Warm geschreeuw
wat warm het geschreeuw
uit de yakimō wagen -
verkiezingsweken
In Japan is geschreeuw niet per definitie agressief of storend. Het geroep van een yakimō-wagen (zoete aardappel-wagen) is warm en uitnodigend: een verkoper die zijn aanwezigheid aankondigt met een vaste melodie, bijna zingend, bedoeld om mensen naar buiten te lokken in de kou. Het is een vertrouwd wintergeluid, iets huiselijks, dat hoort bij seizoenen en ritme. Je hoort er het aankondigen van warme, zoete aardappelen in, ademwolkjes, avondstraten.
Het geschreeuw tijdens verkiezingsweken is van een heel andere orde. Politici spreken luid, bijna agressief, door megafoons vanaf busjes, herhalen slogans en namen, niet om nabijheid te creëren maar om zichtbaar te zijn, om ruimte in te nemen. Dat geroep is functioneel, opzichtig, tijdelijk — het verdwijnt zodra de verkiezingen voorbij zijn. De wagen die ik hoorde voorbijkomen was die van Sanseito, een ultra nationalistische partij. Ik hoorde slogans als: Japan voor de Japanners. Die woorden klonken hard en onvriendelijk.
Gelukkig hoorde ik kort daarop het geschreeuw van de zoete aardappel wagen. Ik kocht er een zoete aardappel die me troost bood.
In mijn haiku botsen die twee vormen van geluid: het ene verwarmt letterlijk en figuurlijk, het andere vult de straat zonder warmte achter te laten. Het woord geschreeuw verbindt ze, maar de ervaring van de luisteraar maakt het verschil. Dat spanningsveld draagt mijn haiku