Lezen

Dagboek van een schommelaar kenschetsen uit het UPC . Dag één

Dag 1 . Vrijdag 28/10/2022 Vandaag is de 26ste verjaardag van mijn kleine zus , de officiële release datum van Psychonaut zijn tweede langspeelplaat & de start van mijn derde opname . Derde keer goeie keer ? Desondanks grote gemoedschommelingen sinds mijne 19e levensjaar ben ik voorbij club 27 geraakt , want ben ondertussen de volle dertig jaar oud . Tram drie & terug in de psychiatrie , mooie titel voor een slapsticktoneel . Maar op één of andere manier voelde ik me vandaag toch een beetje in club 27 want ik zit in room 27 . Kamer 27 op opname twee , een soort van eerste opvang in het psychiatrisch centrum te Duffel . De namiddag was amper gevuld vandaag & de komende dagen ook want ik kwam hier op een vrijdagmiddag aan .  – De enige sessie die er was deze namiddag heb ik de start van gemist omdat ik bij de maatschappelijk werkster zat & het improvisatietheater dat tegen dan al bezig was durfde ik me niet bij aan te sluiten omdat het simpelweg al bezig was & ik geen storende factor wenste te zijn . -  Vanuit ervaring weet ik dat weekends hier net het tegenovergestelde zijn van wat zich buiten de vier muren van de psychiatrie afspeelt dan . De weekends zijn hier vaal kaal saai en bijna even dood als de patiënten op de gesloten depressieafdeling . Weinig patiënten alsook aanwezig , maar een nodig rustmoment voor de dokters die hier sowieso al jaren teveel werk te doen hebben , hun assistenten verzetten echter pas écht het grote werk hier . Dat zijn psychiaters in opleiding & dat is net zoals met alle geestelijke gezondheidsverleners , erop of eronder. De hoofdpsychiater hier heeft vandaag toch al enigszins goed naar mijn verhaal willen luisteren van het afgelopen half jaar . Zij is misschien geen professor ergens aan de universiteit dus zij heeft misschien wel tijd , of maakt misschien wel tijd .  Ik vermoed ten zeerste dat corona & de aangaande gascrisis niet veel beters hebben gedaan aan de gigantische toestroom dat de psychiatrie de laatste jaren kent . Toen ik me vele vragen begon te stellen rond mijn 25ste levensjaar ben ik destijds bij een psychiater in Imelda Bonheiden ook gebotst op een psychiater dat overduidelijk teveel werk had & voor wie ik in spé niet ziek genoeg was destijds . Hoogfunctionerend noemen ze dat hier , of in mijn eigen woorden niet ziek genoeg voor de psychiatrie & te zot of te raar voor de buitenwereld . De pillen dat hij me echter voorschreef toen & de reactie die ik daarop kreeg heeft mij destijds wél veel duidelijkheid gegeven over mijn diagnose , overduidelijk zelfs . Ik kon van die Escitalopram destijds geen vijf seconden stilstaan , heb me toen halsoverkop in een relatie gesmeten & stond zo bronstig als een stier . Heb toen ook na enkele dagen wenen tegen vijfhonderd in het uur ,  de moed bijeen geraapt voor mijn ouders de diagnose te vertellen . Waar mijn beide gezinnen op antwoordde ‘ Lieve Jongen , dat wist ik al lang ‘ .  Ik ben voorlopig de enige man in onze groep , de andere man of jongeman mag zijn kamer nog niet uit omdat hij nog onder invloed is . Ik heb mee een middagmaal genuttigd dat ik hier in het verleden al heb genuttigd & heb een klein toertje rond het domein gedaan , dat ik ondertussen toch al te goed ken na hier een kleine 10 maand van mijn bestaan te hebben rondgetrippeld . Het domein nog hetzelfde , het eten nog hetzelfde , alleen mag je nu niet meer roken op het domein zelf . Buiten dat patiënten elkaars persoonlijke strubbelingen & frustratiekanker in elkaars gezicht duwen kunnen we nu letterlijk elkaars kanker in elkaars gezicht blazen staande in rookruimtes verspreid op het domein van 3 bij zes meter .  Ik ken een sociotherapeut hier op de afdeling van uit mijn puberteit , heb ze vroeger zelfs ooit nog gekust . Dat was toen ik nog een lange vettige kop haar had tot op mijn schouders, een schamele 113 kg woog & ik gok 14 of 15 jaar oud was  . Ik wist al op voorhand dat ik ze hier tegen het lijf ging lopen & het was ook één van de eerste dingen die ik vroeg bij aankomst ; ‘ Werkt K. hier nog ? ‘ . ‘Ja’ . Dan hebben ze de neiging – lees als , procedure – voor de persoon in kwestie langs je kamer te sturen & te vragen dat een opvolging door de persoon wel allemaal in orde voor je is & dat ze mee de vergadermomenten over je mogen volgen en dergelijke . Tuurlijk , heb niets te verbergen . K. weet even goed als ik dat ik niet gestoord ben . Het is al de tweede keer in mijn leven dat dit voorvalt , bij mijn allereerste opname werkte er destijds een stagiaire psychologie dat ik ook ken uit mijn privéleven . Openheid & transparantie beschouw ik als de toekomst , & als je u ergens niet dient te schamen voor wie of wat je bent of hoe u spinsels net allemaal werken dan is het hier wel .  - In de buitenwereld & in mijn privé heb ik soms nog moeite met dat in de praktijk te brengen echter  - Maar niet iedere patiënt hier beseft dat , of niet iedereen kent de schaamteloosheid die ik hier ken , of niet iedereen praat even makkelijk . Ik heb bijvoorbeeld nog nooit een zware psychose of zo meegemaakt , sommige mensen praten daar – met goeie reden – waarschijnlijk niet over , angst uit onbegrip . Anderen dan weer wel , heb zelfs al gepraat met mensen die leuke psychoses hebben meegemaakt & zeggen dat dat het coolste is wat ze ooit hebben mogen meemaken in dit leven . Astrale projecties zien & volledig verbonden zijn met het universum , eenden kunnen besturen met je ogen & dat ongelooflijk fascinerend vinden , zelf een psychiater zijn op het domein & mensen willen onderzoeken & behandelen , er heilig van overtuigd zijn dat Justin Bieber verliefd of je is , enzoverder enzovoort .  Ik beschouw hier zijn niet alleen als een helingsproces maar ook als een leerproces , zowel in contact met de andere patiënten als met de therapieën en dergelijke dat ze hier aanbieden . Naar mijn mening toe verspreid de psychiatrie ook geen grote boodschap van hoop , maar dat moet je gewoon kunnen inzien . Eigenlijk is het hier een beetje als een school in de ziekteleer of gedragsleer . Ik ging destijds vaak écht niet graag naar school omwille van omstandigheden , maar ik ben voorlopig wel degelijk blij dat ik hier ben . 

Schrikkentist
4 1

Het verkeerde gesnaaid

Stef is een meester in het laten van stiekeme scheten. Dan ligt hij heerlijk bij je, of onder je bureau, en dan ineens, poeh. Het snijdt werkelijk de adem af. Dat vindt Stef zelf ook, hij zoekt dan snel een ander plekje op. De viespeuk. Hij maakt er echt helemaal geen geluid bij. Het viel me dus op dat hij ineens hoorbare scheten liet. De lucht was hetzelfde maar er was nu geluid bij. Dat was raar. En hij ging steeds naar buiten terwijl hij ’s nachts normaal gesproken niet van het bed te schoppen is. Ook dat was bijzonder.  Toen ik de dag erna buiten kwam, snapte ik het. Ah, dat was niet normaal. Verder leek er niks aan de hand. De brokjes gingen vlot naar binnen en Stef dronk ook gewoon. Maar naarmate de dag vorderde, werd hij steeds slomer. Niet dat hij nog vaak naar buiten moest, ik hoefde nog maar een enkele keer een emmer water te gebruiken. Het arme beest keek me ook heel treurig aan. Hij kwam zelfs niet meer met goed fatsoen op de bank geklommen. Door zijn onhandigheid ging hij ook nog eens mank lopen. Omdat het toch mijn Stefke is, heb ik de dierenarts maar gebeld en konden we snel komen. Ik weet het, maar ik ga liever een keer voor niks. Deze dierenarts was heel resoluut. Stef ging op streng regiem. Ieder uur een beetje eten, geen snoepjes, geen extra’s, helemaal niks. En dan maar opbouwen. En als hij niet hoefde, het uur er na niets extra. Een heel klein muizenhapje. Want ik moest er wel rekening mee houden dat Stef al wat ouder is. En dat mank lopen, dat moest ik ook goed in de gaten houden. In verband met zijn leeftijd. Poeh, ik voelde me toch behoorlijk aangesproken. Want ik weet het wel, hij is niet meer piep, maar ik doe toch altijd maar net of hij nog een jonge hond is. Trouwens, dat doet hij zelf ook. De dag er na ging het al wat beter met het mannetje. Hij stond alweer naar zijn snoepjes te kijken en vond het heel oneerlijk dat hij niks kreeg. Ook het lopen ging weer normaal. Wel gingen alle plaids en kussenslopen waar hij op gelegen had in de was. Dat was beter. Tja, die leverworst was denk ik toch niet helemaal goed gevallen. Volgende keer beter uitkijken als hij iets bietst.    

Machteld
3 0

New York City

Mensen zeggen dat je moet reizen om de wereld te zien. Soms denk ik dat als je gewoon op één plek blijft en je ogen open houdt, je ongeveer alles zult zien wat je aankan. Paul Auster En of, Paul.  De NY skyline, hij zag er compact uit en dus ideaal voor een bezoekje van één week. Moet lukken om alles van belang te zien, dacht ik vooraf. Had ik het even goed fout. Dit bezoek liet meer indrukken na dan passend op een ouderwetse prentkaart.  Bij aankomst op een warme maandagavond in augustus, verlieten we de JFK luchthaventerminal met NY City recht voor ons, gesluierd in oranjegloed van de zonsondergang.  Een Yellow cab, niet bedoeld voor vijf personen, bracht ons toch voor een extra prijs, naar de Big Apple. De chauffeur Kwadwo Asamoah, genoemd naar de Ghanese voetbalinternational, vroeg waar we vandaan kwamen.  “België? Jullie Belgen, waarom reizen jullie niet? Ik heb nog nooit een Belg in mijn taxi gehad”. “België is een klein land met maar tien miljoen inwoners, vandaar dat de kans klein is dat je ze in je taxi krijgt”.  Daarop maakte de vriendelijke chauffeur ons weer eens duidelijk dat de wereld vandaag een dorp is. Zijn neef zat op dat moment op Toworrowland in Boom. Onder het toeziend oog van grafzerken, kriskras geordend in het golvende landschap, links en rechts van de snelweg reed hij ons de grote stad in. Het was ondertussen acht PM en donker. Elke straat maakte deel uit van een ingenieus netwerk van éénrichtingsstraten waar avenues telkens andere streets kruisten. Niet verloren lopen werd een makkie. “Er komen toch weer meer toeristen, nu de pandemie is gaan liggen?”. We proberen het gesprek weer op gang te trekken. “Dat wel, maar voor elke taxi betalen we hier 2.000 dollar per week aan taxen. In NY werken wordt steeds moeilijker”. Het gesprek verstomt. Dit is niet enkel voor toeristen een peperdure plek. Onze kamers, geboekt in Manhattan, voor drie mannen en twee vrouwen of anders gezegd twee kinderen en drie volwassenen zorgde voor verhoogde waakzaamheid bij de receptioniste.  “Goedenavond, we hebben een reservatie op naam van Wouters en Janssens voor vijf nachten”. Met een zwaar verantwoordelijk gevoel, wellicht het kruis van een reisorganisator, trad ik uit ons groepje naar de receptiedesk.  “Wouters en Janssens, zegt u? Wacht ik kijk het even na”.  De receptioniste gaf onze namen in en haalde onmiddellijk haar baas erbij. Samen mompelden ze boven het scherm. Vervolgens keek de hoogste in rang met ernstige blik naar mijn gezelschap. Met diepe stem richtte ze zich vervolgens tot mij.  “Jullie hebben maar twee kamers geboekt, klopt dat?” “Ja mevrouw” “Het is een kamer voor twee personen en een kamer voor drie?”.  Dit leek op een onderzoeksvraag, ze verwachtte een antwoord. Doortastende receptieblikken maakten me, als moeder, duidelijk om toch zeker te letten op de kamerverdeling. Zou het hier dan echt zo erg gesteld zijn met kinderhandel en -misbruik, zoals de affiches in de luchthaven deden vermoeden? “Prima, wij nemen de drie-persoonskamer en de mannen slapen dan in de andere kamer”.  Het leek geen afdoend antwoord: “Ik geef alleen de volwassenen een kamersleutel, ok?”. “Prima. En kunnen we dan nu de sleutel krijgen?” De vermoeidheid haalde het van geduld. Ondertussen bleven de hotelliftdeuren zich onvermoeibaar openen en sluiten.  Het was een komen en gaan van grote, kleine, dikke, dunne, witte en donkere mannen, vrouwen en kinderen. Dit beeld veranderde de komende dagen nauwelijks. Ook wij liepen ’s anderendaags voor het eerst de verschroeiende hitte in, 34°, luchtvochtigheid 81% en UV 9, maar dat zware weer kon onze pret niet bederven. Gaandeweg gingen onze gedachten op in het stemgeluid van Alicia Keys, galmend door de boxen op een riksja: “Now you're in New YorkThese streets will make you feel brand newBig lights will inspire youHear it for New York, New York, New York” Nog gevoelloos voor de ‘vibe’? ’s Avonds op Times Square was er geen ontkomen meer aan. Een mengelmoes van toeristen, artiesten, verkopers kleurde het plein in. Omhuld door indrukwekkend grote reclameborden die dienstdeden als behangpapier voor de wolkenkrabbers.   Verkoeling vonden we dan weer in Coney-Island, een strandstadje in Brooklyn, tussen de Hudson rivier en de Atlantische Oceaan. En wat een verademing, geen muur van appartementen op de dijk maar een kleurrijk pretpark uit de nostalgische jaren ‘50 verwelkomde strandbezoekers. Geduldig wachtend op afgekoelde en opgedroogde mensen voor een ritje op de achtbaan. Zelf viel ons oog op een giftshop, souvenirs zijn dan ook niet onbelangrijk voor tieners. Een half uur later stonden we terug op de dijk, met onder de arm een grote inkleurposter van NY. Dat handel drijven de Amerikanen in het bloed zit, werd snel duidelijk aan Ground Zero. Architecturale parel, die witte vredesduif, de imposante leegte in dit gebouw dwong respect af voor wat zich hier lang geleden heeft afgespeeld. Of toch niet helemaal leeg, kleine winkeltjes vulden de zijkanten van het gebouw in. Jammer.  De vele, nochtans indrukwekkende, wolkenkrabbers konden dan weer niet tippen aan de ‘Pèlè hemel’. Een winkel op Times Square, gevonden door onze voetballende tiener, met outfits van wellicht elke club ter wereld. Anderhalf uur lang werden T-shirts gewikt en gewogen, geobserveerd, gefilmd en gepast waarna het verdict viel. Het CHIVAS-truitje, een Mexicaanse club, mocht mee naar huis. De brede tandpastalach van Lars zei me dat we nu echt konden vertrekken.    Tien uur later zetten we terug voet aan land in Brussel. Na een ‘lazy sunday’ treinrit en de zondagse rommelmarkt in Genk in de achteruitkijkspiegel reden we die laatste kilometers naar huis. Als eerste werk bij aankomst werd Fons uit de konijnenbench vrijgelaten. Een beetje stram van te lang te weinig bewegingsruimte verdween hij toch snel de tuin in. Die middag waren we ondertussen al achttien uur wakker.  Snel gaf ik mijn laatste goede raad: “Jongens, iedereen moet proberen wakker te blijven tot vanavond acht à negen uur”. Drie uur later ontwaakte ik in de zetel, mijn kinderen elk op hun kamer.

Els Wouters
20 1

Gezond verstand verdampt

Die ochtend stond ik op met een zeurend geluid in mijn oren. Gelukkig geen tinnitus, wil nog vele jaren genieten van de allerbeste muziek. Tot daar het goede nieuws. Dat stilaan irriterende geluid loodste me met gemak naar de keuken. Slechts één blik op de tuin was voldoende. Werkmannen met kettingzagen stonden gesignaleerd op bouwpercelen achter ons huis. Kan me een aangenamer gevoel bedenken om het weekend mee in te zetten.  Mijn pyamareflex, waarbij ik naar buiten storm en ze eens goed uitkaffer “en dat tijdens de klimaattop, hufters”, kon ik op nog net tijd bedwingen. Els, het zijn niet onze bomen en het is niet onze bouwgrond. Maar toch, hou me tegen want het is wel onze planeet. Kerngezonde grote bomen voor onze vlaamse gaaien, duiven, merels, meesjes, musjes, bonte spechten … allemaal in één uur ontheemd.  Tijd voor een vragenmoment met mijn kids: “Wat is het nut van bomen, jongens?” "Bomen zijn de grootste natuurlijke airco’s, mama." "We moeten massaal bomen planten". "Of nog makkelijker, ze gewoon laten staan en ervan genieten". Ik voorspel jullie dat als deze huizen klaar zijn, ze elk een grote witte aircobak tegen de gevel hebben. A ja, want het is zo warm door de klimaatopwarming, hé. Die airco’s draaien dan op volle toeren, zelfs als ze op vakantie zijn. “Zo’n goed gerief om, als we van één van onze langeafstandsvliegreizen, moe terug te komen in een lekker koel huis. Wie dat betaald? Onze zonnepanelen”.  Denk dat het gezond verstand generaties geleden al is uitgedeeld is én daardoor nu zo goed als op. Ook kennisarmoede van nieuwe bouwers en verbouwers met dagelijks uren Tiktok en Facebook op de teller versterkt deze mindset nog meer. Duurzame rolmodellen zie je al lang niet meer op deze platformen. Wat overblijft zijn mensen, onverdraagzaam tegenover bladeren in de eigen tuin, die elk een grondwaterput boren.  Diezelfde dag pakte de FBI twee Russen op omdat ze, als enige ter wereld, op een (illegaal) onlineplatform alle wetenschappelijke kennis zonder betaalmuur ter beschikking stelden. Kennis offline halen maakte plotsklaps het achterhaalde idee dat kennis macht is, terug actueel. Een kolfje naar de hand van wetgevers en academici en social mediabedrijven die zich zo zelf in stand makkelijker kunnen houden.  Ongelooflijk, en ondertussen vallen hier de bomen voor onze ogen neer, tot ze met vijf overblijven. Het equivalent van het gezond verstand van onze buren?

Els Wouters
2 1
Tip

Zo kan het ook

Daar stond ik dan. Mijn handen vol herinneringen aan wat ‘ook mijn levenswerk!’ was door een dichtslaande deur gedegradeerd tot vergeelde agenda’s en notitieboekjes vol ezelsoren in een kartonnen doos. Verlaten in het kantoorgebouw van mijn toekomstige ex-werkgever. Daar stond ik dan. Alle knopen doorgehakt en papieren formaliteiten achter de rug, tijd dus voor een exitgesprek. Het zou goed doen, dacht ik.  A ja, want zeg nu eerlijk. Wat blijft er over als het werk geen gespreksonderwerp meer is op het werk? Dan blijven alleen nog mensen over, met hun grote en kleine kantjes, waarvan je op een voor alle partijen gewenste manier afscheid moet zien te nemen. Zeker met hen waarmee je meer tijd doorbracht, moeilijkere situaties hebt doorwroet dan met je eigen familie.  Eénentwintig jaren van mijn leven, voor wat ook ‘mijn levenswerk’ was. En dat het een mooi afscheid zou worden, dat was zeker. Mijn huisgenoten kregen de instructies niet op mij te wachten met het avondeten. ‘Dat ik geen idee had hoe laat en in welke staat ik zou thuiskomen straks.’  Ik zag de bloemenruiker, het volle champagneglas en de truffelpasta al voor me. Aan de deur geleverd, door Le Frascatti, het culinaire begrip in Laken. Nog één keer aanschuiven aan de witte vergadertafel gedekt zonder begrotingscijfers of functioneringsgesprekken.  Genieten van onze laatste maaltijd samen.  En van het exitgesprek, uiteraard. Geen windvlaag of kapot slot, maar een gefrustreerde directeur sloeg de deur achter zich dicht.  Als met een moker geslagen stokte mijn ademhaling. Mijn brein holde de reactie van mijn lijf achterna.  De aangeklede tafel met ruiker en drank viel in duizend stukken op de linoleumvloer. Doch, het zou niet haar afscheid worden. Het was ook niet alleen mijn laatste werkdag.  Het wegvallen van een aanzienlijke subsidie sloeg als een bliksemschicht in op de organisatie. Met als resultaat acht getroffen collega’s die nog hoopten op een menselijk afscheid, tevergeefs.  Want eerder die dag dwong ze, met open deur, passerende medewerkers één voor één tot afscheid in ware condealancestijl in haar kantoor.  Bleek dat zelfs dit mij niet meer gegund werd, ze wachtte mijn komst niet meer af en vertrok. Sprakeloos na dit mislukte afscheid trok ik dan maar als laatste levende ziel de deur van verwachtingen achter me dicht. Halsreikend uitkijkend naar een betere toekomst.       

Els Wouters
250 4