Lezen

De rol van twijfel

Twijfel zorgt ervoor dat alles los blijft staan, dat wankelheid de toestand is waarin bepaalde ideeën blijven hangen. Twijfel schept ruimte tussen mezelf en de wereld; een ruimte die geen vast verhaal wil dragen, maar enkel in mogelijkheden verschijnt. Twijfel kan iemand tot stilstand brengen of alles doen vertragen. Wie niet twijfelt, is te vast aangedraaid en kent de speling of beweeglijkheid van een onbepaald bestaan niet. Het is immers het onbepaalde dat vrijheid brengt; de vrijheid om te fantaseren, speculeren, dromen, visualiseren, bedenken, voelen, hopen en nog zoveel meer. Een leven zonder twijfel mist magie en maakt alles hard, terwijl er zo te genieten valt van magische misschiens als zachte wolkjes. Er zijn echter verschillende soorten twijfel, de ene al wat moeilijker dan de andere. Want hoewel twijfel vrijheid en ruimte schept, kan ze ook fel beperken. Zoals zelftwijfel bijvoorbeeld. Twijfel over mezelf maakt me klein, terwijl twijfel over de wereld diezelfde wereld juist groter en onbegrensder maakt. Mysterieuzer. Ik vind mezelf niet mysterieuzer als ik aan mezelf twijfel, eerder banaler en minder interessant. Zelftwijfel wil zich ook weleens als introspectie voordoen. Onder het mom van ‘jezelf onder de loep leggen’ kan zelftwijfel een loopje nemen met je eigenwaarde. Twijfel is iets dat op ervaringen dient te worden geprojecteerd, en op de interpretaties van die ervaringen, maar niet op de interpretator zelf, want dat vernauwt het perspectief. Ik zou zeggen: kijk in de spiegel, neem je intenties, gedachten en gevoelens waar, toets hun integriteit en weet dat je niets weet. Maar ga niet twijfelen aan de waarde van de twijfelaar. Je kan twijfelen aan het twijfelen, maar vanaf het moment dat je de bron van al dat twijfelen in twijfel trekt, implodeert de eens zo onbegrensde ruimte. Want de schepper van de ruimte, de twijfelaar, is de ruimte zelf. De observator mag twijfelen aan zijn observaties en zou ook kunnen twijfelen aan wie de observator in essentie is, maar dat is niet wat we in deze wereld met zelftwijfel bedoelen. Zelftwijfel gaat over de waardebepaling van de observator; je afvragen waaruit de observator bestaat, is iets geheel anders. Twijfelen aan de waarde van de observator, aan de waarde van het zelf van waaruit wordt waargenomen, bracht me geen verruimende inzichten, integendeel. Ik kan aan alles twijfelen, behalve aan de bron van waaruit dat twijfelen voortkomt. Het woord twijfelaar heeft in deze wereld een negatieve bijklank: iemand die wankel op zijn benen staat. Niet kunnen kiezen wordt als zwak beschouwd. Er wordt ‘kieskracht’ verwacht van een vitaal subject. Toch is het belangrijk dat er speling blijft, in het belang van vreugde en verwondering. Het is mogelijk om gedecideerd keuzes te maken en daarbij toch te blijven twijfelen. Je kan de twijfel aanvaarden, maar er niet naar handelen. Alles is twijfelachtig, de wereld kent geen zekerheden, en toch kunnen we dat naast ons neerleggen en keuzes maken. Twijfelen en kiezen staan daarom niet loodrecht tegenover elkaar als twee uitersten, maar kunnen elkaar overlappen. Er zijn keuzes waarbij geen enkele twijfel voelbaar is en er zijn keuzes die twijfel in zich meedragen, als een zaadje waarvan niemand wil dat het uitgroeit tot spijt. Het wordt interessant als men gaat twijfelen aan grote, hardnekkig ingeprente ideeën of overtuigingen, zoals het wereldbeeld, de geschiedenis, de maatschappelijke consensus, gewoontes, tradities en protocollen. Het in vraag stellen van wat de meerderheid als ‘vaststaand’ beschouwt, is een bodem van waaruit twijfel kan uitgroeien tot iets verruimends en verrijkends, iets dat openheid en vrijheid kan brengen. Conclusie: twijfel trekt de grenzen van het denken open, zolang die niet gericht is op de eigenwaarde of op de generator van twijfel. Karolien Deman  

KarolienDeman
0 0

AI en ik

De dag dat ik, na maanden van ‘letterstilte’, eindelijk mijn laptop open deed, liep er een ijskoude rilling over mijn rug. Het voelde alsof íets me dwong. Alsof de woorden er gewoon uit moesten. Geloof me, ik ben nu niet meteen het type dat in witte jurken door mistige velden danst en fluistert over ‘de universele leiding’. Nee, geef mij maar een loep, een scalpel, en een degelijke wetenschappelijke verklaring, en dan kom ik er meestal wel uit. Op een creatieve manier, toegegeven. Maar toch. Toen AI kwam aanwaaien – met haar perfecte zinnen, haar vlekkeloze stijl, haar literaire bovenkamer die de onze in één seconde inhaalt – viel mijn pen even stil.Waarom zou ik nog zweten over een alinea als een robot het beter kan? Sneller? Pijnlozer? Ik heb het allemaal laten bezinken. Ik keek toe. Films, reclame, apps, animaties, songteksten, zelfs muziek – alles zuigt zich vol met algoritmes. AI is overal. En op het eerste gezicht neemt ze álles over. Maar toch.  Er is dat ene randje. Dat gekartelde. Dat niet-gladgestreken. De scheefte. De vlek. De vingerafdruk. De fout, godzijdank. Ons heerlijk incapabele vermogen om te knoeien, te vallen, te herstellen, te groeien als een wildgeworden klimop tegen een scheef huis. Kijk naar de natuur: chaotisch, onvoorspelbaar, adembenemend. Niemand die dat namaakt. De krachten die er heersen, de biologische drang die alles ondersteboven gooit om er even later weer iets van te maken – dat artificiële geklungel blaast ze weg. Dat is van ons. En dat zal ons nooit worden afgepakt. Dus ben ik terug in de pen geklommen. Kruipend, een beetje roestig, maar met de koppige overtuiging dat niets – maar dan ook niets – mijn eigen, rare, scheve, eerlijke stem kan vervangen. Mijn schoonheidsfoutjes. Mijn menselijkheid. En die ijskoude rilling, die duidelijke stem die me dwong om terug te schrijven? Die kwam niet van AI. Die kwam van de natuur, van onze natuur. Uit het vaatje van menselijkheid waar wij tot in de eeuwigheid uit zullen blijven tappen. AI mag af en toe een handje toesteken. Geen probleem.  Maar ik ben en blijf de kapitein van mijn eigen schip!

Heidi Schoefs
7 1