kikker, die er ondanks zijn ingebouwde sociale matrix voor kiest om in zijn eentje in jouw badkamerkast te komen wonen, zodat je elkaar iedere ochtend vrolijk goedemorgen kan toekwaken.  De magie van wanneer je denkt dat het niet meer mooier kan, er nóg een cadeautje voor je voeten valt. Je voelt je zo goed dat je zelfs met plezier mijmert over vroegere tijden, vroegere landen, vroegere mensen. Je dwaalt af naar de herinnering van het vertrek. Uiteraard dacht je bij het afscheid, het uitzwaaien en omhelzen en loslaten, dat daar, tussen al die mensen en dingen en contexten, ook je demonen stonden. Je zag hun grijns wel – vanuit je ooghoek – maar schoof het beeld achteloos terzijde. Je gooide je rugzak over een schouder, draaide je om en vertrok. Naar je lotsbestemming. Je wist dat de reis lang kon duren, maar dat baarde je geen zorgen, ze zeggen immers dat de reis belangrijker is dan het doel. Maar oh, kijk daar, je bereikte het doel! Je wist dat het bestond, je geloofde dat het moest bestaan, maar was niet zeker of je er in dit leven nog zou komen. En je kwam er. En nu ben je er. En na inrichten en afstoffen en uitpakken en installeren en meermaals op je knieën de goden danken dat je je bestemming zo snel mocht bereiken en dat het mooier en beter is dan je had kunnen dromen, na dit alles volgt de stilte. Wondermooie stilte, slechts af en toe onderbroken door wat gekwaak. Een stilte die, zuiver als ze is, langzaam maar zeker toch op je gemoed begint te werken. Een stilte die vragen lijkt toe te roepen. Een stilte die je slapeloze nachten bezorgt, van niet-begrijpen, van verwarring.  Je vraagt je af waar het nog schort, wat je tekort komt. Je vindt een heleboel antwoorden van pragmatische aard, maar kijkt dan rond in je paradijs en glimlacht bij het zien van de bloemen, de vogels, de bomen en de haast fluorescerende hemel en bedenkt dat er niets wezenlijks is om ongelukkig over te zijn. En dan plots zie je ze. Achter de grootste boom, de boom die je schaduw en troost biedt, de boom die met je spreekt als er niemand anders in de buurt is, precies achter die boom komen de hoofden van je demonen tevoorschijn, met dezelfde grijns op hun gezicht als bij het afscheid. En je beseft: er was nooit een afscheid, er was nooit een vertrek, een reis, een zoektocht, een vinden , een aankomst, een bestemming. Je was altijd precies waar je was: onderweg. De kikker en de wetenschap te zijn waar je moet zijn bieden troost voor de diepe eenzaamheid die je overvalt. Wanneer je beseft dat je ook hier, in het paradijs, de strijd met je eigen demonen moet aangaan, alleen. Over welke grens je ook je tent opslaat, hoeveel kilometers je ook laat tussen wat was en wat moet zijn, hoeveel beter de parameters van temperatuur – menselijk en andersoortig – ook zijn, de strijd met jezelf is grenzeloos. Pas als je de moed hebt om, op welk terrein dan ook, het gevecht aan te gaan, is de bestemming in zicht. Toegegeven, een beetje magie kan helpen.

LL Rigby
0 0

SPAARCENTEN

Gisteravond at ik, voor het slapengaan, nog een uiterst zout droog worstje. Om de caloriewaarde wat te beperken spoelde ik het door met een glas Cola Zero. Ik lag te woelen in mijn bed. Het leek wel of ik een heel lijk van een salami- varken aan het verteren was en de cola cafeïne flitste door mijn hersenpan. Maar het was niet alleen die avondlijke snack die mij uit mijn slaap hield maar alle andere bekommernissen. Waar moest ik nu nog naartoe met mijn miljarden euro’s? Vermits ik nu nog niet kon slapen, waar kon ik dan nog slapend rijk worden? De fiscus achtervolgde ons al van in Luxemburg. Sommige politici, die ons jaren met een vermanend vingertje verweten hadden dat wij netjes onze belastingen moesten betalen, want dat alleen daardoor het einde van de tunnel in zicht was, waren ook in het bezit van zo’n belastingsontsnappingsrekeningetje op een Luxemburgse bank. Zij konden ons nog op tijd waarschuwen. Luxleeks kwam dichterbij en de banken drongen erop aan om met onze zakken vol euro’s de eerste de beste exprestrein richting Genève of Zurich te nemen om daar in alle geheimhouding een nieuw sjoemelaccount aan te vragen. Wie had er ooit kunnen denken dat die zwijgzame Zwitsers plots, in een vlaag van eerlijkheid, onze namen zouden vrijgeven. Geen geld, geen Zwitsers bleek al lang geen betrouwbaar spreekwoord meer te zijn. Gelukkig lieten ze er een paar jaar van dreigen overheen gaan, zodat wij, de rijke stinkerds, tijd genoeg hadden om onze fraudehandel ergens in de belastingparadijzen op de Maagdeneilanden te parkeren. Wij kozen eieren voor ons geld en wilden onze clandestiene activa nooit te lang op een eiland met zo’n naam resideren. Hier zouden in de toekomst de moslims weleens kunnen komen oefenen alvorens ze daarboven met die 72 maagden aan de slag zouden moeten. Dus het was een kleine stap om richting Kaaimaneilanden met vakantie te gaan. Met koffers vol bankbiljetten trokken we richting George Town. Vermits geld de wereld regeert, vonden we daar probleemloos accijnsvrije achterpoortjes.  Het was complete chaos toen de fiscus ook deze oplichting op het spoor kwam. Nu wilden ze toch het begrotingsgat dichtrijden met een bijdrage van ons vermogen. Kaaimantaks! Voor geen geld ter wereld zouden wij ons kapitaal aanspreken! Terwijl het gepeupel lekker 50% van hun inkomsten aan vadertje staat moest afdokken, zouden wij massaal met de Holland-Americalijn een luxe cruise boeken doorheen het Panamakanaal.  Vermits geld stinkt, hadden niet de geld lijdende regeringen maar een horde geld ruikende journalisten onze fraudeeradresjes probleemloos getraceerd. Panamapapers ! En daarom slaap ik nu niet meer goed, mijn naam gaat nog vallen tussen alle groten der aarde. Straks wordt ik in één naam genoemd met Spaanse en IJslandse ministers, met de Ceo van Cirque du Soleil, met vermaarde belastingontduikerfamilies, met miljarden verdienende sportmannen, met filmacteurs, met vakbondsnamen en met door belastinggeld rechtgehouden bijna failliete grootbanken… Waar moeten wij, de graaimiljonairen nu nog ongemoeid met onze zwarte fraude centen, criminele extraatjes, bonus- afkoop-  en uitstappremies naar toe? Waar kunnen wij ons geld nog belastingvrij laten slapen? Misschien in het Turkije van Erdogan, waar detail lekkende, bemoeizuchtige en waarheid schrijvende journalisten onmiddellijk van de scene verdwijnen? Zelfs stiekem aangekochte Toscaanse villa’s met bijbehorende wijngaarden kwam de diepgravende fiscus op het spoor. Misschien is het wel veiliger als ik mijn miljardjes gewoon, in pakjes van duizend, in zwarte sokken onder mijn bed verstop! Hoeveel zwarte sokken, liefst maat 42 tot 46 moet ik in Zeeman of Wibra aankopen om mijn droominterest niet teveel te laten verdampen? Wie wil er zijn centen niet verstoppen voor een minister president die beweert dat wij met zijn allen boven onze stand leven? Alles en iedereen uit de weg! Dringend reisje Panama boeken! Ik moet asap mijn Panamees kluisje en belastingontduikrekeningetje leegmaken. Eens ter plaatse krijg ik de kluis niet open!! Ik sleep er een boormachine bij en tracht het slot te forceren. Het boren klinkt oorverdovend. Het lukt niet! Het zweet drupt langs mijn opeen geklemde verontwaardigde kaken naar beneden. Hyperventilatie!  Ik schrik wakker. Manlief heeft zich tegen mij aangeschurkt en snurkt met veel herrie recht in mijn rechteroor. Hij opent geen kluizen maar zaagt dikke eikenhouten boomstammen door. Mijn hartslag komt tot rust. Waar ging die nachtmerrie nu werkelijk over? Over regeringen en schurkenbanken die ons geld willen afnemen en ons willen laten betalen om onze aalmoes te willen beheren? Ik glimlach als ik aan onze povere pensioentjes denk en aan de appeltje- voor- de dorst -spaarrekeningetjes waar onze centjes met elke ooglidknipper devalueren. Panamamiljonair..hoe kom ik er bij?   Sim, Edegem 18 april 2016    

Sim
5 0

KOMEN ERGEREN

Vorige week kwam ik erachter dat het heel bedroevend gesteld is met doorsnee televisie kijkend Vlaanderen. Na het bekijken van het dagelijkse tv aanbod, glijden wij met zijn allen af naar het niveau van een open inrichting. Schaamteloos herhalen ze alle series van vorige eeuwen. Zonder blikken of blozen gooien ze de herhaling van de herhaling, compilatie van de compilatie op de beeldbuisprogrammering. De televisiemakers schamen er zich dan ook helemaal niet meer voor om allerlei randdebielenseries op ons los te laten. Wat ik niet snap is dat wij, de consument deze lariekoek klakkeloos binnenhappen. Hebt U ook de eerste twee afleveringen van “Patrouille Linkeroever” gezien? Mooie cast die zich zonder gewetensbezwaar in zijn hemd laat zetten in een, volgens de schrijvers, ongelofelijk komische televisieserie.  De echte politieagenten zullen zich ‘blauw’ geërgerd hebben toen ze zich, in deze parodie, als zwakzinnige nietsnutten op het televisiescherm zagen blunderen.  Heeft er iemand van jullie tijdens het beloofde uurtje grappig en kolderiek entertainment zijn mondhoeken ook maar eventjes naar boven weten gaan? Mijn kleinzoontje van 9 jaar had er hartelijk om moeten lachen. Daaraan kan je zien dat zulke televisieseries alleen gemaakt zijn op het niveau voor volwassen geestelijk gehandicapten! Kan iemand mij de opzet van dit slappe afgietsel van de film Police Academy eventjes uitleggen?  Is het de bedoeling dat de doorsnee Vlaming zich na het bekijken van zulke laagdrempelige series zich iets minder idioot gaat voelen. Ach het kan nog erger. Terwijl ons nationale net ons godgeklaagd met de tiende herhaling van de kampioenen blijft trakteren, kunnen wij ook nog steeds weg zappen naar één of ander kookprogramma. Waar is de tijd dat elke keukenpiet en -prinses alle zenders afschuimde om dat ene gerechtje te vinden, waar hij of zij op oudejaarsavond de vrienden van hun sokken zou blazen. Van ‘Dagelijkse kost Meus, over SOS Piet, namaakwimper Sofie links laten liggend, langs Jamie Oliver,  per Nigella’s comfort food en Rick Stein’s wereldwijde culinaire omzwervingen, via Njam-televisie naar Komen Eten. Kaften vol probeerreceptjes werden er afgedrukt. Waar is de tijd, dat Komen eten nog over koken ging? Het was een roerig showbizzweekje. Hebben jullie het vorige week ook gezien? Of durven jullie het niet bekennen, dat jullie ook behoren tot die zwakbegaafde kijkcijferidioten die, net zoals ik, op Komen Eten afstemmen?  Spijtig voor die ene deelnemer, de echte hobbykok, die bij zo’n drietal malloten aan zo’n losers tafeltje terecht komt. Vorige week, een zingend, kokend en dampend  kwartet dat zich zonder scrupules liet te kakken zetten. Vier hobbykoks die strijden om de eer..Welke eer? De trofee van de meest gegeerde uitlachtelevisie? Een jonge Italiaanse schone, die inderdaad aan gans Vlaanderen bewees, dat ze als 21 jarige al een flink potje kon koken. Een jolige arbeider die van zichzelf vond dat hij na Geubels, Cannaerts en Hoste, de leukste thuis was en die kon stroopsmeren als geen ander. Een half Marokkaanse- Vlaamse solo zanger, die waarschijnlijk op het dieptepunt van zijn carrière zat en al pottenroerend zijn zangimago wat wou oppoetsen en Marina Wally. Jullie weten wel, de dochter van. Volgens haar eigen zeggen en een traan wegpinkend, had haar vader, de cultfiguur Eddy Wally, aan zijn enige dochter de fakkel doorgegeven. Misschien wel de fakkel, maar van enig zangtalent was alsnog niet veel meer te merken. Eddy zou van op zijn wolk supporteren voor Marina’s kookkunst.  De seniorenversie Marina deed zo wanhopig haar best om als de nieuwe lichting Wallies, al kwelend met een Marilyn Monroe jurk rond te zwaaien, zodat heel Vlaanderen haar onderbroek kon bewonderen. Bij de veel jongere Komen Eten arbeider sloegen de vonken in de pan en zwierde het Marina-geslijm in het rond. Het Wally strooplikken werd aflevering na aflevering echt zielig. Na elk gerechtje dat La Wally aan haar medekandidaten voorzette sprak zij de gevleugelde woorden: “Met heel veel liefde gemaakt.” Elk gerecht werd door drie dolenthousiaste medekokers al zingend aan tafel gebracht. De Italiaanse toekomstige mama mia zat er wat verloren bij en je kon duidelijk zien dat al die geïmproviseerde liedjesteksten haar de strot uitkwamen (en niet alleen bij haar!) . Tussen de soep en de petatten vraagt dan zo’n programmamaker aan de hobbykoks of ze zich als complete ordinaire carnavaleske idioten willen ontpoppen. Deze zender maakt openlijk misbruik van imbecielen en het televisiekijkend gepeupel lust er wel pap van. Spijtig genoeg vreet het doorsnee volk zulke oerdomme programma’s! Komen eten werd komen knoeien, komen pochen met je borsten en komen zingen. Ik vraag me af of deelnemers aan zulke uitzendingen niet tegen zichzelf zouden moeten beschermd worden en eerst naar een spruitjespsychiater zouden moeten gaan. Die zou aan deze simpele zielen ongezouten moeten meedelen, dat als ze meededen aan Komen Eten, heel Vlaanderen geconfronteerd zou worden met hun meelijwekkend gezang. Ach het is allemaal een kwestie van smaak en over smaak kan men niet redetwisten. Ik vind het echter wel degelijk genant, voor die ‘would be’ zangers, dat de helft van België, getuige kon zijn dat je noch zingen, noch koken kon. Toen, na een in de soep gelopen veel te pikante tagine, de half Arabische medezanger zijn punten dan ook nog wat wou opschroeven, door iedereen plots klef, schatteke, lieveke, copain, snoezepoezeke en ons Marinaatje te gaan noemen, kon ik het van ergernis niet meer aanzien en zapte weg naar ons tweede openbaar net. Daar lieten ze juist een hoop joelende Afghaanse mannen en huilende Moslim vrouwen zien. Ik was mij er niet van bewust dat Komen Eten tevens in het Midden Oosten druk bekeken werd. Toen ik ’s anderdaags de soep, de bloemkolen met witte saus, aardappelen en worsten voor manlief neerzette en hem telkens verklaarde: “Met heel veel liefde gemaakt” kreeg ik van hem een dwaze blik. Het was diezelfde blik die de meeste studenten in hun ogen kregen, net voor ze de spot dreven met een optreden van een beginnende Eddy Wally en met eieren en tomaten gingen gooien.   Sim, met heel veel liefde geschreven                   Edegem, 11 april 2016  

Sim
28 0

Het verband tussen Bernard en sir Cliff Richard

Bernard was een half jaar ouder dan ik en willens nillens mijn buurjongen maar hij is nooit mijn beste vriend geweest en daar had ik wel enkele redenen voor. Ten eerste stond zijn woordenschat mij niet aan. Zo gebruikte hij woorden als “nieverans” als hij “nergens” bedoelde. Vele jaren later reisde ik zogezegd naar “Niverance-les-Bains” als ik, in tegenstelling tot enkele welstellende schoolkameraadjes, niet op vakantie ging maar het met deze fantasiebestemming anders liet doorschemeren. Maar dat verfoeide woord “nieverans” was vanzelfsprekend nog geen reden om mijn buurjongen niet graag tot vriend te hebben natuurlijk.   Twee jaar later was het anders als we met andere buurjongetjes gingen voetballen op een weide achter “ons” bosje, onze natuurlijke habitat tijdens de woensdagnamiddagen, de weekends en het lange en zonnige zomerverlof. Elke grote eik of beuk had van ons een naam toebedeeld gekregen. De laagste takken van “de Witte” of “de Sinterklaas” bevonden zich hoog boven de begane grond en elkeen hielp een ander door elkaars opstap te zijn. De laatste werd dan met een dikke koord omhoog gehesen.   Dit wat kleinere bos was niet te verwarren met het iets verderop gelegen grote bos - met daarin enkel naamloze bomen - dat dienst deed als fietscrossbaan of als slagveld, waar de éne dag de “goede” cowboys en de “slechte” indianen (of was het andersom?) slaags geraakten en de speelgoedrevolvers met roze klappertjes het moesten opnemen tegen de zelfgefabriceerde - mits het bezigen van vaders werkbank - pijlen en bogen; en waar de andere dag het een strijdtoneel betrof tussen heldhaftige kruisvaarders en plunderende Saracenen waarbij de weer zelfgemaakte - mits alweer het bezigen van vaders werkbank - houten zwaarden kletterden tegen de plastic kromsabels van de zwartgeschminkte Moren.   Maar waar was ik gebleven? ‘Nieverans!’ zou Bernard gezegd hebben. Bij de voetbalmatch, juist ja. Bernard was zoals steeds keeper (“kipper” noteerde ik op ons wedstrijdblad) bij de tegenstanders en ik fungeerde als spits (“sentervoor” volgens ons wedstrijdblad) en daar begon al direct de ellende. Bij de eerste aanval van onze ploeg draaide de uit zijn goal gelopen doelverdediger zich valselijk om waardoor ik in volle vaart tegen Bernards uitgestoken achterste belandde. Ik kreeg geen lucht meer en lag kronkelend van de pijn op de voetbalweide. Ik vervloekte hem vanaf het moment dat ik weer naar adem kon happen.   Het zal nog eens een jaar later geweest zijn dat we slaags geraakten toen hij mij in ons geliefde bosje weer begon te pesten en uit te dagen. Want zo was hij, mij intimideren in het bijzijn van anderen met in zijn achterhoofd ‘hij durft toch niks te doen’. Maar daar had hij het toch even niet bij het juiste eind. Na menige leugen en het zoveelste verwijt, kookte mijn keteltje over en stormde ik op hem af terwijl de andere “bosjesmensen” met verbaasde gezichten toekeken. De klap die hij kreeg was enorm en deed hem in een ondiepe put ploffen waar niet thuishorende glasscherven zijn knie openreten. Bloed, geschreeuw en vele tranen waren het gevolg en even later ook een ziekenhuisbezoek. Rinus, onze wat introverte buurman en Bernards vader, kon er die avond niet om lachen toen hij het wedervaren van zijn zoon aan mijn ouders kwam vertellen. Maar toen ik van de eerste schrik bekomen was, lachte ik ’s anderendaags toch maar in mijn (vechters)vuist. “Boontje komt om zijn loontje” dacht ik. Sindsdien had ik veel minder last van Bernards slinkse manier van aanpak.   Ik zette het hem trouwens dubbel betaald en nog wel tijdens zijn communiefeestje waarbij hij een tiental buurkinderen had uitgenodigd, waaronder ook de mooie Duitse Cornelia. Misschien had hij gedacht de ganse namiddag met haar te kunnen dansen maar dat was buiten mij gerekend. “When the girl in your arms is the girl in your heart” galmde Cliff Richards zoetgevooisde stem, idool van Bernards zus Marian, door de luidspreker en dus voegde ik de daad bij het woord en danste ik op één tegel met Cornelia. Ter info: de tegels in de betreffende woonkamer waren erg klein; eerlijkheidshalve moet ik er wel aan toevoegen dat onze voeten, annex onze schoenen, nog niet helemaal volgroeid waren. Gevolg: Bernard jaloers, ik trots als een pauw (“as proud as a peacock” zou Cliff gezongen hebben). Sindsdien belandde mijn relatie met mijn buurjongen onder het vriespunt. “Below zero degrees centigrade or 32 degrees Fahrenheit” zou waarschijnlijk een te moeilijke titel geweest zijn voor een nieuwe hit van sir Cliff.

Marc M. Aerts
0 0
Tip

Duivenpaleizen ten val

Als ge geluk hebt, wordt ge geboren in een tijd die bij u past. Een tijd als een soepel extra velletje, eentje zonder plaats te veel. Een tijd die u in uw waarde laat, u u laat zijn.   //   Gij, gij paste perfect in uwen tijd. Gewoon doen wat opgedragen, volgen, geen existentiële vragen of roekeloos gedrag, geen verre reizen of ontdekken van nieuwigheden.  Gij, uw constante huppelen achter de bazen, zoals uw kefferke thuis.  Geen ambitie, 45 jaar en hoogstens 5 dagen ziek, achter de band versleten. Moeder de vrouw had het eten ’s avonds gereed. Uw kinderen, noodzakelijk kwaad door God bepaald. Eén passie: uw duiven. Voor hen week alles. Uw grote geluk, uw goeroeloze meditatie, yoga, saunabeurt, enzomeer.   Gij, vervuld van liefde voor uw gevleugelde vrienden.   Uw vrouw, de kinderen, zij moesten het met elkaar beredderen. Zij hebben u nooit gekend, ge kende uzelf niet. Uw duiven, de enigen. De enigen die u steeds weer met groots enthousiasme verwelkomden.   Ge werd te oud, uw duiven moest ge laten gaan. Wat later waard gij zelf eraan.     //   In onze tuin kijken we recht op de ruïne, de stenen versie van uw stijlloos luxueus tuinhuis, de duivenrange, uw stille paleis, uw enige thuis. Het ligt er triestig bij. En toch, telkens we uw kleine paleis kruisen, komt er een warme gloed ons tegemoet.  Uw ziel bleef daar, uw liefde bleef steken. Onze kinderen bewonderen dat megalomane kasteel, plek van dierenverafgoding, zouden graag deelgenomen hebben aan de sport.  Te jong om te beseffen. Het vallen van de duiven.    De tijden zijn veranderd. Duiven in verval. Uw beste duif vloog zich te pletter tegen onze ruit. Het moet een voorteken geweest zijn. De blik in uw ogen toen ik ze verward terugbracht, was hartverscheurend. Ge wist het toen al, ik wist het, wij wisten dit toen al.   Duiven in verval. Niet alleen in onze achtertuin.   Kent gij nog jonge viriele mannen aan huis gekluisterd?   Mannen die het mountainbiken, skiën, snowboarden, hitchhiken, raften enzomeer laten staan voor hun tweevoetige vrienden thuis? Mannen die genieten van het stille oppervlakkige duivenleven, van het stront schrapen, de blauwe stofjas?  Mannen die de stilte claimen als hun duiven vallen, omdat zij zelf verlangen naar dat prikkelloze bestaan? Mannen die het gezinsleven zonder schaamte aan hun vrouw of man overlaten, wiens thuis een klein hok groot is, wiens grootste liefde minstens 10-koppig en 20-potig is?   Ik ken er geen een.   //   Wat doen dan al die mannen, voor het duivenmelken bestemd, vandaag?  

M A R T H E
86 8
Tip

Opportunist

Een terugblik.   Het is Aswoensdag en op de autoradio speelt Tourist LeMC. Hij zingt over de liefde en hoe daar niet mee hoort gesjacherd te worden. Vandaag begint Dagen Zonder Vlees en voor de vierde keer neem ik deel. Het lijkt routine geworden – kaas en veggiesmeersels op de boterham, quorn in de hutsepot – maar dit jaar is er iets verschoven, als een beeld dat door de cameralens eindelijk scherp wordt gesteld.   De voorbije jaren had ik een dubbele missie: niet alleen minderen in vlees en vis, maar ook nog eens in alcohol. Een bijna katholieke invulling: spijs en drank derven. Ik had een welomlijnd doel: als ik op het einde van de Dagen Zonder Vlees, met Pasen dus, aan vijftig dagen ‘zonder iets’ zou komen, dan was ik geslaagd. Een dag zonder vlees of vis was evenveel waard als een dag zonder alcohol. Een dag zonder beide telde dubbel. Op het prikbord hing een papier met twee kolommen: ‘vlees/vis’ en ‘alcohol’. Op elke dag zonder mocht ik een kruisje zetten. Soms dus twee.   Om dat doel te bereiken had ik een eigen telling. Twee dagen met alleen maar vis en geen vlees was toch goed voor één kruisje in de vlees/vis-kolom. Schaaldieren rekende ik niet mee, want die zijn vis noch vlees, toch? Dat maakte het handig om ‘s middags in de bedrijfskantine de dagschotel te omzeilen met een tomate-crevette. En een glaasje wijn na middernacht: ach kom, dat mocht wel op het conto van de volgende dag. Alles om de vijftig kruisjes te halen – wat op die manier ook gemakkelijk lukte.   U merkt het: arithmétique hollandaise. Ik maakte mijn eigen versie van Tourist LeMC zijn lied. Maar dit jaar reed ik op de eerste Dag Zonder Vlees naar de redactie en neuriede ik in mijn hoofd mee:   ik heb zitten marchanderen opportunist moar met ons eten onderhandelde ni   Gedaan dus. Geen rekensommetjes meer. Geen vlees-vis-garnaalgesjacher meer. Oké, ook geen grote alcoholdervingsplannen meer, maar je moet niet meer hooi – no pun intended – op de vork nemen dan je kunt dragen. Ik zou cold turkey gaan met vlees en vis. Die middag was er in de bedrijfskantine een vegetarisch alternatief voorzien. Het universum knipoogde naar mij.   Vijf weken later.   Cold turkey gaan bleek gemakkelijker dan verwacht. En het is nog gemakkelijker als je het met anderen deelt. Ik heb gemerkt: men is (doorgaans aangenaam) verrast, je krijgt tips, je wordt aangemoedigd… Ik heb ondertussen mijn weg naar de biowinkel gevonden, daar zijn meer alternatieven voorhanden en de veggiesmeersels zijn er smakelijker dan in de supermarkt – om van die mieters lekkere spinazieburgers nog te zwijgen.   Heb ik niet gezondigd in die vijf weken? Jawel. Ik heb op bezoek bij mijn moeder één keer vis gegeten. En op een quizavond zaten er plots enkele balletjes in de verse soep. En na het voetballen taste ik onnadenkend toe wanneer er een portie bitterballen op tafel verscheen. Waarmee nog maar eens bewezen is: bij een maaltijd denk je na, snacks werk je achteloos naar binnen. Soit. Vijf weken dus. En nog steeds geen afkickverschijnselen. Daar gaan we een glas op drinken.  

Peter Mangel Schots
24 0

kattenstreken

Trippel, trappel, tik tik tik tik: ik hou van mijn kat. Wanneer ik hem hoor lebberen aan zijn met vers water gevulde bakje, overvalt me een warme gloed. Wanneer ik 's nachts een vechtpartij hoor, ben ik ongerust. En wanneer ik in de zetel lig, en hij zijn pootje om me heen slaat, als gaf hij een knuffel - ronkend, spinnend en soms een diepe zucht van geluk slakend - aai ik hem zachtjes over de kop. En hoewel dat kleine kopje het niet zal bevroeden, wurmde deze speelkameraad zich de laatste dagen in het brandpunt van mijn belangstelling.   Vrijdag zat hij met kwispelende staart voor de radiator, op zijn qui vive - de laatste keer dat ik hem zo zag was hij in de weer met een muisje - en ook nu, zo bleek, voor de tweede maal in zijn 4- of 5-jarig bestaan, was hij erin geslaagd zo'n exemplaar het huis binnen te loodsen. Voor ik het wist was ik in de weer met stokken en meetlatten om dat muisje uit zijn schuilplaats te krijgen. Wat doe ik hier? vroeg ik me af, nog net niet kwispelstaartend en miauwend. Is dit wel ethisch verantwoord? En een uur later overviel me nog een andere gedachte: dat het echt wel tijd is om te verhuizen. "Denk eraan: een goede beha is een beha die je de hele dag niet voelt" had ik zonet vertaald, en ik dacht: ik voel dit huis veel te veel. Herinneringen, als geesten in een fles. Ze zijn overal. En dan ook: die slechte akoestische isolatie - alwaar je op het ritme van de buren leeft. Om over de Vervaarlijk Spuwende Buurman nog te zwijgen. Die appelleerde eerst aan mijn kolerieke kant, maar opende ook mijn ogen: het is misschien tijd om van perspectief te veranderen - een nieuwe leefomgeving. Iets wat ik volgens een van mijn beste vrienden al heel lang had moeten doen. Maar ik wist: eerst de wonden likken. Misschien is dat nu wel gebeurd.   Een andere eye opener kwam er toen ik Treindromen van Denis Johnson las: de hoofdpersoon wordt verrast door een vraag omtrent zijn (vermeende) kluizenaarschap. En ook ik was als lezer verrast: die man leefde zijn leven, stond er niet bij stil dat hij misschien toch niet helemaal beantwoordde aan gangbare standaarden en levenswijzen. Dat is oké, zolang je je er zelf goed bij voelt: niemand kwaad doen en een beetje geluk puren uit het bestaan, is ook voor mij zowat de leidraad.Ik hoef geen vijf continenten te zien, bergen af te stormen en schouderklopjes te krijgen. Maar ik wil wel het gevoel krijgen zo toch te voldoen aan de eigen verwachtingen - en op dat vlak lijkt het me tijd nu stap voor stap, prikkel per prikkel wat meer actie te ondernemen. Verhuizen, ook al hoeft het niet vandaag, is één van die zaakjes. En wat dan met deze kat die een tuin gewoon is? Hoezeer komt hij in the equation? Zéér. En terwijl hij daar zo wat ligt te gapen, denk ik: je moest eens weten kleine jongen. Al die avonturen die ons nog te wachten staan.

Guy Bourgeois
39 0

Op het einde is het allemaal 0.00000000

Er was eens een man. Sirar...die zoveel gebeurtenissen meemaakte en van alles op zijn kerfstok had, dat het de moeite waard was om dit op schrift te stellen en er een boek aan te weiden, tenminste dat vond zijn broer. Toevallig had ik die dag  niets om handen en stelde voor om dit varkentje eens te wassen. Zo gezegd zo gedaan, dacht deze onnozele hals. Agatha Christie presteerde het zelfs om op 3 dagen tijd het boek ‘absent in the spring’ in elkaar te flansen dus, moest het mij toch kunnen lukken om op 1 maand tijd een levensrelaas neer te pennen. Onozele hals…inderdaad, nooit nagedacht over wat het schrijven van een boek inhoudt en dus kwam mijn naiviteit me weer eens goed van pas. Vooraleer ik besefte dat er heel wat meer tijd in ging kruipen, kon en wilde ik niet meer terugkrabbelen. Mijn idee, dat het een haalbaar plan zou zijn om dit klusje te klaren op één maand tijd, verdween al vlug als sneeuw voor de zon. Als ik uiteindelijk deze opdracht serieus neem en start met het boekenkarwei, kom ik na het lezen van het boek van Renate Dorrestein,” Het geheim van de schrijver”  al snel tot de conclusie dat ik een bepaald patroon dien te volgen om het boek in vorm te gieten. Deze goede raad krijg ik ook van mijn zee-vriendin Mathilda, een vrouw met wie ik regelmatig afspreek aan onze Belgische kust. Niet iedereen is een natuurtalent zoals Agatha Christie... Potverdorie! Had ik het maar gelaten bij mijn eerste idee om het intuïtief te schrijven, hop hop ... mijn gedachten proberen te volgen en zo snel mogelijk alles op mijn computerke neer te rammen. Dat plan om eens een boek in één maand  tijd neer te zetten bewaar ik dus voor een andere keer, dat zweer ik! Natuurtalent of niet. Het zal een uitdaging worden en misschien een heel klein boekje, maar laten we dat vel nog niet verkopen vooraleer deze beer in de boekhandel ligt. Aan deze ‘beer’ had ik al vele maanden werk gehad om alle interviews en gesprekken te plaatsen en te rangschikken maar ik kreeg er gewoonweg geen lijn in gebracht. Na het lezen van Renate’s boek, met heel goeie tips en raadgevingen realiseerde ik mij dat dit een klote-karwei ging worden. Toch had ik er nog steeds zin in om het boek te schrijven maar….het lukte me voor geen meter.  s’ Nachts echter kreeg ik een briljant idee, tenminste, dat leek me die ochtend toch en ik belde naar Mathilda om af te spreken voor een koffieklets in mijn appartement, dan kon ik meteen om haar goede raad vragen.

lutlavki
0 0

De drinkfontein

Aan de overkant van het huis staat een publiek kraantje. Eigenlijk staan er drie kraantjes netjes naast elkaar. Eentje met water op normale temperatuur, een ander kraantje met gekoeld water en het laatste kraantje geeft heerlijk gekoeld bruisend kraantjeswater. Nergens staat aangeduid dat het water drinkbaar is maar onduidelijke pictogrammen met druppels en bubbels laten verstaan dat je hier je dorst kan lessen. Boven die enkele pictogrammen hangt het logo van de watermaatschappij. Sommige mensen vinden het vreemd, zo’n waterfontein in de stad, gratis en voor niks. Dat zijn meestal omhooggevallen individuen die alles en iedereen wat maar publiek is ontvluchten. Nochtans zie ik ze elke dag met dezelfde achterdocht als waren ze een bange zwarte kat rond de waterfontein draaien, de kraantjes betasten en er zijn zelfs mensen die nog beter gekleed gaan en die de kraantjes besnuffelen, niet eerst zonder rond te kijken of niemand hen ziet. Stel je voor zeg. Je zou maar iemand tegenkomen die je kent, een goede vriend of een collega van het bureau. Andere mensen geven minder show en komen routineus aangelopen met kleine lege flesjes. Het ene station uit, het andere waterstation in. Nog andere mensen verwarren al eens drinkfontein met badkamer en hoewel niemand uit de kleren gaat, blijft het zich wassen tot het verfrissen van het zweterige gelaat en stinkende oksels. Eén zeldzame keer heeft een vrouw er haar voeten gewassen.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
0 0

Julian, mijn kleine muzikant

Een kind blijft voor altijd je baby...die je met stapjes loslaat om uit te groeien tot een grote volwassen sterke jongen. Zelfstandig en met respect voor alles en iedereen...ik hoop dat je die waarden toch met je meedraagt.  Je bent geboren en alles veranderde in een sneltempo. We beslisten thuis een zelfstandige zaak te beginnen toen je 3 maanden was. Ik besliste na een paar maanden volledig in te staan voor het gezin...ik had papa een goeie duw vooruit gegeven en alles liep op rolletjes. Ik kon nu ten volle van jou genieten en mijn opvoedingswaarden toepassen...ik moest je niet meer huilend afzetten bij de onthaalmoeder of creche. Je bent nu 2 jaar en 4 maanden en ten volle in je peuterpuberteit. Wel heftig die puberteit. Je weet heel goed wat je wilt en dat wil je ook voortdurend tonen door met dingen te gooien, je op de grond te gooien, te schreeuwen en te stampen als je ergens geen zin in hebt of juist wel zin in hebt. Je zou liefst een ganse dag koeken en vanilepudding eten, de cd opzetten waar jij zin in hebt, naar buiten gaan wanneer je zin hebt en een ganse dag entertainment hebben door je moeder of mensen die je ziet. Het lijkt dus ergens wel op de tienerpuberteit.  Ik ben vooral veel wijzer geworden sinds ik mama ben geworden en dankzij jou weet ik nu ook zelf heel goed wie ik wil zijn in het leven en wat belangrijk is...dus dankje wel hiervoor. Ik wil dingen doen waar ik zin in heb en waar ik mij goed bij voel!  Zelf heb ik geen makkelijke jeugd gehad. Oma heeft een persoonlijkheidsstoornis waar ik nog steeds de naam niet van ken en opa is sinds hij zijn nieuwe madam heeft enkel met zichzelf bezig en zijn dagelijks portie glaasjes bier of wijn. Ik kom niet echt uit een voorbeeldgezin zoals je dit zou noemen...maar het heeft me wel gemaakt tot wie ik nu ben vandaag. Ik stond op 17 jaar op mijn eigen benen en moest me weten te redden. Ik ben gevlucht uit de chaos thuis en was op zoek naar rust. Nu ben ik 36 en best tevreden met wat ik ben en heb...ik ben vooral gelukkig en dat is het belangrijkste. Ik hoop dat ik je de waarden kan meegeven die ik belangrijk vind, want zelf heb ik die ik nooit meegekregen in de rugzak van mijn thuis...ik doe alvast best. Straks ga je naar een ervaringsgerichte school hier in onze straat...terug loslaten...en een nieuw begin zowel voor jou als voor mij. Ik denk dat we er allebei deugd zullen van hebben om niet meer constant bij elkaar te zijn. Jij hebt nieuwe prikkels nodig en ik heb wat rust nodig. Ik start ook met mijn eigen zaak nadat jij goed bent gestart op school. Maar ik zal rustig beginnen en niets overhaast doen...zo ben ik dan ook. Ik ben heel erg benieuwd of je verdere ontplooiing in de richting zal blijven van muziek en alles wat met licht heeft te maken. Je hebt een sterke interesse voor alles met techniek en muziek. Dat probeer ik ook te stimuleren door muziek op schootsessies, muziekinstrumenten in huis te halen en cd's allerlei op te leggen. Ik ben terug begonnen met massagecursussen en yoga...eindelijk terug een stukje voor mezelf. De voorbije 3 jaar heb ik me in teken van jou en papa gezet, maar niet zonder resultaat. De zaak gaat goed en er heerst een zekere rust in huis, zo weinig mogelijk stress. Dat is wat ik je ook zeker wil meegeven. Ik kan niet vooruitkijken maar we leven in een stressy maatschappij toch wel. Ik hoop dan ook dat jij de goede beslissingen kan nemen die goed zijn voor jezelf. Zonder rondom jou te kijken maar gewoon diep in jezelf "wat wil ik?" waar voel ik mij goed bij?"  Respecteer het milieu zoals ik jou heb meegegeven. De natuur is ons zo dierbaar...het is onze zuurstof in een overprikkelende maatschappij. Geniet van muziek, maar ook van de stilte...pas dan komt de meeste creativiteit naar boven. En creativiteit...die zal je zeker nodig hebben. Ik sluit deze brief af met heel veel moederliefde en hoop nog zoveel te kunnen genieten van mooie momenten met elkaar dikke kus Beatrice

Beatrice
0 0

Wanneer komt mijn vader thuis?

  Zonder woorden sta ik naast het bed waar mijn vader ligt. Een slapende man verbonden aan zakjes, draadjes en piepende monitoren. Witte muren, een bed van gelakt staal dat dezelfde kleur benaderd als het gezicht van mijn vader. Nee je moet niet langskomen had hij gezegd. Kom maar als ik in het ziekenhuis lig daar kan ik niet weglopen. Een bulderlach zette de woorden kracht bij. Ja zo ken ik hem, alles weglachen en bevochtigen met een pilsje.   Voorzichtig raak ik zijn vingers aan, kruis de blik van de verpleegster die me goedkeurend toeknikt. Zachtjes knijp ik in zijn hand, zijn lichaam waar het leven langzaam verdwijnt in plastiek zakjes. Hij wordt gerecycleerd. Plasma in het zakje links naast het bed. Rode bloedlichaampjes in het zakje ernaast. Urine wordt aan de andere kant opgevangen. Tranen heb ik niet, nee waarom zou ik ook. Dit is gewoon een droom, ja een slechte geef ik toe, ik wordt straks gewoon wakker in mijn eigen bed. Wakker wordt mijn vader niet meer, al lijkt hij nu gewoon te slapen. Het stinkt hier naar ontsmettingsmiddel en leven dat vervliegt, belicht met het groenwitte licht dat uit het systeemplafond iedereen een ongezonde aanblik geeft. Ik sluit mijn ogen, voel de warmte van zijn hand, nog even. Papa niet weggaan, ik heb je nodig, niet weer weggaan.   Niet weggaan. Het kleine meisje zit op de grond naar Sesamstraat te kijken, kleurloos. Haar vader is naast haar komen staan met een kartonnen doos die hij tussen hen inzet. Een voor een selecteert hij de boeken, sommige zet hij meteen terug, andere belanden in de doos. Hij gaat zo op in zijn bezigheden dat hij zich niet bewust is van het meisje naast hem op de grond. Koekiemonster krijgt geen aandacht meer. ‘Papa, wat ben je aan het doen?’ ‘Ik ga ergens anders wonen’. Hij draait zich om en loopt met de volle doos naar buiten. Het meisje staat met lood in haar benen onbeweeglijk stil. ‘Papa niet weggaan, ik heb je nodig’. Maar er is niemand die het hoort.   PIEP PIEP PIEP, allerlei apparaten beginnen hysterisch te piepen. Klapdeuren zwaaien open gevolgd door vier personen in het groen waarvan enkel de ogen zichtbaar zijn. Net als mijn vader stop ik met ademen en zet een stap naar achteren. Het is begonnen, daar gaan we dan. Lakens worden naar achteren getrokken, het operatiehemd naar boven. De kaalgeschoren borst van mijn vader gaat niet meer op en neer. Twee man staan aan weerzijde van het bed waarvan de zijkanten met een klap naar beneden geschoven zijn. Iemand draait aan de knoppen van apparaten die aangeven dat mijn vader het opgeeft. ‘NU’ , zijn neus wordt dichtgeknepen en een rode mond bedekt de zijne. Hij moest eens weten, zo’n jong ding dat hem vol op de lippen,  Jezus zeg waar zit ik met mijn gedachten, mijn vader is aan het sterven. ‘NU’, mijn stiefmoeder zakt onderuit. In een reflex schuif ik een stoel onder het slapgeworden lichaam. Focus, alsof ik door zo’n spionnetje in een deur kijk zie ik enkel mijn vader en de rest is flu. De dokters in het groen kijken naar de klok, nog een keer, NU, met wanhoop op hun gezicht. ‘Laat maar mannen, dit is enkel nog show’, heb ik dat echt gezegd?   Negen uur, het uur van overlijden van mijn vader, slechts 54 jaar jong. We rijden naar huis, de ene huilt, een ander druk pratend, elk punt opnieuw overlopen, waarom? Ik kijk naar buiten, raar, ik voel niks. Geen verdriet, geen spijt, geen berouw, geen had ik maar. Enkel leegte.   Huilen dat is me afgeleerd. Huilen is iets voor hysterica,s en dat ben ik niet. Nee ik ben een flink meisje. ‘En?’ ‘Is de chagrijnige bui over?’ Met dikke ogen ga ik tegenover mijn vader aan tafel zitten. Hij kijkt me streng aan met die donkere ogen van hem. Ik draai mijn hoofd weg maar zeg niks. Ik had me laten gaan, gisteren, gehuild en gegild dat hij niet van me hield. Drama Queen, gaat wel over, meisjes van zestien zijn zooooooooooo, to much.   Er moet van alles geregeld worden. Hoe moet het kaartje eruit zien, en de muziek, wie nog koffie? Ik zorg, zoek, denk, loop, ren maar voelen doe ik nog steeds niet. ‘Jij hebt nog helemaal niet gehuild?’ Mijn schoonzus houdt haar hoofd een beetje scheef terwijl ze me onderzoekend aankijkt. Betrapt, krampachtig probeer ik wat tranen uit mij ooghoeken te persen. Ik begin me toch ook wat zorgen te maken over mijn gevoelloze staat van zijn. De zeven dagen vliegen voorbij. Teksten zijn geschreven, muziek uitgezocht, een mooie diareeks van allemaal lachende gezichten van haar vader. Het leven, een groot feest, dat is toch wat haar vader hier laat zien. Ik geloof het niet, ik geloof er helemaal niks van, dat feestelijk leven van hem. Mensen stromen naar buiten, naar de koffie en de broodjes en de verhalen die boven komen, lachen man. Ik schud handen, ontvang medeleven,mensen met tranen in de ogen kijken me vragend aan. Ik lach maar wat, zeg troostende woorden en sla mijn armen om schouders van mensen die ik nog nooit gezien heb en weet me totaal geen raad. Op een crematie wordt je geacht te huilen, overmand te zijn door emoties. Mensen willen graag troosten, dan wel, dat is gepast.   Waar zou hij nu zijn mijn vader. Als vanzelfsprekend zet het kleine meisje vier borden op tafel, vier messen en ook vier bekers. Mama negeert het vierde bord, weg is weg. Zou hij nu in een tentje hebben geslapen vannacht, dat oranje tentje van op zolder? Zouden er geen wilde beesten zijn in het bos, of is hij naar het park gegaan? Hij heeft zijn tandenborstel toch wel meegenomen? Misschien was hij wel bang vannacht. Ze kijkt naar het witte bord tegenover haar. Wit glanzend porselein zonder kruimels. Mama klinkt opgewekt, dus het is goed, het moet goed zijn. Papa, komt hij nog terug?   Warme soep verwarmt mijn koude handen. Langzaam laat ik het warme vocht door mijn keel glijden. Over naar de orde van de dag, het leven gaat onherroepelijk door. Weer naar huis, waar alles gewoon gebleven is hoe het was. Rare week. Wanneer komt mijn vader thuis.        (C) tekst en beeld Hanneke              

Miss Blue Sky.
0 1