Musserdemus zei Sus Ganserdegans zei Hans Hans en Sus leven op het erf Wijzen dat kleine kind de weg Ze leren over verbeelding en avontuur Over ‘t eren van het kleine En 't verbod op het kleineren van al wat is Zeker van mezelf.
ze stookt extra hard - voor de gasten straks wacht een warme kamer
Nonkel Ik wens je nog vele jaren vol gefonkel Peter Voor jou 'tzelfde, maar dan nóg beter Tuttertut Dit jaar is 't met nieuw klein grut Kleintjeklein ‘t Zal voor deze zomer zijn
Koud Een verdwaalde handschoen zwerft op de grond Omringd door restanten van een afhaalmaaltijd Strakblauwe lucht De zon hoeft geen moeite te doen Ik knijp even mijn ogen dicht De gevels van de huizen vangen voorzichtig een gouden gloed Wat is het nog stil Stil Op deze koude kersochtend in Amsterdam
Ketels vol gretels Emmers van Remmers Kleuren die beuren Dat, is me wat...
Riet dat krakelt, een vogel die kakelt. Of was het een kip? Ik vertrek in een wip, geeuw met een zucht en aanschouw haar vlucht. Ze kruiste m’n pad. De heuvel was nat.
Zie ze draaien Die schoepen naast de haaien ‘t Eiken laat zich gelden In ‘t zeetje van golvende velden De wolken maken het bond Zo, de cirkel is weer rond
De angst maakt me toch wel echt het bangst. ‘t Is een omarming die vraagt om wat erbarming. Dan wordt het een vreugd die me geneugd.
Dag per dag strijkt de tijd voort. ‘t Is een beweging met geen stoppen aan. Voor je het weet is ‘t een jaar of vier zoals het hoort. ‘t Is heel anders dat ‘t bewegen met m’n fietske op de baan. En wat dan in dat zwarte gat? Daar zou m’n fiestke niet weten hoe ‘t remmen kan. Maar ‘k zou wel kunnen teruggaan hoe ‘k het gisteren had. Toch gek da’t in het midden misschien wel weer keren kan...
Ik zoek naar de woorden, maar ‘t lijkt wel alsof ze m'n keel doorboorden Misschien als ik ze pen... dat ze wel meer worden zoals ik ben
Woorden vloeien Daden boeien Liesje met haar snelle vaart Levendig en onverstoonbaar bedaard En toch is ‘t blad aan de bomen Niets tegen ‘r levendige dromen Een beetje als de lamp benee op ‘t pad Een stille kracht, maar zo gevat
Klei, zand, stro en wat water om ‘t geheel te laten samenwerken Leerde de zwaluw dat van ons? Of waren zij het ei?
Overlijden dat geenszins over ‘t lijden gaat.
Zuchten, kluchten, muchten of mugten of... Gewoon muggen? Smurfen smurfen dus muggen muggen? Gesmurft en gemugt! Mugten houdt dan ook wel steek. Ze heeft me gemugt, zei ze met een zucht. Och, wat een klucht.
De romantiek wordt excentriek Het zit zelfs in ‘t scheren van de coniferen En waarom wil ik dan toch weer... meer en meer en meer ‘t Bijproduct van m’n brein denkt zichzelf soms wel eens te zijn Ja, het leven leven stap voor stap is opzich al een hele hap Ooh romantiek, maak me niet te fanatiek
Één twee drie... Snottebel! Foei! Je durft wel. Één twee drie... Broek af! Ooh! Dat wordt je graf. Één twee drie... Schuimgebak! Ja, daarmee kan je aan de bak. Één twee drie... Gefopt! Ik zie het al, je bent ontpopt.
De thematiek wordt fanatiek Janjaap staat nu wel echt voor aap Z’n teddybeer heeft een oogje op de Heer Dasserdas herinnert zich nog hoe dat was Hermelijn vond het ooh zo fijn Dit verhaal vertelt zichzelf wel, ‘t is iets met hemel... en hel.
Ik weet als geen ander dat ik niet zie wat ik zie. Ik zie wat ik wil zien en dat maakt me droef. Droef omdat de ladder rijkt naar een onzichtbare poeef. Netten als garen, stenen als paren. Netten en garen, stenen in paren. Ik vertrouw dat ik zie wat ik zie. Ik blijf hier. Voor ‘t plezier.
Het begin... Zal altijd wezen wat het is, eenvoudig en angstaanjagend. De weg wijst zichzelf, het eind mist zijn doel.
Nergens iets te bespeuren op het kale oppervlak.De wind waait als een zeis over het veld en vind niets. Niemand komt hier omdat er niets is te zien. Alleen de poëet komt om de stilte te ervaren. De poëet en de leegte. Een blad zonder inkt. Ogen op oneindig. De wind die hen vergezeld. Was er maar iets, een teken dat er hoop is. Maar de kilte omringd hen als mist binnenkomt. Melancholie stuurt het schip zonder kapitein. Gedachten als spookschepen gaan voorbijNiemand die de geesten merkt. Waarom zou de zon komen? Om welke reden zou één woord beter zijn dan niets? Rillingen glijden over het oppervlak. Fouten werden gemaakt. Eenmaal het begint vallen vlekken overal. Sommige plekken zijn doordrenkt. Van tranen of inkt. Van zweet van de zon die doorbreekt. Sta op. Doe iets. Breek de spreuk. Lente is hier. Breng mij één bloem.