Hartbeat Je telt af, je begint Ik luister, ik volg Jouw beat, mijn hart Jouw hart, mijn beat Muziek maakt ons één Jij, ik, wij Het is perfect Jouw beat, mijn hart Het klopt
soms ben ik nog steeds zes dan schreeuw ik onhoorbaar veront-waardigd laat dat kind eens in haar waarde of fluister veron-gelijkt geef haar eens gelijk
Veel vogels hadden het vliegen verleerd Hun luchtruim door ijzeren tuig bevuild Het kon niet anders, het liep dus verkeerd Nooit werd op de aardbol harder gehuild Plots kreeg de mensheid een lesje geleerd Duizenden werden er massaal gekuild Overlevers hebben het reeds beweerd Zij hadden er alles voor ingeruild Maar kijk hoe de hemel wordt ingepalmd Door luchtballonnen die opnieuw vliegen Door klokkengelui dat terug weergalmt Wij hoeven erover niet te liegen Overheden hebben te lang getalmd De mens is makkelijk te bedriegen Foto: gilly
In een stijlvolle bocht rusten miljoenen zinnen zij aan zij kunnen letters nog mooier huizen?
pure emoties die prachtige rimpels creëren fantastische grijze haren die zoveel zonnen absorberen prachtige vlekken die schadelijke UV-stralen weren o zo mooie boezems die naar de grond keren confronterende naaktheid die scheef wordt bekeken veranderen discrimineren verdoezelen waarheid naakte waarheid
Ik bewaar mijn tranen voor later Mijn hulpeloosheid voor de nacht Als mijn kussen zich vult met water En mijn bed de pijn verzacht In eenzaam overgave Zal ik huilen als een kind In mijn deken diep begraven Tot de dag mij weer bemint
Ik dacht ik laat los, vergeet hem, ga door maar elke dag weer mijn hart leidt mijn hoofd gedachten vol jou naar waarheid op zoek eeuwig herinnerd, zit in mijn bloed mijn hart pompt je rond vol lijdend verdriet je stille aanwezigheid klinkt als een lied. Ik dacht ik laat los, vergeet hem, ga door maar elke dag weer dat lied in mijn hoofd.
Jij hield mijn hand vastals we wandelden,als ik kleiner was, ziek. Ik nam je handom je te begroeten, maar nooit dacht ik aandie kilte die we zoudenvoelen, dat we het slapenzouden strelen,de oneindigheid omarmen. Je handen zeiden meerdan je kon.Onze handen raakteneen laatste keer dag.
Dagen verdwalen door kamerswaar spiegels woorden terugkaatsen,waar muren barsten vullen met tranen. De tranen rollen. Onder lakens dept een troostdeken ze droog. Wanneer de ochtend weer daar is,verteert alles tot de dagdat alles weer keert. Weg is weg. Langs de nachten wandelt ze het pad af tot de maan haar omarmt.
Verhalen zijn gebundeld diep begraven tussen stenen en het wenen van mensen. De stenen worden begroet of niet,opgesmukt of niet.De verhalen blijven geheim. Tot, bam! De antagonist slaat het boek openen vertelt een eigen versie. Paragrafen worden geschrapt,stof valt over het graf.Een grijze waas verbergt de waarheid terwijl, de antagonist over de tragedies blijft keuvelen,blijft de protagonist verweesd achter.
wanneer liefde wil dat je je koest houdt weet je niet wat koesteren is
Kun je iets missen wat niet bestond Iets echts tussen twee mensen Verbonden door verlangens Beiden bezet Het missen is het wachten Op iets wat nooit van jou zal zijn
Tot gisteren dekte ik de tafel voor twee Mijn bord aan jouw kant. Zodat ik op de helft van de maaltijd van stoel kon wisselen. Kon doen alsof je morgen terug zou zijn Vanmorgen, bij het ontbijte dekte ik de tafel. Eén persoon. Het porcelain bordje staarde me kwaadaardig aan Alsof hij wilde zeggen, ben je hem nu al vergeten
Tranen worden geboren in ogen, ogen met verschillende kleuren. Zij maken dat ze glanzen. Zij geven uiting aan verdriet of aan vreugde en verbinden mensen met elkaar. Rollen hun leven langs blozende kaakjes. Soms blijven ze dralen als diamanten aan lange donkere wimpers. Of ze worden opgevangen en bewaard als troost. Meestal maar niet altijd, eindigen ze op zachte lippen. Hun zout wordt geproefd. Het vocht kiest de weg van het leven en keert immer weer. Al bij al zijn tranen het bewijs dat wij allen zijn ontstaan uit de zoute zee. Daar waar onze voorouders leefden. Elke traan is een verbintenis met het verleden. Een traan als afscheid is het begin van een herinnering. Een bewijs van jouw bestaan.
terminaal verdrietig met als eindstation een zakdoek die niks meer absorberen kan een lichaam dat leeft en cellen deelt maar ik doe dat niet meer er is niets meer te vertonen dan atonale noise, zelfs niet meer white maar een vuilig zwart denk-smog (beperkt zicht, begeef u niet deze op de baan of u rijdt sowieso spook) ik wil u wel zeggen hoe het voelt en wat het is en waarom maar elke dag is het verhaal weer anders en je oren worden moe je schouderbladen kraken en je ogen zien niet meer niet wie ik ooit was of kan zijn je zicht beperkt door mijn denk-... een vriendschap met als eindstation een man die niks meer absorberen kan wiens cellen delen maar wij niet meer (einde van de vertoning)
om te genezen van noordelijke wintermoeheid,om te genezen van een te weinig of van een teveelkomen wij naar deze godvergeten plek.de dood woont hier in een lege jas, of in de puntvan een verloren schoen. een vrouw beweent zichmet inkt en zwarte verf.traag en duizelig beweegt zij,alsof ze nog voortdurend deining voelt en vreest dat een storm haar leeg zal blazen.haar handen scheuren dunne repen stofvan smalle schouders, haar vlechtenals vlaggen wiegend in de wind.voor wie het niet hebben gehaaldlaat zij een bloem te water, legt voorzichtighet verdriet aan onze voeten neer.
Liefdevol geloof chaos verbant de rust in mijn hoofd bonzend overstemt hij wat ik hoor verblind door wat ik niet wil zien ben ik bang voor groot verlies stikkend in mijn tranenvloed weet ik niet wat ik nog voel geluidloos is mijn roep om hulp steeds weer al mijn pijn verhuld tot jij me opvangt in je armen, als een deken vol van warmte met woorden fluisterend en lief hoor ik dat je mij graag ziet rustig geef je me weer hoop en zorg je dat ik in geluk geloof.
Onzichtbaar gevecht Er is oorlog in de wereld onoplosbaar veel te groot blijven vechten ver van vrede heel de aarde overhoop chaos die ons zicht verblindt door duisternis geveld zoekend naar dat beetje licht een sprankje hoop helder, fel het is een slagveld in mijn wereld onoplosbaar veel te groot blijven vechten ver van vrede en niemand die het ziet of hoort
Verlichtende liefde wanneer de wereld ijzig koud lijkt en je verdrinkt in helse pijn wanneer het leven je steeds koud laat en je in chaos ver verdwaalt wanneer de duisternis steeds groter het licht steeds meer vervaagt denk dan aan zijn warme armen als een deken om je heen aan zijn glimlach en zijn ogen die je weer naar lichter leiden aan al zijn kleine dingen die bewijzen dat geluk bestaat
Egoïsme altijd opnieuw Ieder voor zich Empathie verloren In het verlangen van zichzelf Eigen doelen eigen wensen Wat een ander denkt opzij gezet Helpen is niet nodig Als een tegengunst niet komt Levenslang geloven in hun eigen goede zelf Onwetend over tranen Die een ander heeft verteld. Want waarom nog gelukkig Met een ander zijn geluk Waarom zouden we nog luisteren Naar een anders roep om hulp Waarom nog geloven In het samen sterker staan Tot we zelf de nood weer voelen Om samen door te gaan.