Lezen

Tip

Eva zoekt de perfecte auto

Zondagochtend. Tien uur. De kinderen zijn gevoed. Even geen stress. Een tosti met sinaasappelconfituur, zwarte koffie en letterlijk een momentje om van te genieten, terwijl mijn kinderen in een Fortnite-call naar andere kinderen roepen dat iemand moet schieten, dekking moet geven of blijkbaar dringend ergens heen moet rennen. Ik dacht eerst dat het Minecraft was. Blijkbaar is het Fortnite. Dat onderscheid heeft mijn brein tot nu toe kennelijk niet belangrijk genoeg gevonden om op te slaan. Goed. Ik heb mijn plezante momentje. Ik doomscroll op mijn pas opgestarte TikTok-account, waar ik vrij willekeurig foto's post van auto's die mijn aandacht trekken. Mooie lijnen, snelheid, dat vreemde gevoel van vrijheid dat sommige auto's alleen al door hun uiterlijk lijken te beloven. Ik fotografeer eigenlijk gewoon mijn begeerte. En natuurlijk leert het algoritme snel. Voor ik het weet zit mijn feed vol supercars en hypercars. Ferrari. Lamborghini. Koenigsegg. Pagani. Namen die ik nog maar net uit elkaar begin te houden. Rustig allemaal. Niets wijst erop dat mijn zondag binnen enkele minuten volledig ontspoort in alweer een onderzoek waar niemand mij om gevraagd heeft. Ik mag mij gelukkig prijzen wanneer mijn brein niet de zoveelste briljante vraag produceert die vervolgens onderzocht moet worden tot de informatie ongeveer uit mijn oren komt. Maar goed. Die zondag zag ik een interview passeren met de eigenaar van een Pagani. Hij vertelde waarom hij de auto had gekocht. Prachtig ding. Bijzonder. Exclusief. Bla bla bla. En toen hoorde ik de prijs. Ik verslikte mij bijna in mijn koffie. Ik weet nog helemaal niet bijzonder veel van auto's. Ik leer momenteel nog modellen, motoren, merken en technische begrippen kennen. Maar zelfs met mijn beperkte kennis klonk wat ik hoorde verdacht veel als... Absurd. Laten we het beleefd houden. Want waarom kost een Pagani met prestaties die op papier niet noodzakelijk vijf keer indrukwekkender zijn dan die van een Ferrari soms wél vijf keer zoveel? Een normaal mens zou waarschijnlijk zeggen: Omdat hij exclusiever is. Klaar. Prima antwoord. Helaas ben ik geen normaal mens wanneer iets mijn nieuwsgierigheid heeft gewekt. Ik blijf vragen stellen. Waarom exclusiever? Wat kost er dan zoveel? Materialen? Ontwikkeling? Productie? Handwerk? Schaarste? Merknaam? Status? Waardebehoud? En hoeveel betaal je uiteindelijk voor de auto zelf en hoeveel voor het verhaal dat eromheen gebouwd is? Ik graaf tot ik begrijp waarom. Bij voorkeur met cijfers. Sorry, mensen. Zo zit ik blijkbaar in elkaar. En dus begon ik, moeder van twee kinderen, met een serieuze job en al meer hobby's dan strikt noodzakelijk, op een doodgewone zondagochtend plots de economie van hypercars te onderzoeken. Met op de achtergrond: “DEKKING! DEKKING! HIJ ZIT ACHTER JE!” Fortnite dus. Niet Minecraft. Ik leer bij. En daar begon het.

Apex Eva
68 3

Prachtige wallen (deel 4)

7 februari 2014 Het gaat niet goed. Het gaat helemáál niet goed. Lijkt elke dag wat moeilijker te worden om met Magda te praten. Gelukkig heb ik mijn job. Leraar geschiedenis. Vreemd genoeg bevalt het me wel, voor de klas staan. Heb het gevoel dat ik iets bijdraag, betekenisvol werk verricht. Kijk, we hebben het in het Westen nog nooit zo goed gehad. We leven in een democratie waarin onze rechten door de wet worden beschermd, worden door geen enkele Godsdienst of andere ideologie onderdrukt, en zijn rijker dan ooit tevoren. En we vinden dat allemaal doodnormaal. Omdat we er nooit meer bij stilstaan dat al onze rechten verworvenheden zijn. Dat onze grootouders en overgrootouders hebben gevochten voor onze vrijheid. Als leraar geschiedenis breng je je leerlingen echter een historisch bewustzijn bij. Wijst hen erop dat er op het einde van de negentiende eeuw nog geen nine to five jobs bestonden in de fabrieken. Dat het stakingsrecht niet altijd in ons wetboek heeft gestaan, maar afgedwongen moest worden. Dat er vroeger zoiets als slavernij bestond, mensen elkaar als bezit konden beschouwen, omdat de een toevallig in een betere familie was geboren dan de ander. Dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nog niet zo oud is. Je doet je leerlingen beseffen dat niks vanzelfsprekend is, en dat we onze ((over)groot)ouders dankbaar mogen zijn voor de wereld die ze ons hebben nagelaten. Weet je, je hoort gepensioneerde mensen soms klagen dat onze generatie verwend is. 'Een oorlog, dat is wat ze nodig hebben. Dan zullen ze hun leven pas werkelijk op waarde schatten.' En daar zit iets in. Maar het is een beetje drastisch natuurlijk. Gelukkig kunnen we geschiedenisles geven. Bovendien is het een ideale manier om onze jeugd te leren dat niks zwart-wit is. Ik stel bijvoorbeeld graag de vraag wie in de klas ondergedoken Joden aangegeven zou hebben als hij/zij in de jaren veertig van de vorige eeuw had geleefd. Geen enkele hand gaat in de lucht. Daarna stel ik een andere vraag. 'En wat als je familie omkomt van de honger, en de Duitsers klikspanen belonen met voedsel? Zou je dan overwegen om joden uit te leveren? Dan beginnen ze natuurlijk te twijfelen. En daar draait het om. Twijfel. Dat ze beginnen nadenken over de wereld rondom hen. En beseffen dat alles zich afspeelt binnen een bepaalde context die ervoor kan zorgen dat de grens tussen Goed en Kwaad soms heel vaag kan worden, afhankelijk van uit wiens perspectief je de zaak bekijkt. Op zo'n moment maak je als leraar een verschil, en dat werkt bijzonder motiverend. Mijn dochters helpen ook om de dagen dragelijk te maken. We gaan elke dag samen de eenden in het park voederen met een zak oud brood, en het is geweldig om ze dan bezig te zien. De manier waarop ze met die eenden omgaan… Ze praten ertegen, doen een oprechte poging om met die dieren te communiceren. Wij volwassenen lopen hen zo maar voorbij, besteden geen aandacht meer aan die eenden, omdat we ze gewoon zijn als achtergronddecor. Maar mijn dochters lijken echt geïnteresseerd in die beesten, behandelen ze als mensen, tonen er respect voor, zien het niet louter als wandelende objecten – door de natuur voorgeprogrammeerde robots zonder bewustzijn – maar als levende wezens met gevoelens en verlangens, waarmee je een band kunt aangaan. Gisteren zei mijn jongste dat ze een bakkerij wil openen waar enkel oud brood verkocht wordt. Geen taarten, geen croissants, geen stokbrood. 'Je kan in geen enkele bakkerij oud brood kopen, en die eendjes eten dat zo graag!' Ze vindt het jammer voor die eenden dat ze elke dag op ons moeten wachten voor hun oud brood, en ze wil ervoor zorgen dat de eenden zelf naar de bakker kunnen gaan. Vandaar, een bakkerij met enkel oud brood. Ze geven echt om die dieren. Heel mooi. Bovendien lijken ze ook om mij te geven. Voor hen ben ik geen acteur die de rol van hun vader speelt, maar gewoon hun vader. Papa. Ze noemen me papa. En stilaan begin ik me ook als hun papa te voelen. Dag na dag zit ik met hen aan de ontbijttafel, en dag na dag willen ze dat ik hun 's morgens een afscheidskus geef voor de schoolpoort en 's avonds een verhaaltje lees voor het slapengaan. Ik ben een constante in hun leven, iemand op wie ze kunnen rekenen. En dat voelt goed. Ik merk dat ik gehecht aan hen begin te raken, hen stilaan als mijn dochters begin te beschouwen. Wederzijdse, onvoorwaardelijke liefde. Verbondenheid. Zelden zoiets moois meegemaakt. En tegelijkertijd is die onvoorwaardelijke liefde beangstigend tot en met. Kijk, als ik vroeger wakker werd als vader en één van mijn dochters stierf, dan was dat allemaal niet zo erg. Op één dag bouw je geen betekenisvolle band op met iemand, zeker als je elke dag omringd wordt door andere mensen. Iedereen in je omgeving is een soort abstractie. Een abstractie van het begrip vrouw, een abstractie van het begrip dochter, een abstractie van het begrip grootvader. Maar je voelt je nooit verbonden met je vrouw, je dochter, je grootvader. Als één van hen sterft, voel je geen echt verdriet, want je hebt die mensen nooit gekend. Je enige zorg is dat je overtuigend overkomt als de gebroken echtgenoot, de door verdriet verteerde vader, de geëmotioneerde kleinzoon. Nu ligt de situatie helemaal anders. Ik heb elke dag dezelfde dochters, waardoor het moeilijker en moeilijker wordt om ze als abstracties te zien. Vroeger was iedereen die ik tegenkwam net een filmpersonage. Hij/zij speelde één dag een rol in mijn leven. En die personages konden zeker sympathie of haat oproepen, maar ook niet meer dan dat. De volgende dag had ik er niks meer mee te maken. Mijn dochters daarentegen zijn van personages in echte mensen veranderd. Net als Magda. Of mijn collega's. Ik leer ze echt kennen. Ze spelen een bepalende rol in mijn leven. Ik geef om ze. En als mijn dochters morgen om zouden komen in een verkeersongeluk, dan zou ik daar kapot van zijn. Ik ben gewend geraakt aan hun aanwezigheid, ik zou ze missen. En ik heb mijn hele leven lang nog nooit iemand gemist. Ik weet niet of ik dat aan zou kunnen, iemand missen. Mijn God, wat is het eng, om mensen geven… Zelfde met Magda trouwens. Ze is al lang geen personage meer. Haar gevoelens doen ertoe voor mij, ik wil het goedmaken met haar. Haar gelukkig zien. Medeleven, ik begin het te snappen.

nEMO
0 0