Lezen

De eieren

Als de kippen 's morgens vroeg nog op hun stok zitten, zie ik het goud zelden passeren. Ik bedoel het goud dat de ochtendstond in de mond zou hebben. Zeker die zaterdag niet. 's Nachts had ik de slaap niet kunnen vatten en wat doet een mens dan? Hij vat iets anders. Een boek, zijn telefoon, de afstandsbediening of iets uit de koelkast. Hij zet zich op de zetel, gaat iets later terug naar bed, valt weer niet in slaap en vertrekt vervolgens terug naar beneden voor hetzelfde traject. Om 7 uur 's morgens had ik van al dat op en af geloop mijn 10.000 stappen voor die dag bijna bereikt. Om de dag toch smakelijk te starten vroeg ik mijn huisgenoten of ze zin hadden in spek met eieren. Dat had ik niet moeten doen, want in de koelkast had iemand de nieuwe doos met eieren bovenop de oudere gezet. En op die oude eieren stond geen datum. Daarom moest ik met de eitjes de versheidstest doen. Blijven ze op de bodem liggen in een beker met water? Of gaan ze lichtjes omhoog? Een mens zit daar 's ochtends niet op te wachten. De eieren ook niet. Ik kreeg het aardig op mijn heupen en kon een paar vloekwoorden niet tegenhouden. "Nu heeft hij niet alleen ambras met zijn eigen, maar betrekt hij er die arme eieren nog eens bij", zei onze oudste al gapend vanop de zetel. Ik bromde iets van eieren en onderaan, maar niemand verstond me. Beseffend dat zoiets geen frisse start van de dag was, besloot ik eerst een douche te nemen. Misschien kwam de gouden ochtendstond zoals water uit de kraan. Terug beneden zei ik goedemorgen en wenste ik iedereen een fijne dag. Ook de eieren. Al is dat braadpangewijs beschouwd een ietwat minder geslaagde uitdrukking.

Rudi Lavreysen
24 0
Tip

Weer naar de Ardennen

Het vrouwtje was een beetje nerveus, hij zag het. Ze was bezig met het verzamelen van spullen. Zelfs de krat uit de garage werd klaargezet. Wat raar, dat deed ze vroeger altijd als ze naar de camping gingen. Zou het? Hij zorgde dat hij niet in de weg liep, dat zou het vrouwtje nu niet leuk vinden. Maar hij bleef wel alert, want als het vrouwtje ging, ging hij toch zeker wel mee. Gelukkig zette ze inderdaad ook zijn spulletjes klaar. Hij durfde er nog niet zeker van te zijn, ze waren al zo lang niet meer op de camping geweest dat hij was gaan denken dat ze niet meer zou willen, zonder het baasje. Toen ze eenmaal onderweg waren, durfde hij het toch een beetje te hopen. Weer die hele lange weg, hij ging maar eens op zijn gemak slapen. Als hij straks wakker werd door een hobbelweg vol grind, dan wist hij het zeker. En ja, inderdaad, het zoeven hield op en de hobbel de bobbel begon. Hij ging er maar eens voor zitten, hopelijk waren zijn vriendinnen er ook. Hij had wel gehoord dat die ook een nieuw vriendje hadden, Ozzy. Maar ach, die zou hij wel aankunnen. Toch? Het vrouwtje parkeerde de auto en ze gingen inderdaad bij zijn vriendinnen kijken. Hij zag dat het vrouwtje er moeite mee had, ze moest even een traantje wegvegen. Ach, wel zielig hoor. Toen ze op het terrasje kwam en de mensen daar begroette, moest ze zelfs echt huilen. Waarschijnlijk omdat het baasje er nu niet bij was, dat moest het wel zijn. Ze hadden ook een ander plaatsje gekregen. Kleiner, niet meer langs de rivier maar wel met meer buren. En heel veel zon. Heel anders, maar ook wel fijn. Hij ging maar eens op pad, gelukkig waren er nog veel bekenden. Die kwamen het vrouwtje ook helpen om alles recht en goed te zetten. De auto werd leeggehaald en even later konden ze lekker zitten. Het werd toch een echt weerzien. Veel mensen kwamen aan het vrouwtje vragen hoe het met haar ging. Dat vond ze best fijn, dat zag hij wel. En ’s avonds gingen ze naar zijn vriendinnen en hun nieuwe vriendje. Uiteraard had hij die wel duidelijk gemaakt dat hij de baas was. Die Ozzy was wel groot en nog heel jong, maar uiteindelijk had hij het toch wel begrepen en was hij gaan liggen. Pfff, het had hem wel kruim gekost hoor, dat had hij ’s zondags toch wel moeten bezuren. Hij had er gewoon mank van gelopen. Maar ja, dat had hij er wel voor over gehad. Gelukkig had het vrouwtje het op zondag ook lekker rustig aangedaan. Ze had zitten lezen in de zon en hem niet gedwongen een hele wandeling te gaan maken. Ja, even naar het terrasje, maar dat was niet zo ver. Op de terugweg had hij weer lekker liggen slapen. Hij dacht wel dat ze nu wat vaker zouden gaan. Anders zou ze zijn kussen niet daar achtergelaten hebben. Hè, fijn, hij hield van de camping. Stiekem was hij toch ook wel trots op het vrouwtje. Want ze had het toch maar weer gedaan.    

Machteld
61 3

Na de duik

Net na het verlaten van de départementale 784 rijden we via een smalle weg naar onze vakantiebestemming. De meeste namen van de dorpjes die wij doorkruisen beginnen met ‘Ker’.  In het Bretons betekent het  ‘bewoonde plaats’. Het gehuurde vakantiehuisje ligt in een nieuwgebouwde wijk met een tiental woningen, iets buiten een ‘Ker’-plaatsje. Achter de huizengroep leidt een lange zandweg door een heuvelachtig ruig landschap naar een breed strand.Het huisje is kraaknet en ruikt nog naar nieuw. Volgens het verhuurkantoor zijn we pas de vierde familie die er intrekt. Er zijn drie slaapkamers. Beide dochters hebben ieder hun kamer, een extra garantie voor de nachtrust. Terwijl vrouwlief haar garderobe uitpakt en in de kast hangt,  vind ik in het nachtkastje naast ons bed een stationsromannetje in de Franse taal ‘Une valise mystérieuse à la gare Montparnasse’. Wanneer ik het boekje terugleg, valt er een handgeschreven blad uit met de boodschap: ‘Méfiez-vous de l’homme des caves’ (Hoed u voor de man uit de holen). Op de achterkant staat een plattegrond getekend. Ik stop het blad in mijn broekzak en haal mijn spullen uit de reiskoffer.Nog voor mijn huisgenoten zijn opgestaan, trek ik de volgende morgen mijn joggingpak en loopschoenen aan. Ik gris nog snel een handdoek mee en ren richting zee.In de vakantiefolder had men het over het smaragdkleurige water. Het klopt volledig. Dit is onweerstaanbaar. In een wip sta ik in adamskostuum en neem een duik. Heerlijk!  Op een lange strook kiezelstenen laat ik mij drogen in de ochtendzon en merk op enkele honderden meters een dobberend vissersbootje.  Ik voel mij bekeken maar niet vanaf het bootje. Wanneer ik mij omdraai, zie ik tussen de wilde begroeiing naast de toegangsweg een figuur wegduiken.Ik kleed mij aan, loop nieuwsgierig maar behoedzaam  naar de plek tussen de struiken en vind een hol waarin etensresten en een deken liggen.Het weer slaat plots om, de zee wordt woeliger, het vissersbootje is verdwenen. Ik loop terug naar het vakantiehuisje. De deur staat wijdopen. Ik kom op adem want het ruikt er naar verse koffie. In huis is niemand meer aanwezig …  

Vic de Bourg
7 3

Love and hope - Are felt, not seen

“Some say we find it in the darkest of nights With no candle or light  To brighten up our life Some say it’s in the normal of the day, the wonder Other say it’s in the fear for the thunder We’ll still survive All I know is that I just don’t know What made especially the ‘ow’ in ‘wow’ Some days it’s there Other day it’s gone, and it feels like forever Like it’s forever lost Like I’m a ghost Gone with the smallest wave of wind Like one of a kind  Up in the sky Feet steady on the ground And my head, as always, dreamy in the clouds I suggest my other half, my twin flame, burned out And that’s really a big doubt Surprise me with what you know And with the smallest kind of effort I will laugh But it’s not a real laugh, or honest ‘Dude, like most flowers bloom in august?’ I do not care for you, or you, or you I’ll only be my honest, stupidest, evilest and truest self with him But how many times I’ll burn myself I even speak in rhymes to the books on my shelf I do not learn To the ends of the earth I’ll take him And sing the deadliest most beautifulest hymn  I destroy myself and sadly him too And the sky colours pink blue As both a blessing and message, sharp as knives to those we will become in our next lives All I have learnt is that I’m the sensitive one I laugh, I cry, I live, I overthink, I overrun I had always a connection with the spiritual kind of shit And therefore I’m full of pit I’m the conscious one And that’s so hard, and wrong While he’s drowning in a lake of darkness, unconscious Knockouted on that head, gracious  Some say it’s in the silliness of uncontrolled laughter Other says it’s in the power of only a few hours Or wonder for one another All I know is that hope and love are in our own damned hearts In every hated and loved soul parts And therefor I love him, ‘because he makes me feel How to crash and how to heal Every damn thing, hate, hope, everything in between Because love and hope are the things that are felt not seen And that makes our brains a mess,  And if our hearts win this battle, god bless For those which are forever lost in this perpetual struggle of power In a good environment of love and hope blooms even the darkest flower All I know is that I still feel the difference between love and hate And till the end I will spread and create The light, not the dark, that I am and that I feel And that’s the only way to fully heal.”   Geschreven op 18 juni 2020 "A raw mess"  

Zonsondergangdromen
27 0

De muur van angst

“Ofwel lees je nog een verhaaltje voor, ofwel ga je nu tegen de muur staan.” Daar lig ik dan in bed, naast mijn vierjarige zoon die moet slapen. Mijn schouders schokken lichtjes en ik probeer niet luidop te snikken. Hoe grappig is dit? Mijn zoon spelt mij de les in zijn strengste bozejuffenstem.  Hij katapulteert mij onbewust terug naar de speelplaats van mijn jeugd. Waar priemende blikken als steentjes tegen mijn hoofd ketsen. Hoe vreselijk om zo op straf te staan, out in the open. Hoe vreselijk om alles eenzaam binnen te slikken, tegen een koude buitenmuur. Met gloeiende wangen. En een hoofd dat barst van het kolkende onrecht en verdriet in je buik. “Dan kies ik voor de muur”, antwoord ik in mijn stouteleerlingenstem – want dat is ‘stout’ op school, toch? “Dat kan niet”, roept hij boos. Hij had natuurlijk verwacht dat ik ‘flink’ ging luisteren, omdat er straf boven mijn hoofd(kussen) hing. Want dat werkt zo op school, toch? Niet binnen deze vier huismuren. Dus barst mijn zoon nog meer uit zijn voegen.  Hij schreeuwt voorbij de krop in zijn keel. Hij probeert mij te raken met zijn boze woorden en handen. Hij klemt zijn vuisten en kaken op elkaar, tot hij opnieuw voelt dat hij kan loslaten. Ik help hem zakken. En ontvang de tranen die bang in zijn buik zaten te schuilen, tot ze veilig naar buiten konden komen. Ze willen eruit. Ze mogen eruit. Zonder oordeel, zonder straf. Met liefde en geduld, al heb ik dat laatste GODVERDOMME ook niet elke dag. Die liefde gelukkig wel, dat maakt veel goed. De muur, de hoek of de nadenkstoel – die eigenlijk gewoon een veredelde strafstoel is. Zou dat echt werken, denk je? De muur, de hoek of de nadenkstoel – die eigenlijk gewoon een veredelde strafstoel is. Zou dat echt werken, denk je? Zou een ‘stoute’ peuter of kleuter, die te hoog in zijn oncontroleerbare emoties zit, zelf tot rust en inzicht kunnen komen? En zelf kunnen nadenken over zijn gedrag? Om die zelfgeleerde les te onthouden voor de rest van zijn leven of, in het beste geval, voor de rest van zijn dag. Dan zit ons werk als ouder er op: dikke duim! Toch? Zo werkt het niet – al straf ik ook wel eens, uit (on)macht der gewoonte. Stel je even voor: je had een kutdag op het werk. Je kreeg onder je voeten van je baas omdat je een opdracht niet had begrepen. Volgens jou had hij jouw harde werk niet begrepen. Maar je beet ‘flink’ op je tanden, ook al sloeg je momenteel GODVERDOMME liever op de zijne. Je slikte ‘flink’ je woede binnen, en bedekte die met een dikke laag troostkoekjes. De hele werkdag lang liep je de muren op. Dan kom je eindelijk thuis, klaar om te luchten. Maar het eerste wat je vriend zegt is “Heb jij geen brood mee?” Je gaat compleet door het lint. Roept luider dan je zou willen. Gooit alles eruit – die koekjes zijn verteerd, maar wat eronder zit duidelijk niet. Je hoopt en wacht op een lieve schouder om op te huilen. Maar in de plaats krijg je een strenge blik en vinger die richting de muur wijzen. “Ga maar even tegen de muur staan”, echoot het nog na in je hoofd, “en denk eens goed na over je gedrag.” Alles wat je wilde, was dat iemand je zag. Met jouw verdriet. Dat iemand er was. Zonder oordeel of straf. Guess what: dat geldt ook voor kinderen, het zijn ook maar gewoon kleine mensen. Als je hen met hun rug en gevoelens tegen de muur zet, leren zij daar niets van, behalve angst voor macht. Krijg je zin om nu GODVERDOMME op mijn tanden te slaan? Ga dan maar even tegen de muur staan, en denk daar maar eens goed na.

Rien Mertens
28 0