Lezen

Verhalenverteller

Soms ontmoet je mensen die je later gaat zien als een icoon. Een oom van mijn maatje was zo iemand. Goedlachs, gul en altijd vriendelijk. En met een eigenschap die hij duidelijk had geërfd van zijn vader. Hij was een geboren verhalenverteller. Je moest die verhalen niet altijd toetsen aan de waarheid. Daar waren ze ook niet voor bedoeld. Zijn vader, de opa van mijn maatje, was de meesterverteller. Jager, stroper, boer, de verhalen hadden altijd te maken met zaken die in de huidige maatschappij niet meer passen. Maar wel heerlijk om naar te luisteren. Oom Bart was wat moderner. Hij stroopte niet maar had een moestuin. Oké, de kroppen sla waren niet zo groot als bij zijn vader. Daar was met twee kroppen sla een hele kruiwagen vol. Maar de groente mocht er zeker zijn. Wat ook zijn eeuwige strijd met de vogels bewees. En handig als hij was, bedacht hij een ingenieus systeem om de aanvallers uit de buurt te houden. Sowieso was hij heel handig en altijd bezig. Maar er was wel altijd tijd voor een praatje. Met zijn armen gekruist op de bezem of schoffel stond hij op zijn gemak te luisteren naar wat je te vertellen had. Mijn maatje en ik luisterden altijd graag naar zijn verhalen. We zagen hem veel te weinig, zo gaat dat. Druk, druk, druk en dan zijn er zo weer een paar maanden voorbij. Gelukkig ben ik er nog niet zo lang geleden nog geweest. Natuurlijk samen met Stef, ondenkbaar dat ik op bezoek ging zonder de hond mee te nemen.  Vorige week, op de verjaardag van mijn maatje, is hij overleden. Weer een icoon minder. Mijn maatje maakt het niet meer mee maar ik ga zeker afscheid nemen. En hoewel ik niet geloof, stel ik me toch voor dat ze elkaar weer zijn tegengekomen. Dat de sterke verhalen weer met verve worden verteld. Tenslotte moet je een goed verhaal nooit verpesten met de waarheid.    

Machteld
6 1

Schrijven

Schrijven    Mijn gedachten zijn kunst Ik haat spelen   Ik ben te moe als ik wil schrijven Dan bestaat morgen niet   En als morgen bestaat dan bestaat schrijven niet Dan versier ik me door een naaldenkop die ikzelf bedacht  De stad draagt nergens een hoofddoek Het gordijn slaat kwaad naar me uit als de armen van mijn vader toen ze moe waren  Ik kon geen sorry kwijt als ik niet meende wat ik zei Ik mocht niet van mezelf   Ik heb mezelf er nooit door geschreven omdat ik niet kan stilzitten op een plaats waar ik niet ben Ik ben er altijd Het deken heeft nooit minder met mij geworsteld Het lijkt alsof de wereld altijd doet wat die mensen vragen Ze versieren alleen maar Iedereen valt omdat hun verleidsters na de bevestiging alweer vertrokken zijn   Dat is de zuchtende hand van mijn vader Daar stond ik dan tegenover, niet veel minder dan de wereld al Omdat ik dan geen sorry zei Begreep heel hard waarom hij zuchtte   Als je alleen bent lijk je alleen te veranderen, In te deuken als een blikken borstkas van een schrootje dat in de weg komt liggen Je verandert alleen en je hoort iedereen zeggen dat alles verandert Hoe verander je iemand die enkel kijkt met alles wat in jouw hoofd achterblijft Ik versier het borduur met het stof dat iedereen verloren had Alleen weet je nooit alleen of jij het bent, als mensen blijven kijken en jij hun antwoord met een vraag  Een vraag beantwoord waarvan zij het gesprek niet herkenden Als je nooit kan praten met het gesprek achter je, worden vragen antwoorden,  Niemand heeft je graag, Wat anders is een vraag dan een antwoord Mijn angst tegemoetgekomen Alle gesprekken voer je nu zelf en je kijkt beide kanten uit  Soms in de ogen van zij die het écht niet verdienen, maar er wordt nooit een waarde ingevoerd in mijn gordijn tabellen Je voert dezelfde gesprekken, altijd Met alles wat je opvangt in vluchten Je gaat zo snel dat alles klein wordt en zich inpassen in het laatste dat je gevoerd hebt, maar toen sprak ook die niemand Angst omdat Je er altijd zal zijn        

Robijn Bodijn
12 0

Gezond paardenverstand

De zwarte ruin keek afgunstig naar de voskleurige Haflinger hengst. Die kon wel nog voor een nageslacht zorgen bij de bloedmooie, elegante, hagelwitte Lippizaner merrie die net op de weide haar intrede deed. Dat was hem niet meer gegund, nu men zijn mannelijkheid had ontnomen. Haar dekken kon hij nog wel, dat is bekend in de paardenwereld. Ruinen die de merries dekken, terwijl de echte hengsten er na twee à drie keer de brui aan geven. Hij liet de Haflinger achter zich en draafde naar de Lippizaneese. In al haar blanke maagdelijkheid was deze wat schuw, maar toch beviel haar het glimmende zwart van haar bewonderaar. Natuurlijk zou ze zich niet door de eerst de beste laten bespringen, dus keek ze uit wat er nog meer te bespeuren viel in de buurt. De Haflinger kwam statig naar haar toe. Enig, deze licht rossige kleur en die prachtige witte manen, dacht ze. Hij had een Zuid-Tirools accent, maar met haar volbloedige Habsburgse afkomst was dit geen probleem. Het werd al snel een uitputtingsslag. Rennen maar, van hot naar haar met de twee Don Juans achter sneeuwwitje aan. Soms werd er gebriest, dan weer met de gehoefde voeten gestampt. Gelukkig voor de witte werden na een tijdje de zwarte en de vos in een aparte afspanning geplaatst. Waarvoor het dienen moest, mag Joost weten, maar iedere dag werden de drie paarden samen gezet. Na enkele dagen werd het wat eentonig. Telkens weer, leidde de rivaliteit tussen de heren het tot een rennen van jewelste. De dame vond het eigenlijk wel prettig om achterna gezeten te worden. Tot op de dag dat er uit het land van Tom Jones een pony toekwam. Halfwild, maar uiterst intelligent en met een uitzonderlijk uithoudingsvermogen. In het rennen versloeg hij meteen zijn concurrenten en wat meer was, de witte merrie was zijn avances zeer genegen. In de mensenwereld werd wel eens neergekeken op mannen als Mick Jagger, Tom Cruise of Nicolas Sarkozy, die stuk voor stuk grotere vriendinnen hadden. Bij de mens kon naar verluid rijkdom en macht van de kleintjes een grote rol spelen. Zou dit in de dierenwereld ook zo zijn?En of, maar hier speelde conditie en geduld de hoofdrol. Binnen de kortste keren haalde de Welshman zijn Habsburgse schone binnen. De knappe ruin en de mogelijk nog knappere Haflinger haalden het niet en moesten de aftocht blazen. Onder het neuriën van het bekende Delilah van zijn streekgenoot, snoof de Welsh pony naar zijn sexgenoten: “Sorry guys, wie niet groot is, moet slim zijn.”

Vic de Bourg
21 1