Lezen

De leeuw

Verdrietig tuurt de oude man over de brede, droge rivierbedding. De barsten in de bruine kleigrond op de bodem kijken hem spottend aan. De bruisende havenstad, die ooit het leven in de delta bepaalde, was met het water mee verdampt. Een groen bemost, verrot staketsel probeert wanhopig rechtop te blijven staan, als een trotse overblijver van de verloren stad. Weemoedig denkt de man aan de schepen die er aanmeerden, stuk voor stuk volgeladen met mysterieuze specerijen en fantastische wezens die tot dan toe enkel in verhalen bestonden. Plots spat een druppel uit elkaar, midden op de hand van de man. Hij schrikt, want hoe verdrietig hij ook is, huilen doet hij niet. Hij kijkt op en ziet een leeuw die ongemerkt naast hem is komen zitten. De leeuw legt een zware poot op zijn arm. Hij voelt de verrassend zachte vacht over zijn huid strelen. Het grote beest huilt. Dikke tranen rollen over zijn snuit.  Medelijden overspoelt de man. Hij begrijpt perfect hoe de leeuw zich voelt. Liefdevol streelt hij de fluwelen poot van het gevoelige dier. ‘Niets is voor altijd,’ zegt hij troostend.  De leeuw kijkt hem aan en legt zijn enorme kop voorzichtig op zijn schouder. ‘Nee,’ antwoordt hij, ‘soms is even al genoeg.’ De man legt zijn hoofd te rusten in de lange, rode manen van de leeuw. Zo blijven ze zitten. Vele eeuwen lang, tot ze verharden tot een massief, albasten beeld dat honderden jaren later door een projectontwikkelaar gevonden wordt. Samen, voor altijd.   Geschreven tijdens een bezoek aan de tentoonstelling "Albast" in museum M te Leuven bij het beeldje "Heilige Hiëronymus en de leeuw uit 1495 Meer lezen? Welkom op INSTAGRAM

Amanda Bos
55 3

Ieder zijn waarheid

Het is een druilerige dag en de vrolijkheid is ver te zoeken. De alliteraties krijgt u er vandaag geheel gratis bij. We komen net uit de parkeergarage gestapt en er valt een dikke druppel in mijn rechteroog. Terwijl we verder stappen kunnen we gelukkig onder een afdak schuilen. Met enkel mijn linkeroog geopend bots ik net niet tegen twee jongemannen aan.  Tussen hen in staat een groot bord en een rek met folders. Op het bord kan je -zelfs met één oog open- niet naast het grote opschrift kijken. “OP ZOEK NAAR DE WAARHEID?”, staat er in hoofdletters. "Zal ik die jongemannen anders vragen of het de hele dag blijft regenen", zeg ik tegen mijn vrouw. "Zij moeten dat weten." "Laat die jongens maar met rust", zegt ze. "Het was gewoon een grapje", zeg ik terwijl ik al knipperend mijn rechteroog open. Een passerende mevrouw kijkt me behoorlijk boos aan. Ze denkt wellicht dat ik op haar knipoog. Misschien zijn de jongens met het waarheidsbord vertegenwoordigers van een politieke partij. Want ik herinner me plots het tv-programma Ieder zijn waarheid, met politici van divers pluimage. Ze waren het zelden eens met elkaar. Ruziestokers van beroep. Een programma van lang geleden in een tijd waarbij het leek alsof er in Brusssel geen kleuren bestonden. Al leek de wereld als kind toch kleurrijker. "Zet hem maar op Brussel", zei onze pa. Ik betrap er mezelf nog ooit op, dat ik aan de kinderen 's avonds vraag "wat er op Brussel is". Maar wellicht staan de jongemannen er voor iets anders. De verkiezingen zijn nog ver.  Later op de dag, als we terug naar de parkeergarage wandelen, staan ze er nog steeds. De twee jongemannen zijn de afgevaardigden van een geloofsgemeenschap en ze hopen enkele zondige passanten te bekeren. "Dat zal bij mij niet lukken", prevel ik bij het voorbijgaan. Als ik onder het afdak uitkom, valt er meteen een dikke druppel in mijn linkeroog. Alsof het klopt. Van dat onmiddellijk straffen en zo. 

Rudi Lavreysen
54 2

Het onverwachte

Nu de winter op zijn retour is (alhoewel, hij heeft de laatste dagen aardig wat streken), valt me een moment van vorig voorjaar te binnen. Ik weet nog dat ik dacht: “Wat zijn ze vroeg dit jaar.”Want ik heb er toen een gehad. Een steek. Geen steek zoals je vroeger wel eens kreeg in de turnles bij het lopen. Of toen je deed alsof, want dan mocht je stoppen. “Meester, ik heb een steek”, zei ik voorovergebogen en overdreven hijgend. “Dan stop maar.” Gevolgd deze zin: “Streek zeker?” Nee, vorig jaar was het een steek van een andere orde. Onder een aangenaam voorjaarszonnetje besloot ik een fietstochtje te maken. Net toen ik onder de brug uitkwam voelde ik iets in mijn haardos belanden. Ik vreesde even het ergste. Een product van een vogel, maar geen ei. U weet wat ik bedoel. Maar dat was het gelukkig niet. Misschien een dennenappel, dacht ik nog, maar ik wist snel dat dit het ook niet was, want ik voelde meteen een steek in mijn hand. Ik denk zelfs dat ik ‘ai’ zei. Het beestje zelf heb ik niet gezien, maar er zat dus een wesp op mijn hoofd en het insect stak in mijn hand toen die te dichtbij kwam. Ik zette mijn fiets aan de kant en zag de angel zitten. Die heb ik eruit kunnen halen, maar het bleef behoorlijk jeuken. Ik ben maar snel naar huis gefietst om er wat azijn op te doen. Dat wist ik nog uit mijn jonge jaren. Maar zoals ik al zei: het was nog vroeg in het jaar en dan verwacht je geen wespen. Maar ik had slimmer moeten zijn. Zelfs de oude Grieken, zoals Homerus in de Odyssee, wisten het al. Ook het onverwachte moet je verwachten. Nu deze oude Belg nog.

Rudi Lavreysen
3 0

Ulciscor (ALLEE IDEE! #2)

De ijzeren ketens wegen zwaar rond mijn polsen maar geven me een zeker gevoel. Want ik ben straks niet de persoon die ze zal dragen.Voor me ijsbeert Inaya heen en weer door de kerker. Met haar vingers trekt ze het bovenste laagje vel van haar lippen tot ze bloeden. In een hoek van de kerker zit Arihn gebogen over de Grimoire. Hun ogen zijn rood en er onder lopen donkere wallen. Toch staart die met een enthousiaste fascinatie naar de pagina’s die hen slapeloze nachten hebben bezorgd. Ik weeg af wie ik beter niet zou onderbreken. Ik neem een diepe hap adem. ‘Inaya…’‘Wat als ze je ontdekken!’ barst ze uit.Mijn ogen sperren zich kort voor ik me herpak. ‘Dat gaat niet gebeuren.’Arihn kijkt geen seconde op van hun boek. ‘Zeg nooit "nooit".’Ik werp een moordende blik naar de Heksenmeester die het nooit zal niet. ‘Dat gebeurt niet.’Inaya stopt abrupt met ijsberen en kijkt me met krankzinnige ogen aan. ‘Maar wat als…’‘Dan hebben jullie Eadwyn. Dat is het plan.’ Mijn polsen zitten al vast in de ketens en weerhouden me van haar te knuffelen en haar gerust te stellen. Ze draaft naar me toe en laat zich op haar knieën voor me vallen. ‘En jij dan?’ Haar groene ogen boren in de mijne. Ze doen me denken aan onze Velden voor ze in rook en assen opgingen.Mijn ogen beginnen te prikken bij de herinnering dus ik wend mijn blik naar een donkere hoek in de cel. ‘Eadwyn is ons doel. Ik red me wel.’Met een luide klap sluit Arihn de Grimoire en springt die van het strobed. ‘Kyra geeft enkel om wraak, zus.’ Arihn kijkt op me neer met een blik die zowel teleurstelling als begrip spreekt. ‘Zelfs als ze haar eigen ermee in gevaar brengt.’Uit mijn ooghoek zie ik tranen opwellen in Inaya’s ogen. We hebben deze discussie al gehad en mijn besluit staat vast. Maar het vreselijke gevoel in mijn borst ebt niet weg wetende dat ik haar hier pijn mee doe. Woorden zullen haar niet meer geruststellen dus richt ik me naar de Heksenmeester.‘Als er iets met mij gebeurt…’Inaya slaat een paniekerige kreet.‘ALS…’ benadruk ik met meer kracht in mijn stem. ‘Breekt het de spreuk?’Arihn schudt hun hoofd. ‘De enige manier om terug te wisselen is als Eadwyn en jij in contact komen met elkaar en jullie beide instemmen. Dus als één van jullie sterft…’Ik voel Inaya naast me verstarren maar ze protesteert niet meer.‘Dan blijft de ander voor eeuwig vast in het lichaam.’Dat is het plan. Ik knik naar Arihn. Het is tijd. Eadwyn zal boeten voor haar daden. Voor alle mensen die door haar beleid zijn gestorven, alle levens die zij bereid was om op te offeren zonder zelf nog maar een hand op te steken. In een ogenblik zal de Hogepriesteres van Efrea alles verliezen haar onderdanen, haar bondgenoten en het belangrijkste van al: haar magie. Eadwyn’s heerschappij zal eindigen.Zonder er nog een woord aan vuil te maken bukt Arihn zich neer en begint de magische symbolen op de vloer te tekenen. Het schrapen van krijt op steen vult de ruimte. Ik wissel een blik met Inaya.‘Ik weet dat je niet naar me gaat luisteren maar wees voorzichtig, alsjeblieft.'Haar warme hand glijdt in de mijne. Ik geef een geruststellend kneepje. Het is niet zozeer een belofte maar dankbaarheid. ‘Ik ben hier dankzij jullie, nu ga ik het recht zetten.’Arihn mompelt iets onverstaanbaars vanop de grond en klopt het krijt van hun handen. ‘We zouden niet in de deze situatie zitten als Eadwyn ons niet had verraden.’Ik bal mijn vuisten en voel een ader op mijn voorhoofd bonzen. Eadwyn’s machtslust en zoektocht naar magie was groter dan haar loyaliteit aan haar vrienden. Dus wanneer wij ervoor zorgden dat de troon van Hogepriesteres leeg kwam te staan vulde ze die plek maar al te graag op. We hadden het kwaad kunnen verslaan als zij niet voor de verkeerde kant had gekozen. Een zware druk beklemt mijn borstkas. Ik mis Isidore. Kon ze me nu maar zien, ik zal haar trots maken.Ik knijp harder in Inaya’s hand en zet al mijn opgeborrelde woede over in mijn stem. ‘Laat haar ervoor boeten.’Inaya is te onschuldig voor wat ik vraag maar ik weet dat zij ook dierbaren heeft verloren. Eadwyn zal niet hartelijk ontvangen worden. En er is nog altijd Arihn, lieve geschifte Arihn. Ik heb bijna spijt dat ik er niet bij zal zijn.Inaya en Arihn slenteren buiten de cirkel krijt. De Heksenmeester kerft gloeiende symbolen in de lucht terwijl die een rij oeroude spreuken herhaalt uit de Draconische taal. Inaya houdt mijn blik vast tot de laatste seconde.Arihn spreekt de laatste woorden uit en ik voel een wervelwind waaien rond mijn lichaam. Een grote kracht trekt aan mijn geest en lijkt het uit mijn lichaam te willen scheuren. Ik wil schreeuwen maar mijn stembanden weigeren het bevel. Mijn lichaam verweerd me en gooit me in het diepe duister. Zal ik nog Kyra zijn hierna?Mijn zicht vervaagt en het begint de vriezen in de kerker. Arihn’s stem bereikt me door de donkere wolken rond me als een echo.’Doe niets achterlijks, Kyra de ongelooflijke!’Voor even is alles stil. Inaya’s gesnik en Arihn’s gemompel is niets meer dan gefluister.Dan komt alles in één knal: het gelach van feestvierders, gejuich en gejoel, muziek en geklingel. Wanneer ik mijn ogen open knijp ik ze al snel terug dicht om het felle licht van de feestzaal te verweren. In de troonzaal hangen allerlei decoraties, sommige zelfs historische artefacten, gestolen veronderstel ik. Slingers met lampjes, kandelaars en kroonluchters zetten de kamer in vuur en vlam. Eadwyn draagt een weelderig donkergroen gewaad. Haar hakken boren in haar of nu mijn enkels. Mijn linkerhand klemt om iets, een zwaard besef ik. Ik staar naar het publiek om me heen. Ze grinniken en fluisteren mooie woorden over me, over haar. De Hogepriesteres kijkt met prachtige blauwe ogen naar hen terug. Sommigen blozen zelfs. Mijn blik glijdt over de kamer tot het valt op de persoon gebukt voor me.De man kucht om mijn aandacht weer op te wekken en ik vang de blik op van de man die me mijn verloofde heeft afgenomen.Heer Maddox knielt voor me, zijn rechterhand op zijn borst. Om zijn torso hangt een paarse sjaal met het teken van de Ridders. De achterbakse slang!Ik kijk nog een laatste keer door de zaal om de situatie te vergaren en mijn bloed begint te koken. Maddox wordt vandaag geridderd door Eadwyn.Isidore’s bloed is aan zijn handen en Eadwyn zou hem daarvoor belonen.‘Uwe Altesse?’Ik houd een stalen gezicht en kijk neer op de moordenaar van mijn zielsverwant. Mijn grip op het heft verstrakt.Zijn ogen vangen de beweging op en hij kijkt naar me op met iets dat lijkt op herkenning of verwarring.Mijn stem is de hare wanneer ik spreek en het volume vult heel de zaal. ‘Wat een eervolle man.’Maddox blijft trots zitten. Niemand in deze ruimte heeft me door.‘Dit heb je meer dan verdiend, oude vriend.’Vreugde vult me en ik beeld me Eadwyn in: verslagen en in ketens. Wraak proefde nog nooit zo zoet.Ik hef het zwaard op en hak.

Val Reijden
0 0