Lezen

Tip

De perfecte reis

‘Rugzakken klaar?’ 8 vrouwen springen recht, ruimen trui, picknickdoos en zakdoekjes op en zwieren hun rugzak terug in stappositie. Gerd, de enige man in het gezelschap, staat al gepakt en geriemd, klaar om te vertrekken. Zijn oranje T-shirt blinkt in het zonnetje. De reisbegeleider Ludo vervolgt met lange benen het kronkelende pad naast het bruisend riviertje. Tussen worteltakken en losse stenen zoeken 10 paar bottines hun weg door het groene bos. Het is dag 2 en de sfeer zit erin. De babbelende leerkrachten over lessenroosters en tienerproblemen overstemmen het water geklater. Een andere reisgezellin doet haar echtscheidingsverhaal. Nog 3 wandeldagen te gaan. Ik zet me in de achterhoede. De natuur is mijn drijfveer. Het ruikt naar vers geregend groen... en zweet. Ik hoor Gerd zijn voetstappen vlak achter me.   ‘Ga maar even voor Gerd, ik wil graag even achteraan lopen’. Gerd bromt een beetje en lacht’ Ik wil mijn schapen goed in het oog kunnen houden’. Ik huiver licht. Ik heb ruimte nodig.    ‘Ik zal wel roepen als ik in de ravijn val’ grap ik terug. ‘We zijn in de Ardennen, niet in het hooggebergte’ grom ik in mezelf. Gerd steekt me voorbij. Af en toe kijkt hij zijdelings naar achter.  Ik adem diep in en volg de groep op afstand. Wat doe ik toch weer in deze groep onbekenden? Juist ja, rust zoeken in de natuur met alle dagen prachtige wandelingen. Het avontuur had me tot deze reis verleid en het was ook alweer zo lang geleden dat ik er een week even tussenuit was. Het ging me deugd doen, zo had ik gedacht. Na de lange maanden alleen thuiswerken achter de pc, van de ene videoconferentie naar de andere, zou een week bewegen, met anderen rondom mij, in de natuur de perfecte tegenpool vormen.    De groep stopt. Ludo staat paraat in het midden van het riviertje om ons te wijzen op welke steen welke voet terecht moet komen, om ons handje vast te houden. Ik schuif aan tot ik als laatste licht van de ene steen naar de andere wip voordat hij instructies kan geven. Aan de andere oever staat de groep bijeen. Ik land er middenin. ‘Rugzakken klaar?’ Met dit zinnetje zet Ludo op kop de wandeling weer in. Het oranje T-shirt sluit de rij.  ‘Ik denk dat ik op deze vakantie niet aan gewicht zal bijkomen’ probeer ik als gespreksopener. Griet naast me lacht. ‘Je hebt je chocoladesaus bij het ijsje gisteren niet volledig opgemaakt. Vond je het niet lekker?’ Oh My God. Hoor ik dit echt?   ‘Ik had genoeg, het hoefde voor mij niet meer chocoladesaus te zijn’. Griet begrijpt het niet ‘Je kan toch nooit chocoladesaus te veel hebben?’ lacht ze terug.   ‘Ja, dat is dan voor mij anders dan voor jou, dat kan he’.   ‘Ja, ja zo is dat’ antwoordt Griet. We stappen verder in stilte. Zijn dit de gesprekken die ik deze week ga voeren? Is dit het gezelschap waar ik naar op zoek ben? Ik distilleer de stilte uit het gepraat. Zag ik een roofvogel boven mij? Met brede vleugels, vrij vliegend, speurend naar een prooi, geluidloos.  Singing pants verbreken mijn gemijmer. Een outdoor wandelbroek ruist bij elke stap van... hoe heet zij ook alweer? Stella? Gerda? Ik denk dat ik de klinkers juist heb. Ik kom het later wel te weten.   Het pad versmalt en kronkelt verder tussen dichte hoge varens. Nog nat van een regenbui voelen ze fris aan. Mijn bottinnen blijken waterdicht als we wat verder door het natte hoge gras stappen. Ik had me goed voorbereid. Tijdens een werkpauze had ik ze goed ingespoten met een speciaal voor deze reis gekocht product. De dag voor het vertrek was ik nog aan het werk. Na al de meetings was ik nog snel anti-mug spray gaan kopen. Ludo had ons last minute gewaarschuwd dat dit nodig kon zijn.   Achter mij wordt luid gelachen ‘Door al die muggenspray die jullie opsmeren hoef ik dat al niet meer te doen’ lacht Evelien luid. ‘Ik loop gewoon tussen jullie en de geur maakt dat ze ook niet naar mij komen’. Dezelfde zinnen met dezelfde luide lach sprak, of beter riep, Evelien gisteren ook. Ik ben benieuwd naar morgen.  Ludo stopt. We houden een kleine pauze. Ik zwier mijn rugzak af en zoek me een plek wat verder achter bomen en struiken. Ik zet me neer voor een plasje. In stilte volg ik de warme straal en het beekje dat over het mos naar beneden loopt. Een toilet mis ik niet.   Als alle vrouwen hun plaspauze beëindigd hebben leest Ludo nog een tekst voor over de vos.   Diep in het bos, op het groene mos, de raaf en de vos, ik laat het los.   In mijn hoofd maak ik er een dom gedichtje van. Ik wil doorstappen. Nog 6 km te gaan en nadien doen we een terrasje. De koffie roept.  ‘Rugzakken klaar?’ Daar gaan we weer. Mijn benen doen hun werk. Na een stevige klim volgt een lang recht stenen pad dat het naaldwoud doormidden klieft. ‘Nu volgt een oneindig saai lang stuk’ roept Evelien. Ze doet deze reis voor de tweede keer en vindt het leuk om de route vooraf aan de groep kenbaar te maken. We hebben 2 begeleiders zo lijkt het soms. Of 3, er is ook nog het oranje T-shirt.   ‘If you’re happy and you know it clap your hands’. Ik zet een staplied in. Ik vertik het om dit pad saai te laten worden. Er wordt aarzelend meegezongen met het eerste nummer. Maar een kilometer verder wordt enthousiast ‘De boom staat op de berg’ mee ingezet. We marcheren, lachen en zingen uit volle borst. Ook de Afrikaanse nazing liedjes komen aan bod. Mijn verre scoutsverleden borrelt op.  ‘A piri piri tumba - A mussa mussa mussa - A luelue - A lue ma luambalue ‘ Het zingen verstomt als we de start van een vlonderpad naderen. We houden halt en er volgt weer een verhaaltje van Ludo.   Van waar komt de turf, zo spreekt grote smurf, een olifant met slurf, ik wandel en ik durf.  Het gedichtje stopt in mijn hoofd. Turf rijmt niet zo makkelijk. Ik neem foto’s. De gebogen lijn van het licht houten vlonderpad naar de horizon met berkenboompjes aan weerszijden zal goed scoren op Instagram.   ‘Rugzakken klaar?’ Ik laat mijn smartphone terug in mijn broekzak glijden en merk dat ik vooraan op het vlonderpad sta. De vrijheid roept. Niemand loopt voor me. Ik zet er flink de pas in. Het vergezicht over de vlakte lijkt oneindig. Op het hout liggen hagedisjes te zonnen. Ze ritsen weg in het gras naast het pad. Ik kom eraan. Zou ik een foto nemen? Snel, zodat de eerste van de groep me niet helemaal inhaalt. Ik draai me om en zet de groep op de foto. Nog eentje van het weidse groene landschap. Snel stap ik verder over het houten pad. Er dwarrelen plannen door mijn hoofd. Zal ik een cursus gaan volgen? Mijn skilessen verderzetten? Terug gaan joggen? Met mijn tante afspreken en een terrasje doen, een muziekoptreden bijwonen? Ik neurie stiletjes voor me en merk de glimlach bij mezelf. Dit moment hou ik bij. Helemaal van mij.  Mijn houten pad loopt ten einde en de weg splitst. ‘Nog 20 minuten, we houden nog even pauze’. ‘Wie kent de letterzetter? Het kleine boomkevertje... ‘. Ludo vervolgt zijn verhaal.  De letterzetter, is een kleine etter, de vlinder is veel netter, ik rijm me weer te pletter. ‘Rugzakken klaar?’. De groep doet wat hij moet doen.  Terug aan de auto’s ruil ik mijn modderbottinnen voor zachte sandalen. We strijken neer op het terras voor koffie en biertjes.  De tofste foto’s post ik op Instagram. Mijn volgers liken en ik like hen. Ik zie vrienden hun namen passeren en ben even terug in mijn eigen leven. Ik lepel de slagroom van mijn cappuccino op.  Wat zullen we vanavond eten? Kathy heeft het menu en leest voor. ‘Als voorgerecht carpaccio van kabeljauw, daarna eend met appelsien konfijt en als dessertje sorbet’. Het was warm in het restaurant gisteren. Ik plakte van het lawaai, de drukte en het gebabbel. Het is even wennen na maanden alleen eten. Met deze reis haal ik mezelf mijn grot uit. Dat had ik afgesproken met mezelf. Met 3 auto’s rijden we naar het hotel. We hebben vaste plaatsen in de auto. Ik zit naast Evelien in haar nieuwe SUV firmawagen. Ik adem de muziek in als een dorstige na een woestijntocht. Radiohead landt in mijn ziel. ‘But I' m a creep, I' m a weirdo, What the hell am I doin' here? I don't belong here’ . Op de achterbank lachen Kathy en Stella met de ‘overbekoeide’ weiden. De luide lach van Evelien galmt in mijn linkeroor. Ik droom dieper weg. Het landschap flitst voorbij. De ‘friterie’, het kleine cafeetje, de supermarkt, het hotel.   ‘Tot half zeven, dan is het briefing op het terras!’. Ik haast me naar mijn kamer en laat het bad vollopen. Vanuit het badkamerraam schittert het meer achter de bomen. Met een favoriete play-list en een stuk rijstvla van bij het ontbijtbuffet meegesmokkeld duik ik in het badschuim. Mijn voeten slorpen het warme water op en ik de lekkere vla!  ‘Een wit wijntje voor mij graag’. De 2 tafels vullen zicht met frisse dames, gewassen haartjes, blije gezichten. Ik heb de ramen al op kip gezet. Hopelijk komen er geen kouwelijke gasten aan het raam zitten.   ‘Morgen wandelen we 14km, afwisselend door bos en hei en langs de stuwdam. Wandelstokken kunnen helpen maar het is niet noodzakelijk.’ Ludo laat het plannetje voor de volgende dag rondgaan. ‘Ontbijt om 8u en we vertrekken om 9u.’ Stipt, denk ik erbij. Mooi georganiseerd.  De wijn is koel en zacht. De gesprekken hectisch en druk. ‘Ik werk in IT maar niet technisch, ik plan projecten, ik doe analyses en testen en zorg voor opleidingen, voor 600 eindgebruikers, verspreid over heel Vlaanderen’ vertel ik trots. Ik zwijg over de stress die mijn job meebrengt. Anne werkt op een school, Evelien heeft een belangrijke functie bij een groot bedrijf. Slechts flarden van het gesprek komen binnen. Bieke is psychologe en Monique is directrice van een kleuterschool. De verhalen versmelten zich tot één brij geluid. Na de eend hap ik lucht op het terras. De stilte sluit zich rondom mij. Ik ruik de frisgroene natuur en de natte stenen na de regenbui. Even pauze tot het dessert. Terug binnen val ik midden in het geroezemoes. ‘Dat deed deugd, even frisse lucht maar nu is het tijd voor het dessert’ glimlach ik.   Bieke vertelt over de nieuwe wellness bij haar in de buurt. Die ga ik boeken! Met een vriendin! En ook een dag aan zee zet ik in mijn hoofd op de planning. Na deze wandelreis heb ik nog een week vrij. De sorbet smelt fris in mijn mond. Met nog een tasje thee erbij leun ik tevreden achterover.   ‘Slaap wel, tot morgen’ wuif ik even later moe naar de groep. ‘Tot morgen!’  Op mijn kamer leest mijn roman me weg naar een wereld vol romances, intriges en bedrog. Mijn ogen vallen toe. De kilometers wandelen hebben hun werk gedaan.  ‘Goedemorgen’. Al voor 8 uur zitten we aan de tafels aan het ontbijt. Met koffie, thee en hetzelfde ontbijtbuffet start dag 3. ‘Goedemorgen Judith’, Kristel nodigt me uit op een vrije plek naast haar.  ‘Lekker geslapen?’. Kristel knikt terwijl ze een hap van haar broodje wegslikt. ‘Ja, het is hier heel rustig’. We zitten wat krap, gezellig dicht bijeen, bijna als op een vliegtuigstoel. Kristel maakt een sandwich met kaas, augurkjes en mosterd. Ik vouw een toastje met confituur dubbel. Lekker en licht voor de lunch straks. ‘Dat heb ik nog nooit gezien’ roept Evelien over de tafel heen. ‘Iemand die een toastje dubbelvouwt, haha!’. ‘Je gaat hier nog veel dingen voor de eerste keer zien’ grap ik terug. Lachend maken we onze picknick verder gereed.   Op het toilet zucht ik even diep. Een moment voor mij alleen. Waar is mijn rust en vrijheid? Misschien zijn groepsreizen mijn ding niet meer.  Maar alleen in een bos wandelen... Alleen aan de PC zitten... Alleen eten... Dat hebben we gehad. Waar blijft mijn prins op het witte paard? Alvast niet op deze reis, in deze groep. Ik schiet in een lachbui en sta op. Terug naar de groep.   Het is tien voor negen. Iedereen staat paraat aan de auto’s. Ik stap in op mijn vaste plek. Evelien start de SUV. Ik soes nog even weg. In een andere wereld start nu de werkdag. Op 2 uur rijden van hier staat mijn bureau, is mijn wereldje op mijn appartement, klinkt mijn muziek, groeien mijn planten, wacht mijn zonneterras met boeken, zijn de vriendinnen en lonkt de zwemvijver in het park vlakbij. Ik zou mijn garage eens moeten poetsen. En langs de carwash. Zou ik een nieuwe matras kopen? Deze hier slaapt precies beter. En ineens een groter bed dan de twijfelaar waar ik nu in slaap? Maar ach, het bed is voor mij alleen, al vele jaren. Meestal toch. Hoe zou het met Frederic zijn? Zou ik nog eens afspreken of hou ik hem wat op afstand? Wie zou ik meevragen naar het muziekoptreden volgend weekend? Een vriendin is altijd makkelijker dan een vriend. Geen gedoe over blijven slapen achteraf.   ‘Daar zie je de stuwdam van Robertville’. Eenmaal uit de auto start de wandeling met een nieuw verhaal van Ludo.   De groep trekt me vooruit. Ik zet me er middenin, laat me verder kabbelen op de gesprekjes en geniet van de vergezichten. Inspiratie voor nu en thuis versmelten zich.  Stuwdam vol water,  straks volgt weer getater, maar ik heb hier geen kater, thuis is voor later.    Lutgart Messens  16/8/2021                   

Lumes
205 1

Le spleen

“Ik moet plassen. Ik moet echt plassen en ik heb geen zin om binnen te gaan.” Sylvie had Jan meegetrokken achter het tuinhuis waar ze al een tijd hurken naast het gestapelde hout. Brahim moet zoeken, speurt de struiken naast het huis af. Els wordt snel gevonden. “Oei, wat gaat ge dan doen?” “Hier plassen natuurlijk.” Ze kijkt hem slim aan, draait een kwartslag, trekt haar rok omhoog en schuift haar slipje naar beneden. “Francis gezien! Jasper gezien!” Brahim is nu plots vlakbij, gaat het tuinhuis in. Ze houden zich stil, de slip tussen Sylvies enkels gespannen. Hij gaat weer weg, richting garage. Vindt Lara achter de diftar.” Ze houden hun adems in. Brahim is ver genoeg. Een dikke straal klettert op de aangestampte aarde. De urine stroomt als doorzichtig lava, zoekt oneffenheden, versnelt dan en vindt Jans slippers. Hij verzet zich niet, blijft versteend in hurkmodus, ziet het oranjepaars van de zomerwolken boven deze wonderlijke plaspauze hangen. Sylvie richt zich half op. Haar paardenstaart haakt in een uitstekende tak van de haagbeuk. Ze trekt haar slip naar boven, fatsoeneert haar rok. “Voilà!.” Dat zegt ze. “Voilà!” “Waarom lacht ge? Ge hebt toch niet gekeken hè?” “Haha voilà, gij durft nogal.” “Dat houdt toch niets in.” Sara is de laatste die gevonden wordt. Behalve Jan en Sylvie dan.   “We zijn onzichtbaar,” fluistert ze. Hij rilt een beetje. “We zijn onzichtbaar,” lipt hij. “Kom geef mij uw handen.” Hij geeft zijn handen als een kommetje gevouwen. Ze blaast er haar lauwe adem over, wrijft haar duimen over zijn handpalmen. Haar ogen zijn rivieren. Ze kijken naar het verlichte huis, horen gelach en stoelen die verschuiven. “Kom, we gaan binnen,” zegt Sylvie. Muziek wordt opgezet. Er wordt meegezongen. Le spleen n'est plus à la mode, c'est pas compliqué d’être heureux. Tout, il faudrait tout oublier. Straks zullen ze dansen. De kerkklok slaat tien uur. Het regent licht. Jan wil niet meer gevonden worden. “Ja, zegt hij, we gaan binnen.”

Christophe Vansteeland
50 0

Trendwatcher

Volgens mij is het een nieuwe trend. Pas op, ik ben geen trendwatcher. Zo ver reikt mijn trendkennis niet. Maar ik stel vast dat mobiele telefoons almaar meer op speaker of luidspreker worden gezet. Misschien gaat het gehoor van de gemiddelde beller erop achteruit? Je ziet mensen in de publieke ruimte passeren die hun smartphone vasthouden alsof ze een boterham gaan eten. Met het toestel plat op hun hand. De gesproken boterham. Bij het voorbijgaan hoor je een geruis, maar als je ergens zit, hoor je hele gesprekken. Zo was ik recentelijk getuige van een lang telefonisch onderhoud over grasmachines, waarbij ik de stelling van beide partijen hoorde. Je kan het eenvoudigweg niet 'niet' horen. In het beste geval leer je wat bij. Bijvoorbeeld over grasmachines. Maar daar wil ik het eigenlijk niet over hebben. Wel over het vermakelijk gesprek waarvan ik getuige was bij het buitenkomen van de bank. Een gesprek tussen een mama en haar zoontje, die de wereld volop aan het ontdekken is. “Daar zou ik nog eens naartoe willen gaan”, bedacht ik me. Naar die tijd. Toen alles nog ontdekt moest worden. Hoe de wereld in elkaar steekt. Zoals geld uit de muur halen. We staan er zelden bij stil, maar op zich is dat een wonderlijk gegeven. Dat was ook letterlijk wat de jongen zei. "Dat is toch wel praktisch hè mama, dat ze dat geld hier gewoon kunnen printen." Ik hoorde hem denken: “Waarom hebben wij die speciale printer niet in huis? Dan kunnen we zelf briefjes maken. Zo moeilijk is dat toch niet?” De mama antwoordde dat de briefjes in een kluis zaten, dat het geld van je rekening gaat en … vervolgens waren ze buiten gehoorafstand. De wereld is een wonderbaarlijke plek, maar soms weten we te veel. Zou het dat niet zijn?

Rudi Lavreysen
17 1

Bedenkingen na kambo

Voor we vertrekken, vertrouwen we de inhoud van zeven kleine emmertjes toe aan het groen. Solidair grijp ik er twee vast en giet de knalgele vloeistof tussen de struiken, er goed op lettend geen spatje op mij te krijgen. Mijn ogen staan dik en ik rammel van de honger. Ik ben blij dat het achter de rug is en ga ervan uit dat ik mezelf een plezier gedaan heb door dit te ondergaan. Iedereen was hier met dezelfde intentie, al werd deze op verschillende manieren verwoord. Allemaal streven we ernaar om zo weinig mogelijk gebukt te gaan onder onze eigen gedachten, gevoelens, acties en bijbehorende kwalen. Het is des mens om op zoek te gaan naar een levenswijze of -houding die een minimum aan weerstand en leed met zich meebrengt. En soms, zo heb ik zelf ondervonden, moet het eerst erger worden alvorens het kan beteren. Eens flink lijden kan wonderen doen. We hebben net een Kambo ceremonie achter de rug. Bij ieder van ons werden er kleine brandwondjes op de bovenarm gemaakt om er vervolgens het gif van de Phyllomedusa bicolor, een kikker uit Brazilië, in te laten smeren. Dit is een oeroud medicinaal ritueel. Een mix van nieuwsgierigheid, wanhoop en de eeuwige drang om mezelf te verbeteren, had mij hiertoe aangezet. De weken na zo’n behandeling heb je beduidend meer energie en focus. Zo heb ik het ook ervaren, want het is de vierde keer dat ik dit doe. De eerste drie keer volgden kort na elkaar op, met telkens een maand ertussen, dat schijnt het meest efficiënt te zijn. Nadien kun je eventueel jaarlijks een onderhoudsbehandeling doen. Kambo werkt in de meeste gevallen niet psychoactief en is voornamelijk een fysieke booster. Het is een ongemakkelijk reinigingsritueel dat nog lang blijft doorwerken. In het midden van het proces neem ik me voor dat dit werkelijk de allerlaatste keer is. Dat voornemen had ik elke keer al. Het is best heftig. Maar om de één of andere reden blijf ik terugkomen. Wanneer het gif mijn lichaam penetreert, schreeuwt het moord en brand. Dat ik mijn gal eruit kots deert mij niet zo. Maar de obligate glazen lauw water die mij herhaaldelijk worden aangereikt, lokken innerlijke vloeksalvo’s uit. “No way, het kan er echt niet meer bij!” jammert mijn brein vanuit haar donkere kamer. In de linker hemisfeer zet ik een knopje uit dat alles stil maakt en ervoor zorgt dat ik ondanks de immense weerstand elk nieuw glas met grote teugen ledig. Ik ben hierin getraind. Een kunstje dat nog stamt uit de tijd dat men mij gebood om liters van één of andere toxische vloeistof te drinken voorafgaand aan een inwendig onderzoek. Heeft die onzin toch iets opgeleverd. Bijgestaan door het cynisme dat me sinds enkele weken achtervolgt, bekijk ik het tafereel van bovenuit. Wat zijn we toch een bende meelijwekkende, eeuwig met zichzelf worstelende Westerlingen. Alsmaar zoekend naar manieren om de levenspijn te verzachten. En het bewustzijn te vergroten. Groeien met horten en stoten, om dan later onszelf op de borst te kloppen en achterom te kijken naar de sporen van al dat geploeter. Met de overtuiging die zegt dat alle donkere hoeken dienen belicht te worden. De poort naar een nieuw stadium opent zich op het moment dat het goed en wel doordringt dat de realiteit een intern proces is. Een aha-moment van jewelste, met vreugde en opluchting tot gevolg, want het impliceert dat niets extern ons kan raken. Dat er zelfs niets extern bestaat. Als zulke cruciale informatie zich aan ons openbaart, willen we deze delen. Want iedereen moet dit weten. Waarom is het geen parate kennis die we aan onze kinderen meegeven? En wederom rolt er een inspirerend succesverhaal van iemands tong. Rechtstreeks uit het hart, dat wel. Woorden als vrijblijvend aangeboden ankerpunten in de stroom van onzekerheid dat het woeste bestaan typeert. Coaches, healers, lichtwerkers en sjamanen schieten als paddenstoelen uit de grond. Nieuwetijdskinderen meten hun relevantie aan de hand van volgersaantallen en reduceren hun moeizaam verworven inzichten tot blinkende inspirerende quotes. Er wordt gepoogd om de waarheid hapklaar te maken. Maar ze bederft quasi onmiddellijk op het moment dat ze blootgesteld wordt aan zuurstof en daglicht. Haar habitat is het vacuüm van onze ziel. Het weerhoudt ons niet om te proberen. We willen helpen, net zoals we onszelf hebben geholpen. Simpelweg doen wat ik graag doe, is geen indicator om mijn authentieke pad te onderscheiden van alle mogelijkheden. Want alles wat ik doe, wil ik extreem goed doen. Een hardnekkige gewoonte waarmee ik de vreugde smoor. Altijd doe ik keihard mijn best, achterna gezeten door zelftwijfel en faalangst. Het is alles of niets, zeg ik altijd. Alles geven, tot ik mijn bodem raak. Uitgeput. En dan een tijdje weer niets, opladen in de cocon, zodat ik later weer kan uitvliegen. Zo zit ik daar ook nu weer, met kikkergif op mijn arm, mijn best te doen. Lijden voor mijn eigen bestwil. Mezelf wapenen tegen alles waarmee ik mezelf bestook. Klaar voor de volgende muur die voor mij zal opdeinen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/8/12/bedenkingen-na-kambo

KarolienDeman
405 0