Lezen

De stand van het land.

Brakke Bracke toch, armzalige armoedzaaier van de straat.Jij vond recht te hebben op meer, dus bedotte je de staat. Neen, niet echt natuurlijk, je maakte gebruik van je democratisch recht-min of meer als een treinconducteur op pensioen-, meen je dat nu echt? Gelukkig laat jij jezelf niet doentoch zeker niet onder het miljoen. Je verdient het, jij doet echt niets verkeerdIn al die jaren toch verdomd weinig geleerd. Kan je dat misschien, niet op twitter neen, maar in het gezichtvertellen aan de mensen met de blik op een wachtlijst gericht? Aan de moeder, die helemaal alleen, instaat voor de opvoeding van haar kinden met haar karig loon, na aftrek van taksen, amper nog wat te eten vindt? Of aan de man die het na jaren wrochten in een zeer zwaar beroepmet juist 1500 euro moet doen? Kijk ze maar aan die grote groep. Nu je toch wild om je heen bent aan het meppen en slaanvraag eens aan uw voorzitter of hij nog weet wat gedaan? Woke namelijk, volgens hem het grote gevaar van deze tijdterwijl de Vlaamse regering toch haar eigen ruiten in smijt.Met ruzie en spierballengerol naar de eigen achterbanpartners kopje onder duwen, dat krijg je dan. Wat je jezelf doet doe je best ook bevuilen van het eigen nest. Ga heen en zie niet om, echt nooit meerhopelijk word jij ooit oud politiek zeer. Tot het zo ver is ben je de stront aan de schoenzoolDe onverkwikkelijke dikke rat in de straatrioolHet gezwel in de afgeleefde long van een rokerHet venijnig ventje op de speelplaats, de stokerDe vlek op het mooie kraakwitte overhemdHet kind dat zonder bandjes de zee in zwemtHet zompig en gladde nat op een sneeuwochtend als vandaagHet, kapotbespaarde, openbaar vervoer, aanwezig maar te traag. Geloof me vrij, Sieg, waard ben je het niet zo veel poen. Weet dat jouw volk het met heel wat minder moet doen.  

brandnetel
18 0

Gezegde-nijd

Ik lijd tegenwoordig aan gezegde-nijd. Pure nijd omwille van het feit dat ik de gezegdes niet zelf uitgevonden heb.  Dit resulteert dan in het niet beëindigen van de gezegdes op tijd ofte er ongebreideld een vervolg aan breien, waarmee ik onbewust insinueer dat ik betere gezegdes formuleer of beter, nog beter doordacht. Met andere woorden; Jaloezie tot op het bot! Zo was ik laatst zeer op dreef bij een eerste kennismaking van mijn potentiële schoonzoon. Geheid heb ik een niet aflatende indruk gemaakt met mijn kennis van gezegdes en spreuken die in het gehoor blijven hangen. Hij hing bij wijze van spreken aan mijn lippen. Bij dit gezegde uiteraard géén aanhangsels, want het zijn mijn lippen, waar ik geen afbreuk kan aan doen. Zoals ik reciteerde mét aanhangsels en vooral zonder onmededeelzaamheid; Blaffende honden bijten niet, maar ze kunnen wel meppen nadat ze uitgeraasd zijn, soms zelfs tijdens het razen. Bij nadere beschouwing is blaffen in wezen een bijtbeweging, maar dan zo snel dat de hond buiten adem raakt en daarbij blafgeluiden voortbrengt. In ieder geval is het aan te raden geen rendez-vous te plannen met een blaffende hond. Weten waar Abraham de mosterd haalt, maar niet weten of Jezus wel eens een broodje gesmeerd heeft en of hij daar in het geniep van hield en of ook hij wel eens liep te lummelen en de pummel uit hing puur uit verveling en ergernis aan zijn apostelen? Hij was een visionair timmermanszoon; Zag voor zich al wat hij zou kunnen verwezenlijken met CNC houtbewerkingsmachines en dergelijke. Het was kwestie van een katholieke maatschappij te stichten; de ideale basis voor kapitalistische maatschappij die zou uitmonden in een industriële revolutie enzovoorts, enzoverder...Nu moest hij het stellen met een stelletje prehistorische apostelen die visionair niet eens aan zijn voetzolen reikten... De appel valt niet ver van de boom, maar wat als de appel overrijp is en de splutters overrijpe appel in het rond vliegen? Krijgt de vader dan alles in het gezicht? De prut van zijn zoon? Moet de vader dan schoon zoon zeggen? Wat als de boom een pruimelaar is en de vrucht een overrijpe appel? Behoef ik dan enige vragen aan de vrouw of zij wederkerig aan mij? Wat als de appel een pruim wordt of de boom overrijp wordt en op de vrucht valt? Wat als ik een vrucht zondermeer een vrucht noem, zonder te verwijzen naar enige identiteit? Wat te denken als mijn vrouw haar notelaren boekenplank afstoft met suggestieve vegen en ik haar de veelbetekenende wenkbrauw geef? Vragen, vragen ook voor het nageslacht of bij deze; Behoeft dit geen zorgen in deze woke tijden? Of behoeft één en ander uit het literature-idioom geweerd, zoals het gezegde van de appel en het woord appel zelfs voor alle zekerheid? Appel kan met enig doorredeneren tot vele associaties leiden...

Manuel Van den Fonteyne
1 0