Lezen

Nog een geluk

nog een geluk niet gelezen te worden enkel de leegte enkel de eenzaamheid ze houden van mij als geen ander als de salamander van het water beterweters van de slimste wijn ze zijn zo lief, meneer ze eten vlees van droge vlinders in de hoop de kleuren nog te proeven een schildering te redden van de ondergang van nietigheid en het verwijt dat ik te anders ben het komt uit bijna alle monden die niet spreken kunnen amper dampen adem van een stille geest weten te verdragen ik probeer heb je nog een vraag voor mij, mevrouw ik zal zo goed als ik kan slecht als ik ben en je ziet het aan mijn ogen droge lippen heb ik van een dorst die ik ooit heb gekregen van een lijk in de woestijn ik ben het kwijt alles evenwicht de lasso om een zeepaardje te temmen heb ik aan een zeemeermin gegeven zo goed is mijn hart zo bloeden mijn ogen rood dat is de kleur die ik zocht ongekookte eerlijkheid smaakt zo veel beter dan vermeend geluk ja nog een dag of twee een paar lieve woorden en ze fluisteren de honden die ik ken ook omgekeerd ja ze zullen mij altijd beter begrijpen dan een doorgesneden wezen waarin wordt gezocht door maden door mannen met witte gewaden en sensoren ezelsoren apenstaartjes raar en zeldzaam zijn de zitmaaiers die gras beminnen ja ik heb een hekel geen geluk als heel diep ginds in de kern van mijn bestaan de rust ze wordt er weer verstoord door een eikel met een boormachien gaatjes vindt hij die al lang bestaan nog een geluk een stuk of elf in een dozijn het zwijntje is zo blij als het mag zijn gewoon van marsepein daar liggen poedelnaakt in een contoir zo fris gekoeld te heet kunnen planeten zijn ik heb een fiets of twaalf gebricoleerd oude wielen ik de gek debiel en infantiel ik heb geluk dat ik de wereld niet begrijp give buzze you loser nu er een gat zit in dat hoofd ik halfverdoofd door dronken dromen zit te bloeden ergens is iets misgegaan onderweg de maan een zon sprokkel nog wat licht die laatste warmte ik probeer het vast te houden en de armen van de troost zijn altijd veel te kort nog een geluk dat ik zo lam geworden ben het schaap nog ken dat ogen had pupillen als ervaren streepjes in een prachtig blauw nog een geluk   uit de reeks 'Waanhoop'

Bernd Vanderbilt
13 1

Kleine overwinningen

Af en toe voel ik me toch een beetje schuldig richting Stef. Hij is nu natuurlijk toch wat meer alleen dan vroeger. Ik probeer hem zoveel mogelijk mee te nemen of thuis te werken maar ja. De AH is gek op hamsters maar ik kan me niet voorstellen dat ze een enthousiaste Stef ook zo enthousiast begroeten. Ik zie hem al snuffelend langs de rekken gaan. En dan lekker treuzelen bij de hondenvoeding. Nee, dat is geen goed idee. Dus als het in het weekend mooi weer is, trekken we er als het kan samen op uit. Met een groot wandelgebied dichtbij is dat ook niet heel veel moeite. Er is een grote losloop-route voor honden dus hij kan zich maar uitleven. Pas geleden ook, het was lekker weer dus hup, in de auto en op pad. We waren bepaald niet de enige. Ook bij de grote waterplas was het een drukte van belang. Er was een klein meisje met stokken aan het gooien. Haar eigen hond, althans ik denk dat het haar eigen hond was, rende vrolijk het water in en zwom naar de stok. Stef stond het eens aan te kijken en bedacht dat hij ook best achter die stok aan kon. Het meisje reageerde heel sportief en gooide gewoon twee stokken. En toen ze zag dat Stef niet zwom, gooide ze gewoon wat minder ver. We vervolgden de route en liepen richting het eindpunt, een restaurant met een behoorlijk terras. En toen ontstond de discussie in mijn hoofd. Want als mijn maatje en ik deze route liepen, eindigden we altijd met een Trappistenbiertje op het terras. Wat zou ik doen? “Ik ga een biertje drinken. Nee, ik ga naar huis. Maar het is wel mooi weer. Maar ik ben maar alleen. Ik doe het gewoon. Ik doe het niet.” Stef had nergens erg in, die rende de hele route gewoon in drievoud. Gezegende ziel. Toen ik even later bij het terras belandde, had ik mezelf overtuigd. Ik ging het doen. Eén drankje. Gewoon in mijn eentje. En dan naar huis. We moesten even wachten, Stef en ik, maar toen kregen we een tafeltje op een beschut plekje. En een witbiertje, dat was dan het compromis. Niemand keek me raar aan, niemand stelde vragen en ik werd ook niet in een hoekje gestopt of bij andere mensen gezet. Het viel best mee. En zo had ik weer een hobbel(tje) genomen. Ach, er zullen er nog wel veel volgen maar dit was er toch weer één. En ik was ondanks alles best trots op mezelf.    

Machteld
8 1

Wie ben ik?

Ik lees een autobiografie waarin de auteur een beschrijving geeft van de huizen waarin hij heeft gewoond. Hij zoekt een antwoord op de vraag wie hij is. Het is een van de stappen op zijn zoektocht. Het zijn maar liefst 21 woningen. Voor mezelf tel ik er 4. Zo vaak verhuizen lijkt me een helse job, zeker met de meer dan duizend boeken die hij heeft. Maar boeiend is het wel. Ook al ken ik zijn huizen en appartementen niet, ik zie ze helemaal voor me. "Vind je dat niet erg?', vroeg een vriend, nadat ik hem had verteld dat ons ouderlijk huis er niet meer staat. Nee, omdat die herinneringen aan het huis zich voor mijn ogen afspelen, zoals een film die je nooit meer vergeet. Een film die zich blijft afspelen. Zo is het kippenhok in het jeugdverhaal dat nu op de schrijftafel ligt in mijn hoofd een getrouwe kopie van het kippenhok achteraan in de tuin, waar vader menig uur heeft gesleten. Niet zoveel als de kippen natuurlijk, maar zijn beestjes kwamen niets tekort. Net zoals de vethaantjes die hij om de paar jaar opzette. In de aanpalende schuur stond een oud gasfornuis waarop hij in een vaalgele kastrol de aardappelen bereidde voor de beestjes. Hij stompte er nog wat sla en andere groenten in, want de dieren moesten gezond groot worden. De geur van de stamppot kwam tot aan het huis. Moeder vond het niks. Als de kastrol niet meer op het vuur kwam en vader zijn bijl tevoorschijn haalde, bleef ze binnen. “Doet ge een beetje voorzichtig Harry?" Maar ze stond wel aan het keukenraam te kijken, zodat ze op haar sloffen snel bij de schuur was, mocht er daar iets gebeuren. Je raakt ze niet kwijt, al die beelden. Ze maken wie ik ben.

Rudi Lavreysen
5 0