Lezen

De ikjes.

                                                                                                                  Ze waren er weer vandaag, de twee ikjes die vanop mijn schouder elke beweging evalueren. Sukkel, galmt het door mijn hoofd als ik voor de tweede keer struikel over een kabel, een tas of beter nog, mijn eigen voeten. Hoe graag ik ook in de belangstelling sta, wordt ik telkens een stukje kleiner als ik mijn collega,s hoor lachen. Niet gemeen, nee zij denken niet wat is dat kind toch onhandig en als ze het al denken is het met een vertederende lach op hun gezicht. Mijn bazin trakteert op lunch omdat ik en mijn collega als vrijwilligers medestrijders zijn om het theater te redden van de verdrinkingsnood. Leuk! Gezellig! We gaan aan de grote tafel zitten in een gezellige zaak gelegen achter het theater. Praat toch niet zoveel, jij weet ook echt elk gesprek naar jezelf te draaien, luister nu maar gewoon, wat jij te zeggen hebt daar zit niemand op te wachten, wie wil nou weten dat je zoon op sportklassen is.........Ik voel hoe mijn schouders langzaam naar voren hellen en me meteen tien centimeter kleiner maakt. Op de fiets naar huis voel ik hoe de tranen branden, inwendig huil ik, niemand die het zal zien.   Ik ben een mensen mens. Ja ik houdt van mensen, hoe ze denken, wat ze zeggen, hoe ze kijken, het lieftst kruip ik in hun hoofd. Maar die ikjes op mijn schouder zorgen ervoor dat ik nog liever tussen vier muren kruip, alleen. Natuurlijk is dat eenzaam, maar dan houden die trutten tenminste hun kop. Niemand die getuige is van mijn stommiteiten, niemand die me misschien pijn kan doen met een kwetsende blik. De ikjes maken me paranoia, een blik is hoe dan ook afkeurend, een lach bespottend en een gesprek zorgt voor uren evalueren. Wat zei ik? Mijn god heb ik dat echt gezegd, nu denkt hij vast......ik heb mezelf volslagen belachelijk gemaakt. En dan neem ik me voor om alleen nog te luisteren, als een vlieg op de muur, onzichtbaar. Maar dat is me nog niet één keer gelukt.   Ik ben een mensen mens, te enthousiast spring ik in de conversatie, maak grapjes die met veel hand gewapper niet enkel de lucht verschuift. Zo heb ik al eens een beker soep die mijn zoontje vasthad uit zijn handen gewappert. Soep niet enkel op hem maar ook over mijn gesprekspartner. Hahahaha, sukkel, lachen de ikjes. Nog geen week later wapper ik de bril van mijn dochtertje haar gezicht. Hilariteit allom vanop mijn schouder, demonisch gelach en de boodschap dat buitenkomen de mensheid enkel kan schaden.   Die ikjes zitten er al zo lang ik me kan heugen, elk op een schouder. Natuurlijk heb ik ze proberen te verjagen. Zo ben ik naar de psychiater gegaan, ‘ik denk dat ik toch een beetje gek ben’. Gek ben ik niet, hoogstens wat perfectionistisch. Jammer genoeg niet met pillen op te lossen die ikjes. Luisteren dan, wat willen jullie nu eigenlijk van me, zeg het maar ik luister....en dan zijn ze stil de lafaards. Mediteren, mindfulness, eenzame opsluiting, een slaappil mischien, ja dat helpt een paar uur. Die ikjes dat ben ik, zoveel wijzer ben ik ondertussen wel. Maar waarom heeft de natuur me zo gemaakt dat ik mezelf wil vernietigen? Dat ik zo streng ben voor ik, dat ik zo negatief ben over ik, dat ik mezelf niet kan uitstaan als ik s’ochtends die kop weer zie in de spiegel? Ja nu kan ik natuurlijk gaan wijzen, het zijn mijn ouders zij hebben naast bij ook die ikjes gecreeerd...lekker makkelijk. Kan ik tenminste blijven rollen in zelfmedelijde maar daarmee zijn ze niet weg, ik en ik. En waarom zijn ze met twee? Zodat ik in evenwicht blijf met op elke schouder een ikje? Soms neemt het ene ikje het voor me op, ach zo erg is dat toch niet, waarop de ander een aanloop neemt en de bal alsnog recht het doel inschopt. Hoopvol pols ik bij mijn lief of hij ook twee van die coaches op zijn schouders heeft. ‘Ja’ antwoorde hij glunderd, ‘fijn he, dat je zo aangemoedigd wordt’. Voorzichtig vraag ik of hij niet ontmoedigen bedoeld. Nee joh, ze zijn mijn grootste fan zegt hij terwijl hij zijn schouders recht. Zuchtend besef ik dat ik de grootste vijhand ben van ik. Het veeleisende ikje wil dat ik niet middelmatig ben, nee nee de top is nog niet hoog genoeg. Terwijl ik balanceer daar boven om toch maar zo goed mogenlijk te presteren probeert de andere me bij elke stap te voorzien van het niet nodige ontmoedigende commentaar. En ja het gebeurd dat iemand me zegt hoe geweldig ik iets gedaan heb, jihaaa gilt de veeleisende ik, well done. Maar dan donder ik met een pijnlijke vaart van de top naar beneden terwijl de ontmoedigende ik me giftige woorden in mijn oor fluisterd.   Moe, ontmoedigd moe wordt ik ervan. Bedankt ik en ik voor weer een opbouwende dag in het leven van IK.       (C) tekst en beeld hanneke

Miss Blue Sky.
13 0

Say No to 'Love Actually'

Liefste lezers, met de kerstdagen die voor de deur (en wie weet, onder de maretak) staan, moeten de meesten onder jullie op zoek gaan naar activiteiten om de gaatjes op te vullen tussen de (al dan niet zwaar alcoholische) familiefeestjes, en bijbehorende maag-en darmklachten! Dus dacht ik, een blogberichtje om jullie volle magen te compenseren met volle gedachten! Je kent het vaste patroon van een kerstvakantie: ettelijke kerstmaaltijden, familiereünies, en als er een dagje geen familiebezoek op het menu staat, laten we onze darmen rusten voor een gezellige kerstfilm op tv. Liefste dames (en eigenlijk ook heren), als net je hart gebroken werd door een of andere hufter (sorry voor het taalgebruik maar ik HOU van dit woord! Het is zo heerlijk arrogant dat ik het elke dag zou kunnen zeggen: hufter, hufter, hufter, hufter,…), dan is je tv aanzetten het ALLERLAATSTE wat je moet doen! De media geilt er precies op dat er op elk moment van de dag minstens één zender een kerstromcom moet uitzenden, en laat dat net hetgene zijn dat we echt niet nodig hebben!Kerst is meestal een moment om te delen met familie en geliefden, en als dat laatste nu juist weggevallen is, maakt het Kerstmis en Nieuwjaar des te moeilijker. Ook voor mij is deze periode eerder een dal dan een piek (en geen piek op de kerstboom, maar een emotionele piek). En dan heb je écht geen zin om te kijken naar films over koppeltjes die op een (iets té) perfecte manier het geluk vinden! DUS!!! Een goede raad als je deze (hopefully-soon-to-be-over) eindejaarsdagen wil overleven heb ik voor jullie één gouden tip: kijk eens naar iets anders. Thriller, Horror, Oorlogsdrama, zelfs Mythbusters volstaat om je humeur op te vrolijken!Ik ben bijvoorbeeld op kerstavond met mijn vader naar de cinema gegaan. Mijn vader en ik zijn voor het eerst sinds 12 jaar alletwee single op Kerstmis, en dat moest gevierd worden!De film die we gekozen hebben was ‘Bridge of Spies’ met Tom Hanks a.k.a. die van Forrest Gump (zonder box of chocolates weliswaar, én dertig jaar later). De film ging over de koude oorlog, en hoe een ruil van gevangenen werd verwezenlijkt door een simpele advocaat (onze Tom dus) uit Manhattan. Helemaal niet romantisch dus, maar wel één van de beste films die ik ooit gezien heb.    Tom Hanks not being romantic! Om eerlijk te zijn, kon ik me geen betere kerstavond voorstellen dan deze. Dus als je je eenzaam voelt of je wil niet weer huilen voor de tv omdat de mensen uit die kutfilm er gelukkiger uitzien dan jij, haal nog eens die Saw-films uit de kast (of bekijk oude Hitchcock films en doe eens wat cultuur op), en zet die emotionele knop maar eens op ‘angst’ in plaats van ‘verdriet’, ik beloof je dat het helpt! Prettige feesten iedereen!

The bachelorette
0 0

Vitamientjes

"At least I'm dry on vitamins." Oscar & the Wolf. Ze kunnen het toch zo goed uiten. Altijd interessant gevonden, die link tussen hoe artiesten zich gedragen voor een camera en daarnaast. Of Jan Paternoster in De Slimste Mens: 'Ik weet niet of ik het moet zeggen (...), maar ik was mijn gat met mijn hand.' Of de vermelding van 'joints' in een ietwat intellectueel TV-programma. Ja. Die grote kloof tussen het leven van de lezers van Brusselmans, Helsen of Verhulst en dan, natuurlijk: zijzelf. Of het nu rockers of schrijvers zijn, ons tv-scherm is altijd weer die verwrongen weergave van een realiteit waarin we ons dagelijks omsingeld voelen door intense, verborgen, ja, bijna ontvlambare emoties. Want waarover schrijven we eigenlijk? Juist. Over die zaken waarover liever niet gepraat wordt. Die ene vibe die we maar al te graag uit de weg gaan.'Hij is een gevoelige ziel. Kan er moeilijk tegen als we bollen nemen in zijn bijzijn.' 'Wat een gelukzak. Geen enkele neiging whatsoever?' Eigenlijk ben ik best wel jaloers. Jij die zomaar je vitamientjes kan pakken als was het je dagelijkse portie suiker. Lichtjes depressief? Vitamine numero uno. Zin in een feestje? Vitamine numero due. Zorgen die je wilt vergeten? Er is tegenwoordig wel een vitamientje voor vanalles en nog wat. Mag ik even eerlijk zeggen: fuck you. Ja, ik ben jaloers. Want terwijl ik hier zit te zwanzen over mijn dagelijkse probleempjes die een dieper, ja pijnlijk dieper, niveau van existentialisme raken, kan jij gewoon alles wegspoelen met vloeibare. Maar hey, "at least I'm not on vitamins". Mijn geluk kan niet op.      

Mongoose
0 1

JE SUIS EDEGEM

Op de bus, vanuit Antwerpen richting Edegem, heerste een aangename drukte. De regen kletterde tegen de ramen en de ruitenwissers zwiepten op snel tempo heen en weer. Nu en dan rinkelde een telefoon. Verschillende mensen kwetterden in hun mobieltje. Ik had geen idee waarover er uren, al rijdend,  gepraat kon worden maar, tandpis, tijden veranderen. Anderen raadpleegden facebook of luisterden naar muziek. In ieder geval, de jongelui waren allemaal, stuk voor stuk, druk bezig met dat toestelletje in hun handen. Alle zitplaatsen waren bijna bezet en in de middengang was het drummen geblazen. Kinderen stapten, na een schooldag, luid babbelend en lachend op.  Een sompige regenwarmte deed de ramen aandampen en een school- zweetgeur zweefde over onze hoofden.  Op het middenpad stond een kinderwagen met een kraaiende baby, die met mij kiekeboe deed. Aan het station van Antwerpen kwamen er plots twee mannen de bus op. Geen van beiden betaalde een buskaartje. Dit wees erop dat de integratie in Vlaanderen praktisch helemaal geslaagd was. Alleen de brave, meestal oudere generatie burgers hielpen de omzet, van de Lijn, niet verder in het rood zakken. Dus ‘het zwartrijden’ was regel nummer één, die moeiteloos overgenomen werd door alle blanke en anders getinte Antwerpenaren. Een eerste man droeg een djellaba met daarover een colbert. Een jasje dat waarschijnlijk voordien reeds door drie generaties Vlamingen of Marokkanen afgedragen was. Op zijn hoofd een gehaakte pet zonder klep. Zijn kroezelige schaamhaarbaard wiegde van links naar rechts. De tweede dikke man zat diep in een donker trainingspak weggestoken, de kap volledig over zijn hoofd getrokken. Zijn baard stond alle kanten uit, alsof hij door de bliksem getroffen was. Twee indringende zwarte koologen bekeken alle medereizigers terwijl zijn groezelige handen de busstang omklemden.  Op hun rug hingen er twee identieke rugzakken. Het duo leek op een stelletje angstaanjagende figuren, het type dat op Borgerhoutse pleintjes rondhangt en hoopt naïeve, werkloze,  nieuwe Belgjes te radicaliseren.  Plots sloeg de sfeer in de autobus om. De gesprekken verstomden en reizigers probeerden oogcontact met elkaar de leggen. De beslagen ruiten kristalliseerden onmiddellijk de geur van 50 angstzwetende passagiers. De mensen schoven ongemakkelijk heen en weer op de klevende buszetels.  Ik bedacht dat de rugzakken wel wat klein waren om kalashnikovs te verbergen maar een terreurgordeltje kon ook best modieus onder een djellaba of een ruim trainingspak verstopt zitten.  De bus reed slopend traag van halte naar halte. Auto’s bumperden als slakken de stad uit en aan elk rood verkeerslicht moest er eindeloos gewacht worden.  Bij de eerstvolgende halte liep de bus al half leeg. De kinderwagen werd in alle haasten naar de uitgang gereden. Toeval of angstreactie, wie zal het zeggen. De beide mannen schoven door het gangpad richting achterkant van de bus.  Ik kon alleen maar denken, dat als die twee nu volledig in de ban van een zelfmoordideetje waren, aan een bommengordeltje dachten en aan een touwtje onder hun djellaba of trainingspak zouden trekken,  men wel van een heel slechte timing zou kunnen spreken. Manlief lag na een longoperatie in het ziekenhuis en verwachtte van deze Florence Nightingale elke dag een bezoekje en nog minstens een maand revaliderende thuisziekenzorg. Dus als die Islamietenhandjes nog maar richting heup of  rugzakje gingen, begonnen mijn voetzolen al te zweten. We hadden nog maar net, “Je suis Charlie” en “Je suis Paris” verteerd, dus “Je suis Edegem” stond nu niet direct op mijn verlanglijstje. Misschien wachtten ze wel met hun terreurvuurwerk totdat we met de bus door een drukke winkelstraat zouden rijden. Veel ongelovige vliegen in één klap. Doemscenario’s stuiterden tegen de gesloten busdeuren. Wat zou er gebeuren als straks dat tuig de lucht in ging?  Werd het een getorpedeerde, uitgebrande karkas van een lijnbus vol met verschroeide handen die hun mobiel omklemden? Zouden wij er uitzien als blokjes stoofvlees met klodders bloedworsthersens? Zouden die mannen onmiddellijk naar die 72 maagden gekatapulteerd worden? Zou men ons nog herkennen. Ik omklemde mijn schoudertas wat steviger. Men zou al met een koevoet mijn handtas, met identiteitskaart,  uit mijn nijpende hand moeten loswringen.  Het traject scheen eindeloos te duren. Antwerpen had weer, voor de zoveelste keer op een regenachtige dag, een volledig verkeersinfarct. Een paar schoolkinderen duwden met hun boekentassen tegen de rug van de twee mannen toen ze naar de uitgang ploeterden. De twee mannen draaiden zich geërgerd om. Man, man.. uitlokking..”Jezus”, hoorde ik een medepassagier zeggen. Ja, dit was nu, op dit moment, totaal niet de juiste man om in deze situatie aan te roepen. Normaal zitten er op dit bustraject steeds een aantal moslima’s. Nu waren er echter in einde en verre geen hoofddoekvrouwtjes te bekennen die zalvende onderhandelingen konden opstarten.  Een mobieltjes schetterde plots Arabische muziek door de bus. De twee mannen keken elkaar aan en overlegden in het Marokkaans of ze zouden opnemen. Dan drukte de dikke man op het knopje en wriemelde zijn mobiel zijn trainingskap in.. Griezelig stil werd het op de bus! 30 paar oren luistervinkten mee naar de mogelijke opdracht.  “Hallo, joa Mohamed”,”Joa zeg joeng, ik moest ierst wachtte totdat dien train van Brussel aankwam oem Mohammed af ‘t haole hé! Wai staan hier al een halfuur op die bus te geeloege hé. Da verkier zit potdicht in Antwaarpe. Ik zweer et gast, wai zen oep tijd vertrokke. En ja, wij emme dat kadoke veur die kleine bij! Joa joeng wai kome direct naar de kroamafdeling. We stoan in de file gelak iederien hé. Joa doar kunne wai toch niks aandoeng da gij der in de regen stoat , hé gast. Binne vijf minute zen we doar, tot sebiet.” De trainingsman lachte naar de froesbaard: “Jao Mo, da slimmeke staot daar in de gietende regen oep ons te wachtte, in pleuts van nor binne te goan!” Hun gezichten lichtten op ze grinnikten tegen elkaar.  De bus stopte aan het Middelheim Ziekenhuis en de djellabaman en zijn kompaan stapten af. De businhoud zuchtte, ademde terug normaal en het kakelen in de mobieltjes begon opnieuw. Mogelijke terreur doet wat met een normaal vredelievende mens.. “Je suis Edegem” was nog niet voor vandaag!   Sim, 8 december 2016

Sim
0 0

Soulmates found each other in London

I could hold it in because I was too scared to realize that this could be real. I could stop myself from crying because I simply cannot imagine that we won't be living together anymore. It feels so unreal because it's so sudden. 3 hours ago we were partying our worries away in another crazy London club and now we are here, saying goodbye. I could hold my tears because I just refuse to believe that I won't be seeing your face every day. I guess the tears will come when you're not there to dance with me on a Friday night. Or when I arrive somewhere and someone decides to take a look at me instead of the ridiculously gorgeous girl standing next to me. I guess the tears will come when you're not there to make me laugh for hours until our tummies are aching and our flat mates want to kill us for being so loud. The tears will surprise me when I'm thinking out loud and you're not there to make a clever yet absurd comment that makes me put everything into perspective. The amount of songs that will make me think of the good times we had from now on is just crazy, so unfortunately I can't afford (both money-wise and cellulite-wise) to get myself a pot of Ben and Jerry's and a spoon every time I hear one. On the other hand, I personally consider that as a pretty legit excuse for eating ice-cream. My eyes will get wet when I hear someone talk with an 'Espanish' accent that reminds me of you (although I strongly doubt if I will ever meet someone with the same twisted accent, honestly I don't know how you come up with it sometimes, amazing). And still, both not being English girls, I think we managed quite well in having interesting and deep conversations about our lives and opinions about several things, some more sophisticated than others, but okey. It's an understatement to say that we never had a second of silence from the moment we met (the situation alone clearly announced the start of an epic friendship: ah tu parles Francais? Bon je dois te dire quelque chose un peu bizarre...). 4 months is a very short time, but only you and I can understand that living in a room as tiny as a toddlers toilet changes the non-existing rules of friendship quite a bit, if not completely. Usually you will have a sleepover with a new friend after a certain amount of time, for us the sleepover came first and the friendship followed a bit later. Sometimes you don't have to look far to find a true connection with a person, sometimes it's just right there, literally in the top bunk of your bed. And that's by far the most important thing: this connection we have. You might be in 'Ashia', Denmark or Honolulu, it doesn't matter, this connection, unlike the Wi-Fi sometimes, will never break. Just making sure you know that I don't think you are dead because I am obviously speaking as if a tragedy has happened. I know: it hasn't. But it's still an ending of a very special time and words can't even start to describe how much I am going to miss you. I guess the crying starts right now, as I finish writing this, because I know you're not here to comfort me, to hold me when I'm sad, to hug me when I'm lonely, to wipe away my tears and put that smile back on my face in no time.

Hans Desmet
12 0

VIETNAMESE ZELFMOORDPOGING

Manlief en ik hebben in de jaren dat wij samen rondreizen al verschillende zelfmoordpogingen ondernomen.  Zoals jullie kunnen lezen, zijn ze gelukkig, voor ons, allemaal mislukt. In een ver en onderontwikkeld vakantieland wil je spanning en avontuur en aan  eventuele desastreuze gevolgen wil je op dat moment helemaal niet denken. Er hangt een aura van onsterfelijkheid rond je en je bent jong en roekeloos.  Enfin wij waren ondertussen al niet meer zo piepjong maar we waren wel overmoedige nieuwsgierige waaghalzen. In Vietnam ondernamen wij gezamenlijk onze allereerste zelfmoordpoging. Ons hotel bevond zich langs de ene kant van de drukke verkeersader, alle bezienswaardigheden van Hanoi  zaten aan de overkant. We stonden beiden langs de kant van de straat en bekeken de aanhoudende stroom vrachtauto’s, auto’s, moto’s, brommertjes en fietsen die langs alle kanten zigzaggend voorbij scheurden. De fietsen waren zo hoog en breed beladen met koopwaar en kwamen met slingerbewegingen nauwelijks vooruit. Op een brommertje zat niet één, zaten geen twee maar soms vier mensen helmloos maar breed lachend met de nodige bagage op elkaar geplakt.  De meeste bestuurders droegen een mondlapje om de uitlaatgassen tegen te houden. Daartussen toeterden de toeristenbussen en het openbaar vervoer. Claxonnerend, bellend en roepend koersten ze allen kriskras door de straat, reden frontaal op elkaar af en draaiden op het laatste moment het stuur om. Zebrapad of verkeerslichten geen enkele gemotoriseerde Vietnamees verleende voorrang. De doorsnee spleetoog stapte gewoon met een zekere doodsverachting zonder rondkijken de straat op en de brommertjeszee spleet als de Rode zee uit elkaar. Manlief nam me bij de hand en dwong mij het voetpad af. Ik volgde hem aarzelend, met één voet nog op de stoep, de andere schoen al tussen het moordende verkeer. Ik hield mijn ogen stijf gesloten en met een heel groot ei in mijn broek, sleurde manlief mij naar de overkant van de drukke straat. Niet terugdeinzen, niet twijfelen gewoon zoals de Vietnamees, onbevreesd doorstappen.  De kamikazechauffeurs hadden ons wonder boven wonder volledig ontweken. Na enkele dagen werden wij zelfs verkeersovermoedig en ondernamen wij onze volgende suïcideactie. Wij huurden een ‘fiets toek- toek’ richting museum. Wij lieten ons in de stoeltjes van een overdekte stootkar zakken.  Zonder enige beveiliging vooraan werden wij door de fietsende eigenaar achteraan, als levende projectielen in het verkeer en het kabaal gestoten.  Ik had de camera in aanslag en het zou een uiterst spannend filmpje worden. De man trapte alsof zijn leven ervan af hing, hij fietste zich bijna letterlijk een ongeluk. Hij slalomde tussen de fietsers. Hij sprintte met zijn fietstaxi alle brommers voorbij. Het werd een helse rit, een Disneyland Space Mountain attractie waardig. Onze stuntman probeerde een auto in te halen, bleef op de tegenovergestelde richting voort peddelen en reed pal een autobus van het openbaar vervoer tegemoet. De bus kwam angstaanjagend toeterend dichterbij.  Wij gilden en sloegen wild met onze armen in de hoop dat onze fietsbestuurder onze gebaren en waarschuwingen boven het zeteltje zou zien. De schrik sloeg ons om het hart. Mijn fototoestel bengelde al lang werkloos rond mijn arm. De film met het rampscenario ‘the final collision’ zou nooit in België bekeken worden.  Onze horrorchauffeur leek stekeblind en doof. We hotsten en botsten. We zochten een uitweg maar de snelheid waarmee we trappend in de verkeerschaos voortgestuwd werden, hield ons bang in het karretje geklemd. Ofwel hadden de remmen van onze toek-toek fiets het begeven ofwel hield onze fietsheld van spannende thrillers. Juist op het allerlaatste moment, op 10 centimeter voor de luid claxonerende bus, draaide de snelheidsduivel het stuur om en vloog onze ‘taxi-velo’ langs de tegengestelde richting, de stoep op. Onder luid protest sprongen de voetgangers alle kanten op. Krijsende verkopers veerden op en liepen met gebalde vuisten achter onze kamikazeheld aan. Hij ontweek op een haar na de gehurkte ‘straat-restaurant-eters’.  Iets verder stopte onze James Dean en met een brede glimlach, zich totaal van geen kwaad bewust, wees hij op het museum en zei: ”Xin vui lòng, viện bảo tang” wat zoveel betekende als “Alstublieft, zie hier het museum”.  We scharrelden bibberend  onze rugzak en fotocamera bij elkaar, betaalden onze superman en strompelden totaal van de kaart uit het fietskarretje. Met een ‘big smile’ zei hij:” I wait for you, go back to hotel,  good price!” Wij bedankten beleefd en zagen af van het gunstig retourprijsje naar het hotel.  Aziatisch geel en groenig bleek liepen we met knikkende knietjes in het museum rond. Hoever de terugweg naar het hotel ook zou zijn, ons kregen ze nooit meer in een Vietnamese ‘fiets toek-toek’. Wij gingen nog liever te voet zigzaggend de Vietnamese pijp uit.  

Sim
16 0

VAN EEN MUG EEN OLIFANT MAKEN

We zetten onze tenten op in Les Saintes Maries- de- la- Mer, in het midden van de Rhone Delta. De Camargues, het land van de witte paarden, de stiertjes, de manades, de flamingo’s en de muggen.  De enige twee vliegen die wij van Barcelonette, tegen hun zin geïmporteerd hebben, verlaten zoemend onze auto en caravan. Volledig gefrustreerd verkennen zij hun nieuwe leefgebied op zoek naar hun eigen identiteit. Zij voelen zich hier helemaal niet thuis. Het is duidelijk onze fout dat zij tegen hun wil naar deze warmere oorden versast werden. Geen moment komt het in hun op, dat zij eigenlijk niets, maar dan ook totaal niets in onze auto en onze caravan te zoeken hadden. Onmiddellijk beginnen ze aan de indoctrinatie van de plaatselijke insectenbevolking. Het is de ultieme kweekbodem om muggen tegen de plaatselijke toerist op te zetten. Deze laatste luisteren ademloos naar de opruiende taal van de twee oproerkraaiers. Terreur, zij willen terreur, bloed willen ze zien, veel bloed! Vooral die twee chocoladebruine globetrotters zullen het moeten ontgelden. De onderontwikkelde muskieten willen wel samen met die twee radicalen een plan ten uitvoer brengen. Zonder dat je ze ziet, zonder dat je ze hoort zullen ze terreur zaaien. Onder het aanroepen van hun ‘muggenallah’ worden zelfmoordcommando’s bij valavond naar de kleine caravan gestuurd. Daar zitten de twee naar citronella en Deet geurende vakantiegangers met een glaasje wijn van de laatste avondzon te genieten. Niets kan de terreurmuggen echter tegenhouden. Ze zijn intussen immuun voor al die rare geurtjes. Het gekke is dat je die mini Camargues- muggentjes inderdaad niet ziet, noch hoort, noch voelt.  Echte Vlaamse muggen hoor je al op afstand in de slaapkamer komen aanzoemen en vervolgens begint de muggenachtervolging. Als je het licht aansteekt, verschuilen zij zich snel achter kasten en tussen spleten.  Eens de jacht gestaakt wordt en je de eerste slaapsnurk geproduceerd hebt, komen zij met een hoge zoemfrequentie opnieuw je nachtrust verstoren. Vervolgens wachten zij tot het moment wanneer jij werkelijk in dromenland bent en storten zich dan op al je niet bedekte lichaamsdelen. De volgende morgen kan je die, met je eigen bloed volgezogen vrouwtjesmuskieten, loom op je behang zien zitten uitrusten. Beng, mep, rode plekken op je maagdelijk witte behang en rode bulten op je lichaam. Maar wel met de voldoening dat je het terrorisme de muggenkop ingedrukt hebt. Dat is wat een echte muggen zouden moeten doen, maar deze imitatie terroristen vallen laf aan, zonder waarschuwing. Ze storten zich, als kamikazepiloten, op het malse toeristenvlees. De muskietenartillerie heeft twee nieuwe doelwitten aangewezen gekregen. Een bloedtankstation voor de voortzetting van de irritante insectenbende en voortplanten zullen ze. Massaal.  Het is een ongelijke strijd, je kan niet met een kanon op een mug schieten. Zelfs de antimuggen- spray en de verdampende antimuggen tabletten kunnen ’s nachts geen terreuraanslag verijdelen. De twee Barcelonette vliegen wrijven in hun pootjes als ze ’s morgens de twee slaapdronken zongebruinde vakantiegangers, volledig onder de beten uit de caravan zien strompelen. De twee vliegenimams zitten achter een struik en lachen in hun vuistje als ze zien hoe de jeuk de twee overvalt. De bulten zitten overal, op de enkels, onder de armen en op de kaken. ’s Morgens is er op je rug en billen een stip naar stiptekening ontstaan.  Gelieve de kleine rode bolletjes te volgen en je zal een tekening van een terreurvlag kunnen zien! Bij manlief hebben ze op zijn hoofd in zijn kleine kale plekje een rood opzwellende graancirkel gestoken. Hoe harder je krabt, hoe meer de muggenbeten groeien. Het lijken net jeukende kerstomaten. Aanstippen met een insectenbeet- pen, inwrijven met zalf voor na de beet of gewoon de bulten keer op keer openkrabben, niets helpt tegen de branderige, stekende jeuk. Er zit niets anders op dan bij de plaatselijke apotheek een nieuw antimuggen- middel te kopen, eentje dat nog wel werkt tegen die Camargues krengen. Wij willen niet muggenziften, maar genoeg is genoeg! De volgende namiddag ontstaat er door de hitte een gigantisch onweer. Uren plenst het water uit de bliksemde en grollende lucht. Terwijl we voor de caravan, op het grondzeil, met onze voeten tot aan onze enkels in het water staan, kan ik maar aan één ding denken: “Ik hoop dat de musquito- terroristen allemaal verzopen zijn!”   Sim,      Les Saintes Maries- de- la- Mer              13 juni 2015  

Sim
31 0

PAISAJE LUNAR (HET MAANLANDSCHAP)

In de toeristische gids over Tenerife staat dat de wandeling naar het Paisaja Lunar, de mooiste wandeling van het eiland is, met kers op de taart een adembenemend natuurverschijnsel een maanlandschap. Wij beseffen na jaren rondreizen en gidsen lezen, dat iedereen de toerist wil lokken met een scheet in een fles en zijn bezienswaardigheden opklopt tot mirakelniveau,maar al sinds 2004 hebben wij toch deze wandeling in ons achterhoofd. De kleine huurautootjes en de weg er naar toe, lieten ons steeds weer afhaken.. Dit jaar echter hebben wij een grotere en wat solidere auto en trekken wij samen met onze stoute schoenen tevens ons wandelbottines aan. Wij rijden eerst naar het hoogste dorp van Tenerife en slaan vol moed de bosweg in.  Een 7 km lange onverharde weg, vol putten en stenen leidt naar de parkeerplaats waar de hoogte wandeling begint.  Manlief stuurt de auto tussen de kuilen, lavastenen en langs afgronden stapvoets tot aan de parking. Met onze wandelstokken duwen wij ons anderhalf uur door het lavagrind langs een pad met afwisselende vergezichten.  Dan komen wij aan een plek waar 5000 jaar geleden de vulkaanuitbarstingen een speciaal mooi fenomeen heeft doen ontstaan.  Mooi, de Canaries mogen er trots op zijn. Terwijl wij met het zicht op de puntige rotsen picknicken, bedenk ik hoeveel mensen ik al naar de maan heb willen schieten. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat deze plek nog veel te mooi is voor alle terroristen, fundamentalisten en moordenaars. Als al onze gevangenissen overvol zitten en men beslist om hen toch richting maan te lanceren, dan stel ik vanaf nu mijn veto. Voor mijn part mogen ze rechtstreeks naar hun eigen beloofde hemel..recht naar hun eigen God. Ik kan me als atheïst moeilijk voorstellen hoe dat dan allemaal in het werk zou gaan, maar als je er in gelooft zal het helemaal niet onaangenaam zijn om ineens naar Allah, Mohammed, God de Vader, Jezus Christus, Jahweh, Boeddha of  Ganesh te gaan. Al eeuwen ontvangen deze “goden” uitgemoorde Moslims, Christenen of vergaste joden. Jaarlijks kloppen er duizenden aan met de vraag om in een betere kaste opnieuw naar de aarde te mogen. Zitten die goden dan ergens in het heelal rond  een ronde tafel, statistieken bij te houden of een soort om ter meeste te spelen ? Wat gebeurt er in de komkommertijd, als er geen grote oorlogen meer uitgevochten worden. Zitten ze zich dan op een wolk te vervelen, als er nu en dan nog maar alleen een verbrande heks, een vergiftigde paus, een paar vermoorde kinderen aankloppen ? Lachen zij  sarcastisch als er een van de laagste kaste verhongerde paria aanklopt met de vraag om als maharadja terug te kunnen ? Ja nu en dan komt er een grote vis, zoals een Bin Laden, maar geef nu toe, zonder het Amerikaanse duwtje in de rug, zat ook deze liever met zijn kont in het woestijnzand in plaats van in het Allah paradijs. Spreken deze goden dan een gezamenlijk strategie af om hun quota wat op te krikken ? Heuh wat zullen we weer eens  doen ? Een aardbeving links of rechts, of wat denken jullie van een vulkaanuitbarsting, of nog leuker een tsunami over een eiland sturen ook goed om wat zieltjes naar boven te krijgen. Een grote epidemie is ook niet slecht, of weten jullie wat, we kunnen de salafisten wat tegen de sjiieten en de soennieten uitspelen. Waar kunnen we nog een oorlogje uitlokken, in  Oekraïne misschien? Wat vinden jullie het plezants, als ze daar beneden denken dat het de natuur is of de mens zelf die elkaar uitroeit ? Wie beslist er dan daarboven, wie naar de hemel en wie naar de hel moet, want geef toe wij krijgen langs de gelovige hoek wel heel tegenstrijdige meningen. Als er bij de Christenen iemand zelfmoord pleegt, dan is dit een grote zonde en mag die niet aan de rijstpap beginnen. Als bij de moslims daarentegen, een zelfmoordterrorist zichzelf en een aantal spijtige slachtoffers opblaast, wordt hij direct als held, met open armen en benen door duizenden maagden in de Allah hemel ontvangen. Je moet het maar begrijpen ! Terwijl ik aan mijn sandwich knabbel en naar het besneeuwde topje van de Teide staar, bedenk ik dat wij onze hemel en hel hier op aarde krijgen en niet in een voor mij fictief hiernamaals. De hemel is als je gezond bent, als je een fantastisch lief hebt, je  kinderen en kleinkinderen zonder te grote problemen door het leven huppelen en als je soms het gevoel hebt dat je lichaam gaat openbarsten van geluk. Dat is de hemel. De hel krijg je, als je als homo of transgender levenslang tegen onverdraagzaamheid moet opboksen. Als je als atheïst of anders gelovige, probleemloos door medemensen als “niet gelovige honden” afgeslacht wordt. Als je partner van je wegglijdt door kanker, dementie of Alzheimer. Als geliefden door een ongeval of een operatie zonder afscheid van je weggerukt worden of als je je eigen kinderen moet overleven. Dat is de hel. Ja, ja  ik hoor jullie al denken, waar blijft nu dat plezante verhaal ? Wel het leuke is, dat wij eindelijk na al die jaren het Paisaje Lunar gezien hebben en na anderhalf uur dalen probleemloos onze geparkeerde auto terugvinden. Wij vervolgens zonder platte banden de hobbelige weg door het lavalandschap overleven. Ik voel me gloeien van geluk en ben  trots op manlief zijn rijkunst. Wat later zitten wij,in het stralende zonnetje, op een terrasje in het hoogste bergdorp van Tenerife, Vilaflor van een lekker koel pintje te genieten. Als we in ons huurhuisje aankomen en ik mijn laptop open, plopt er een prachtige foto van onze kleindochter en een mailtje van onze kleinzoon binnen.  Dat is geluk, dat is de hemel !                  

Sim
131 0

COSTA DI FLAMINGHI

Nadat wij nu al een aantal jaren op Tenerife aan de zuidelijk gelegen Costa del Silencio overwinteren, lijkt het voor ons een beetje op een jaarlijks thuiskomen. Het hotel dat al sinds zeven jaar, na een faillissement, nog steeds in de eerste bouwfase staat, lijkt jaarlijks meer en meer op een open, skeletachtige ruïne. De Canaries mikken nog steeds hun sigarettenpeuken in de bloemperken, zodat er tussen de lavakorrels en de zorgeloos bloeiende bougainvillea, de hibiscusstruiken, de yucca’s en de palmbomen al een hele filterasbak ontstaan is. Ja, wat maakt een beetje meer of minder as uit op dit vulkaaneiland… Overal in ons vakantiecomplex hangen er grote viertalige aanplakborden waarop staat, dat op straffe van een flinke geldboete,  men de hond alleen aan de lijn mag uitlaten en de uitwerpselen door de eigenaars moeten opgeruimd worden. Zulke regelgeving wordt door de ‘locals’ finaal genegeerd. Overal zie je onaangelijnde kleine keffermormels, liefst in het midden van het witte betegelde voetpad , vrolijk hun stinkende drollen leggen. De urbanisatie is en blijft nog steeds het loslopende kattenwalhalla.  Ook de Duitse rolstoel invalide woont nog steeds aan de overkant van ons vakantiehuisje. Elk jaar wordt zijn voorhoofd groter, zijn vieze miezerige paardenstaartje langer en ziet zijn huid er meer en meer verschrompeld en grauw uit. Soms krijgt hij bezoek van een andere leegloper en denkt hij plots dat hij een diskjockey is.  Terwijl we zelf op ons terras, in de zon trachten een siësta te houden, vergast hij ons minstens één maal per week op een Woodstock- achtige plaatjesdraaierij. Nu valt de keuze van zijn muziek, die het midden houdt tussen Duitse schlagers en Englebert Humperdink,  nog min of meer mee, maar toch... Naargelang de namiddag vordert en het bier waarschijnlijk alle hersenactiviteit uitveegt, gaat het geluidsniveau stilaan over in festivalmodus. Ik denk dat de afname van zijn gehoor in evenredigheid is met zijn alcoholinname.  Ik veronderstel dat daarentegen zijn reukzin en intuïtie meer ontwikkelen, want blijkbaar ruikt hij mijn toenemende ergernis. Juist als ik vind, dat het genoeg is geweest en bijna als een Vlaamse furie wil opveren, lijkt het alsof  Tom Jones van het festivalpodium afdondert, zich in zijn “Green, green grass of home” verslikt en er volgt opeens een aangename stilte. De Costa del Silencio is het vakantiegebied naast het oorspronkelijke Tenbel (Tenerife-België) complex. De Vlamingen hebben hier vermoedelijk, in het verleden, massaal met zwart geld, witte huisjes en appartementjes, als tweede verblijf aangekocht. In het vakantiecomplex waar vroeger alleen Vlaamse, Engelse en Duitse toeristen overwinterden, wonen nu sinds de crisis meer en meer de Canaries zelf. Overal op de daken staan nu antennes naar TV Canaria en Spanje gericht en zijn wij hier de allochtonen die met vlaaien van schotelantennes TV Vlaanderen binnenhalen. Er is een Belgische bakker, een Vlaamse dokter en een Nederlandstalige tandarts. Verschillende Vlamingen hebben het druilerige België achter zich gelaten en begonnen hier een café of restaurant. In Las Galletas, het vissersdorpje op wandelafstand, staan verschillende menuborden broederlijk naast elkaar. De Engelsman kan hier voor 2.5 Euro zijn gigantisch English breakfast eten waarna hij waarschijnlijk voor de rest van de dag geen ‘porridge’ meer kan zeggen. Iedere  nieuw aangevlogen toerist kan hier, zonder problemen, zijn eigen landsdieet voortzetten. Er worden English Roast, of lambchops with mintsauce aangeprezen.  Het konijn met pruimen, frieten met stoofvlees, witlof met hesp en kaas, trekt de doorsnee ‘dagelijkse kost etende’ Belgische reiziger over de streep. Alles is voor een prikje voorhanden: een China town buffet, Wiener Schnitzel, verse Hollandse stroopwafels, pizza, paella, papas canarias con mojo, tapas, schelpdieren ,of vers gevangen en gegrilde vis, gambas en inktvissoorten.  Een kilometer voorbij Las Galletas heb je de nederzetting El Fraila. In de goedkopere huizen wonen hier alle bevolkingsgroepen die eindigen op ‘alen’ en ‘anen’. Zwarte Afrikanen, Zuid Amerikanen, Illegalen, marginalen en sinds een paar jaar, omdat wij, Vlamingen ons nog meer zouden thuis voelen, Marokkanen. Om ons geen heimwee te laten krijgen, heeft El Fraila sinds een paar weken na het ‘Charlie Hebdo’ drama, nu ook zijn eigen ‘M.terrorist’.  We mogen het kind niet meer bij de naam noemen, want dan worden wij als racistische stoorzenders aangeduid. Wij hebben ze samen mee in bad genomen, hun alle onderwijsmogelijkheden aangereikt, hen mee van onze sociale pot laten snoepen en ze langs alle kanten gepamperd. Het enige dat wij van hen verwachtten, was dat ze zouden integreren. Dat ze een zekere verdraagzaamheid zouden opbrengen voor onze westerse waarden en normen, tolerant zouden zijn voor onze vrije meningsuiting en onze soms bizarre uitdagende vorm van humor. Maar lange Arabische tenen hebben niet veel nodig. Als dan, zoals hier een dolgedraaide godsdienstwaanzinnige “Allah Akbar” roepend een medemens neersteekt, hebben ze nog het lef, om met hun gefrustreerde vinger, ons als schuldige aan te duiden. . De Tenerifse politie, kon de messentrekker na een klopjacht inrekenen en vroeg prompt hun autoriteiten om kogelvrije vesten, uit vrees dat ook hier de terreurboel zou escaleren. Op de wandeldijk van Las Galletas, zitten de meeste overwinteraars en toeristen van hun Barraquito,Sangria, Mojito of pint Duvel te genieten.  Als we op de promenade een tafeltje bemachtigd hebben en van onze ‘jarra’ een halve liter bier voor 1 Euro, zitten te genieten, kunnen we aan het becommentariëren van de stroom wandelaars  beginnen. Het is niet raadzaam deze opmerkingen te luid te verkondigen, want de Vlaamse spionkop luistert mee. Er is duidelijk verschil te bemerken tussen de half naakte zonnende Europese toeristen en de oorspronkelijke inwoners. Voor de Canaries is het nog duidelijk winter. Ze dragen laarzen, lange broeken, dikke truien en hebben meestal nog een anorak over de arm gedrapeerd. We zien ineens de hoofden van de Antwerpenaars van het terrastafeltje naast ons, dezelfde richting uitgaan. Aan het begin van de dijk komt een oudere moslima, met een hoofddoek en djellaba in een hevige grasgroene kleur aangeslenterd. “Zie naa, Marie, tis greun en twaggelt, hahaha ne Marokkaanse Kermit de Kikker!” Achter de seniorenversie,  loopt pa-Mo met een paar koters aan de hand, in een mouwloos T-shirtje van de zon te genieten. Een paar passen achter hem, drentelt ma-Fatima, met dikke buik. Ze is gesjaald en volledig omwikkeld met de overgordijnen,  zodat ze zonder veel problemen de ergste Tenerifse zandstorm zou kunnen trotseren. “Hiersè, Louisa” fezelt de Antwerpenaar: “Een poar vanachter onzenoek, hoe zouwe die hier kome?” “Assevan ’t Kiel of Borgerhout zen, mè tram 24 hé, Eugène, of mè den 12 asse van sintjansplain komennée” Miljaarde godverdoeme, Marie, hier zitte zoekkal” Deze Spaans- Marokkaanse mensen kunnen misschien de allerliefste, vriendelijkste en misschien super tolerante toekomstige buren zijn, maar van enige westerse geboortebeperking of kledingintegratie is er tot op heden nog niet veel te bespeuren. De overwinteraars beseffen maar al te goed dat de ‘grotemensenspeeltuin’, onder de lappen stof, sneller kweekt dan het babyuniversum en het pamperparadijs aankunnen. De Antwerpenaren en Brusselaars weten uit ondervinding, dat eens de theelokalen en de waterpijpcafés zich tussen de Belgische bakker en de Engelse pub in wringen en de lokale tapas bar vervangen wordt door een ‘pita-shoarma take away’ het vijf voor twaalf is. De Costa del Silencio, hun Costa di Flamingi zal binnen de kortste keren veranderen in het Hallal- paradijs. Wij laten de sakkerende Vlamingen achter ons en slenteren door de winkelstraat. In de etalage staat, onder de plakkaat ‘Rabajas’ een paspop met een prachtig, met papegaaien en palmbomen versierd, exotisch, veelkleurig afgeprijsd haltertopje. Het doet aan passionele nachten vol seks denken. Manlief blijft afwachtend voor de ingang van de boetiek rondhangen terwijl ik met een rotvaart het pashokje induik. Terwijl ik het Spaanse ‘taille unique’ bloesje over mijn hoofd wurm, verander ik terstond in een ‘jungle- bookachtige’ salami. Het niemendalletje verhult amper mijn kokosnoten en accentueert overdreven mijn Rubens spekrollen. De twee bandjes camoufleren nauwelijks de twee beginnende kippenfilets, die sinds een paar jaar onderaan mijn bovenarmen heen en weer wiebelen. Zuchtend hang ik het kleine Spaanse maatje terug in het rek. Als ik zonder aankoop buitenstap, schudt manlief vragend: “Nee?” Ik knik instemmend: “Nee de kleur stond me niet!”  Terug thuis zal ik mijn overwinteringgarderobe voor volgend jaar wel wat aanpassen en opnieuw aankopen bij mijn hofleverancier ‘Le Marinier’. Als ik bij ‘De Zeeman’ dan niets op de kop kan tikken, dan weet ik in Antwerpen nog een heleboel winkels waar ze djellaba’s, boerka’s en overgordijnen verkopen.   Sim, Costa del Silencio  29/1/2015  

Sim
166 0

MEEDOGENLOZER DAN NERO, CALIGULA EN DE BORGIA'S SAMEN!

Het is niet omdat wij twee maanden de Belgische winter ontvluchten, dat wij dan ook automatisch afgesneden worden van alle Vlaamse berichtgeving. Zoals elke allochtoon, die zijn geluk of zijn weersvoorspellingen in een vreemd land gaat zoeken, zijn wij afhankelijk van de gigantische satelliet- antennes die overal in het gastland op de daken prijken. Rond het nieuws van zeven op Eén of op VTM, laten wij ons, net zoals thuis, in de sofa vallen en brengen wij de rest van de avond televisiekijkend door. Misschien is het echter beter om niet te veel informatie en allerlei doemscenario’s doorgestraald te krijgen. Beter is het om onbekommerd te genieten van het, in onze ogen, gevaarloze vakantiewereldje. Soms echter word je, of je het wilt of niet, met je bruine neus op de actuele feiten gedrukt. Ook hier in Zuid Tenerife lopen er inmiddels enkele ‘islamitische’ angstkwekers, messentrekkend rond. Dus echt ontsnappen aan alle heisa doe je niet echt. Wij hebben ook onze laptop meegenomen en lezen dagelijks De Gazet van Antwerpen en Het Laatste Nieuw in beknopte vorm. Via internet houden wij, moderne globetrotter- grootouders, contact met onze kinderen, kleinkinderen en vrienden. Op Facebook volgen wij foto per foto het verjaardagsfeestje van onze achtjarige kleinzoon en het rond dribbelen van onze anderhalf- jarige baby kleindochter. We bekijken foto’s van ons schoondochtertje met haar armen rond haar twee grootste schatten en een afbeelding van onze kaalhoofdige zoon met een zwarte ‘terreurbaard’. Dit baart (mooie woordspeling hé?) ons wel wat zorgen. Terwijl hij ons verklaart dat dit zijn winterpels is, vragen wij ons in stilte af, of zijn Facebook- achterban zich nu ondertussen al niet afvraagt of de indoctrinatie al tot aan de grenzen van Brasschaat en Maria-ter-Heide doorgedrongen is. Wij moeten ons echt geen zorgen maken, want zoonlief loopt thuis niet in een djelaba rond en heeft zijn zoon en dochter niet Mohammed en Fatima genoemd. Bovendien is zoonlief totaal niet gevoelig voor eender welk gelovige gedachtegoed ook. Maar die baardgroei vinden wij een griezelig winterfenomeen.   Stel je voor dat de doorsnee geradicaliseerde en terreur bereidwillige islamiet bij het zien van deze weelderige begroeide Facebook- foto bedenkingen krijgt en onmiddellijk denkt aan verhuizen! Waar er één is, willen er meestal meer zijn…Wij geloven echter niet dat deze bevolkingsgroep staat te springen om zijn tenten op te slaan in een gehucht met een zo’n christelijke naam, maar je weet maar nooit. Zo zie je maar dat je onvermijdelijk toch – al was dan met het zien van een foto met zo’n baard - met de ‘wereldterreur’ bezig bent. Interessanter is het feit dat er zich hier, rond de Canarische Eilanden, door de onderzeese vulkanische activiteit enkele nieuwe eilanden aan het vormen zijn. Spanje claimt deze nieuwe grondoppervlaktes al, nog voor ze boven water gekomen zijn. Ik heb echter een fantastisch Europees idee. Ik geef het toe, het is wel een beetje afgekeken van de Engelsen die vroeger alle criminelen naar het nieuw ontdekte eiland Australië afvoerden, maar volgens mij is het grandioos en probleemloos en praktisch uitvoerbaar. Eens de nieuwe eilanden hier boven water komen, reserveren wij het eiland dat het verst in de Atlantische oceaan opduikt. Het moet het meest van de westerse beschaving verwijderd zijn. Hier droppen wij per helikopter, alle terugkomende Syrië- strijders, mogelijke terreurverdachten en gevangen genomen aanslagcriminelen. Ik vermoed, dat er op een nieuw ontstaan eiland nog niet veel groeit en leeft, dus gaan we deze lieverdjes bevoorraden. Ik stel voor dat wij daar containers gevuld met alcohol stationeren. Neen, geen water en geen thee..’t moet plezant blijven hé.  Om hen ook iets te eten te geven, laten wij er een beer (mannelijk varken) en wat zeugen met biggetjes los. Die kunnen dan voor de etensvoortplanting zorgen. Zie hier min of meer het scenario van de recent uitgebrachte sciencefiction film “The Hunger Games” naar een boek van Suzanne Collins. Voor diegenen die de film niet kennen: Voor de minste vorm van overleving moet tot de dood gevochten worden. Voor wat ’binnen- eilandvertier’ laten we ook nog wat vlijmscherpe zwaarden achter, zodat ze hun hobby nog wat verder kunnen perfectioneren! Voor eventueel namiddag vertier en mogelijke randanimatie,  krijgen zij van ons ook nog een doos met lucifers en wat petroleum. Voor de paar aangevoerde, vroeger meevechtende terreur- moslima’s , moeten ze dan maar eens op de vuist gaan. Niet dat vechten zo in hun aard ligt, maar voor wat hoort wat. Wie wint kan deze dames een cursus ‘seksslavin’ aanbieden. Als dit beroep hen niet zo direct ligt, zal hun mede- crapuul wel een spelletje stenigen uitvinden. Lavastenen genoeg op deze eilanden. Voor het kermisspel “holibi’s van de flatgebouwen gooien” zullen ze een alternatief moeten uitvinden, noch homo’s, noch wolkenkrabbers zijn aanwezig op het vernieuwde sharia- eiland. Wat zeggen jullie, dat wat ik voorstel barbaars en wreed is? Ja ik ben zonder enige twijfel meedogenlozer dan de tirannen Nero, Caligula en de gifmengende familie de Borgia’s samen.  Ik verkracht echter geen vrouwen en stenig ze niet. Ik moord geen kinderen uit en sleep geen lijken achter mijn auto aan. Ik gooi geen homo’s van hoge flatgebouwen, ik hak van niemand het hoofd af en steek geen medemens in brand. Ik reik ze zelfs een tropisch eiland, eten, drinken en plezier aan… Met een beetje geloof in Allah en Mohammed moeten ze daar toch nog iets van hun leven kunnen maken niet?   Sim,    Costa del Silencio 8 februari 2015

Sim
31 0

Deugnietengrijns

In vergelijking met mijn vrienden die moeiteloos anekdotes, nieuwsfeiten en tekenfilms uit hun kindertijd oprakelen, herinner ik mij weinig van vroeger. Ik weet waarover ze spreken, maar ik zou er zelf nooit in detail over kunnen praten. Alsof ik die herinneringen in de kelder van mijn geheugen heb gelegd en wacht tot iemand anders er het stof van afblaast. Is het luiheid of denk ik te weinig terug aan wat is geweest? Een dagboek heb ik alleszins nooit bijgehouden.   De dag dat ik met u naar de Zoo ging, heb ik wél goed onthouden. We gingen te voet via de Voetgangerstunnel van Linkeroever naar ‘t Stad. In mijn herinnering duurde dat een eeuwigheid. Alsof we onder het Kanaal naar Engeland liepen en niet onder de Schelde. Ik voel ook nog de angst van toen voor de oneindig lange houten roltrap die een perfecte timing of acrobatie vereiste. In de Zoo zie ik ons bij uw geliefde apen en aan de ingang van het reptielenhuis staan. Ik zie enkele beelden, maar ik hoor geen woorden. Dat frustreert me soms.   Ik vraag me af wat er écht is gebeurd die dag. Misschien vertaalde mijn angst voor de roltrap zich in hysterie, en hebt ge zelfs een moment gedacht om terug te draaien. Ge hebt ongetwijfeld uitgebreid verteld over de apen en over de Gust: de bekendste gorilla van het land die alleen u in vertrouwen nam. Misschien leefde Gust toen nog en hadden jullie een moment van herkenning, gescheiden door een kil venster in het apengebouw. Dat moet een emotioneel moment geweest zijn. Tenslotte was hij als een tweede kind voor u. Ik vraag me ook af of ge toen oud-collega’s bent tegengekomen. U kennende hebt ge in dat geval gestoeft over mij, dat braaf manneke. En mogelijk hebt ge achteraf, met gedempte stem, tegen mij uw beklag gedaan over die collega’s. Ik zie zo uw beminnelijke deugnietengrijns voor mij.   Kon ik onze dag maar openslaan als een fotoboek, bompa.   Ik probeer 1 keer per jaar met de kinderen naar de Zoo te gaan. Ik vertel dan over u als we voorbij uw foto met de Gust wandelen. Ge zoudt trots zijn op die poster, want ge waart een fiere man. Ge waart dan ook de enige die, zonder uitzondering, een stropdas droeg onder zijn werktenue. Die genen heb ik niet van u geërfd, maar ik ben wel een braaf manneke gebleven. Ook daar zoudt ge fier op zijn.  

Antony Samson
2 0

EAU DE PROVENCE

Dit jaar gaan we met de voorjaarsvakantie niet met onze krent in het warme Zuid Franse zand zitten, maar opteren we voor een “slankmakende”(hmm hmm) wandelvariatie in de Vercors, de Drôme-Provençal en de Alpen. Overal in Europa viert men het einde van de tweede wereldoorlog en de bevrijdingdagen. Hier in Frankrijk viert men dit op 8 mei en dit levert samen met de feestdag van 1 mei, de Fransmannen nu voor de tweede keer een verlengd weekeinde. Bij zoveel vrije tijd krijgen de Fransmannen onmiddellijk een opstoot van groepsactiviteiten, teambuilding en het daarbij horende kuddegevoel. Terwijl wij van de Vercors richting de Provence rijden, bromt ons een groep van een 25tigtal ouderlingen op zware moto’s voorbij.  Op een bepaalde mijlpaal in hun leven moesten zij een indringende keuze maken: een minnares of een moto. Vermits de meeste van deze grijze koppen het seksuele geile hoogtepunt al ruim voorbij zijn, hijsen ze zich liever in een lederen pakje,  met doodshoofden op de rug en steken ze een Harley Davidson of een zware BMW tussen de benen. Alvorens het enige vervoer op hun oude dag, een rollator of een volautomatische scootmobiel wordt en ze de rest van hun dagen gepamperd tussen bejaardengezeur moeten slijten, willen ze nog eenmaal in groep de macho uithangen en van een zweempje voorbije jeugd genieten. Vanuit de tegenovergestelde richting komt er een kudde hoogrode fietsers met veelkleurige helmen de berg opgezwoegd. Een vijftiental mannen dragen blauwe, gele, rode, roze en bolletjestruien met op de rug  de naam van de sponsors, ‘Le Bonbon,  Le meilleur nougat de Montelimar en Carrefour’. Hoe ouder de fietsers, hoe meer de pedaaltrappers over de weg zwijmelen en hoe groter de afstand tot het vooruit sprintende peloton wordt. Dit is nog maar een oefenwedstrijdje, morgen gaan ze met zijn allen de Mont Ventoux op. We stallen onze caravan in Buis-le-Baronnies, een toeristisch Provençaals stadje in de schaduw van de Mont Ventoux en het Mekka van de bergbeklimmers. Overal zie je ze tegen de steile berghellingen aan de touwen hangen. Voor de lila- blauwe lavendelvelden is het nog te vroeg op het seizoen, maar de Provence zorgt voor een explosie van allerlei andere geuren. Het aroma komt je tegemoet..als je het deurtje van de caravan opendoet..het is de lente! We wandelen in een Van Gogh schilderij tussen eeuwenoude knoestige olijfbomen tussen grote velden blauwe irissen, bloedrode papavers en purperrode valeriaan. Heel het wandeldecor, met zicht op de Mont Ventoux geurt naar moerbeibloemen en naar bloesems van acacia- en seringenbomen. De blaadjes aan de lindebomen komen frisgroen kijken en de fruitbomen vormen na hun roze bloesemknoppen hun eerste kleine groen- rode vruchtjes. Bloeiende tijm, rozemarijn en grote struiken gele brem trillen van de zoemende bijtjes die op de honinggeur afkomen. Geen enkele grote ‘neus’ van de parfumstad Grasse kan zo’n prachtig delicaat geurenpallet samenstellen. Als we van de wandeling terugkomen, zijn er op de camping een aantal weekeindtoeristen in de bungalows getrokken en staan er overal minitentjes van de jonge klimmers.  Schuin over ons is een familie grootouders, ouders en kleinkinderen gearriveerd. De opa, pappie, is een schriele vent die met een fotocamera en een ADHD- ritme non stop van de ene naar de andere kant van de camping spurt. Hij draagt een veel te ruime geruite short met daarboven een kleurrijke t- shirt met bloemen en dolfijnen. In zijn open sandalen draagt hij witte sokken. De oma is van een gans ander kaliber. Eerst zie je twee tepels en vijf minuten later komt daar de rest van mammie, gekleed in een zilverglanzende jurk, achteraan. Hoe kunnen zo’n kleine voetjes, magere beentjes en dunne billen, een tegengewicht bieden voor zo’n bombastische voorkant. Hoe komt het dat mammie, met zo’n bos hout voor de deur, niet alle twee passen frontaal tegen de vlakte gaat? Dit is wat wij in Antwerpen “veel volk in de statie’ noemen. Veel volk? Een gans Centraal station van Antwerpen of Amsterdam volgepakt met een massa drammende reizigers, roltrappen vol, hun neuzen gedrukt tegen de glazen inkomdeuren. Er kan geen passagier meer bij. Ik veronderstel dat zij een Lola Ferrari beha- model met ingebouwde katrollen draagt. Manlief spiedt vol ongeloof en angst naar dit natuurfenomeen. Hij vergelijkt mijn, sinds de overgang al flink toegenomen beha- maat met de voorbij deinende tietenmassa.  “Hoe kan een man daar aan beginnen zonder te verdwalen op deze Mount Everest? Je hebt minstens een pikhouweel, koorden en de nodige musquetons nodig om deze vleesberg te beklimmen! Niet moeilijk dat pappie als een ‘vliegende Fransman’ over de camping raast!” De 30 jarige zoon werd  waarschijnlijk tijdens zijn jeugd erg met de omvang van zijn moeder gepest en heeft zich uit frustratie volledig laten vol tatoeëren. Hij draagt een zwart ‘marcelleke’ en het kruis van zijn jeansbroek hangt tussen zijn knieën. Hij is kaalgeschoren en alleen een klein sikje haar siert zijn kin. Op een gezapig tempo verslijt hij de onderkant van de uitgerafelde jeanspijpen.  De twee- en vierjarige kleinzoontjes zijn langs de zijkant kaalgeschoren en hebben nog alleen een kaketoekuif  boven op hun hoofdjes. Ze lijken zo uit een indianen- Sioux- film weggelopen. Mama is een kleine magere grijze muis. Ze past helemaal niet in dit driedaags familie-uitje, maar wie weet staat ze bol van speciale slaapkamerwensen. Onze televisie- modegoeroe, Jani zou bij het zien van deze hotemetoten een spontane hartverzakking krijgen. Na twee brugnachtjes is de rust op de camping teruggekeerd. De tentjes en campers zijn verdwenen, de chalets terug onbewoond en de kuddes zijn terug naar huis afgezakt. De Provence geurt weer uitsluitend voor ons beidjes!   Sim, 10 mei 2015  

Sim
0 0

FAMILIEBIJEENKOMST MET KAFKAIAANSE TOESTANDEN

Vorig weekeinde trakteerde ik mijn neven en nichten bij mij thuis op een etentje. Toen de wijn al wat gevloeid had en de tongen wat losser werden, kwamen de meest uiteenlopende Kafka-verhalen los. Iedereen had sinds het computertijdperk al eens een aanvaring gehad  met de digitale televisie - en telefoon providers, met arrogante medewerkers van allerlei overheidsinstanties en het systeem paraplu. De beste ‘Kafka- verhalen’ wil ik jullie echt niet onthouden.   Mevrouw Kafka werkt bij de posterijen: Mijn neef, Guido had een tandartspraktijk met de naam G.Britolli BVBA. Guido stopte zijn activiteit en de firma werd, na een onoverzichtelijk kluwen van administratieve documenten, ontbonden. Na een paar maanden kreeg hij een briefje van de post in de brievenbus, waarop stond dat de BVBA G. Britolli een aangetekend schrijven moest afhalen. Guido ging naar het desbetreffende postkantoor. Vermits de firma niet meer bestond, nam hij de acte van stopzetting van de firma G.Britolli BVBA en zijn paspoort met zich mee. De postbediende bezag het briefje, keek naar de papieren en verklaarde: ”de G. Britolli BVBA is weliswaar op hetzelfde adres gevestigd, maar is volgens mij niet hetzelfde als de BVBA G. Britolli. U krijgt de aangetekende zending niet.” Toen Guido wat aandrong werd de postbediende  arrogant en zei ze met een zekere minachting: “Meneer wilt U alstublieft voor mijn loket weggaan. Ik blijf erbij G.Britolli BVBA is niet hetzelfde als BVBA G.Britolli!” Mijn neef probeerde met hand en tand uit te leggen dat de firma stopgezet was, maar dat hij de vroegere bestuurder was. Hij duwde zijn identiteitskaart onder de neus van de postbediende. Hij vroeg of ze hem dan eventueel kon vertellen wie de afzender van de brief was. Dit schrijven was vermoedelijk heel belangrijk anders had men dit niet aangetekend opgestuurd. Als hij de naam van de afzender wist, zou hij deze kunnen bellen om de juiste aanspreektitel te veranderen. De rood aangelopen, kortzichtige bediende weigerde de informatie te geven en zei alleen:“Meneer ik wens U niet verder te woord te staan. Ik blijf erbij G.Britolli BVBA is niet hetzelfde als BVBA G.Britolli, U houdt de achter U wachtende mensen op, verdwijn voor mijn loket!”  Gelukkig voor de postdame is Guido de zachtheid in persoon. Manlief had mevrouw Kafka waarschijnlijk door het doorgeefluikje van het loket naar buiten getrokken!   Kafka betaalt je rekeningen: Toen we na een maand vakantie terug thuis kwamen, lag er een onbetaalde rekening van Water-Link , de vroegere Waterwerken te wachten. Deze factuur werd binnen de week na factuurdatum gevolgd door een aanmaning met bijbehorende interesten en administratiekosten. Vermits wij regelmatig uithuizig zijn, laten wij alle doorlopende rekeningen met een domiciliëring bij de bank betalen. We contacteerden onmiddellijk Water-Link. De medewerkster verzekerde ons dat de bank de rekening geweigerd had. Zelf kon ze op de computer zien, dat onze domiciliëring al van 2003 dateerde en er voordien  nooit betalingsproblemen geweest waren. Zij was dan ook zo vriendelijk als we de rekening nog diezelfde dag betaalden, om de extra aangerekende kosten te annuleren. Wij namen contact op met de bank. De bankbediende hield vol dat Water-Link zelf de betalingsopdracht geannuleerd had, dat de bank nooit of te nimmer zelf een domiciliëring annuleerde. Een geïrriteerde bediende bij Water-link beweerde dan weer, dat zij ervan overtuigd was dat het hier om een fout van de bank ging. Om een lang verhaal wat korter te maken, na een maand gefrustreerd over en weer mailen en bellen met arrogante betweterige medewerkers, bleven zowel de bank als Water-link de bal naar elkaar doorspelen. Water-link bezorgde ons een status waarop men kon zien, dat bij hen de domiciliëring nog steeds lopende was. De bank mailde een computerfile waarop duidelijk de domiciliëring uitgevinkt was. Toen er na een maand weer een niet betaalde rekening in de bus viel, ontplofte manlief. Hij dreigde ermee van bank te veranderen als de boel niet binnen de 24 uur opgelost was. Wonder boven wonder ging er plots, ergens in het bankwezen, een licht branden. De volgende dag liet onze bankbediende weten dat op het hoofdhuis computer veranderingen doorgevoerd waren. Daar waren gedurende de vakantiemaanden ‘vermoedelijk’ verschillende fouten ingeslopen… Moraal van dit verhaal. Als je als klant niet op je strepen staat en van je afbijt, gaat het systeem ‘paraplu’ in werking en word je oeverloos van het kastje naar de muur gestuurd.     Kafka is Franstalig: Ook het voormalige Belgacom, nu Proximus ontsnapt niet aan de onafgebroken ergernis en frustratie van de doorsnee klant. Toen de moeder van nichtje Laurie overleed, bracht zij de acte van overlijden naar de klantendienst. Hier werd door een vriendelijke dame verteld, dat zij al het nodige zouden doen om het telefoon- en digitaal kijken- abonnement met onmiddellijke ingang te annuleren. De eerstvolgende factuur zou de allerlaatste zijn. Groot was de verwondering van Laurie, toen er nog zeker een viertal facturen in de brievenbus van het moederlijk huis bleven vallen. Alle rekeningen werden netjes teruggestuurd, maar steeds opnieuw kwamen ze als een boemerang terug naar het inmiddels verkochte appartement. Niet alleen moesten Laurie en haar man het rouwproces verwerken, het appartement leeghalen maar ook nog eens tegen een ‘Kafkaiaanse’ bureaucratie opboksen.  Dus wat doet een brave cliënt, hij of zij belt Belgacom/Proximus om uitleg : Indien U nieuwe klant wilt worden, druk 1:  om een verhuis te melden, druk 2:  om informatie over Uw facturen, druk 3 en zo voort”. Dus oké, 3 werd ingedrukt. “Al onze medewerkers zijn in gesprek, gelieve aan Uw toestel te blijven.” Nadat Laurie een volle tien minuten met een irriterend muziekje en de telefoon tegen het oor gedrukt wachtte, kwam de dame in kwestie nog eens zeggen:” Al onze medewerkers zijn nog steeds in gesprek, waarvoor onze excuses, gelieve aan Uw toestel te blijven”. Nog eens tien minuten verder, viel het muziekje weg en kreeg ons nichtje een bezettoon. Nadat Laurie op verschillende dagen en tijdstippen deze tijdrovende  handelingen steeds opnieuw zonder resultaat herhaalde, drukte zij op nummer 1. “Indien U een nieuwe klant wilt worden, druk 1”.  Binnen de 5 seconden had zij een medewerkster aan de lijn. Deze mevrouw was heel verwonderd maar nadat zij de gefrustreerde uitleg gehoord had, wilde zij onmiddellijk meewerken. “Ik zie hier, dat Uw moeder destijds het abonnement onderschreef in het Franstalige gedeelte van Brussel en zij verhuisde nadien naar Antwerpen, ja? Ik zal U doorverbinden met de desbetreffende klantendienst” Onmiddellijk kwam er een bediende aan de lijn. Madame Kafka verstond geen jota van de Nederlandstalige uitleg. Laurie, zelf half Franstalig opgevoed, legde het probleem in het Frans uit. “Ha, oui, je le comprend, ik begrijp het.  Je consulte l’ordinateur, ik zal eventjes in de computer kijken. Eh bien, bij het abonnement van Uw moeder ik zie staan een notation, maar je ne comprend pas le Néerlandais, ik versta keen Nederlangs.  Alors, voulez- vous, wilt U dit voor mij traduire, vertalen? Ik zal et miskien zeggen, mot par mot, ou bien vous le préférez  phonétiquement?”  De bediende hakkelt op zijn Di Rupo’s Nederlands “Ecoutez, er staat ‘on middel li jeke stop zet tinggg van l’abonnement oewegens over lijeiijden’.. et ça veut dire quoi???” ‘Onmiddellijke stopzetting van het abonnement wegens overlijden’, zo simple was het! “ Ha, comme ça!” De omgekeerde wereld, een medewerkster van een gigantisch bedrijf als Belgacom/Proximus die aan de klant een vertaling vraagt??! Geen haar op het hoofd van deze Belgische Franstalige medewerkster had eraan gedacht om ook maar iemand, uit haar omgeving, om een vertaling te vragen van de tekst die voor haar neus stond. “Oewat ikke niet verstaan, moet ik oek ni veroewerken, n’est-ce pas!” Bedankt Belgacom voor Uw competente medewerkers… Als kers op de taart, wil ik jullie zeker ‘The amazing story of the American Kafka’ niet onthouden. Mijn neef en nicht, Glendon en Marie-Louise kwamen samen met hun kinderen, na een vermoeiende vlucht, heel laat op de avond in Amerika aan. Het was elf uur ’s avonds. Het restaurant van het hotel was al gesloten en de room service niet meer voorhanden. Zij hadden nog geen huurauto en alle eetgelegenheden in de directe omgeving hadden hun rolluiken al geruime tijd neergelaten. Zelfs de fastfoodketen aan de overkant van de straat had alle lichten uitgedaan en zat niet meer te wachten op de legen magen van deze Belgische toeristen. Geen nood, de fastfoodketen bezat een drive in restaurant dat 24h/24h geopend was. Glendon en zijn zoon gingen te voet tussen de wachtende auto’s aanschuiven. Aan het kastje plaatsten ze hun order. So far so good! Toen ze aan het doorgeefluik van de drive in kwamen, hadden ze pech. Mister American Kafka was juist aan zijn nachttaak begonnen. “Sorry Sir, where is your car? Waar is jullie auto?” “We just arrived en wij hebben nog geen huurauto, what’is the problem?” “The problem is Sir, dat ik, volgens our insurance policy geen maels aan mensen zonder auto mag afleveren!”  Alle mogelijke argumenten van het naar eten snakkende duo werden van het menu gevaagd. Glendon babbelde zich blauw, maar de afhaalidioot was niet te vermurwen: “No car, no food!”. Met een gebaar van ‘please leave the area Sir’ zagen de twee Belgen, de voor hun ingepakte fastfood zak  in het hokje van de kassa verdwijnen. Ondertussen had er zich al een hele file auto’s gevormd met hongerige en op vettig eten verlekkerde mensen. De eerstvolgende wagen reed tot voor het loket. De bestuurder draaide de raampjes aan beide zijden van de auto open en riep mijn neef en zijn zoon terug. Zij moesten zich naast de auto, langs de kant van de medepassagier opstellen. Vervolgens vroeg de Amerikaan de bestelling van Glendon  aan de halfgare nachthulp. Deze schoof, zonder mopperen, het ingepakte nachtelijk diner door het raampje van de auto. De bestuurder gaf de zak aan zijn medepassagier, die vervolgens de waarschijnlijk ondertussen koud geworden hap aan Glendon en zijn zoon gaf. Op dezelfde manier werden de dollars ter betaling, door de beide autoraampjes, van Glendon opnieuw aan de medereiziger, vervolgens aan de bestuurder en dan aan de fastfood medewerker gegeven.  Het wisselgeld legde hetzelfde traject in omgekeerde richting af.  “Sorry Sir, rules are rules!”      .     “

Sim
21 0

DE EEN ZIJN DOOD IS DE ANDER ZIJN BROOD

Jaarlijks worden er in België op 1 november met Allerheiligen de doden herdacht. Dit ging vroeger misschien nog veel meer dan heden ten dage gepaard met het zetten van grote potten chrysanten op de graven. Voor de ingang van de begraafplaatsen stonden overal in het land de chrysantenverkopers, iets meer ingetogen dan op de plaatselijke markten, hun waren aan te prijzen. Destijds waren er nog geen als buxusbollen grote chrysantplanten met een overvloed aan kleine witte, gele of roestbruine bloempjes. Alleen planten met tennisbalgrootte witte bloemen werden er aangeboden. De prijs werd berekend naar het aantal bloemen er op de plant stonden. Naargelang de belangrijkheid van de overledene en de financiële draagkracht van de familie werden er vervolgens bloempotten van twee tot acht bloemen aangekocht. Ik had er als zevenjarige een broertje aan dood, maar jaarlijks moest ik een week voor deze herdenking met mijn grootouders mee naar het grote kerkhof van Antwerpen, het Schoonselhof.  Deze begraafplaats is niet zomaar een plekje gewijde grond rond de kerktoren maar een immens groot park waar de vele grafperken met grote lanen en hoge bomen van elkaar afgescheiden worden. Moemoe* en Vava* wilden steevast als eersten hun pot chrysanten op de zerk leggen zodat de ganse familie, die daarna op 1 november als in een  optocht voorbij schreed, onmiddellijk kon zien dat zij nooit een dodenherdenking oversloegen. Met de tram gingen we richting stadsrand. Toen wij aan de ingang van het kerkhof kwamen werden de bloempotten gekocht. Omdat we elk maar twee potten in de armen konden dragen, moest er soms een helpertje van de plantenzaak  meelopen. Dit waren meestal kinderen die in de vakantie en op zaterdag en zondag een centje wilden bijverdienen. Zo ook heeft manlief dit jaren gedaan. Een schriel tienjarig jongetje dat er een beetje uitzag als Ciske de Rat. Hij moest destijds eens een dame begeleiden die zwaar op een stok leunde. Hij droeg de twee grote bloempotten en kwam amper met zijn hoofd boven de bloemtrossen uit. Twee uur aan één stuk dwaalde de dame tussen de grafperken zonder het bewuste graf te vinden. Manlief, toen nog mannetje lief, had zijn armen om de planten gekneld, die stilaan voelden als lood. Toen de dame eindelijk moe gestrompeld was, draaide zij zich om en in plaats van haar geldbeugel te openen, zei ze: “Dat hij deze twee mooie planten van haar cadeau kreeg.”  Hij moest ze dan maar op een graf van zijn eigen familie zetten. Manlief was toen nog een klein braaf kereltje en nog niet mondig genoeg om alsnog achter de beloofde centen te vragen. Volledig beteuterd zocht hij toen nog een half uur lang met twee slapende armen om de gigantische potten geslagen naar het graf van zijn eigen grootmoeder.  Enfin we dwalen af.. Mijn grootouders hadden op de plattegrond van de begraafplaats een circuit samengesteld waar de ontdekkers van de wandel- en fietsknooppunten jaloers op zouden zijn. Er werd aan geen familielid voorbijgegaan. Op verschillende stukken van het traject zag je een rij zwarte auto’s, achter een met kransen behangen begrafenisauto, staan. De zwartgeklede begrafenisstoet, meestal met de pastoor voorop, schuifelde achter de kist naar de laatste rustplaats van hun afgestorvene.  De bloempotten werden op de grond gezet en Vava nam dan ook steevast uit respect zijn hoed af. De grootste en zwaarste bloempotten werden als eerste bij de grafzerken van de voor mij totaal onbekende ouders en schoonouders neergezet. Hier werd, onder het plengen van een traan, een babbeltje tegen de verweerde stenen foto’s van de overledene gehouden. De grafzerk werd volledig opgekuist en de grond rond het graf van alle onkruid ontdaan.  Dan werd de rondleiding voortgezet,naar alle mogelijke voor mij vreemde broers, zusters, nonkels en tantes. Die kregen allemaal een tweebloemige chrysant op hun buik. Bij Tante Jeanne, die nog snel de week voor 1 november de pijp was uitgegaan, stond er nog een eenvoudig kruisje op de verse hoop aarde. Mijn grootouders verzekerden haar: “Dat ze volgend jaar zeker terugkwamen om te kijken wat voor een soort grafzerk er op haar lapje grond geplaatst zou zijn.” Ik wipte van verveling van het ene been op het andere en keek bedenkelijk naar deze eenrichtingsconversatie. Bij het graf van Nonkel John hadden zij het wat moeilijker. “Hallo broer” zei mijn Vava dan “Je zou steil achterover slaan als je moest weten wat jouw Roza, nu allemaal uitspookt. Al haar vrije tijd spendeert zij aan haar nieuw lief. Ze heeft ook niet lang gewacht om opnieuw te beginnen hé!”. Ik keek gebiologeerd naar de grafzerk, maar nonkel John gaf geen teken van leven, hij lag al plat en draaide zich niet om in zijn graf. De roddel was misschien niet diep genoeg in de aarde doorgedrongen.   Om de wandeling over de dodenakker ook voor mij wat aantrekkelijker te maken, werd ik nadien door mijn grootouders op chocolademelk en een taartje getrakteerd. Eén week na 1 november moest er zonder twijfel terug naar de begraafplaats gegaan worden om te controleren hoeveel bloemstukken er achtergelaten waren. Vooral een giswerk, wie en voor hoeveel bloemen chrysanten de appreciatie voor de dode was geweest. Ik was als de dood, dat ik weer op mijn vrije schoolnamiddag deze ‘dodentocht’ moest meedoen. Er hielp geen lieve moeder aan, mijn grootouders waren mijn babysit en hoe hard kleinkind ook zeurde, ik moest mee. De meeste bloemen waren al helemaal verregend en enkele toonden al lichte tekenen van verrotting. Sommige planten waren al morsdood, zo dood als een pier. Op de controletocht werd al snel duidelijk, dat er op de oudste rustplaatsen, jaar na jaar minder chrysantenbollen te zien waren. Veel van de familieleden hadden het aardse leven al ingeruild voor een meer begraven of gecremeerde fase. Die lagen nu zelf onder hun grafzerk of uitgestrooid op eventueel familiebezoek te wachten. Soms dwaalden mijn grootouders ook af naar het perk met de eeuwigdurende grafplaatsen. Hier stonden gigantisch grote grafzerken, net huisjes met een deur, waar volledige stambomen onder begraven lagen. Zerken waren versierd met grote beelden van Jezus, Maria en allerhande engelen, die heel devoot met stenen ogen de hemel in staarden. Bij Nonkel John hielden zij terug halt. Er stonden niet alleen verschillende  chrysantenpotten maar ook een plaasteren vaas met kleurige geglazuurde bloemen, met de tekst ‘Van je lieve echtgenote’.  Vava knikte instemmend:  “Kijk John, Roza is je niet vergeten, jongen. Toch lief dat ze daar toch nog tijd voor gemaakt heeft, nu ze het zo druk heeft met die andere. Och John, die affaire zal ook wel doodbloeden!” Als ik moe werd en uit verveling teveel begon tegen te sputteren, liep Moemoe nog eventjes met mij naar een speciaal kinderperkje. Hier waren kleine steentjes versierd met Teddyberen en miniatuur engeltjes. Moemoe zei niets, schudde alleen treurig en meelevend haar hoofd. Waarschijnlijk wou ze mij er op die wijze op attenderen dat ik in tegenstelling met die arme kindjes nog levend rondliep. Daarna zweeg ik dus maar als een graf. Als afsluitstuk begaven wij ons naar het café recht over het kerkhof. In dit etablissement kwamen soms ook families bij elkaar nadat ze juist een dierbare begraven hadden. Zij schoven aan, aan de koffietafel waar de broodjes met ham of kaas al op schotels lagen te wachten en spoelden de koffiekoeken door met sloten koffie. Onder het vertellen van sterke verhalen over de gestorvene liep de zaak van het afscheid nemen soms wat uit de hand. Sommigen van de familie, vrienden en kennissen vonden dan de weg naar de toog van het café waar ze zich dan gewoon op hun eigen gezondheid lieten vollopen. Na elke necropolisuitstap dronken Moemoe en Vava in deze taverne, ook een paar Trappistbiertjes, liefst met een bodempje grenadine. De tramrit huiswaarts was dan ook altijd een behoorlijk stuk vrolijker, want het verdriet was minder pijnlijk als het weggedronken was.   Sim                                              14 oktober 2014 Moemoe = oma Vava = opa

Sim
242 0

De hoed

Ik draag een hoed.  Soms een echte Stetson maar meestal een volledig uit leder gemaakte Australian bush hat. Ik draag ze om twee redenen, ik vind het mooi en het beschermt me tegen drie zaken: de zon,  de regen en mensen aan de schoolpoort met een paraplu. En over deze egocentrische soort zou ik het even willen hebben. De regen valt als een waterval naar beneden als ik op een woensdagmiddag de schoolpoort nader. Er staan al heel wat ouders en grootouders te wachten tot de bel gaat, het overgrote deel van hen schuilend onder zo’n gekleurde halve bol. Vele kleuren en motieven zijn aanwezig, bolletjes motief, blauwe met kikkers, koetjesmotief maar de meeste met reclame erop voor één of ander bedrijf. Er zijn er zelfs van gekende, dure, kledingsmerken. Zelfs met dit snertweer kunnen ze het pochen niet laten, de steeds opgedirkte vrouwen, naarstig ronddraaiend en speurend opdat iedereen hun teveel betaalde regenbescherming zou opmerken. Als ze bij die egoïstische bewegingen mensen doen wegduiken, pijn doen of regenjasjes beschadigen kan hen niet deren. Neen hoor, het komt niet in hun verwaterde en niet communicerende hersencellen op dat door het niets ontziend wapen in hun handen ze vijf maal meer plaats innemen op onze aardbol, en de ander dragers naast hen idem dito ! Als de bel gaat en de schoolpoort openzwaait breekt de hel pas goed los. Een nietsontziende paraplu dragende massa probeert zich door de 4 meter brede opening te wurmen met alle au’s en godverdomme’s van dien. Boze en pijnlijke gezichten, geluid van scheurend textiel en verhitte discussies voor de ogen van de kinderen die netjes staan te wachten in de gietende regen met hun regenjasjes aan. Een mens vraagt zich af wie hier het goede voorbeeld geeft! Als de meesten de schoolplaats verlaten hebben begeef ik me met mijn kinderen richting zebrapad waar ik zie hoe zelfs de gemachtigd opzichter niet ontsnapt aan de staatsgreep der baleinen en dit onder het toeziend oog van een agent. Nu moet die laatste van mij niemand arresteren voor onopzettelijke slagen en verwondingen of voor verboden wapenbezit maar een opmerking zou misschien toch wel op zijn plaats zijn. Terug thuis en ontdaan van alle natte kledij ben ik opgelucht dat ik geen deel uit maak van die kudde imbecielen. Ik heb respect voor de ogen en kledij van mijn medemensen. Ik draag een hoed.

Hans Roofthooft
44 0
Tip

Het boek - Dochter van de Rivier

Het was oktober 1997… of was het ’95? Ik was nog te jong om me het jaar te herinneren. Ik zat in de lagere school, zoveel is zeker.   Elke vrijdag gingen we met ons klasje naar de lokale bib, een klein zaaltje bomvol boeken in het oude gemeentehuis. En dat had wel zijn charme. Zeg nu zelf, welke bibliotheek heeft een grote voorleestuin mét slotgracht? Gelukkig stond het waterniveau altijd op een laag pitje, want anders waren er misschien al een aantal onder ons in het water gesukkeld terwijl we probeerden om in één sprong naar de overkant te geraken.   Als we niet naar buiten mochten, bleven we op een rijtje staan wachten aan de uitleenbalie. Daar stond ik elke vrijdag wel een kwartier te staren naar hét boek. Zoals je wel weet, staan de boeken in de bib met hun rug naar je toe, alsof ze willen dat je kiest op basis van hun naam en uiterlijk. Alsof ze willen dat je ze niet grondig bekijkt alvorens je kiest.   Het was ‘Dochter van de Rivier’ die steeds mijn aandacht trok. Op de rug zag ik haar, de dochter, die half verdronken ronddobberde in een verlaten indianentempel diep onder het water. Ik moest het boek nieteens van de plank nemen om er volledig door gefascineerd te zijn. (Dat was maar goed ook, want anders had ik op de toppen van mijn tenen moeten gaan staan en was ik misschien onder die boekenkast beland.)   Pogingen om het boek uit te lenen, draaiden op niets uit. “Dat boek is voor volwassenen”, zei de juf terwijl ze me richting kinderboeken duwde. Maar die kinderboeken konden me gestolen worden. Ik wilde het geheim van de ‘Dochter van de Rivier’ ontdekken. Ik wilde te weten komen waarom dit boek me zo aantrok. Maar het uitlenen lukte zelfs na een vriendelijk woordje met de bibliothecaresse niet. Dus vond ik er niet beter op dan het maar zelf te schrijven.   De hele zomervakantie was ik ermee in de weer. Ik pende een verhaal over de dochter van de riviergod. Die werd geboren nadat de rivier op een dag een offer kreeg. De vrouw die geofferd werd, was zo knap dat de rivier haar het leven niet kon benemen. Tegelijk wilde hij de indianengemeenschap niet nodeloos angst aanjagen. Daarom sleurde hij haar mee naar een afgelegen plekje, waar hij goed voor haar zorgde. Op haar beurt schonk zij hem een kind. Haar dochter bleef bij de rivier wonen. Ze leefden nog lang en in vrede samen.   Op zich was het geen al te geniaal verhaal, dus bleef het jaren aan een stuk in mijn bureauschuif liggen.   Meer dan 10 jaar later, toen de bib al lang uit het gemeentehuis verhuisd was en ik intussen in de stad woonde, was er toevallig een braderij aan de gang. Uit verveling ging ik eens kijken. Voor mijn oude vervallen schooltje stond een stand van de bib, die uit de collectie afgevoerde boeken verkocht. Raad eens welk boek ik daar zag liggen. ‘Dochter van de Rivier’. Deze keer kon niemand me tegenhouden om het te kopen en te lezen. Het boek waar ik jaren geleden naar verlangde, had ik plots in mijn bezit. Wat een toeval toch.   Het toeval werd nog groter. Ik had geen flauw idee waarover het boek zou gaan, maar mijn verbazing was groot toen ik na een paar bladzijden de verhaallijn herkende. Ik pakte mijn oude verhalenschriftje erbij. En jawel, de verhalen kwamen grotendeels overeen – al was het boek duidelijk niet geschreven door een schoolkind. Maar hoe had ik in godsnaam zonder lezen kunnen weten wat erin zou staan?

S. Gielis
4 0