Lezen

De papiertjesmensen

In de trein valt mijn oog op het papiertje dat ik als bladwijzer gebruik. De roman beschrijft op voortreffelijke wijze de ondergang van een wereldmacht. Ik zie dat de mevrouw tegenover me leest wat er op het papiertje staat geschreven. Net zoals in het boek behoren wij tot de laatsten van een soort, namelijk de papiertjesmensen. Thuis is het nog een communicatiemiddel. Boodschappenlijstjes, verlanglijstjes met Kerstmis, notities op de papieren kalender of verjaardagskaarten. Het kan allemaal digitaal, maar het moet niet. Daarbij komt dat papiertjes een hulpmiddel zijn voor mijn legendarische vergeetachtigheid. Mocht het een erkende aandoening zijn, ik behoorde tot de hoogste categorie. Mocht er een zelfhulpgroep van vergeetachtigen zijn, ik werd meteen lid. Als ik niet vergat om naar de bijeenkomsten te gaan natuurlijk. Boodschappenlijstjes maak ik in tweevoud, waarbij er eentje in mijn jas verdwijnt en de andere in mijn achterzak. Mocht ik die in mijn achterzak vergeten, is er mijn jas nog. Als ik die tenminste niet vergeet aan te doen. Afijn, het is een probleem. Mijn vrouw vraagt me ’s avonds ooit om een elektrisch toestel uit te zetten voor ik ga slapen. De vaatwasser of de wasmachine. Al die lampjes moeten inderdaad niet blijven branden. Ook hiervoor gebruiken we papiertjes. Een post-it aan de deur of een papiertje op mijn hoofdkussen. Daarna krijgen veel van die papiertjes een tweede leven, zoals een bladwijzer. Zo vond ik in een oud kookboek van moeder nog het recept voor de wafels die naar vroeger ruiken. Het is ondertussen een onbetaalbaar stukje papier geworden. Maar terug naar de trein. Tegelijk met de mevrouw tegenover me zie ik dat op het papiertje ‘droogkast’ staat geschreven. “Ik ken het”, zegt ze, nog voor ik kan uitleggen waarvoor het papiertje heeft gediend. Ongetwijfeld ook iemand van de vergeetachtigen en de papiertjesmensen.

Rudi Lavreysen
12 1

De baring van eenzaamheid

De gammele poort naar een angstig onbekende, opende zich met een macabere verlokkelijkheid. Het ritmisch gebonk van twee snel pompende hartslagen weergalmde in de mistige hemel. Ze wist dat er geen weg terug was, hoezeer ze ook verlangde de twee bonkende drummen in harmonie te laten musiceren. Ze voelde de uitgedroogde grond onder haar blootse voeten wegschuiven en besefte dat het haar zou zou meesleuren en de kleine trom met haar.  Toch bleven haar tenen stevig in de korrelige aarde verankerd. Een verguld bordje op de met mos overgroeide grijze stenen die het groenmetalen hek in houdgreep vastgekneld hielden, trok haar aandacht. "Een poort die genadig is. Een poort hunkerend naar bijzin. Een keuze wordt gemaakt. Een hart voor een hart. Twee tikkers tikken binnen. Één hart tikt weg. De keuze is aan u." Een eenzame traan baande zich een weg door de in haar gelaat gekerfde vermoeide rimpels. Iemand zou het levenslichtzien, vergezeld van een kwellende eenzaamheid. Wiens eenzaamheid dat zou worden, lag in haar handen. Ze lichtte voorzichtig haar rechtervoet uit de onderaardse korst en treuzelde het licht achter de poort tegemoet. Ze plaatste met stevige bibber haar linkerhand op de dreigende poort en sloot haar ogen. Een flikkerend licht ontrok zich uit haar borst en zweefde enkele beknopt langdurige seconden voor haar donkergroene ogen. Toen ze het wilde aaien, schoot het weg in de dampige nevel. De poort draaide met een scheurend geluid dicht, terwijl een nieuw gloeiend heet hartje de metalen staken versierde, terwijl de geur van verscheurde hoop de lucht vulde. De drum zou eenzaam verder kloppen. Eenzaamheid werd geboren.  

Yvan Van Heyst
11 0