Lezen

De weg naar mezelf

Inleiding Ik weet eerlijk gezegd niet zo goed hoe ik hieraan moet beginnen. Veel mensen hebben mij al verteld dat ik alles wat ik zeg eens moet neerschrijven maar het probleem is dat ik heel vaak vergeet wat ik gezegd heb. Ik denk dat dit een soort samenbundeling zal zijn van ideeën die ik heb over het leven en de maatschappij waarin we ons momenteel bevinden. Ik zal dieper ingaan op veel voorkomende psychologische problemen die zich ook uiten in lichamelijke problemen, ook op het individuele streven naar geluk en de verbinding die we kwijt zijn geraakt met de natuur en met de mensen rondom ons. Dat laatste is iets wat volgens mij heel wat dagdagelijkse maatschappelijke problemen veroorzaakt. Als we ons niet meer verbonden voelen met onze planeet en met de mensen rondom ons, hoe kunnen we ons dan empathisch opstellen? Hoe kunnen we dan handelen zonder onszelf altijd voorop te zetten en zonder persoonlijke belangen maar gewoon voor het belang van een ander of voor het belang van onze planeet?   Voorwoord Wanneer ik opgroeide had ik altijd een gevoel dat ik hier niet op mijn plaats was. Ik stelde mij vragen bij heel wat dingen waarover anderen geen vragen stelden en ik begon te denken dat er iets mis was met mij. Mensen noemden mij heel gevoelig en zeiden dat ik mij te veel aantrok van alles wat er rond mij gebeurde. Ik stelde mij ook heel vaak vragen bij de maatschappij op zijn geheel. Het voelde alsof alles al op de een of andere manier bepaald was voor mij. Mijn pad lag al klaar. Eerst het lager onderwijs, daarna een aansluitende middelbare opleiding, waarna je op een achttienjarige leeftijd de “levensbelangrijke” keuze moet maken voor een vervolgopleiding die het traject van de rest van jouw leven zal bepalen. Zo laten de mensen rondom jou het toch uitblijken. Tijdens het middelbaar kon ik nooit denken over de toekomst. Het was iets wat mij bang maakte omdat het er eerlijk gezegd niet rooskleurig uitzag. Ik had het gevoel dat ik vasthing aan verwachtingen van anderen en dat ik niet volledig vrij was. Ik weet dat het een jonge leeftijd was om dat gevoel al te hebben maar toch was het een heel overheersend gevoel, iets wat ik nooit zal vergeten. Ik had heel veel ideeën in mijn hoofd over wat ik wou doen maar niets leek op dat moment realistisch. Dat werd vooral veroorzaakt door de reacties van mensen uit mijn omgeving. Wanneer ik dan op achttienjarige leeftijd afstudeerde had ik echt geen idee wat ik verder wou doen met mijn leven. Ik stelde voor om een tussenjaar te doen maar daar gingen mijn ouders niet mee akkoord uit schrik dat ik nooit zou verder willen studeren. De voorwaarde was: eerst studeren en daarna reizen. Het voelde alsof ik mijn eigen leven uitstelde. Ik begon eerst met een studie journalistiek zonder hier ook maar iets over te weten. Ik koos deze opleiding enkel en alleen maar met het idee dat ik hiermee veel zou kunnen reizen. Na de eerste week was deze opleiding een heel grote teleurstelling omdat het totaal niet overeenkwam met de verwachtingen die ik hierover had. Natuurlijk was het mijn volledige fout omdat ik geen research gedaan had. Daarna begon ik aan een lerarenopleiding Frans en Engels, puur om te focussen op mijn talen. De lat lag daar onmiddellijk heel hoog en hoewel ik dacht dat ik goed was in talen kreeg ik hier wel een ferme reality-check. Om dit niveau bij te houden ging ik al mijn vrije tijd kwijt zijn om allerlei dingen in te halen om de lessen te kunnen begrijpen en te vertalen naar het Nederlands. Na deze twee pogingen voelde ik mij verschrikkelijk slecht en verloren. Al mijn medestudenten van het middelbaar leken al hun weg gevonden te hebben en waren vol moed begonnen aan hun hogere opleiding. Ik voelde mij nog meer dan ooit een buitenstaander omdat ik eigenlijk totaal niet wou verder studeren en gewoon mijn eigen ding wou doen. Na een paar dagen nadenken kwam de lerarenopleiding lager onderwijs op mijn pad, vooral op aanraden van mijn familie. Ik besloot dan om het toch maar te proberen om iets te doen, gewoon om bezig te blijven. Ik startte met de opleiding en het ging eigenlijk wel beter dan verwacht. Ik denk door het feit dat de focus ligt op kinderen dat de opleiding wel iets voor mij was. Ik ben heel graag omgeven door kinderen omdat zij nog niet zo sterk beïnvloed zijn door de maatschappij en door de verwachtingen die hen worden voorgelegd. Ze zitten nog in hun eigen creatieve wereld en laten zich nog verwonderen door alles rondom zich. Kinderen leven in het hier en nu en onderzoeken alles wat ze tegenkomen in het leven. Ik denk dat we allemaal wel nog die kinderlijke eigenschappen in ons hebben maar dat dit door de serieusheid van het “echte leven” onderdrukt wordt. Dit is iets waar ik in dit boek verder op in zal gaan. Na het afronden van de driejarige bacheloropleiding als leerkracht lager onderwijs dacht ik dat ik eindelijk ging kunnen starten met reizen. Maar toen werd ik wakker geschud door het feit dat mijn rekening zo leeg was als iets. Bovendien startte toen ook de coronacrisis waardoor reizen steeds onmogelijker werd. Ik besloot om aan het werk te gaan als leerkracht in OKAN, een job die ik met hart en ziel deed. Maar toch had ik altijd het gevoel dat ik iets miste. De drang om te reizen en mezelf te ontdekken was zo danig groot dat ik het niet van mij kon afzetten. Ik begon mij opnieuw heel verloren te voelen en mijn situatie leek op dat moment uitzichtloos en onveranderbaar. Ik had het gevoel dat er zo veel verwachtingen werden opgelegd en dat ik hier niet van kon afwijken. Het leek alsof ik geen keuze meer had maar dat was een illusie. Het moeilijkste op dat moment was ook het gevoel dat daaraan gekoppeld was. Ik voelde mij als een buitenstaander en voelde mij bovendien heel onbegrepen. Het ging zo ver dat ik het nut van het leven niet meer zag. Voor mij hoefde het allemaal niet meer, heel gek om te zeggen nu. Ik dacht vaak in mezelf “als dit alles is wat het leven te bieden heeft, dan weet ik eigenlijk niet waarom ik nog in leven ben.” Ik dacht zelf aan manieren om er een einde aan te maken, zo ongelukkig voelde ik mij. Tot ik op een gegeven moment realiseerde dat het niet meer verder kon op die manier en dat ik eigenlijk ook niets meer te verliezen had. Mijn situatie kon op dat moment niet meer erger en dat was voor mij de push om een hele grote sprong te wagen. Al het geld dat ik in de voorbije jaren gespaard had door verschillende jobs en door het feit dat ik nog bij mijn ouders woonde ging ik investeren in mezelf en in mijn geluk. Ik begon een plan te maken dat steeds realistischer leek. Ik maakte de keuze om te luisteren naar mezelf en om mijn eigen supporter te zijn. Vanaf dat moment is mijn leven 360 graden gedraaid.

buttercupfee
0 0

Latency of Being

Hij zat aan de bar met een gezichtdat op instorten stond,zijn ogen: twee verroeste schroevenin een machine die niemand meer wil repareren. Zij kwam binnen met de windaan haar riem, haar jurk een vlagvan goedkope wasverzachter en gemorste wijn.*Het spijt me,* zei ze,maar zei het alsof het een ziekte wasdie ze onderweg had opgepikt. Hij wees naar een lege stoeldie kraakte onder het gewichtvan alles wat niet gezegd werd.*Ze hebben de jukebox gemold,* mompelde hij,*nu speelt het alleen nogde stiltes tussen de nummers.* Ze bestelde een aperol zonder ijs,zonder citroen, zonder oogopslag.*Mijn ex heeft een algoritme van me gemaakt,* lachte ze,*ik heet nu **HerInnering 2.0**crashte gisteren tijdens een update.* Hij roerde in zijn negroni met een vingerdie ooit een trouwring droeg.*Ik heb een zoon van 8 die denktdat ik een chatbot ben.* Buiten kermde een zelfrijdende autotegen een lantaarnpaalgeen gewonden, alleen een lege melding:**Excuses voor het ongemak.** Toen de kroeg dichtging,hingen ze in elkaars bluetooth-bereiktwee verloren pakketjes datazoekend naar een open netwerk.*Mijn bed is een serverrack,* zei hij.*Komt wel goed,* loog ze.Hij keek naar haar lippenstift,een bloedspoor dat ontsnapt wasuit een mislukte reboot. In een steeg probeerde hijeen gebroken QR-codete scannen met zijn telefoon.*Dit was het huis van mijn moeder,* hijgde hij,*nu staat er een parkeer-app.*Ze gaf hem een koffiebekertjemet een lipstickveeg*Hier,* zei ze, *bevat 2,3% echte emotie.**Beter dan niks.*Ergens huilde een smart speakerzichzelf in slaap. Ze lopen elk een andere kant op,hun stappen geüpload naar asfaltdat morgen wordt gewist.Alles wat blijft is een notificatie:**Poging tot verbinding mislukt.Opnieuw proberen?**Hij drukt op **Nee**.Zij op **Misschien**. De stad slikt ze allebei inzoals altijdbit voor bit.

Merlijn
11 0

Een traktaat over het bewust omgaan met de fysieke drager

1.      Als hoeder van een soeverein lichaam ben ik mij bewust van de tijdelijkheid van dit vehikel dat mijn ervaringsveld afbakent. Dit doet echter geen enkele afbreuk aan de onvoorwaardelijke liefde waarmee ik mijn verschijningsvorm omring. Tegelijk weet ik dat het bewustzijn van waaruit ik nu spreek deze grenzen van tijd en vorm overstijgt. Ik ben niet dit lichaam. 2.      Als hoeder van een soeverein lichaam heb ik het zeggenschap over wat er met mijn lichaam gebeurt en hoe het behandeld wordt. Zonder mijn bewuste en vrijwillige toestemming is er geen enkele externe bron die over deze hoedanigheid beschikt. Indien ik door uitzonderlijke omstandigheden niet bij machte ben om die toestemming te geven, dient er steeds een universeel respect voor de natuurlijke intelligentie van het lichaam vooropgesteld te worden. 3.      Als hoeder van een soeverein lichaam draag ik de verantwoordelijkheid voor het welzijn van dit lichaam. Ik zie erop toe dat er gehandeld wordt naar de grenzen en noden van mijn lichaam en ben mild voor mezelf als mij dat om bepaalde redenen toch niet lukt. Fundamenteel draag ik de intentie om dit lichaam gezond te houden en tijdig te voorzien van dat wat voedend, heilzaam en herstellend is. Eigenliefde is de bron van waaruit ik mijn lichaam benader. 4.      Als hoeder van een soeverein lichaam heb ik vertrouwen in de natuurlijke intelligentie van dit lichaam en tracht ik hier naar te handelen. Ik raadpleeg mijn lichaam als bron van informatie die het rationele denken overstijgt en stel mezelf open om boodschappen van mijn lichaam te ontvangen. Ik accepteer dat heling geen lineair proces is en hecht waarde aan zowel de subtiele als minder subtiele gewaarwordingen in mijn gevoelsveld.  5.      Als hoeder van een soeverein lichaam behoed ik dit lichaam voor schadelijke externe intenties en ga ik bij het lichaam zelf ten rade om dat onderscheid te kunnen maken. Ik raadpleeg daarvoor mijn intuïtie en bij twijfel zoek ik naar heldere informatie die intern resoneert. De heilzame keuzes kenmerken zich door hun ongedwongenheid en vertrouwen in het lichaam en zijn niet gefundeerd op angst of een plichtsgevoel. 6.      Als hoeder van een soeverein lichaam draag ik de wetenschap dat dit lichaam holistisch verbonden is met mijn denk- en gevoelswereld, met voorouderlijnen en alle externe verschijningen. Dit lichaam maakt deel uit van een oneindig creatief geheel en reageert cyclisch en natuurlijk mee met de bewegingen van dat geheel. Via mijn lichaam kan ik niet alleen gewaarworden wat er speelt in mijn persoonlijk veld, maar ook wat er zich roert in het collectieve veld. 7.      Als hoeder van een soeverein lichaam beschouw ik geen enkele kwaal of fysieke beperking als een ‘fout’ van het lichaam, omdat ik weet dat elke ervaring zijn betekenis en waarde heeft. Omdat de intelligentie en beweegredenen van het lichaam, die verbonden zijn met een universeel geheel, het menselijk perceptievermogen overstijgen, is twijfel niet gegrond. Zelfs al kan ik vanuit deze vorm het geheel niet overzien, toch weet ik dat de reacties van het lichaam vanuit een dieperliggende waarheid voortkomen en behandel ik elke fysieke reactie als betekenisvol. 8.      Als hoeder van een soeverein lichaam bescherm ik dit lichaam tegen commerciële exploitatie. Mijn lichaam is geen handelswaar, noch verbindt het zich aan een contract of verdienmodel. Mijn lichaam is niemands bezit en wordt beschermd tegen de invloed van opportunistische belangen. De essentie van het lichaam overstijgt cijfers, statistiek en elke vorm van dataverwerking.  9.      Als hoeder van een soeverein lichaam sta ik in voor het waarborgen van de natuurlijke vrijheid die mijn lichaam toebehoort. Ik zal waken over de helderheid van mijn perceptie en steeds gegrond trachten in te schatten welke keuzes of overtuigingen deze vrijheid inperken. Ik ben verantwoordelijk voor het bewaken van mijn lichamelijke vrijheid en belichaam die verantwoordelijkheid in een levenshouding. 10.   Als hoeder van een soeverein lichaam volg ik het ritme van mijn lichaam. Uit liefde voor mijn lichaam koppel ik mij los van externe maatstaven die natuurlijke cyclussen overschrijven. Een natuurlijk ritme staat los van planning, verwachting en werkdruk. Mijn lichaam zal rusten als het om rust vraagt, ook als dat indruist tegen overtuigingen, verwachtingen en gewoontes. Ik tracht mijn keuzes en reacties af te stemmen op een gezond en authentiek ritme en vind manieren om dit gebalanceerd te integreren in de praktische werkelijkheid. 11.   Als hoeder van een soeverein lichaam weet ik dat het lichaam, in elke toestand, steeds een perfecte creatie is. Er kunnen wel ideeën en verwachtingen gekoesterd worden die perfectie omschrijven, maar vanuit universeel standpunt is elk natuurlijk lichaam volmaakt in zijn huidige toestand. Alle mogelijke wijzigingen, modificaties, manipulaties of correcties aan het lichaam die niet geworteld zijn in hoogbewuste vrijwilligheid worden voor de hoeder van een soeverein lichaam als ongewenst beschouwd.  12.   Als hoeder van een soeverein lichaam sta ik erop dat elke medische behandeling en interactie gefundeerd is op nederigheid en respect ten opzichte van het lichaam. Dat begint al bij de manier waarop het lichaam taalkundig aangeduid wordt. Het lichaam is geen ‘case’, geen nummer, noch is het woord ‘patiënt’ passend. Het lichaam is de unieke verschijningsvorm van een entiteit die tijd en vorm overstijgt. Het is een sacraal instrument waarvoor er ontzag en verwondering kan opgebracht worden. In plaats van ‘dokters en patiënten’ zouden we bijvoorbeeld kunnen spreken over ‘genezers en ervaringsdragers’. In het beste geval zijn de genezers eveneens ervaringsdragers. 13.   Als hoeder van een soeverein lichaam weet ik dat ik dit lichaam kan helen. Het zelfherstellend vermogen van het lichaam kan op een bewust niveau bekrachtigd worden met aandacht en intentie. Elk lichaam is ontvankelijk voor aandacht en intentie. Het zijn primaire genezingskrachten. 14.   Als hoeder van een soeverein lichaam ben ik mij bewust van de invloed van taal en waak ik over de woorden die ik gebruik wanneer ik over mijn lichaam spreek. De specifieke energie die met een woord verbonden is, kan zowel een magische spreuk als een beperkende vloek zijn. Ik kies er daarom voor om mij te omringen met anderen die zich even bewust zijn van de kracht van taal en ze heilzaam hanteren. Karolien Demanhttps://www.karoliendeman.com/blog/2026/5/22/hoeder-van-een-soeverein-lichaam(Door mij bijgesneden) foto van www.talesofaperture.com

KarolienDeman
0 0

Team Bus

Tom en ik, we noemen onszelf Team Bus. Hij langs de kant van de busplanning. Ik langs de kant van de uitstapplanning. En ergens tussen vertrekuren, parkeerplaatsen, zieke chauffeurs en “oei, dat is precies verkeerd doorgegeven”, vinden wij mekaar regelmatig. Normale dingen regelen we via mail. Dat hoort zo. “Beste, graag een offerte voor twee bussen richting Oostende.” Dat soort dingen. Maar als er ergens een schoolgroep staat te blauwbekken in de regen of een chauffeur plots in Dendermonde blijkt te zitten terwijl hij eigenlijk in Asse moest zijn, dan bellen we. Dan komen de echte gesprekken. “Wacht hè Katrien, ik ga eens kijken.”“Ah nee, dat is den anderen bus.”“Ge zijt zeker?”“Tiens. Da’s wel speciaal.” Zo van die gesprekken. En het vreemde is: ik heb het gevoel dat Tom stilaan een vriend aan het worden is. Zo iemand waarvan ge denkt dat ge hem eigenlijk al jaren kent. Dat we misschien samen op school hebben gezeten. Dat we mekaar ooit halfdronken zijn tegengekomen in een bruin café ergens naast een biljarttafel. Dat hij mij ooit al eens een sigaret heeft gegeven op een parking van een fuif in 1998. Soms voelt het alsof wij al een heel traject samen afleggen. Alsof wij collega’s zijn in een kleine oorlog tegen verloren chauffeurs, dubbele reservaties en kinderen die dringend moeten plassen net wanneer de bus de autostrade opdraait. Ik hoor zijn stem vaker dan die van sommige echte vrienden. Wij maken mini-crisissen mee samen. Kleine rampen die altijd dringend lijken maar achteraf geweldige verhalen worden. En elke keer opnieuw lossen wij dat op. Tom aan zijn kant van de dispatching. Ik aan mijn kant van de chaos. Terwijl ik hem eigenlijk niet ken. Ik weet niet hoe hij eruitziet. Ik heb nog nooit met hem aan een tafel gezeten. Geen koffie gedronken. Geen pannenkoeken gegeten. Niets. Maar in mijn hoofd bestaat Tom heel duidelijk. Tom is groot. Niet dik dik, maar zo’n geruststellend buikje van iemand die graag eens een goed stuk vlees eet en daar een Duvel bij drinkt. Hij heeft een stoppelbaard. Draagt jeans. Altijd jeans. En van die blauwe River Woods-truien over een hemd. Geen modieuze sneakers maar degelijke schoenen waar ge desnoods ook ne keer een camion mee kunt lossen. Enfin. Zo ziet Tom eruit in mijn hoofd. Ik zou hem kunnen googelen. Maar dat gaat nu niet meer. Het beeld is af. Het decor staat recht. En ik ben bang dat de realiteit het gaat verpesten. Want stel u voor dat Tom eigenlijk klein is. Smal. Blond. Dat hij beige geruite hemden draagt en een klein beetje naar natte boekentas ruikt. Dat zou verschrikkelijk zijn. Dan zou geen enkele buscrisis nog hetzelfde voelen. Dat had ik vroeger ook met stemmen op de radio. Michel Follet bijvoorbeeld. Man man man. Ik hoorde die op Radio 2 en in mijn hoofd was dat een soort filmster met charisma tot tegen de muur. Tot ik hem ooit zag in de TV Story. Ik was oprecht ontgoocheld. Niet omdat hij lelijk was. Maar omdat hij niet klopte met mijn versie van Michel Follet. Of die vrouw van het circus waar ik maanden telefoons mee deed. Ik zag een warme, donkere, voluptueuze zigeunervrouw voor mij. Veel armbanden. Grote rokken. Zware parfum. Maar toen kwam ze toe en bleek ze blond, klein en Duits-modern-jaren-tachtig te zijn. Zo iemand die waarschijnlijk kiwi in blokjes snijdt bij het ontbijt. Dat was lastig. Dus misschien moet ik Tom gewoon laten bestaan zoals hij nu bestaat. In die gezellige parallelle werkelijkheid waar hij nog altijd groot is, lichtjes naar Duvel ruikt en met één hand een busprobleem oplost terwijl hij met de andere een broodje préparé vasthoudt. En wie weet hoe Tom mij ziet. Misschien denkt hij dat ik slank ben. Dat ik lang blond haar heb dat altijd goed ligt. Dat ik zo’n vrouw ben die zelfs tijdens een crisis nog elegant klinkt aan de telefoon. Zo iemand die rustig “dat komt wel goed” zegt terwijl achter haar een school vol kinderen collectief in paniek staat. Misschien denkt hij dat ik met een zonnebril op in een cabrio rondrijd tussen culturele uitstappen door. Dat ik nooit vloek. Dat ik georganiseerd ben. Zo’n madam met kleurcodes in haar agenda en muntthee in een thermos. Of misschien ben ik voor hem een soort deftige mevrouw in een lange beige jas die proper “goeiedag” zegt en naar lavendel ruikt. Iemand die nog nooit een préparébroodje boven een stuur heeft gegeten onderweg naar een schoolvoorstelling. En eerlijk? Ik hoop het een beetje. Want zolang wij mekaar niet echt kennen, mogen wij nog vanalles zijn. Dan blijft Team Bus iets schoon. Twee mensen die mekaar eigenlijk alleen kennen in stresssituaties, omringd door zwetende chauffeurs en kinderen met fluohesjes, maar die intussen wel een volledig personage van mekaar hebben gemaakt. Dus nee. Ik ga Tom niet googelen.

Katrien Daniels
42 2

De broek

In het café zit een man wezenloos voor zich uit te kijken. Zijn koffie heeft hij half opgedronken. Het lijkt alsof zijn gemoed ook maar voor de helft gevuld is. De kastelein ziet me naar hem kijken. “Misschien vertelt hij het nog eens”, fluistert hij. Het klinkt alsof de man het verhaal ononderbroken heeft verteld. “Ik had het niet gezien”, zegt de man. De cafébaas droogt zijn handen aan een handdoek en gebaart van ‘even te wachten, de rest komt wel.’ De man neemt nog een slokje koffie en gaat verder. “Haal je mijn broek bij de naaister?, vroeg ze. Hier is het bonnetje. Wat kan er fout lopen? Ik deed wat me gevraagd werd. Ik bracht het tasje naar huis en legde het in de keuken. Een perfecte avond. Maar dan, na het avondeten. Ze nam het tasje en haalde de broek eruit. Ik zag ze kijken. Ze draaide de broek drie keer om. Ze keek me aan alsof ik een dictator ben die het leven van de helft van zijn bevolking op zijn geweten heeft. " "Zie je het niet?, riep ze. Dat is mijn broek niet. Zie hoe groot die is. Daar pas ik drie keer in.” "Nee, ik ga verdomd niet rechtstaan, ging ze verder. Dat je zoiets nog maar durft denken.” “Ze moet het in mijn ogen hebben gezien. Maar ik 'dacht' het alleen maar." De man denkt even na. “De naaister heeft die broek wellicht getoond, maar ik was er met mijn gedachten niet bij. Ze heeft zich vermoedelijk van bonnetje vergist.” “Thuis zou het enkel beeld en geen klank zijn. Dan maar naar hier.” Hij kijkt me aan. Nog steeds met diezelfde lege blik. Ik zeg niks.  Misschien is het geluid van de cafébaas die de glazen spoelt voor hem genoeg.

Rudi Lavreysen
13 1